Thema 3: Orde scheppen in een
verscheidenheid aan soorten
1) Leven op aarde
Er is leven op aarde mogelijk: water, beschermende atmosfeer, goede gem temperatuur.
2) Tree of life
Ontstaan aarde: 4,6 miljard jaar geleden
Ontstaan eerste leven: 3,5 miljard jaar gelede, door evolutie:
-> Huidige biodiversiteit ca. 1,75 miljard soorten
Charles Darwin (1809-1882): zocht naar een verklaring voor het ontstaan van soorten
Vaststelling 1: alle organismen binnen één soort zijn lichtjes verschillend (= variatie)
Vaststelling 2: kinderen gelijke op hun ouders (= overerving)
• Overerving: doorgeven van erfelijke kenmerken
• Informatie voor kenmerken zit in DNA, DNA = erfelijke/genetische code
• Gen = DNA-fragment dat verantwoordelijk is voor een erfelijk kenmerk
Vaststelling 3: in de natuur is er voortdurend strijd en een tekort aan middelen
(= omgevingsdruk) vb giraf:
De omgeving (biotische en abiotische factoren) zet de giraf onder druk
Heel wat giraffennakomelingen sterven voordat ze voor nageslacht kunnen zorgen
NATUURLIJKE SELECTIE
Proces waarbij de omgevingsinvloeden (= omgevingsdruk) selecteren welke varianten uit een
soort (= variatie) kunnen voortbestaan en erg gelijkende nakomelingen (= overerving)
opleveren.
Minder aangepaste individuen krijgen minder/geen nakomelingen, en na enkele generaties
kunnen die kenmerken verdwijnen uit de soort
Na lange tijd kunnen zelfs nieuwe soorten ontstaan
Verwante soorten stammen af van een gemeenschappelijke voorouder.
è Hoe meer overeenkomsten in erfelijk materiaal, hoe nauwer verwant!
TREE OF LIFE: boomstructuur die de evolutie van alle leven op aarde vanuit de oercel
weergeeft
verscheidenheid aan soorten
1) Leven op aarde
Er is leven op aarde mogelijk: water, beschermende atmosfeer, goede gem temperatuur.
2) Tree of life
Ontstaan aarde: 4,6 miljard jaar geleden
Ontstaan eerste leven: 3,5 miljard jaar gelede, door evolutie:
-> Huidige biodiversiteit ca. 1,75 miljard soorten
Charles Darwin (1809-1882): zocht naar een verklaring voor het ontstaan van soorten
Vaststelling 1: alle organismen binnen één soort zijn lichtjes verschillend (= variatie)
Vaststelling 2: kinderen gelijke op hun ouders (= overerving)
• Overerving: doorgeven van erfelijke kenmerken
• Informatie voor kenmerken zit in DNA, DNA = erfelijke/genetische code
• Gen = DNA-fragment dat verantwoordelijk is voor een erfelijk kenmerk
Vaststelling 3: in de natuur is er voortdurend strijd en een tekort aan middelen
(= omgevingsdruk) vb giraf:
De omgeving (biotische en abiotische factoren) zet de giraf onder druk
Heel wat giraffennakomelingen sterven voordat ze voor nageslacht kunnen zorgen
NATUURLIJKE SELECTIE
Proces waarbij de omgevingsinvloeden (= omgevingsdruk) selecteren welke varianten uit een
soort (= variatie) kunnen voortbestaan en erg gelijkende nakomelingen (= overerving)
opleveren.
Minder aangepaste individuen krijgen minder/geen nakomelingen, en na enkele generaties
kunnen die kenmerken verdwijnen uit de soort
Na lange tijd kunnen zelfs nieuwe soorten ontstaan
Verwante soorten stammen af van een gemeenschappelijke voorouder.
è Hoe meer overeenkomsten in erfelijk materiaal, hoe nauwer verwant!
TREE OF LIFE: boomstructuur die de evolutie van alle leven op aarde vanuit de oercel
weergeeft