Gedragswetenschappen
5 Ontwikkeling van het zelfconcept
5.1 Persoonlijkheid en identiteit
Persoonlijkheid = een verzameling van stabiele en unieke psychische (innerlijke) en gedragsmatige (uiterlijke)
kenmerken, waardoor een individu zich in de loop van zijn of haar leven op een consistente manier gedraagt.
Halo en Horneffect:
- horn: negatief oordeel
- halo: positief oordeel
Aantrekkelijke mensen betere beoordeling
Persoonlijkheid: Identiteit:
- Karakteristiek gedragspatroon v/e individu - Diverse lagen die de persoonlijkheid voeden o.i.v. de
(stabiel en uniek) omgeving
- Psychische en gedragsmatige kenmerken die een individu - Sociaal, etnisch, cultureel, nationaal … gekleurd
op een consistente manier uit - Functioneert op psychisch niveau (= het gevoel van
- Evolueert o.i.v. omgeving, maar heeft al een innerlijke eenheid) en op psychosociaal niveau (= in balans
blauwdruk bij de geboorte met de sociale omgeving)
- Wordt stabiel rond 30 jaar
Vanaf de puberteit hebben jongeren het vaak moeilijk met hun identiteit.
Erik Erikson: adolescentiefase= belangrijk moment om het conflict tussen identiteit en rolverwarring op te lossen.
Philip Zimbardo: door de complexe sociale rollen die we moeten vervullen, kan er een identiteitscrisis ontstaan.
Door rolverwarring ‘vechten we met onszelf’.
Enkel door rolverwarring op te lossen, komen we tot een persoonlijke groei.
Identiteitscrisis kan je op vers momenten meemaken in je leven je weet dan niet welke keuzes je moet maken om je
leven weer ‘op de rails’ te krijgen.
5.2 Ontwikkeling van het subjectieve zelf
5.2.1 Het zelfconcept
Zelfconcept = zelfbeeld, begrip of denkbeeld dat je van jezelf hebt
Je wordt niet geboren met een zelfconcept of zelfbeeld. Baby’s hebben nog geen psychisch besef van zichzelf, maar
reageren al snel op mensen, dankzij de sensomotorische ontwikkeling. (subjectieve zelf = besef van een ‘zelf als
subject’, waarbij de baby alles waarneemt vanuit zijn eigen perspectief)
Als het zelfconcept zich verder ontwikkelt, krijgt het kind ook het vermogen voor empathie of inleveringsvermogen.
(objectieve zelf = besef van een zelf met eigen typische en stabiele kwaliteiten, waarbij de peuter/kleuter oog begint
te krijgen voor zichzelf als onderscheidend wezen van de anderen)
Ontwikkeling: - 2 - 12 maanden ontstaan vh subjectieve zelf
= indrukwekkende sensomotorische ontwikkeling/ boost
- 2e levensjaar ontstaan vh zelfbewustzijn
= zodra het kind zichzelf herkent in…
- 15 maanden - 5 jaar ontstaan vh objectieve zelf
= ontwikkeling vh vermogen voor empathie, inlevingsvermogen
5 Ontwikkeling van het zelfconcept
5.1 Persoonlijkheid en identiteit
Persoonlijkheid = een verzameling van stabiele en unieke psychische (innerlijke) en gedragsmatige (uiterlijke)
kenmerken, waardoor een individu zich in de loop van zijn of haar leven op een consistente manier gedraagt.
Halo en Horneffect:
- horn: negatief oordeel
- halo: positief oordeel
Aantrekkelijke mensen betere beoordeling
Persoonlijkheid: Identiteit:
- Karakteristiek gedragspatroon v/e individu - Diverse lagen die de persoonlijkheid voeden o.i.v. de
(stabiel en uniek) omgeving
- Psychische en gedragsmatige kenmerken die een individu - Sociaal, etnisch, cultureel, nationaal … gekleurd
op een consistente manier uit - Functioneert op psychisch niveau (= het gevoel van
- Evolueert o.i.v. omgeving, maar heeft al een innerlijke eenheid) en op psychosociaal niveau (= in balans
blauwdruk bij de geboorte met de sociale omgeving)
- Wordt stabiel rond 30 jaar
Vanaf de puberteit hebben jongeren het vaak moeilijk met hun identiteit.
Erik Erikson: adolescentiefase= belangrijk moment om het conflict tussen identiteit en rolverwarring op te lossen.
Philip Zimbardo: door de complexe sociale rollen die we moeten vervullen, kan er een identiteitscrisis ontstaan.
Door rolverwarring ‘vechten we met onszelf’.
Enkel door rolverwarring op te lossen, komen we tot een persoonlijke groei.
Identiteitscrisis kan je op vers momenten meemaken in je leven je weet dan niet welke keuzes je moet maken om je
leven weer ‘op de rails’ te krijgen.
5.2 Ontwikkeling van het subjectieve zelf
5.2.1 Het zelfconcept
Zelfconcept = zelfbeeld, begrip of denkbeeld dat je van jezelf hebt
Je wordt niet geboren met een zelfconcept of zelfbeeld. Baby’s hebben nog geen psychisch besef van zichzelf, maar
reageren al snel op mensen, dankzij de sensomotorische ontwikkeling. (subjectieve zelf = besef van een ‘zelf als
subject’, waarbij de baby alles waarneemt vanuit zijn eigen perspectief)
Als het zelfconcept zich verder ontwikkelt, krijgt het kind ook het vermogen voor empathie of inleveringsvermogen.
(objectieve zelf = besef van een zelf met eigen typische en stabiele kwaliteiten, waarbij de peuter/kleuter oog begint
te krijgen voor zichzelf als onderscheidend wezen van de anderen)
Ontwikkeling: - 2 - 12 maanden ontstaan vh subjectieve zelf
= indrukwekkende sensomotorische ontwikkeling/ boost
- 2e levensjaar ontstaan vh zelfbewustzijn
= zodra het kind zichzelf herkent in…
- 15 maanden - 5 jaar ontstaan vh objectieve zelf
= ontwikkeling vh vermogen voor empathie, inlevingsvermogen