GRENZEN
INTRODUCTIE
Het Holoceen
= complexe samenleving is ontstaan gedurende een
stabiele klimaatperiode
Huidige geologische tijdvak
Start: na ijstijd, 9000 v.C.
1e agrarische revolutie mogelijk
Overgang van levensstijl: jagen -> landbouw
Grotere bevolking mogelijk
Industriele revolutie => fossiele brandstof verbranding => opwarming aarde
- Welvaart gebracht
- Fossielen sedementeren op zee opp => °olie => olie oppompen => verbranden
- Vegetatie groeit => gecompacteerd => °steenkool
- Fysische impact: zeeniveau, regen
Biologische impact: bosbranden, ecosystemen aan land
Menselijke impact: landbouw, voedselprod, economie
2 GROTE GLOBALE UITDAGINGEN
1) Klimaat schade beperking
= klimaatverandering reduceren > broeikasgassen minderen
> bronnen minderen (bv verbranding)
> putten verbeteren (bv bos dient als put zolang de bomen bestaan)
2) Klimaat adaptatie
= samenleving adapteert zich aan klimaatverandering
WAT VEROORZAAKT KLIMAATVERANDERING
(INTER)GLACIALEN
Temp fluctueerd => warme & koude periodes
1
,Ijskap boren => ijskernen eruit halen => ijs onderin is het oudste => isotope verhoudingen en luchtbellen =>
klimaatverandering achterhalen
Saalien = voorlaatste ijstijd => Utrechtse heuvelrug komt hierdoor
Laatste interglaciaal = 125.000 jaar geleden
- Geen arctisch zee ijs
- Hoog zee level
- Kleine ijskappen
- Veel CO2 in atmosfeer
Pre historie => mens op aarde => CO2 tussen 180-280 ppmv
In 2020: CO2 = 410 ppmv
DUS: dit is exceptioneel!
MAAR: heeft dit gezorgd voor opwarming van de aarde?
JA, want:
1) Atmosferische groei voor 48% door fossiele brandstoffen
2) Meer C13, minder C12
MAAR: planten hebben voorkeur voor C12
Fossiele brandstoffen komen van planten => hebben zelfde lage C13/C12
verhouding => 2% lager dan atmosfeer => CO2 vrij uit die materialen =>
C13/C12 daalt in atmosfeer
MAAR: ecosystemen nemen helft van de CO2 uitstoot op
3) broeikas effect
= toename broeikasgassen in atmosfeer => opwarming
Zon => zonnestraling => aarde opwarmen
Aarde => IR straling => verdwijnt in atmosfeer
= evenwicht = stabiel klimaat
Gassen stijgen => IR absorberen => terugzenden naar aarde
DUS: gassen zijn een deken over de aarde
4) stralingsforcering
= inbalans die ontstaat tussen 2 soorten straling
straling = energieuitwisseling met ruimte
31% zonnestraling gereflecteerd => aarde zendt IR straling uit => evenwicht
behouden
Onevenwicht => aarde koelt af/ warmt op => evenwicht herstelt
Grootste pos forcering > CO2
Groote neg forcering > aerosolen
DUS: als die er niet waren was de opwarming nog erger
Direct: weerkaatsen zonlicht
Indirect: wolken groeien op aerosolen => meer bewolking =>
reflecteren zonlicht
5) antropogene forcering
observatie is enkel te begrijpen als je alles meeneemt
DUS: mens heeft bijdrage erin gehad
2
,OORZAKEN VAN KLIMAATVERANDERING
- Verbranding van fossiele brandstoffen
- Ontbossing
- Vulkaanuitbarstingen
- Milankovic cyclus
= de baan van de aarde rond de zon verandert
- Zonne activiteit
= zon is niet altijd even actief, meten adhv de zonnevlekken
- Platentektoniek
- Variaties in de cirkel van de aarde
= hoe schuiner de as => meer verschil zomer-winter => ijskappen smelten zomer + groeien niet winter
- Aerosolen => reflecteren zonlicht
- Feedbacks van het klimaatsysteem
= ijs albedo terugkoppeling
= koud => veel sneeuw en ijs op aarde => reflecteert zonlicht => geen zon meer voor aarde =>
nog kouder worden => pos feedback loop
KLIMAATDOELSTELLING: OPWARMING < 2°C
PARIJSAKKOORD 2015
- Verdrag VN – internationeel milieu verdrag
- Doel: stabiliseren broeikasgasconcentraties
= gevaarlijke antropogene verstoring van klimaat voorkomen
- Opwarming tov pre-industrieel niveau < 2°C houden
MAAR: liefst 1,5°C
- Obv beoordelingsrapport IPCC
WETENSCHAPPELIJKE BASIS
= opwarming aarde
=> effecten en risico’s
nemen toe
5 redenen tot
bezorgdheid
(RFC’s)
1) Unieke en
bedreigde
systemen
3
, o Ecologische en menselijke systemen beperkt door klimaat
o Koraalriffen, noordpool inheemse bevolking etv
2) Extreme weersomstandigheden
o Risico voor menselijke gezondheid en ecosystemen
o Hittegolven, hevige regenval, droogste
o Bosbranden, overstromingen
3) Spreiding van effecten
o Effecten die groepen onevenredig treffen
o Gevolg van ongelijke spreiding van
fysieke gevaren
4) Geaggregeerd mondiale effecten
o Wereldwijde degradatie
o Verlies van ecosystemen en
biodiversiteit
5) Grootschalige op zichzelf staande
gebeurtenissen
o Abrupt, onomkeerbare
veeranderingen
o Uiteenvallen ijskappen
- Aanpassing is grotere uitdaging bij 2°C dan
1,5°C
- Kwetsbare regio’s krijgen te maken met grote risico’s, zelfs bij 1,5°C
Bv: eilanden hebben als last van overstromingen
DOEL BEREIKEN
KOOLSTOF BUDGET
je wilt kans van 66% (likely) dat 2°C bereikt wordt
Bepaald C budget nodig
We hebben nu al 80% van dat budget gebruikt!
Cumulatief = alles uitgestoten vanaf industrialisatie tot nu
4