• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 12 pages
Resume

Samenvatting Globalisering De Geo bovenbouw vwo

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 12 pages

Samenvatting van het hele boek Globalisering De Geo Bovenbouw VWO waarin alle begrippen voorkomen

Aperçu du contenu

H1. Globalisering

Global village; Gebied dat steeds meer met andere gebieden overal ter wereld te
maken heeft via allerlei sociale netwerken.

Globalisering; Het doorgaande proces van politieke, sociale en culturele
samenhang tussen bedrijven, gebieden of landen over de hele wereld, waardoor
de landgrenzen vervagen. De mate van Globalisering wordt gemeten door de
globaliseringsindex op een schaal van 0 tot 100.

Regionaliseren; De wereld onderverdelen op basis van allerlei kenmerken op
meerdere gebieden (cultuur, politiek, economie, demografie)

 Cultuur
– Taal, religie, gewoonten, normen een waarden, dominante
godsdienst, kunst, technologie (onduidelijke grenzen, de wereld is
niet homogeen)
– Identiteit; Een unieke combinatie van culturele kenmerken.
– Lingua franca; Een derde taal die nodig is wanneer verschillende
culturele groepen niet direct in hun eigen taal met elkaar kunnen
communiceren.
– Cultuurgebied; (Macro)regio met gemeenschappelijke
cultuurkenmerken.
– Diffusie; Verspreiding van een verschijnsel van gebied tot gebied
(ruimtelijke diffusie) of binnen bevolkingsgroepen (sociale diffusie).
– Regionalisme; Het streven naar een zekere mate van autonomie,
dan wel afscheiding in een deel van een land door een groep
mensen met een eigen identiteit. Belangrijk hierbij is de wil naar
zelfbestuur of een eigen soevereine staat.

 Politiek
– Spreiding van de politieke macht, mate van vrijheid, inspraak van
het volk in de politieke besluitvorming, invloed van religie in de
politiek
– Democratisch gehalte (op schaal van 0 tot 10); Mate waarin de
politieke, economische en sociale macht verdeeld is over de
bevolking van een land.
– Mensenrechten; De rechten waarop ieder mens aanspraak kan
maken, ongeacht herkomst, nationaliteit, overtuiging, geslacht,
wettelijke status of andere kenmerken.
– Geopolitiek; De machtsverhoudingen tussen landen of gebieden in
de wereld.
– Blokvorming; Organisatie van landen, vooral op economisch en/of
politiek gebied.
– Samenwerkingsverband; Groep van landen of organisaties die
regelmatig overleg met elkaar hebben.

 Economie
– Bruto binnenlands product per inwoner (bbp/inw); De totale
geldwaarde van alle in een land geproduceerde goederen en
diensten (per jaar) per hoofd van de bevolking.
– Bruto regionaal product per inwoner (brp/inw); De totale geldwaarde
van alle in een regio geproduceerde goederen en diensten (per jaar)
per hoofd van de bevolking.

, – Koopkracht; Hoeveelheid goederen en diensten die een bevolking
kan kopen voor een bepaalde hoeveelheid geld.
– Regionale ongelijkheid; Verschillen in ontwikkelingspeil tussen
gebieden, die als onrechtvaardig ervaren worden.
– Sociale ongelijkheid; Sociale verschillen tussen de
bevolkingsgroepen, die als onrechtvaardig ervaren worden.
– Newly Industrializing Countries (NIC’s); Landen die zich economisch
gezien in korte tijd ontwikkelden tot geïndustrialiseerde landen. Tot
de eerste NIC’s behoren Zuid-Korea, Singapore, Hongkong en
Taiwan. Heten ook industrielanden.
– Economische blokvorming is krachtiger dan politieke blokvorming
– De verdeling van de beroepsbevolking over de primaire sector
(landbouw), de secundaire sector (industrie) en de tertiaire sector
(diensten). (Informeel/formeel)

 Demografie
– Beroepsbevolking; Alle personen tussen de 15 en 65 jaar die betaald
werk hebben of zoeken.
– Bevolkingsspreiding; Verdeling van de woonplaatsen van de
inwoners over een gebied.
– Bevolkingsdichtheid; Het (gemiddelde) aantal inwoners per km 2 in
een regio.
– Verstedelijkingsgraad; Aandeel van de stedelijke bevolking in de
totale bevolking. Heet ook urbanisatiegraad.
– Verstedelijkingstempo; Snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad
(per jaar) verandert (in procenten). Heet ook urbanisatietempo.
– Bevolkingsgroei; De absolute of procentuele toename van het aantal
bewoners van een gebied.
– Demografische druk; De verhouding tussen de productieve
leeftijdsgroep en miet-productieve leeftijdsgroep.
– Demografische transitie; De overgang van een niveau van hoge
geboorte- en sterftecijfers naar een laag niveau van geboorte- en
sterftecijfers.
– Kindersterfte; Aantal kinderen dat voor hun vijfde verjaardag
overlijdt (in % of %0)
– Leeftijdsopbouw; De samenstelling van de bevolking op basis van
leeftijd en geslacht.
– Vruchtbaarheid; Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw
krijgt.
– Mate van migratie (natuurlijke bevolkingsgroei en sociale
bevolkingsgroei)

Demografische transitie;
« Fase 1; De mensen leven vooral van de landbouw en het ambacht, er is
een hoog geboorte- en sterftecijfer. De hygiënische situatie is slecht met
besmettelijke ziektes als gevolg. Veel oorlogen en meestal een tekort aan
drinkwater en voedsel, hongersnoden.
« Fase 2; Het geboortecijfer blijft hoog, maar het sterftecijfer begint te dalen
omdat de belangrijkste doodsoorzaken bestreden kunnen worden zoals
hongersnoden en epidemieën. Er zijn bovendien betere voorzieningen
zoals riolering, drinkwatervoorzieningen en huisvesting
« Fase 3; Kenmerkend is de daling van het geboortecijfer. Verstedelijking
lijdt tot afnemende kerkelijke en sociale invloed op de gezinsgrootte.

Livre connecté
 image
Éditeur: 2017-07-26 ISBN: 9789006619294 Édition: 5

Infos sur le Document

Type
Année scolaire
5
Livre entier ?
Oui
Publié le
12 mars 2022
Nombre de pages
12
Écrit en
2021/2022
Type
Resume
€5,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
annexvdw
4,4
(5)
Vendu
34
Abonnés
29
Éléments
0
Dernière vente
1 année de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions