Naam: Yilska Smet Datum: 3/04/2020
Groep: 1BLTc Vak: Labo farmaceutische analyse
Docent: T Warnez
Bepaling van de identiteit van een pijnstiller aan de hand van
dunnelaagchromatografie (DLC)
1. Principe
Dunnelaagchromatografie is een techniek waarbij verschillende componenten van elkaar
kunnen gescheiden worden. Bij DLC wordt er gebruik gemaakt van een mobiele fase, ook wel
het eluens genoemd, en van de stationaire fase, namelijk de plaat. De mobiele fase beweegt
over de stationaire fase door capillaire werking, waarbij de te scheiden componenten
worden meegenomen in de mobiele fase. Door het verschil in aantrekkingskracht voor de
stationaire fase, zal er een scheiding gebeuren. In deze proef wordt er gewerkt met een
polaire stationaire fase en een apolaire mobiele fase, hier zullen dus meer polaire stoffen
minder ver op de stationaire fase elueren aangezien zij een vrij grote affiniteit vertonen voor
de stationaire fase. Apolaire stoffen lopen langer mee met de eluens, aangezien zij een
grotere affiniteit vertonen voor het eluens dan voor de stationaire fase.
2. Referentiestoffen
Figuur1: structuurformule van paracetamol met aanduiding van polaire groepen
, Benoem de functionele groepen :
-OH = hydroxylgroep
-CONH- = amidegroep
Paracetamol heeft de sterkste polariteit tov acetylsalicylzuur en ibuprofen.
Figuur2: structuurformule van aspirine met aanduiding van polaire groepen
Benoem de functionele groepen :
-COO- = ester
-COOH = carboxylgroep
Aspirine heeft een sterkere polariteit dan ibuprofen maar een zwakkere polariteit als paracetamol.
Figuur3: structuurformule van ibuprofen met aanduiding van polaire groepen
-COOH = carboxylgroep
Ibuprofen is het zwakste qua polariteit vergeleken met aspirine en paracetamol.
Groep: 1BLTc Vak: Labo farmaceutische analyse
Docent: T Warnez
Bepaling van de identiteit van een pijnstiller aan de hand van
dunnelaagchromatografie (DLC)
1. Principe
Dunnelaagchromatografie is een techniek waarbij verschillende componenten van elkaar
kunnen gescheiden worden. Bij DLC wordt er gebruik gemaakt van een mobiele fase, ook wel
het eluens genoemd, en van de stationaire fase, namelijk de plaat. De mobiele fase beweegt
over de stationaire fase door capillaire werking, waarbij de te scheiden componenten
worden meegenomen in de mobiele fase. Door het verschil in aantrekkingskracht voor de
stationaire fase, zal er een scheiding gebeuren. In deze proef wordt er gewerkt met een
polaire stationaire fase en een apolaire mobiele fase, hier zullen dus meer polaire stoffen
minder ver op de stationaire fase elueren aangezien zij een vrij grote affiniteit vertonen voor
de stationaire fase. Apolaire stoffen lopen langer mee met de eluens, aangezien zij een
grotere affiniteit vertonen voor het eluens dan voor de stationaire fase.
2. Referentiestoffen
Figuur1: structuurformule van paracetamol met aanduiding van polaire groepen
, Benoem de functionele groepen :
-OH = hydroxylgroep
-CONH- = amidegroep
Paracetamol heeft de sterkste polariteit tov acetylsalicylzuur en ibuprofen.
Figuur2: structuurformule van aspirine met aanduiding van polaire groepen
Benoem de functionele groepen :
-COO- = ester
-COOH = carboxylgroep
Aspirine heeft een sterkere polariteit dan ibuprofen maar een zwakkere polariteit als paracetamol.
Figuur3: structuurformule van ibuprofen met aanduiding van polaire groepen
-COOH = carboxylgroep
Ibuprofen is het zwakste qua polariteit vergeleken met aspirine en paracetamol.