Visie op Erikson
Nadruk op psychosociale identiteit van het individu
Elk mens maakt in de loop van zijn leven crisissen mee
Crisissen onstaan door contact met anderen
Na de crisis vormt de persoonlijkheid zich op een hoger niveau
Visie op identiteitsontwikkeling
- Opeenvolging van crisissen is normaal
- Elke fase bevindt het kind zich tussen 2 polen die elk een extreme houding uitdrukken tegen
zichzelf en de omgeving
- Door deze tegenstelling ontstaat een crisis
Oplossing = een dominantie van de positieve pool
Bv: Vertrouwen is positief weegt meer door dan het wantrouwen
Geen enkel persoonlijkheidsaspect is op een bepaald moment nieuw -> is vanaf de
geboorte al reeds aanwezig
1) Vertrouwen versus wantrouwen (0-1 jaar)
- Fundamentele functies: ademhalen, drinken, eten
- Baby geniet van liefde krijgen
- Crisis: overgang naar vast voedsel, naar de onthaalmoeder
- Oplossing: vertrouwen (mama of papa komt altijd terug)
- Niet opgelost:
Wantrouwen wordt dominant
Later bv. opeisen van de partner wegens gevoelens van angst en wantrouwen
2) Autonomie versus vertwijfeling (1-3jaar)
- Kind leert sluitspieren controleren
- Psychosociaal functioneren: vasthouden en loslaten
Bv. kind zegt ‘Ga weg!’ of: ‘Neen, geen kusje!’
- Kind leert zich voortbewegen (kruipen, lopen)
- Ontdekking van eigen wil (koppig vasthouden)
- Oplossing: vertrouwen uit de vorige fase + liefdevol omgaan met het kind
- Niet opgelost:
Heel het leven rondlopen met gevoelens van zelftwijfel, schaamte + streven naar autonomie
3) Initiatief versus schuld (3-5 jaar)
- Het kind weet reeds dat het een eigen persoon is en gaat nu ontdekken wat voor soort persoon
het kan worden
- Drang naar exploratie, maar ook angst om gestraft te worden
- Vorming van het geweten
- Psychoseksuele functioneren:
indringen en opnemen
In de onbekende wereld indringen en er iets maken
Bv: tekeningen op de muur
Opnemen van kennis en iets namaken
Bv: mama en papa spelen
- Oedipuscomplex zoals Freud
Oplossing: identificatie waardoor genegenheid van beide ouders wordt verworven:
Vader en moeder zijn elk op hun eigen manier fier (bv: vader ziet zichzelf, moeder
ziet haar baby een echt jongen worden)
- Identificatie:
Nadruk op psychosociale identiteit van het individu
Elk mens maakt in de loop van zijn leven crisissen mee
Crisissen onstaan door contact met anderen
Na de crisis vormt de persoonlijkheid zich op een hoger niveau
Visie op identiteitsontwikkeling
- Opeenvolging van crisissen is normaal
- Elke fase bevindt het kind zich tussen 2 polen die elk een extreme houding uitdrukken tegen
zichzelf en de omgeving
- Door deze tegenstelling ontstaat een crisis
Oplossing = een dominantie van de positieve pool
Bv: Vertrouwen is positief weegt meer door dan het wantrouwen
Geen enkel persoonlijkheidsaspect is op een bepaald moment nieuw -> is vanaf de
geboorte al reeds aanwezig
1) Vertrouwen versus wantrouwen (0-1 jaar)
- Fundamentele functies: ademhalen, drinken, eten
- Baby geniet van liefde krijgen
- Crisis: overgang naar vast voedsel, naar de onthaalmoeder
- Oplossing: vertrouwen (mama of papa komt altijd terug)
- Niet opgelost:
Wantrouwen wordt dominant
Later bv. opeisen van de partner wegens gevoelens van angst en wantrouwen
2) Autonomie versus vertwijfeling (1-3jaar)
- Kind leert sluitspieren controleren
- Psychosociaal functioneren: vasthouden en loslaten
Bv. kind zegt ‘Ga weg!’ of: ‘Neen, geen kusje!’
- Kind leert zich voortbewegen (kruipen, lopen)
- Ontdekking van eigen wil (koppig vasthouden)
- Oplossing: vertrouwen uit de vorige fase + liefdevol omgaan met het kind
- Niet opgelost:
Heel het leven rondlopen met gevoelens van zelftwijfel, schaamte + streven naar autonomie
3) Initiatief versus schuld (3-5 jaar)
- Het kind weet reeds dat het een eigen persoon is en gaat nu ontdekken wat voor soort persoon
het kan worden
- Drang naar exploratie, maar ook angst om gestraft te worden
- Vorming van het geweten
- Psychoseksuele functioneren:
indringen en opnemen
In de onbekende wereld indringen en er iets maken
Bv: tekeningen op de muur
Opnemen van kennis en iets namaken
Bv: mama en papa spelen
- Oedipuscomplex zoals Freud
Oplossing: identificatie waardoor genegenheid van beide ouders wordt verworven:
Vader en moeder zijn elk op hun eigen manier fier (bv: vader ziet zichzelf, moeder
ziet haar baby een echt jongen worden)
- Identificatie: