Technologie van het beeld samenvatting
Les 1: camera obscura en camera’s
Fotografie= schrijven met licht en schaduw
Camera obscura= gaatjescamera. Donkere ruimte met klein gat (pinhole) in.
=> principe elke camera
Projectie gebeurt omgekeerd en gespiegeld
=> licht gaat altijd recht (niet plooibaar)
Fotograaf die nog steeds camera obscura gebruikt: A. Morell
Eigenschappen pinhole camera
- Beeld is nooit scherp
- elk punt even (on)scherp
- geen scherpte diepte
Voordelen Nadelen
Goedkoop Lange belichtingstijd
Licht nooit scherp => als objectief gebruikt
wel
Klein door objectief: 1 vlak scherp
Type camera’s
• Camera in een telefoon
• Compactcamera’s (point & shoot) : Goedkoop, veel in focus
• Kleinbeeld: 35 mm (sensorgrootte) - spiegelreflex of systeemcamera
meestal prof gebruik => veel objectieven, flexibel, veel pixels, manueel en
automatisch
• Middenformaat (Hasselblad, Mamiya, …) : grote sensor: veel pixels
• Grootformaat (Cambo, ….) zwaar, gemakkelijk, meestal op statief
, Extra documenten les 1
Compact camera= goedkoop, werkt automatisch, focus ligt vast, sommige duurdere
wel focus, gemakkelijk mee te nemen
DSLR= zwaar en duur, goed voor hoge iso’s
SLT= camera waar spiegel niet beweegt, gemakkelijker voor snelle bewegingen vast
te leggen.
Systeemcamera= lichter en soms goedkoper
middenformaat= grotere sensor, meer pixels, betere kwaliteit, kan verschillende
ratios foot’s maken, zwaarder
Grootformaat= gemakkelijkste en meest flexibel, je ziet foto altijd gepeigeld en
omgedraaid, moet altijd op statief.
Les 2: de kleinbeeldcamera/DLSR
1: Modus
P:Program S/T: sluitertijd A:Diafragma M: Manueel
Alles wordt door Hoelang sluiter regelt hoeveel licht Zelf lichtmeting
camera gedaan opengaat om licht binnen en buiten doen
te registreren gaat
automatische Je kiest zelf s/t de zit in objectief Je stelt zelf alles in
lichtmeting rest doet camera groot dia: veel licht
zelf klein dia: weinig
licht
weinig controle Weinig controle weinig controle Controle over
over beeld over beeld over beeld beeld
2: lichtmeting
Iso:
- = lichtgevoeligheid
- steeds zo laag mog instellen: anders veel ruis, noise, grain Native iso: best
gevende kwal
- is steeds verdubbeling: 100- 200-400-800
manueel licht meten:
Licht zit goed
onderbelicht beeld, best st en dia aanpassen
Les 1: camera obscura en camera’s
Fotografie= schrijven met licht en schaduw
Camera obscura= gaatjescamera. Donkere ruimte met klein gat (pinhole) in.
=> principe elke camera
Projectie gebeurt omgekeerd en gespiegeld
=> licht gaat altijd recht (niet plooibaar)
Fotograaf die nog steeds camera obscura gebruikt: A. Morell
Eigenschappen pinhole camera
- Beeld is nooit scherp
- elk punt even (on)scherp
- geen scherpte diepte
Voordelen Nadelen
Goedkoop Lange belichtingstijd
Licht nooit scherp => als objectief gebruikt
wel
Klein door objectief: 1 vlak scherp
Type camera’s
• Camera in een telefoon
• Compactcamera’s (point & shoot) : Goedkoop, veel in focus
• Kleinbeeld: 35 mm (sensorgrootte) - spiegelreflex of systeemcamera
meestal prof gebruik => veel objectieven, flexibel, veel pixels, manueel en
automatisch
• Middenformaat (Hasselblad, Mamiya, …) : grote sensor: veel pixels
• Grootformaat (Cambo, ….) zwaar, gemakkelijk, meestal op statief
, Extra documenten les 1
Compact camera= goedkoop, werkt automatisch, focus ligt vast, sommige duurdere
wel focus, gemakkelijk mee te nemen
DSLR= zwaar en duur, goed voor hoge iso’s
SLT= camera waar spiegel niet beweegt, gemakkelijker voor snelle bewegingen vast
te leggen.
Systeemcamera= lichter en soms goedkoper
middenformaat= grotere sensor, meer pixels, betere kwaliteit, kan verschillende
ratios foot’s maken, zwaarder
Grootformaat= gemakkelijkste en meest flexibel, je ziet foto altijd gepeigeld en
omgedraaid, moet altijd op statief.
Les 2: de kleinbeeldcamera/DLSR
1: Modus
P:Program S/T: sluitertijd A:Diafragma M: Manueel
Alles wordt door Hoelang sluiter regelt hoeveel licht Zelf lichtmeting
camera gedaan opengaat om licht binnen en buiten doen
te registreren gaat
automatische Je kiest zelf s/t de zit in objectief Je stelt zelf alles in
lichtmeting rest doet camera groot dia: veel licht
zelf klein dia: weinig
licht
weinig controle Weinig controle weinig controle Controle over
over beeld over beeld over beeld beeld
2: lichtmeting
Iso:
- = lichtgevoeligheid
- steeds zo laag mog instellen: anders veel ruis, noise, grain Native iso: best
gevende kwal
- is steeds verdubbeling: 100- 200-400-800
manueel licht meten:
Licht zit goed
onderbelicht beeld, best st en dia aanpassen