Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 16 pages
Resume

Samenvatting Anatomie van de romp

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 16 pages

Samenvatting rond de anatomie van de romp.

Aperçu du contenu

Anatomie
1. Inleiding
SMA = spinale musculaire atrofie
 is de verzamelnaam voor een bepaalde groep neuromusculaire
aandoeningen, ziekten die leiden tot het niet of onvoldoende functioneren van
spieren. De meeste neuromusculaire aandoeningen zijn, net als SMA,
betrekkelijk zeldzaam.
 atrofie = spierafname

1.1 Doelstelling anatomie
Bij alle beroepen in de gezondheidszorg werk je met mensen met eigen
lichamelijke, geestelijke en sociale eigenschappen. Je geeft hulp, instructies,
aanwijzingen en informatie. Inzicht in hoe de gezonde mens gebouwd is en
functioneert.
Je hebt een zodanige kennis van en inzicht in de bouw en functie van het
gezonde menselijk lichaam, dat je voor je eigen vakgebied in de
gezondheidszorg rekening kan houden met de mogelijkheden en
beperkingen van het menselijk lichaam.

1.2 Terreinverkenning
Anatomie = ontleedkunde  bouw van het menselijk lichaam
 Ana = uiteen
 Temnein = snijden
 Geeft geen antwoord op de vraag hoe het menselijk lichaam werkt

Fysiologie bestudeert de functies van levende organismen  het meten en
bepalen van functies van het levende lichaam
 Physis = natuur
 Logos = leer, wetenschap
 Voorbeelden: bloeddruk, samenstelling urine, spierkracht,…

Anatomie + fysiologie = functionele anatomie
 de bouw van een lichaamsdeel of orgaan hangt samen met de functie
ervan
 Vorm en bouw zijn bepalend voor de functiemogelijkheden (hand ten
opzichte van voet)
 Functie van een orgaan heeft invloeden op de bouw ervan (hardlopen)




1

,1.3 Inleidende begrippen
Terminologie anatomie:
 Internationale naamgeving voor functionele anatomie
 Gebaseerd op Latijn
 Namen van onderzoekers
 Afkortingen
o a.  arteria (slagader)
o v.  vena (ader)
o m.  musculus (spier)
o mm.  musculi (meervoud van musculus)
o C  cervicaal
o Th  thoracaal
o L  lumbaal
o S  sacraal
o n.  nervus (perifere zenuw, aftakkingen van
ruggemergzenuwen)
o N.  nervus (central zenuw, hersenzenuw)
 Vertebra, vertebrae, arteria vertebralis


De mens is meer dan de som der delen
 Psychosomatische eenheid
 Sociale aspect
 Ontleden = kunstmatig
 holistische benadering

1.3.1 Topografi e
1.3.1.1 Anatomische houding
= een rechtopstaand individu, voorzijde gericht naar de observator, armen
zijdelings ervan, de handpalmen en de tenen naar voren gericht.
Lichaamssnijvlakken: deze maken denkbeeldige doorsneden door het
lichaam of delen daarvan
 Frontaal vlak/doorsnede
o Verdeelt het lichaam in een voor - en achterzijde
o Evenwijdig met het voorhoofd

 Sagittaal vlak
o Sagittale doorsnede
 Verdeelt het lichaam in links en rechts
 Loodrecht op frontale vlakken

2

, o Mediane vlak of mediosagittale vlak
 Door middellijn of mediaan (door neus en navel)
 Geeft links/rechts-symmetrie van het lichaam aan

 Transversaal of horizontaal vlak
o Verdeelt het lichaam in een bovenste en onderste gedeelte
o Loodrecht op de lengteas van het lichaam
o Evenwijdig aan het vloeroppervlak

Snijvlakken door buisvormige organen
 Transversaal of horizontaal
o Ontstaan van cirkelvormige uiteinden + lumen (eenheid van
lichtstroom)

 Longitudinaal of verticaal
o Ontstaan van ‘gootje’

1.3.1.2 Statistische richting- of plaatsaanduidingen
 Vanuit de anatomische houding
 Volgens de terminologie anatomie
 Plaatsaanduiding ten opzichte van een andere structuur
 Gepaard

1. Algemene aanduidingen
 Mediaal en lateraal geven aan of structuur zich meer aan de zijde
van het mediane vlak bevindt of hier juist verder van verwijderd is
 Intermediair: wanneer iets tussen mediaal en lateraal in ligt
 Proximaal en distaal geven aan of een structuur dichter bij of verder
van de romp ligt
 Sinister (links) en dexter (rechts)
 Internus en externus zijn termen die aangeven of iets meer naar
binnen of meer naar buiten is gelegen
 Superficialis en profundus duiden een oppervlakkige of een diepe
ligging aan
 Centraal en perifeer voor structuren in het midden en aan de
uiteinden

2. Aanduidingen bij grotere afstanden/structuren
 Ventraal en dorsaal duiden structuren aan die meer aan de voorzijde
(ventrale zijde) of aan de achterzijde (dorsale zijde) liggen


3

Infos sur le Document

Publié le
15 janvier 2022
Nombre de pages
16
Écrit en
2019/2020
Type
Resume
€6,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
0
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions