Hoe meet je welvaart ?:
Welvaartsverschillen tussen landen kun je op een aantal manieren meten:
1 Meest gebruikte maat is bruto binnenlandse product per hoofd.
- Bereken je door de waarde van de goederen en diensten die in 1 jaar
geproduceerd worden door alle personen en bedrijven gevestigd in dat land,
op te tellen. Deel je dit bedrag door het aantal inwoners, dan heb je
bbp/hoofd. Om een vergelijking te maken druk je het bbp uit in dollars of
euro’s.
2 De samenstelling van de beroepsbevolking.
- De algemene regel is dat het ontwikkelingspeil hoger is dat het
ontwikkelingspeil hoger is als er minder mensen in de landbouw werken en
meer in de formele dienstensector.
Hoe meet je welzijn ?:
De levensomstandigheden kun je zien aan de VN-ontwikkelingsindex of welzijnsindex.
Hierbij let men, naast inkomen, ook op de alfabetiseringsgraad (of het analfabetisme) en de
levensverwachting.
Het welzijn van mensen wordt ook sterk bepaald door zaken als toegang tot schoon
drinkwater, onderwijs en gezondheidszorg, de voedselsituatie en de beschikbaarheid van
telefoon en computer.
Problemen bij het meten van de welvaart:
Aan het bbp/hoofd als maatstaf voor het meten van de welvaart zitten 4 nadelen:
1 De dollar is niet overal evenveel waard. Om die onzuiverheid te ondervangen heeft
men het begrip koopkracht bedacht. Daarbij is de prijs van een gevulde
boodschappenmand voor elk land omgerekend naar 1 standaard: de dollar.
- Voor een brood is NL betaal je 2 euro, maar in India is dat maar 20 cent.
2 De inkomsten uit de informele sector, de ruilhandel en de zelfvoorziening in de
landbouw tellen vaak niet mee in de statistieken van de officiële economie. In veel
landen is de informele sector groter dan de officiële, formele sector.
- De levensstandaard in veel Afrikaanse landen stijgt vooral door de bloeiende
informele sector. Ook hierdoor zie je dat in de praktijk de situatie in veel arme
landen rooskleurig is dan de cijfers laten zien.
3 Achter een aardig gemiddeld inkomen kan voor een grote groep mensen toch een
wereld van armoede schuilgaan. Ongewenste en grote verschillen in inkomen en
ontwikkelingskansen tussen groepen mensen noem je sociale ongelijkheid.
De grootste inkomensverschillen komen juist voor in landen die de laatste jaren een
snelle economische ontwikkeling hebben doorgemaakt (brazilië en China)
Een groot deel van de groeiende welvaart verdwijnt daar in de zakken van een klein
deel van de bevolking. Maar ook in een rijk land als de VS groeit het verschil tussen
arm en rijk.
4 Het bbp/hoofd laat geen regionale verschillen zien.
Onrechtvaardige verschillen in welvaart en ontwikkeling tussen gebieden noem je
Welvaartsverschillen tussen landen kun je op een aantal manieren meten:
1 Meest gebruikte maat is bruto binnenlandse product per hoofd.
- Bereken je door de waarde van de goederen en diensten die in 1 jaar
geproduceerd worden door alle personen en bedrijven gevestigd in dat land,
op te tellen. Deel je dit bedrag door het aantal inwoners, dan heb je
bbp/hoofd. Om een vergelijking te maken druk je het bbp uit in dollars of
euro’s.
2 De samenstelling van de beroepsbevolking.
- De algemene regel is dat het ontwikkelingspeil hoger is dat het
ontwikkelingspeil hoger is als er minder mensen in de landbouw werken en
meer in de formele dienstensector.
Hoe meet je welzijn ?:
De levensomstandigheden kun je zien aan de VN-ontwikkelingsindex of welzijnsindex.
Hierbij let men, naast inkomen, ook op de alfabetiseringsgraad (of het analfabetisme) en de
levensverwachting.
Het welzijn van mensen wordt ook sterk bepaald door zaken als toegang tot schoon
drinkwater, onderwijs en gezondheidszorg, de voedselsituatie en de beschikbaarheid van
telefoon en computer.
Problemen bij het meten van de welvaart:
Aan het bbp/hoofd als maatstaf voor het meten van de welvaart zitten 4 nadelen:
1 De dollar is niet overal evenveel waard. Om die onzuiverheid te ondervangen heeft
men het begrip koopkracht bedacht. Daarbij is de prijs van een gevulde
boodschappenmand voor elk land omgerekend naar 1 standaard: de dollar.
- Voor een brood is NL betaal je 2 euro, maar in India is dat maar 20 cent.
2 De inkomsten uit de informele sector, de ruilhandel en de zelfvoorziening in de
landbouw tellen vaak niet mee in de statistieken van de officiële economie. In veel
landen is de informele sector groter dan de officiële, formele sector.
- De levensstandaard in veel Afrikaanse landen stijgt vooral door de bloeiende
informele sector. Ook hierdoor zie je dat in de praktijk de situatie in veel arme
landen rooskleurig is dan de cijfers laten zien.
3 Achter een aardig gemiddeld inkomen kan voor een grote groep mensen toch een
wereld van armoede schuilgaan. Ongewenste en grote verschillen in inkomen en
ontwikkelingskansen tussen groepen mensen noem je sociale ongelijkheid.
De grootste inkomensverschillen komen juist voor in landen die de laatste jaren een
snelle economische ontwikkeling hebben doorgemaakt (brazilië en China)
Een groot deel van de groeiende welvaart verdwijnt daar in de zakken van een klein
deel van de bevolking. Maar ook in een rijk land als de VS groeit het verschil tussen
arm en rijk.
4 Het bbp/hoofd laat geen regionale verschillen zien.
Onrechtvaardige verschillen in welvaart en ontwikkeling tussen gebieden noem je