• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 20 pages
Resume

Samenvatting Anatomie en Fysiologie van het Dier: H1 & H2 | Agro- en biotechnologie: dierenzorg | Hogeschool Gent | 2026/27

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 20 pages

Dit is een samenvatting van de eerste 2 hoofdstukken van de cursus anatomie en fysiologie van het dier. Een vak dat wordt gegeven in het 1e jaar van de bachelor agro- en biotechnologie met afstudeerrichting dierenzorg. Deze samenvatting is ideaal om de tussentijdse testjes mee te maken, ik haalde er gemiddeld 90% mee op de testjes tot nu toe. Als je deze samenvatting naast de figuren legt om te studeren, moet het zeker lukken!

Aperçu du contenu

H1: Inleiding

1 Situering
1) Anatomie
 Anatomie = studie v/d vorm, bouw, ligging en onderlinge relaties van lichaamsstructuren
(cellen, weefsels, organen en stelsels)
 Microscopische anatomie = studie v/d vorm, bouw, ligging en onderlinge betrekkingen van
structuren die niet meer met het blote oog waarneembaar zijn
o Cytologie = celleer = studie v/d celstructuur
o Histologie = weefselleer = studie v/d weefselstructuur
 Macroscopische anatomie = studie v/d vorm, bouw, ligging en onderlinge betrekkingen van
organen, stelsels en hun macroscopisch waarneembare onderdelen
o Systematische anatomie: lichaam bestuderen per stelsel
o Vergelijkende anatomie: overeenkomsten en verschillen tussen diersoorten
bestuderen
o Topografische anatomie: ligging en onderlinge relaties anatomie bestuderen
o Regionale anatomie: alle anatomische structuren van lichaamsregio bestuderen
o Toegepaste/klinische anatomie: anatomische structuren belangrijk voor medische
behandelingen en chirurgische ingrepen bestuderen

2) Fysiologie
 Fysiologie = studie v/d werking en functies v/d verschillende cellen, weefsels, organen en
stelsels.
o Processen die ervoor zorgen dat een organisme in leven blijft en zich kan aanpassen
aan veranderingen i/d omgeving bestuderen
 Cel < weefsel < orgaan < stelsel
o Cel = anatomische eenheid v/e levend wezen
o Weefsel = geheel van analoge cellen
o Orgaan = structuur opgebouwd uit verschillende weefsels die samen 1 of meerdere
specifieke functies vervullen
o Stelsel = geheel van organen met eenzelfde fysiologische functie

,2 Terminologie voor het aanduiden van de ligging, richting en
aanzichten
1) Doorsneden
 Mediane snede = doorheen lengteas v/d wervelkolom
 Sagittale snede = evenwijdig met mediane snede
 Transversale/dwarse snede = loodrecht op wervelkolom/ledematen
 Horizontale snede = verdeelt lichaam in dorsale (omhoog) en ventrale (omlaag) zijde

2) Richtingsaanduidingen
 Craniaal: naar kop (voor)
 Caudaal: naar staart (achter)
 Lateraal: naar zijkant v/h lichaam (uit)
 Mediaal: naar midden v/h lichaam (in)
 Dorsaal: naar rugzijde (boven)
 Ventraal naar buikzode (onder)

3) Terminologie met betrekking tot lichaamshelften
 Ipsilateraal: aan dezelfde zijde v/h lichaam
 Contralateraal: tegenoverliggende zijde v/h lichaam
 Bilateraal: aan beide zijden v/h lichaam

4) Terminologie voor ingewanden (viscera) en
lichaamsholten
 Parietaal: tegen lichaamswand
 Visceraal: tegen ingewanden

5) Terminologie voor de kop
 Dorsaal (bovenzijde kop) – ventraal (onderzijde
kop)
 Rostraal (neustop, ipv caudaal) – craniaal
(achterzijde kop)

6) Terminologie voor de ledematen
 Proximaal: dicht tegen romp
 Distaal: verder van romp
 Mediaal: binnenzijde lidmaat
 Lateraal: buitenzijde lidmaat
 Dorsaal: voorzijde lidmaat
 Palmair: achterzijde voorbeen
 Plantair: achterzijde achterbeen
 Axiaal: naar middenlijn van lidmaat gericht
 Abaxiaal: weg v/d middenlijn v/h lidmaat

7) Andere terminologie
 Internus: inwendig
 Externus: uitwendig
 Profundus: diep
 Superfacialis: oppervlakkig

, H2: Osteologie

3 Functies van het skelet
 Steun en vormgeving a/h lichaam
 Aanhechtingsplaats voor spieren en vorming van hefbomen die beweging mogelijk maken
 Bescherming van vitale organen
 Dynamische opslagplaats voor mineralen (vnl calcium en
fosfor)
 Vorming van bloedcellen i/h rode beenmerg


4 Structuur van het bot
1) Het lange been
a) Beenstructuur
 Epifysen: 2 bredere uiteinden
o Kraakbeen: dunne laag die epifyse bekleed (ipv
periost)
o Compact been
o Spongieus been: beenbalkjes omsluiten kleine
ruimtes waar beenmerg in voorkomt
 Diafyse = middenstuk: holle cilinder
o Mergholte: centrale holte v/d diafyse
o Jong dier : rood beenmerg
o Volwassen dier : geel beenmerg
 Compact been: vormt wand v/d botcilinder
 Periost = beenvlies: dunne laag die compact been
bekleed
 Endost: bekleed centrale mergholte, kleine openingen
i/h spongieus been en kanalensysteem in compact been

b) Eigenlijke beenweefsel
 Compact beenweefsel:
o Tussencelstof/botmatrix: osteoïd (collageenvezels gevormd in osteoblasten)
doortrokken met calciumfosfaatzouten. Het is hard, ondoorschijnend en wit.
o Kanalen van Havers: cilindrische kanalen met
bloedvaten en zenuwen. Gelegen volgens de lengte v/h
been en dwars verbonden. Zorgt voor toevoer van O2
en voedingsstoffen naar beenweefsel.
o Osteoblasten: zorgen voor vorming nieuwe botmatrix
(ossificatie) adhv afzetting van calciumfosfaatzouten.
Eens volledig omgeven door gecalcificeerde botmatrix
veranderen ze in osteocyten. (Beencel)
o Osteocyten: volwassen beencellen in kleine holtes
rond de kanalen van Havers. Fijne kanaaltjes zorgen
voor verbinding tussen de osteocyten. (Beencel)
o Osteoclasten: grote cellen betrokken bij de afbraak
van beenweefsel door afgifte van zuren en enzymen
(Beencel)

,  Sponsachtig beenweefsel: netwerk van onderling verbonden beenbalkjes (trabekels)
e/d ruimtes hiertussen zijn gevuld met beenmerg. Vooral in epifysen v lange beenderen
 Periost: vlies van dicht bindweefsel dat het bot omgeeft. Het is gehecht aan
onderliggend beenweefsel
o Binnenzijde is een beenvormende laag  lage activiteit bij volwassenen, maar kan
terug actief worden bij herstelprocessen (botbreuk)
o Behalve thv gewrichtsvlakken  bot bedekt met hyalien kraakbeen
 Endost: dun bindweefselvlies dat inwendige botoppervlakken (mergholte etc.) bekleed
o Dun, celrijk bindweefsellaagje dat osteoclasten en -blasten bevat
 Beenmerg: zacht weefsel bestaande uit bindweefselcellen, vetcellen, bloedvaten en
voorlopercellen van bloedcellen.
o In mergholte van lange beenderen + sponsachtig beenweefsel
o Rood beenmerg: actief betrokken bij vorming bloedcellen
o Geel beenmerg: voornamelijk vetcellen
 Gewrichtskraakbeen: dun laagje doorschijnend hyalien kraakbeen dat met onderliggend
bot verbonden is.
o Diarthrosen = gewrichten met gewrichtsholte en synoviaalvocht
o Verminderd de wrijving tss gewrichtsvlakken + shockabsorberend

2) De ossificatie/verbening
a) Soorten verbening
 Endochondrale verbening: kraakbeen  been
 Intramembraneuze verbening: bindweefsel  been

b) Het lange been
 Lengtegroei oiv groeischijven:
o Kraakbeen ondergaat endochondrale verbening  vorming verbeningskernen
o Verbening start in centrum v/d diafyse
o Groeikaakbeenschijf/groeischijf: kraakbeenlaag op overgang tss diafyse en
epifyse, zorgen voor verdere lengtegroei. Worden uiteindelijk ook verbeend en
doorbroken  einde v/d lengtegroei
o Sluiting groeischijven afhankelijk van meerdere factoren: genetisch, voeding,
(geslachts)hormonen…
 Diktegroei: nieuwe beenvorming langs binnenzijde v/h periost door osteoblasten i/d
osteogene laag
 Apofysen = beenuitsteeksels die uit afzonderlijke beenkern ontstaan maar geen
gewrichtskraakbeen behouden

c) Het korte been
 Korte beenderen hebben een duidelijke mergholte, lange beenderen niet
 Korte beenderen ontstaan uit slechts 1 verbeningskern
 Sesambeentjes: bevinden zich in
pezen ter hoogte van gewrichten en
beschermen tegen druk en slijtage
o Worden niet omgeven door
periost
o Patella/knieschijf = grootste
sesambeen v/h lichaam

Infos sur le Document

Publié le
24 octobre 2026
Nombre de pages
20
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
€5,49

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
KlaraS2007
4,0
(1)
Vendu
3
Abonnés
0
Éléments
9
Dernière vente
3 semaines de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions