microscopie
1. Het onderzoeksterrein
Cytologie
= microscopische studie van cellen
Histologie
= studie van weefsels ( bouw + functie )
niet zichtbaar met het blote oog
2. Verschillende termen
Weefsels
= cellen met dezelfde functie + extracellulaire componenten
Orgaan
= verschillende weefsels met specifieke organisatie
Stelsel
- Organen met verwante functie
Het blote oog: tot 0,1 mm
Een lichtmicroscoop
- vergroot 1000x => resolutie: tot 200 nm
beperkt door de golflengte van zichtbaar licht.
Een elektronenmicroscoop
- elektronenbundel
- Vergroot 1 miljoen => resolutie: tot 0,2 nm.
=> golflengte van elektronenmicroscoop is korter => kleinere details
, 3. Een lichtmicroscoop
3.1 Bouw van lichtmicroscoop
3 lenssytemenen
- Condensor: bundelt invallende licht op preparaat
- Objectief K: vormt tussenbeeld
- Oculair: vergroot beeld & projecteert op netvlies
Eindvergroting = vergroting objectief * vergroting oculair
3.2 Resolutie en numerieke apertuur
Resolutie R
= kleinste afstand waarbij 2 punten nog als afzonderlijk kunnen worden waargenom
-> te dicht: lijkt op 1 punt
- Kleinere R = betere resolutie = betere microscoop
Resolutie R = K . λ / NA
Maximale resolutie = ½ golflengte van het gebruikte licht
Vergroting en resolutie
1. zinvolle vergroting:
= vergroting + resolutie ↑ => beeld wordt groter én scherper => meer details.
- Een vergroting is zinvol wanneer het vergrote beeld groot genoeg is om door het oog
te worden waargenomen én de resolutie van het optisch systeem toelaat om extra
details zichtbaar te maken.
resolutie microscoop x vergrotingsfactor = resolutie oog
2. Zinloze / lege vergroting:
= vergroting ↑ + resolutie blijft gelijk => uit evenwicht => groter beeld én waziger
=> geen extra details
Numerieke apertuur NA
- meet voor de lichtopvang van objectief
- hogere NA = bredere lichtkegel = beter resolutie
- Afhankelijk van:
Halve tophoek van lichtkegel.
brekingsindex (n) van medium
NA = N . sin α.