• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 31 pages
Resume

Samenvatting LKT Taal | Negen taaldomeinen | 2026/2027

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 31 pages

Samenvatting van LKT Taal voor de Lerarenopleiding Basisonderwijs (PABO). Het document behandelt de kennisbasis Nederlandse taal met de negen taaldomeinen (mondelinge taalvaardigheid, woordenschat, geletterdheid, lezen, schrijven, jeugdliteratuur, taalbeschouwing en spelling), vier didactische invalshoeken, en argumenten voor apart taalonderwijs. Dit is een praktische samenvatting voor studenten die zich voorbereiding op examens en het onderwijzen van taal in de basisschool. De samenvatting heeft 31 pagina's.

Aperçu du contenu

Samenvatting LKT Taal:

Hoofdstuk 1: De kennisbasis Nederlandse taal

Negen taaldomeinen:

1. Mondelinge taalvaardigheid
2. Woordenschat
3. Beginnende geletterdheid
4. Voortgezet technisch lezen
5. Begrijpend lezen
6. Stellen
7. Jeugdliteratuur
8. Taalbeschouwing
9. Spelling

Vier invalshoeken bij de domeinen:

- Leerinhoud: Wat is de leerinhoud? Wat moet je weten en kunnen in een domein.
- Domeindidactiek: Hoe wordt de leerinhoud onderwezen? Vaardigheden van de
leerkracht.
- Fundament: Wat is het fundament onder de leerinhoud? Wat is er bekend,
achtergrondkennis.
- Taaldidactiek en taalbeleid: Wat zijn de algemene taal didactische principes? Manieren
waarop je taalonderwijs kunt geven of hoe je een beleid kan ontwikkelen.



Hoofdstuk 2: Taalonderwijs en taal

Vijf argumenten om apart onderwijs te geven in taal:

1. Schriftelijke taalvaardigheid leren kinderen niet spontaan: De meeste kinderen hebben
hulp nodig van een leesmethode en een spellingmethode.
2. Niet alle kinderen kunnen zich zelfstandig een bepaald niveau van taalvaardigheid eigen
maken: De beginsituatie van kinderen op de basisschool varieert. Niet alle kinderen
spreken Standaardnederlands thuis. Een leerkracht moet hierop in spelen.
3. Op school leer je een ander soort taalgebruik dan in het dagelijks leven: Op school leer je
de regels voor het Standaardnederlands. Daarnaast leer je een bepaald
begrippenapparaat om over taal te praten. Gericht taalonderwijs leert kinderen die
regels, woorden en begrippen.
4. Bepaalde taalvormen leer je alleen met behulp van het taalonderwijs: Het taalonderwijs
geeft kinderen ruimte om de regels van bepaalde taalvormen bij te brengen.
5. Als je kinderen plezier in het lezen van boeken wilt bijbrengen, dan moet je daar apart
aandacht aan besteden: Onderwijs in jeugdliteratuur is hierbij helpend.

Traditioneel taalonderwijs = Lesgeven met behulp van een methode. Dit is de oudste en meest
gangbare manier van het taalonderwijs.

Volgens de Wet op het primair onderwijs wordt taalonderwijs in verschillende gebieden
verdeeld:

- Mondeling onderwijs

, - Schriftelijk onderwijs
- Taalbeschouwing, waaronder strategieën

Vanuit de kennisbasis wordt dit nog meer verfijnt: (vanaf groep 3)

- Mondelinge taalvaardigheid: Het spreken, luisteren en het voeren van mondelinge
gespreksvormen staat centraal. Het gaat om ervaring opdoen met mondelinge
taalvormen en leren om spreek- en luisterstrategieën te hanteren.
- Woordenschat: Aanleren van de betekenis van nieuwe woorden, uitdrukkingen,
zegswijzen en spreekwoorden. Ook leren ze strategieën om achter de betekenis van
onbekende woorden te komen.
- Beginnende geletterdheid: Het vermogen om schriftelijke taal te begrijpen en te
gebruiken.
1. Ontluikende geletterdheid: Ontwikkeling van de geletterdheid in de voorschoolse
periode van 0 tot 4 jaar.
2. Beginnende geletterdheid: Ontwikkeling van geletterdheid in groepen 1 t/m 3 van de
basisschool.
3. Gevorderde geletterdheid: Ontwikkeling van geletterdheid in de periode na groep 3.
- Voortgezet technisch lezen: Het kunnen ontcijferen van letters en het hardop lezen van
woorden. Ook wordt er aandacht besteed aan efficiënte leesstrategieën. Het doel is de
vaardigheid van het decoderen van teksten te vergroten.
- Begrijpend lezen: Het begrijpen van de tekst, achterhalen van de bedoeling. Hier kom je
achter door vragen te stellen.
- Stellen: Het schrijven van teksten. Weten hoe je te werk gaat bij het schrijven en wat de
regels en kenmerken zijn van de belangrijkste tekstsoorten.
- Jeugdliteratuur: Het doel is om kinderen in aanraking te brengen met verschillende
literaire genres, hun literaire smaak te ontwikkelen en ze te laten genieten van
jeugdboeken. Motiveren tot zelfstandig lezen.
- Taalbeschouwing: Leren reflecteren op de taalvorm, de manier waarop iets is verwoord
en het gebruik van de taal. Kinderen kunnen in de vorm van taal bijzonderheden en
regelmatigheden ontdekken.
- Spelling: Het gaat erom dat kinderen de meest voorkomende woorden goed kunnen
schrijven en de belangrijkste spellingsregels kunnen toepassen. Ook het hanteren van
regels voor interpunctie hoort hierbij.

Groep ½ is vooral gericht op mondeling taalvaardigheid en wordt holistisch bekeken.

Aanvankelijk lezen = leren lezen in groep 3

Voortgezet lezen = Leesonderwijs na groep 3.

Functies van taal:

1. De communicatieve of sociale taalfunctie: Door middel van taal kan je contact maken
met andere mensen. We gebruiken de taal als een communicatiemiddel. Een spreker wil
een boodschap over brengen aan een hoorder. Het gaat om interactie.
Sociale taalfuncties:
- Zelfhandhaving: Jezelf beschermen en verdedigen van wat je hebt.
- Zelfsturing: Zij ordent met woorden haar handelen en kondigt haar plannen aan.
- Sturing van anderen: Het beïnvloeden van het gedrag van anderen.
- Structurering van het gesprek: Taal gebruiken om het gespreksverloop te beïnvloeden.

, 2. De conceptualiserende of cognitieve functie: Taal gebruiken als hulpmiddel om je
gedachten te ordenen en greep te krijgen op de werkelijkheid. Je hebt niet direct een
mening paraat, maar al pratend en zoekend naar woorden krijg je wat meer greep op de
zaak. Met behulp van taal verwijs je naar betekenissen en concepten uit te werkelijkheid.
Cognitieve taalfuncties:
- Rapporteren: Verslag doen van iets wat in de werkelijkheid voorkomt. Je vertelt over iets
wat je hebt meegemaakt of gezien. Daarbij kan je dingen benoemen, etiketteren of
beschrijven.
- Redeneren: Je bewerkt gebeurtenissen door een extra denkstap toe te voegen. Je kunt
dat doen door de gebeurtenis chronologisch te ordenen, conclusies te trekken, relatie te
leggen tussen middel en doel, relatie te leggen tussen oorzaak en gevolg of om een
voorstel te doen om het probleem op te lossen.
- Projecteren: Je probeert je te verplaatsen in de gedachten en gevoelens van iemand
anders.
3. Expressieve taalfunctie: Taal gebruiken om te experimenteren, gevoelens te uiten, om
iets te zeggen wat andere nog niet eerder hebben gezegd. We gebruiken de taal om iets
op een speciale of creatieve manier te zeggen en om ons van anderen te onderscheiden
of om uitdrukking te geven aan persoonlijke emoties.
4. De communicatieve competentie: Het vermogen om de communicatieve functie van
taal te gebruiken. Het gaat om het toepassen van strategieën, jezelf aanpassen aan
taalgebruikssituaties en het jezelf verwoorden tegenover een ander.
Deelcompetenties:
- Grammaticale competentie (linguïstische competentie): Het kennen van grammatica,
woordenschat, correct vervoegen en verbuigen van woorden en de kennis van correcte
uitspraak van woorden. Het omvat alle kennis van taal en taalregels die nodig zijn om
adequaat te communiceren.
- Tekstuele competentie: Kennis van gesproken en geschreven teksten. Hoe begin je een
gesprek en eindig je het, maar ook kennis van regels voor schriftelijke teksten.
- Strategische competentie: Vermogen van een taalgebruiker om strategieën te hanteren
om zo een bepaald doel te bereiken. Het gaat om schrijf-, spreek-, en luisterstrategieën.
- Functionele competentie: Vermogen om taalgebruik aan te passen aan een specifieke
situatie.

Pragmatische competentie = Strategische en functionele competentie samen, omdat ze
betrekking hebben op de praktijk en het concreet gebruik van de taal.

Recursief systeem = Een element van de taal kan eenzelfde element van de taal bevatten.

Niveaus van taal:

Niveau Regels voor
Fonologisch niveau Uitspraak
Morfologisch niveau Opbouw van woorden
Syntactisch niveau Volgorde van woorden
Semantisch niveau Betekenis
Pragmatisch niveau Gebruik
Orthografisch niveau Spelling

, Hoofdstuk 3: Mondelinge taalvaardigheid

Theorieën over taalverwerving:

1. Het behaviorisme: Stroming binnen de psychologie die ervan uitgaat dat kinderen hun
taal leren door imitatie. Kinderen bootsen de taal die ze in hun omgeving horen na. De
meest frequente woorden worden eerst geleerd. Ook speelt de goedkeuring van ouders
een belangrijke rol. Concrete zelfstandige naamwoorden en werkwoorden die verwijzen
naar dingen en acties worden als eerste geleerd. Voorbeeld is hierbij noodzakelijk.
2. De creatieve constructietheorie (mentalisme): Men gaat ervan uit dat kinderen taal niet
simpelweg imiteren, maar zelf over een aangeboren taalvermogen beschikken waarmee
ze op een creatieve manier zinnen kunnen bouwen. Een kind kan namelijk elke
willekeurige taal leren. Het leert zelf structuur ontdekken in een taal en kan zinnen
vormen die het nog nooit eerder heeft gehoord. De volgorde van taal wordt bepaald door
de biologische rijping, alle kinderen beginnen pas rond hun eerste verjaardag met het
produceren van taal.
3. De interactionele benadering: Men benadrukt dat het taalaanbod van de omgeving en de
interactie tussen een kind en andere moedertaalsprekers belangrijk is bij het leren van
een taal. Het moet afgestemd zijn op de mogelijkheden van het kind. Bijvoorbeeld hogere
toon, duidelijke articulatie, korte zinnen, concrete woorden en veel herhaling.

Eerste taalverwerving:

- Fonologisch niveau: Het vormen van spraakklanken.
- Semantisch niveau: Betekenis van woorden.
- Syntactisch niveau: Leren van regels die er zijn voor het combineren van woorden. Vanaf
+/- 5 jaar produceren kinderen samengestelde zinnen.
- Morfologisch niveau: De manier waarop woorden gevormd worden.
- Pragmatisch niveau: Het eigen maken van de regels voor het gebruik van de taal en de
communicatie tussen mensen.

Taalverwervingsproces:

1. Prelinguale periode (0 tot 1 jaar): De periode voordat een kind zijn eerste woordjes
spreekt. Kinderen produceren geluiden en experimenteren met articulatieorganen. Tot
+/- 9 maanden produceren baby’s dezelfde geluiden. Het zijn onsamenhangende reeks
klanken, zoals aaauuu, brrrr.
- Huilen: Eerste manier van communicatie.
- Vocaliseren: Na een week of 6 gaan baby’s zich met taal bezighouden. Luisteren naar
stemgeluiden en zelf geluiden produceren. Vaak alleen klinkers of vocalen.
- Vocaal spel: Na 4 maanden worden klanken gevarieerder en verschillen in toonhoogte,
luidheid en duur. Kinderen produceren ook medeklinkers en andere klanken die we niet
in het Nederlands kennen. Er ontstaat langzamerhand een interactie tussen ouder en
kind.
- Brabbelen: Na 7 maanden. Een kind herhaalt klankgroepen die al een beetje klinken als
taal. Eerst zonder betekenis, daarna met betekenis.
2. Linguale periode: Een kind gaat woorden en zinnen als communicatiemiddel gebruiken.
- Vroeglinguale periode (1 tot 2,5 jaar): Brabbelen gaat over in betekenisvol taalgebruik.
Woorden zijn eerst sterk verbonden met een gebeurtenis of actie. Daarna wordt het
gebruikt om te verwijzen naar voorwerpen uit de werkelijkheid.
Eenwoordzin: Rond het eerste levensjaar. Verwijzen naar voorwerpen, mensen, dieren.

Livre connecté
 image
Henk Huizenga, José Smeets Basiskennis taalonderwijs
Éditeur: 06 december 2023 ISBN: 9789001034313 Édition: 4

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Oui
Publié le
20 octobre 2026
Nombre de pages
31
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
€6,33

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions