, Dierkunde examen
EXAMENVRAGEN
Open vragen
Bespreek de levenscyclus van:
- Fasciola hepatica
- Plasmodium vivax
- Taenia solium
- Entamoeba histolitica
En geef de risico’s voor de mens
Bespreek de typische eigenschappen van de levenscycli van parasitaire spoelwormen aan de
hand van de voorbeelden die we in de les besproken hebben.
Bespreek de ademhaling van de vertegenwoordigers van de protostomata die we in de
cursus besproken hebben. Tracht de verschillen tussen de groepen te verklaren op basis van
hun levenswijze.
Bespreek de excretie van de vertegenwoordigers van de protostomata die we in de cursus
besproken hebben. Tracht de verschillen tussen de groepen te verklaren op basis van hun
levenswijze.
Bespreek voeding en ademhaling bij de bivalven (morfologie en werking, inclusief vertering
van het opgenomen voedsel).
Bespreek de verschillende ademhalingsstelsels bij de arthropoda en het belang bij hun
specifieke levenswijzen.
Bespreek de vorming en ontwikkeling van het amniote ei (inclusief de structuur en
samenstelling van het ei, de eileg, bevruchting en embryonale ontwikkeling).
Bespreek de ademhaling bij de vogels (structuur van ademhalingsstelsel en werking plus
voordelen)
Welke aanpassingen hebben vogels aan hun vliegende levenswijze?
Welke aanpassingen hebben de spinachtigen en de insecten aan hun leven op het land?
Open vragen
1) Bespreek de levenscyclus van,en geef de risico’s voor de mens
Fasciola hepatica (grote leverbot)
Phylum: Platyhelminthes (platworm), classis: Trematoda (zuigwormen), species: Fasciola hepatica
Algemene voorplanting en ontwikkeling bij de Trematoda:
aseksueel aseksueel aseksueel
ei miracidium sporocyste redia cercaria metacercaria adult
ueel
,Levenscyclus grote leverbot:
De grote leverbot heeft 3
verschillende larvenstadia;
(1) De bevruchte eicel van Fasciola
hepatica geraken via de galleider van
het schaap tot in de darm en dan zo
met de uitwerpselen naar de
1
buitenwereld.(2) De larve groeit in de
eierschaal, verlaat de eierschaal via
het operculum en (3) zwemt enkele
uren rond in water in de vorm van een
miracidium.
4 Larve ontwikkeld in ei
2
(dooiercellen)
3
=> Verlaat ei en zwemt actief rond
=> Dringt slak binnen
=> Zak reproductieve cellen
De grote leverbot is een endoparasiet die in galwegen (onder de lever) van schapen en runderen
leeft (soms mens).
De bevruchte eicel van Fasciola hepatica geraken via de galleider van het schaap tot in de darm en dan zo met
de uitwerpselen naar de buitenwereld. (1) Hierna ontwikkelt de larve in een ei (dooiercellen). Wanneer het
volgroeid is verlaat de larve het ei en zwemt actief rond in het water, in vorm van een miracidium-larve. De
larve heeft een sterk gereduceerde darm, hersenganglia, ocelli (enkelvoudig oog), 2 protonephridia
(nier/uitscheiding) en veel reproductieve cellen (2).
De miracidium-larve boort zich nu in een slak. De slak is een tussengastheer. In de slak gaat de larve naar de
spijsverteringsklier, waar deze zich omvormt tot een sporocyste, een zak die reproductieve cellen omvat. Elke
reproductieve cel vormt een nieuwe larvale vorm, de redia-larve (actieve larve: beweegt door weefsels van de
slak). Dit is een vorm van aseksuele voortplanting. De redia-larve bevat germinatieve cellen (cellen die tot
kieming bestemd zijn), en germinatieve cellen in redia van 2e generatie vormen cercaria-larven (3).
De cercaria komt in het water terecht, verlaten het water d. m. v. hun orale zuignap en komt op een plant
(gras) te zitten. Hier worden ze metacercariae. Het besmette gras wordt door een schaap gegeten en de cyste
passeert de maag, de cystewand lost op in de dunne darm. De vrijgekomen metacercariae dringen door de
darmwand en bereiken zo de lever door de buikholte.
Risico voor de mens: Fasciola hepatica kan de lever beschadigen, maar over het algemeen vooral gevaarlijk
voor runderen en schapen. Bij erge besmetting kan de besmetting een dodelijke afloop tot gevolg hebben.
Soms komt het bij de mens voor. De besmetting kan gebeuren door het eten van onvoldoende gereinigde
waterplanten.
, Plasmodium vivax (malariaverwekker)
Phylum Protozoa (eencelligen), superclassis Sporozoa, Species: Plasmodium vivax
In het bloed buiten het bloed
Schizogonie: stadium in de ongeslachtelijke voortplanting& levensgedeelte in de gastheer (mens)
Een Anopheles-mug bijt een mens -> sporozoieten via speeksel in bloedbaan -> in lever. Daar groeien de kleine
sporozoïeten tot de schizont. De celkern van een schizont zal zich een aantal keren delen ten koste van de
levercel waarin hij zich bevindt, tot de schizont ten slotte openbarst en er nieuwe organismen (merozoïeten)
vrijkomen in de bloedbaan. Elke merozoiet dringt een nieuwe levercel binnen. Na een tijdje komen de
merozoieten in de bloedbaan terecht, en dus in rode bloedcellen => trofozoiet. Trofozoieten groeien en krijgen
amoeboïde vorm. De kern gaat delen. Bloedcel barst open en er komen nieuwe merozoieten vrij, die nieuwe
rode bloedcellen binnendringen. Deze kunnen een geslacht krijgen: mannelijke microgametocyten en
vrouwelijke macrogametocyten.
Sporogonie: levensgedeelte in de vector (Anopheles-mug)
Gametogonie
Mug neemt bloed op van de besmette gastheer die vol zit met micro- en macrogametocyten, die in de darm
vrijkomen. De macrogametocyt ontwikkelt zich tot macrogameet of ovum. Microgametocyt doet kerndelingen
ontwikkelt microgameten. De macrogameet wordt in de darm bevrucht door microgameet => zygote.
(oökinete: beweeglijk)
De zygote vormt om tot oöcyste (omhulde zygote), die groeit en deelt waardoor heel veel sporozoïeten
ontstaan. Deze komen vrij in de bloedbaan en zo uiteindelijk in de speekselklieren. Zo is de cyclus rond.