verklaringen voor criminaliteit
Etiologie – de studie van oorzaken van criminaliteit en crimineel gedrag
Aggregatieniveaus
- Macro (landen, steden/buurten)
- Meso (sociale categorieën, groepen)
- Micro (individuen)
Moederdisciplines van de criminologie
- Genetica
- Psychologie
- Sociologie (invloed van de samenleving en sociale groepen, bijv.
door groepsdruk betrokken raken bij criminaliteit)
- Economie (financiële omstandigheden, werkeloosheid)
> Lombroso vergeleek de gezichten van criminelen, ze konden worden
herkend aan bepaalde lichamelijke kenmerken (noemde dit atavisme
– criminelen zijn evolutionair minder ontwikkeld en vallen terug op
primitieve eigenschappen)
Biologische factoren
Nature (genetica) en nurture (opvoeding en omgeving)
Altijd interactie met omgeving
- Prenatale ontwikkeling - voordat je geboren bent, als je moeder
veel drinkt of rookt bijvoorbeeld tijdens de zwangerschap -->
beschadiging van hersencellen --> antisociaal gedrag (geen
empathie, geen schuld, makkelijk wetten, regels en
maatschappelijke normen overtreden)
- Na de geboorte
Ontwikkeling van geleidelijk schuldgevoel,
verantwoordelijkheidsgevoel en empathie -->
gewetensontwikkeling
Welk deel van het gedrag is omgeving en welk deel is aangeboren?
Onderzoeksmethoden:
- Tweelingenonderzoek
Eeneiige tweelingen (MZ – monozygote tweelingen), één
bevruchte eicel, vrijwel 100% zelfde DNA
, Twee-eiige tweelingen (DZ- dizygote tweelingen), twee
verschillende eicellen, door twee zaadcellen bevrucht
Delen 50% van hun genen (als het ware net als broers en
zussen)
als eeneiige tweelingen veel vaker hetzelfde gedrag
vertonen (concordantie = mate waarin twee personen hetzelfde
gedrag vertronen) dan twee-eiige tweelingen wijst dat erop dat
erfelijkheid een rol speel bij criminaliteit
Echter worden eeneiige tweelingen vaak hetzelfde opgevoed
of behandeld (lastig om erfelijkheid en omgeving van elkaar te
scheiden). Bovendien plegen mannen vaker criminaliteit dan
vrouwen. Verschillen tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen kan
ook deels door geslacht worden verklaard
- Adoptiestudies
Kinderen die op jonge leeftijd geadopteerd zijn
Als kind antisociaal gedrag laat zien,
komt dit voor bij biologische ouders? --> erfelijke invloed
komt dit voor bij adoptieouders? --> omgevingsinvloed
Nadelen:
Selectieve plaatsing - vaak geplaatst in gezinnen die op
biologische gezin lijkt, erfelijkheid en omgeving niet
volledig gescheiden
Biologische ouders niet gemiddeld – staan hun kind af,
geen doorsnee bevolking meestal en vaak ontbreekt
informatie van één van de biologische ouders
Adoptieouders niet gemiddeld – vaak zorgvuldig
geselecteerd, weinig sociale problemen
Antisociaal gedrag: 50% erfelijke factoren, 50% omgevingsfactoren
Sommige problemen 100% erfelijk --> zoals downsyndroom
(Epi)genetica
- Genen – stukjes DNA met erfelijke informatie (bijvoorbeeld
hormonen en neurotransmitters)
MAOA-gen en CDH13-gen --> ‘warrior gen’, ‘serial killer’ gen,
genen in verband gebracht met grotere kans op agressief of
impulsief gedrag
- Epigenetica gaat over de vraag welke genen aan (actief) of
uitstaan (niet actief), omgeving heeft hier invloed op