Anatomie
De lever is NA de huid het grootste orgaan (+/- 1,5kg), ook is dit het enige orgaan dat kan
regenereren na schade of hepatectomie. Hepatectomie is een ingreep waarbij een stuk
van de lever verwijderd wordt.
Ligging:
o Rechtsboven in de buikholte tegen het middenrif en naast
de maag
o Onder de ribben
Er is sprake van dubbele bloedtoevoer:
1) Leverslagader: zuurstofrijk bloed
2) Poortader (vena porta):
- Voert bloed aan van andere organen in de buik naar de
lever.
- Nuttige bestanddelen worden opgeslagen of verwerkt
- Gevaarlijke bestanddelen worden onschadelijk gemaakt
Wat de afvoer hiervan betreft, het bloed zal afgevoerd worden naar het hart via de
leverader (vena hepatica) waarbij het daarna opnieuw in de circulatie terecht komt.
Opbouw:
De lever bestaat uit 100.000den hexagonale lobules, dit zijn de functionele units van de
lever. Een lobule zelf bestaat dan weer uit hepatocyten (parenchymcellen), galwegen,
kupffer cellen en een eigen bloedvoorziening.
Iedere lobule bevat 6 portale
triades, deze bestaan uit:
een galweg (G), een tak van
de poortader (B) en een tak
van de leverslagader (R).
De centrale vene noemen we
de leverader, deze zal bloed terug naar het hart voeren. De Kupffer
cellen daarentegen zijn macrofagen en zullen met andere woorden pathogenen
vernietigen en oude rode bloedcellen opruimen.
Bloedcirculatie
De rode pijlen stellen zuurstofrijk bloed voor, dit zal
naar de organen getransporteerd worden en zullen
daarna weer naar het hart gaan onder de vorm van
zuurstofarm bloed (blauw).
De longslagader is de enige ader dat zuurstofarm
bloed kan transporteren
1
, In de maag/darmen is ook bloed aanwezig, dit zal via de poortader naar de
lever bloed transporteren.
Metabole functies
De lever heeft 4 belangrijke metabole functies, metabole functies is het geheel van
chemische processen in je lichaamscellen waarmee voeding wordt omgezet in energie,
bouwstoffen worden aangemaakt en afvalstoffen worden afgevoerd.
Koolhydraatstofwisseling
Proces Wanneer? Wat gebeurt er? Resultaat
Glycogenese Na maaltijd (veel Glucose glycogeen Bloedsuiker
glucose) (opslag) daalt
Glycogenolys Tussen maaltijden Glycogeen glucose Bloedsuiker
e stijgt
Gluconeogene Langdurig AZ, lactaat, glycerol Bloedsuiker
se vasten/sporten glucose stijgt
Eiwitstofwisseling
De eiwitstofwisseling zorgt voor de synthese van bijna alle plasma-
eiwitten (met name albumine en stollingsfactoren.
Ook zorgen ze voor de deaminering van aminozuren (-NH2) waardoor
ammoniak kan ontstaan (NH3), dit is giftig voor het lichaam.
Vetstofwisseling (lipiden metabolisme)
o Synthese van vetzuren (lipogenese)
o Synthese van cholesterol
De lever is de centrale plaats waar cholesterol gemaakt wordt
Nodig voor: celmembraan, hormonen en galzuren
o Synthese van gal (galzuren)
Lever maakt +/- 0,5-1L gal/dag
Cholesterol omgezet in galzuren
Gal bestaat uit galzuur, water, bilirubine & zouten. Wordt opgeslagen in de
galblaas en wordt afgegeven in de dunnen darm bij vetrijke maaltijd
Ontgiften van toxische stoffen
o Omzetten van ammoniak in ureum
Ammoniak + CO₂ → (ureumcyclus in de lever) → ureum → bloed → nieren →
urine
o Afbraak van alcohol (via enzym alcoholdehydrogenase)
o Afbraak van medicijnen (via cytochroom P450 enzymfamilie)
o Conjugatie van bilirubine (= wateroplosbaar maken zodat het uitscheidbaar is)
Belangrijke bepalingen
De belangrijkste laboratoriumparameters of analyses die nodig zijn om een
diagnose te stellen, een orgaanfunctie te beoordelen of een ziekte op te
volgen.
2