Van Oosterhout (6e editie)
Gebaseerd op: mr. J.W.J. Fiers & mr. L. van Oosterhout, Praktisch Bedrijfsrecht, zesde editie (2025),
Noordhoff Uitgevers, ISBN 978-90-01-04757-3. Alle 14 hoofdstukken, in de volgorde en met de
hoofdstuk- en paragraaftitels van de 6e editie. Wetsartikelen volgens de stand van de wet in 2026.
Wat je krijgt
Alle 14 hoofdstukken, per paragraaf in eigen woorden, met de juiste wetsartikelen
(BW, WvK, Fw, Mw, AVG, Aw, BVIE).
Stappenplannen voor wanprestatie, eigendomsoverdracht, onrechtmatige daad,
productaansprakelijkheid en de rangorde bij faillissement.
Vergelijkingstabellen: rechtsvormen, huurregimes, ontslagroutes, IE-rechten,
Incoterms, betaalmethoden.
Begrippenlijst (47 termen) en 15 oefenvragen met antwoorden in casusstijl.
Inhoudsopgave
1. Inleiding in het recht 8. Personeel
1.1 Wat is recht? · 1.2 Rechtsbronnen · 1.3 8.1 Arbeid en arbeidsovereenkomst · 8.2 Rechten en
Rechterlijke macht verplichtingen · 8.3 Aansprakelijkheid werkgever ·
2. Rechtsvormen 8.4 Beëindiging arbeidsovereenkomst
2.1 Ondernemingsrecht · 2.2 Eenmanszaak · 2.3 9. Bescherming consument en concurrent
Personenvennootschappen · 2.4 9.1 Kartelvorming en misbruik van machtspositie ·
Kapitaalvennootschappen · 2.5 Overige 9.2 Oneerlijke handelspraktijken · 9.3 Reclame · 9.4
rechtsvormen · 2.6 Overzicht rechtsvormen Privacy
3. Omgeving 10. Intellectuele eigendom
3.1 Omgevingsbeleid · 3.2 Omgevingsplan · 3.3 10.1 Octrooirecht · 10.2 Auteursrecht · 10.3
Omgevingsvergunning · 3.4 Huur Merkenrecht · 10.4 Handelsnaamrecht
4. Overeenkomst 11. Faillissement
4.1 Totstandkomingsvereisten · 4.2 11.1 Belangrijke aspecten van het faillissement · 11.2
Handelingsonbekwaamheid · 4.3 Wilsgebreken · 4.4 Faillissementspauliana · 11.3 Volgorde van
Inhoud overeenkomst · 4.5 Algemene voorwaarden · vorderingen · 11.4 Einde van faillissement · 11.5
4.6 Niet-nakoming Surseance van betaling
5. Koopovereenkomst 12. Personen- en familierecht
5.1 Koop · 5.2 Eigendomsoverdracht · 5.3 12.1 Huwelijk · 12.2 Scheiding · 12.3 Overlijden
Conformiteit 13. Internationale overeenkomst
6. Onrechtmatige daad 13.1 Internationaal privaatrecht · 13.2 Bevoegde
6.1 Wettelijke aansprakelijkheid · 6.2 Vereisten rechter · 13.3 Toepasselijk recht · 13.4 Weens
onrechtmatige daad · 6.3 Rechtvaardigingsgronden Koopverdrag
7. Productaansprakelijkheid 14. Internationale handel
7.1 Risicoaansprakelijkheid · 7.2 Vereisten 14.1 Incoterms · 14.2 Vervoer · 14.3 Tussenpersonen
productaansprakelijkheid · 7.3 Producent · 7.4 Toch · 14.4 Internationale betalingen
geen aansprakelijkheid
Extra: Begrippenlijst (A–Z) · Oefenvragen met antwoorden
,H1 — Inleiding in het recht
Nieuw in de 6e editie: de basis van het recht. Wie dit snapt, kan bij elke casus eerst bepalen op
welk rechtsgebied hij zit.
1.1 Wat is recht?
Recht = alle regels die bepalen hoe mensen en organisaties in een samenleving met elkaar
omgaan, inclusief de sancties als iemand zich er niet aan houdt.
Publiekrecht Privaatrecht
Rechtsverhouding met de overheid als partij. Burgers en bedrijven onderling. Bijv.
Bijv. staatsrecht (inrichting staat, trias ondernemingsrecht, verbintenissenrecht
politica), bestuursrecht (overeenkomst, onrechtmatige daad,
(overheidsbesluiten, zoals vergunningen — arbeidsrecht), intellectuele eigendom, personen-
H3), strafrecht en familierecht, internationaal handelsrecht
Eén gebeurtenis kan meerdere gebieden raken: een slager die bedorven vlees verkoopt, kan een
sanctie van de toezichthouder krijgen (publiekrecht) én een schadeclaim van een zieke klant
(privaatrecht: wanprestatie of onrechtmatige daad).
1.2 Rechtsbronnen
1. Wetten. Wet in formele zin: gemaakt door regering én Staten-Generaal (beide Kamers),
bijv. het BW. Wet in materiële zin: algemeen verbindende regels van een ander orgaan
zonder de Kamers: amvb, ministeriële regeling, provinciale of gemeentelijke verordening
(bijv. het omgevingsplan).
2. Verdragen: afspraken tussen staten (EVRM, Weens Koopverdrag). Een ieder verbindende
bepalingen werken na bekendmaking rechtstreeks door (art. 93–94 Grondwet).
3. Gewoonterecht: ongeschreven, algemeen aanvaarde regels.
4. Jurisprudentie: uitspraken van rechters, vooral de Hoge Raad.
Tentamentip: formele of materiële wet? Vraag je af of beide Kamers erbij betrokken waren.
1.3 Rechterlijke macht
Straf- en privaatrecht Bestuursrecht
Vooraf — Bezwaar bij het bestuursorgaan (6 weken, art.
6:7 Awb)
Eerste Rechtbank: kantonrechter (o.a. Rechtbank (beroep)
aanleg vorderingen t/m €25.000, arbeid,
huur) of civiele kamer
Hoger Gerechtshof Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State,
beroep Centrale Raad van Beroep of College van
Beroep voor het bedrijfsleven
, Hoogste Hoge Raad (cassatie: alleen —
rechtsvragen)
H2 — Rechtsvormen
2.1 Ondernemingsrecht
Bij de keuze van een rechtsvorm spelen kosten, fiscaliteit en vooral aansprakelijkheid.
Eerste vraag: wil je rechtspersoonlijkheid?
Rechtspersoon = organisatie die zelfstandig drager is van rechten en plichten en in het
vermogensrecht gelijkstaat aan een natuurlijk persoon (art. 2:5 BW). Art. 2:3 BW noemt:
vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, nv, bv en stichting.
Zonder rechtspersoonlijkheid sluit de ondernemer zelf de contracten en staat hij met zijn
privévermogen in voor de schulden.
2.2 Eenmanszaak
Eén eigenaar (personeel mag), geen rechtspersoon, geen scheiding tussen zakelijk en
privévermogen: de ondernemer is met zijn hele vermogen aansprakelijk — bij een huwelijk in
gemeenschap ook met het gemeenschappelijke vermogen (H12). Oprichten = inschrijven in het
Handelsregister (KvK); overdragen is omslachtig, want alle activa en contracten gaan los over.
2.3 Personenvennootschappen
Samenwerking op basis van een vormvrije overeenkomst, zonder rechtspersoonlijkheid.
Maatschap (art. 7A:1655 e.v. BW): partners brengen iets in (geld, goederen, arbeid) om het
voordeel te delen; typisch voor vrije beroepen. Winst zonder afspraak naar evenredigheid
van de inbreng; wie alleen arbeid inbrengt telt als de maat met de kleinste inbreng (art.
7A:1670). Een maat bindt de anderen alleen als hij daartoe gemachtigd was of de maatschap
er voordeel van had (art. 7A:1681); dan zijn de maten voor gelijke delen aansprakelijk (art.
7A:1680). Onderscheid beheersdaad (normale bedrijfsuitoefening) en
beschikkingsdaad (bijzondere handeling).
Vennootschap onder firma (vof) (art. 16 e.v. WvK): maatschap voor een bedrijf onder
gezamenlijke naam. Heeft een afgescheiden vermogen (zakelijke schuldeisers gaan voor
op privéschuldeisers) en de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk: ieder voor het geheel
(art. 18 WvK), mits de handelende vennoot binnen zijn (in het Handelsregister vermelde)
bevoegdheid bleef.
Commanditaire vennootschap (cv) (art. 19–21 WvK): vof met beherende vennoten én
commanditaire (stille) vennoten die alleen geld inbrengen en alleen hun inbreng
riskeren. Verricht een stille vennoot beheersdaden of staat zijn naam in de firmanaam, dan
wordt hij hoofdelijk aansprakelijk (art. 21 WvK).
Er ligt al jaren een wetsvoorstel om personenvennootschappen te moderniseren; leer het huidige recht zoals
hierboven.