Je kan beschrijven hoe DNA is verpakt in chromosomen.
Je kan uitleggen wat het functionele belang is van het verpakken van DNA
in chromosomen.
Je kan het verpakken van DNA in euchromatine en heterochromatine
vergelijken in de context van histonmodificatie en DNA modificatie.
Je kan beargumenteren dat cellen dezelfde genetische content, maar toch
verschillende functies kunnen hebben.
Je kan beschrijven wat de mogelijke rol is van DNA modificatie,
histonmodificatie en non-coding RNA in epigenetische overerving
(somatisch en germline).
Je kan uitleggen wat de rol is van verschillende RNA types in de expressie
van genetische informatie.
Je kan beschrijven hoe differentiële histonmodificatie gen-activiteit
modificeert en hoe dit gebruikt wordt in de ontwikkeling.
Je kan de impact van de omgeving op epigenetische systemen beschrijven.
Genexpressie
Genexpressie bepaalt of en hoe sterk een gen actief is in een cel, en beïnvloedt
zo de eigenschappen en functies van die cel.
, DNA verpakking
Chromatinecompactie is nodig om het lange DNA-molecuul netjes in de celkern te
laten passen, maar deze verpakking mag niet te strak zijn omdat genen nog
afgelezen moeten kunnen worden voor genexpressie. Door een dynamisch
evenwicht tussen strak oprollen en lokaal openvouwen kan de cel bepalen welke
genen actief zijn en welke niet. De verpakking van DNA is dus essentieel: strak
opgerold DNA maakt celdeling mogelijk en voorkomt ongecontroleerde
genexpressie, terwijl plaatselijke uitvouwing specifieke genen toegankelijk maakt
voor transcriptie, waardoor chromatinecompactie een sleutelrol speelt in de
regulatie van genexpressie.
Chromatinestructuur
Chromatine is het complex van DNA en eiwitten dat het DNA van eukaryoten
verpakt en helpt bij de regulatie van genexpressie. De basiseenheid is het
nucleosoom. Dicht opeengepakte heterochromatine bevat meestal genen die
niet tot expressie komen, terwijl losser georganiseerde euchromatine genen
bevat waarvan de transcriptie afhankelijk is van de positie van nucleosomen en
de plaatsen waar DNA aan het chromosomale eiwitskelet hecht.
Genexpressie wordt beïnvloed door chemische modificaties van zowel
histoneiwitten als het DNA zelf. Histonstaarten kunnen worden aangepast door
enzymen die groepen zoals acetyl, methyl of fosfaat toevoegen of verwijderen.
Histonacetylatie bevordert doorgaans transcriptie doordat het chromatine meer
open wordt, terwijl histonmethylatie vaak leidt tot condensatie van chromatine
en verminderde transcriptie.
DNA kan ook worden gemethyleerd, meestal op cytosinebasen. Sterk
gemethyleerd DNA is meestal inactief. Het verwijderen van methylgroepen kan
bepaalde genen weer activeren. Methylatiepatronen blijven behouden tijdens
celdeling en spelen een rol in stabiele genregulatie, waaronder genomische
imprinting. Histonmodificatie en DNA-methylatie werken samen om
chromatinestructuur en genexpressie te reguleren.
Hetero- en euchromatine
Bacteriën hebben één circulair DNA-molecuul dat met eiwitten wordt
samengepakt tot een sterk gecondenseerde structuur in de nucleoid, een
DNA-rijk gebied zonder membraan. In E. coli bevat het chromosoom ongeveer 4,6
miljoen basenparen (circa 4.400 genen). Uitgerekt zou dit DNA ongeveer 1 mm
lang zijn, maar door coiling en supercoiling past het in een klein deel van de cel.
Eukaryoten hebben meerdere lineaire chromosomen, elk bestaande uit één lange
DNA-dubbelhelix die met veel eiwitten is verbonden tot chromatine. Een
menselijk chromosoom bevat extreem veel DNA: uitgestrekt zou één
DNA-molecuul ongeveer 4 cm lang zijn. Chromatine is tijdens de interfase relatief
los georganiseerd, maar condenseert bij voorbereiding op mitose tot compacte
metafasechromosomen.
Chromosomen zijn dynamische structuren die voortdurend worden aangepast
voor processen zoals DNA-replicatie, mitose, meiose en genexpressie.
Histonmodificaties spelen een belangrijke rol in het reguleren van
chromatinecondensatie en daarmee genactiviteit.
Het hoofdstuk benadrukt dat DNA niet alleen moet worden gekopieerd en
doorgegeven, maar ook moet worden gebruikt: genen moeten tot expressie
komen. Het volgende hoofdstuk behandelt hoe cellen de genetische informatie in
DNA daadwerkelijk tot uiting brengen.