1. Depressieve stemmingsstoornissen
Binnen de depressieve stemmingsstoornissen worden onderscheiden:
Depressieve stoornis
Persisterende depressieve stoornis (dysthymie)
Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
Premenstruele stemmingsstoornis College 2. Depressie (1)
De les focust vooral op de depressieve stoornis.
2. Depressieve stoornis – kliniek
Depressieve symptomen vormen een continuüm
Het is niet altijd eenvoudig om een depressie te onderscheiden van normaal
verdriet, bijvoorbeeld na een relatiebreuk.
Verdriet is op zich normaal en functioneel: het zorgt ervoor dat iemand zich
tijdelijk terugtrekt uit de actiemodus en nadenkt over wat er gebeurd is en of
heroriëntatie nodig is.
Het wordt problematisch wanneer de stemmingsverandering aanhoudt en
begint te interfereren met het dagelijks functioneren, zoals werken of studeren.
De grens tussen normaal verdriet en depressie is dus niet scherp. College 2.
Depressie (1)
DSM-criteria depressieve episode
Er moeten gedurende minstens 2 weken ≥5 van 9 symptomen aanwezig zijn,
waarbij minstens één van de eerste twee aanwezig moet zijn:
1. Depressieve stemming
2. Anhedonie = verminderd vermogen om te genieten
3. Gewichtsverlies of gewichtstoename
4. Insomnie of hypersomnie
5. Psychomotore agitatie of retardatie
6. Energieverlies
7. Gevoelens van waardeloosheid of schuld
8. Geheugen- of concentratiestoornissen
9. Terugkerende gedachten aan dood/suïcide College 2. Depressie (1)
Anhedonie
Anhedonie is redelijk kenmerkend voor depressie.
Er bestaat een onderscheid tussen:
, Anticipatorische anhedonie: niet meer uitkijken naar iets. Dit valt bij
depressie vaak als eerste weg. Als de patiënt uiteindelijk toch aan de
activiteit deelneemt, kan die soms nog plezier ervaren.
Consumatorische anhedonie: ook tijdens de activiteit zelf niet meer
kunnen genieten.
Bij depressie valt dus vaak vooral de anticipatorische genotsbeleving weg.
College 2. Depressie (1)
Lichamelijke veranderingen
Typisch is eerder gewichtsverlies doordat patiënten minder eetlust hebben en
eten minder goed smaakt. Gewichtstoename kan echter ook voorkomen wanneer
eten als troost wordt gebruikt.
Qua slaap komt vooral insomnie voor, typisch een doorslaapprobleem: de
patiënt kan aanvankelijk inslapen, maar wordt bijvoorbeeld rond 4 uur 's nachts
wakker en kan niet meer verder slapen. Hypersomnie kan eveneens voorkomen,
maar is zeldzamer. College 2. Depressie (1)
Psychomotoriek
Er kan sprake zijn van:
agitatie → rusteloosheid, kan zeer uitputtend zijn;
retardatie → vertraging van de motoriek, vooral bij ernstige depressie.
College 2. Depressie (1)
Cognitie
Depressieve patiënten hebben vaak een cognitieve bias: ze denken veel
negatiever, vooral over zichzelf, en focussen sterker op negatieve informatie.
Ook geheugen- en concentratieproblemen zijn mogelijk, vooral bij oudere
patiënten.
Suïcidale gedachten moeten altijd serieus genomen worden. De patiënt
kan de dood gaan beschouwen als een oplossing voor zijn problemen. College 2.
Depressie (1)
3. Symptoomdomeinen
Affectieve symptomen
Stemmingsdaling
Anhedonie
Angst
Prikkelbaarheid
Emotionele labiliteit
Belangrijk: depressie is veel meer dan alleen verdrietig zijn. College 2.
Depressie (1)