• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 46 pages
Notes de cours

Het actieve bewegingsstelsel I | UA | uitwerking alle hoorcolleges

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 46 pages

Studiemateriaal voor Het actieve bewegingsstelsel I aan de Universiteit Antwerpen. Dit document bevat alle aantekeningen van alle hoorcolleges met dit vak, inclusief alle op- en aanmerkingen van de prof. Dit is alle informatie die gestudeerd moet zijn voor het theorie-examen.

Aperçu du contenu

Emma Bik
2023-2024


Het actieve
bewegingsstelsel I
Osteologie en arthrologie

Inleiding

Passief kennen: termen uit de osteologie.
Actief kennen: termen van richting, soorten beenderen en soorten beenverbindingen.

Sinostose: beenverbinding die de onderdelen van een schedel met elkaar verbinden.

Termen richting:

1) Mediaan: het dier in twee symmetrische helften delen
2) Sagittaal: parallel van het mediaan vlak.
3) Transversaal: dwarse snede, dwars op de lengterichting.
4) Dorsaal = frontaal
5) Rostraal, craniaal – caudaal
6) Mediaal – lateraal
7) Sinister – dexter
8) Dorsaal – ventraal
9) Proximaal – distaal: proximaal dichter naar lichaam toe, distaal verder van lichaam af
10) Dorsaal – palmair/plantair: als je distaal komt van de pols/carpus, niet meer craniaal en
caudaal
11) Axiaal – abaxiaal: bijvoorbeeld pink, buitenzijde is abaxiaal, binnenzijde is axiaal,
middelvinger dus probleem, want zit centraal



Osteologie

Soorten beenweefsel:

1- Spongieus been
2- Compact been

Soorten beenderen:

1- Lange beenderen/os longum: humerus, radius en ulna, metacarpaalbeenderen
2- Korte beenderen/os breve: wervels (staartwervels), carpaalbeenderen
3- Platte beenderen/os planum: nasaalbeenderen (langsnuitige diersoorten)
4- Onregelmatige beenderen/os irregulare: wervels zelf
5- Sesambeenderen/os sesamoideum: accessoire beenderen, evolutionair ontstane beenderen
door frictie van deze spieren op bepaalde plaatsen, bijvoorbeeld patella (omdat quadriceps
hier steeds over gaat), voornamelijk bij Eq. belangrijke functies (kan knie (achterbeen) op
sloot zetten, cascadesysteem, ondervoet bij voorbeen), bij kleine huisdieren meer dan bij
paard, want grotere flexibiliteit. Belangrijk om te weten dat ze er zijn voor een RX-opname.

,Emma Bik
2023-2024

Bij kleine huisdieren te maken krijgen met oncologie, metastase bij kwaadaardige tumoren,
die kunnen calcificeren (witte vlek op RX), kan verward worden met sesambeen.

Beenvorming:

1) Enchondrale botvorming
2) Perichondrale/periostale botvorming

Kan fout gaan in de embryologie, bijvoorbeeld dwerggroei, zowel bij mensen als klassieke huisdieren,
bij runderen Bulldog kalf. Bepaalde rassen als malformaties gekweekt, bijvoorbeeld Franse of Engelse
Bulldog. Is dit ethisch verantwoord? Perzische katten en Kartuizers zijn hier ook voorbeelden van.
Kortsnuitige dieren met ademnood.

Opbouw lang been:
Compact been aan de buitenkant met spongieus been aan de binnenkant, met in de schaft zelf het
beenmerg.

Vogels hebben een laag soortelijk gewicht nodig, bijvoorbeeld door luchtzakken in de lange botten.
Gebeurt via foramina.

Algemene bloedvoorziening van een lang bot. Bot zelf is ongevoelig, maar bijvoorbeeld bij stoten van
scheenbeen doet het wel pijn. Komt door periost, botvlies, met bloedvatten en zenuwen (?).

Carpaalbeentjes varieert per diersoort, aantal regresseert naar grote huisdieren toe, want minder
flexibiliteit. Veel diersoortverschillen.

Plat been, bijvoorbeeld ossa nasalia van Bo. en os frontale van Bo. Schedel bevat ook luchthoudende
ruimtes, sinussen. Bijvoorbeeld sinus frontalis bij Bo., bij onthoorning letten op goed ontsmetten,
want open ruimte kunnen micro-organismen in terechtkomen wat zorgt voor een sinusitis. Conchae
nasales ook voorbeelde. Bij honden en katten heel grillig, want zorgt voor turbulentie, die een
wervelwind veroorzaakt die naar de reukhersenen wordt gestuurd, maar ook om de lucht op te
warmen.

Onregelmatige beenderen zijn symmetrisch gebouwde beenderen met talrijke grote uitsteeksels. Zie
de ppt voor plaatjes met pijltjes die groeischijf aanduiden! Anamnese heel belangrijk, zodat je
breuken niet verward met bijvoorbeeld overblijfsel van de groeischijf bij een veulen.

Ossa sesamoidea bij Eq., bijvoorbeeld haakbeentjes, patella, proximale sesambeentjes en distale
sesambeentjes. Prodotrogleose, aandoening van straalbeentje! Er is een oppervlakkige buiger en
diepe buiger. Diepe buiger gaat vasthechten aan de onderkant van het hoefbeen, elke keer dat paard
beweegt gaat de pees ook bewegen en die passeert elke keer ter hoogte van het straalbeentje, daar
ontstaat een slijmbeurs door wrijving, de bursa podotrochlearis, waardoor de pees niet rechtstreeks
over het straalbeentje gaat. Dit mag ook niet, want als deze zou wrijven over het straalbeentje zou er
botvorming ontstaan. Tracheaalringen eigenlijk ook sesambeenderen bij vogels, bij ons kraakbeen.
Os rostrale, Su., want door het wroeten in de aarde een bot ontstaan in de neus. Ossa cordis bij
Rum., als ze ouder worden gaan ze in hun hart ook bot vormen, van belang bij RX-opname (geen
metastase!, maar bot). Bevinden zich ter hoogte van de aortaklep, door calcificatie. Os penis bij
carnivoren, grootte van os penis niet af te leiden aan de grootte van het dier (weer opletten bij RX-
opname). Gewei!

Arthrologie

Soorten beenverbindingen:

,Emma Bik
2023-2024

1) Synarthrose (onbeweeglijk)
a. Bindweefsel, kraakbeen of been, bijvoorbeeld radius-ulna, schedelbeenderen
2) Amfiarthrose (weinig beweeglijk)
a. Bijvoorbeeld ilio-sacraal en carpo-metacarpaal gewricht
3) Diarthrose (beweeglijk) – synoviaal gewricht

Plaatje ontstaansgeschiedenis van een gewricht en zijn hulpstructuren: starten met mesenchymale
condensatie, als het gaat over ledematen op bepaalde plaatsen condensatie om been te vormen,
eerst kraakbeen en wordt dan geössificeerd, uiteinden van twee ossificatiecentra komt
gewrichtskraakbeen en ruimte ertussen door apoptose voor groot deel verdwijnen  synoviaal
gewricht.

Gewrichtskraakbeen noodzakelijk, want bij beweging gaan twee structuren anders over elkaar heen
bewegen, maar schokdempers zijn nodig, anders kan bot afbreken of als de twee periostvliezen over
elkaar wrijven komt er ossificatie.

Structuren moeten vochtig gehouden worden, gebeurt door (stippellijn) binnenkant gewrichtskapsel
= synoviaal vlies, zal synoviaal vocht maken = glijmiddel, zodat ze vochtig gehouden worden en ze
mooi kunnen bewegen ten opzichte van elkaar.

Als er een bijvoorbeeld gewrichtsontsteking is  zwelling door extra gewrichtsvocht geproduceerd
door synoviaal vlies. Op plaatje van algemene opbouw van een gewricht is uitsteeksel te zien van
synoviaal vlies met gewrichtskapsel, divertikel, bij redelijk veel gewrichten te zien, om het vocht af te
laten voeren en afhankelijk van ligging kunnen we recessi zelf gebruiken om een punctie te doen van
het gewricht als dierenarts -> zowel om af te laten maar ook om te onderzoeken, zien of het een
ontstekingsreactie (zwikking) of bacteriële infectie. Gewrichtsontstekingen komen frequent voor,
zowel khd als ghd. Bij verschillende gewrichten ligamenten in het gewricht of buiten het gewricht als
extra ondersteuning.

Osteochondrosis! Stukje bot met kraakbeen dat afgestoten of afgebroken is van een bepaald bot 
gewrichtsmuis kan in het gewricht migreren en zorgen voor beschadiging of botsen tegen synoviaal
vlies en voor ontsteking leiden.

Gewrichtstypen en hun bewegingsmogelijkheden: plaatje!

1- Vlak: twee botstructuren kunnen enkel cranio-caudaal van elkaar bewegen, bijvoorbeeld de
wervels
2- Condylair: duidelijk condyl en eerder vlakke proximale epifyse van volgende, kniegewricht
3- Scharnier: gewricht ondervoet, dicht en open klappem
4- Cochleair: tarsus/sprong, distale epifyse van tibia past hierop
5- Glij: patella, past in groeve en glijdt hierin
6- Rotatie: alleen maar bij nee schudden, bij eerste en tweede halswervel, pin van tweede
halswervel past in eerste halswervel
7- Zadel: tussen hoefbeen en kroonbeen
8- Kogel: schoudergewricht, humerus heeft kop en past in kom van scapula
9- Ellipsoïd: ja gewricht, atlas die past op twee condyllen van achterhoofd

Als we spreken over lang been hebben we altijd een diafyse, ofwel de schacht van het lang been en
twee epifysen (proximale en distale). Waarom bij lang been?  lengtegroei gebeurt via proximale en
distale groeischijf, door die groeischijven diafyse langer en langer door aanmaak van bot in
lengterichting. Dus als je bij jong dier radiografie neemt zijn twee breuklijnen niet fractuur maar nog

, Emma Bik
2023-2024

groeischijven. Uiteindelijk ossificeren de groeischijven, geen kraakbeen meer. Bij dwerggroei gebeurt
sluiten van groeischijven te vroeg.

Breedtegroei van bot via periostale botvorming.

Osteologie voorste lidmaat
Voorste lidmaat:

1- Schoudergordel (enkel volledig bij lagere vertebraten), eigenlijk van volwaardige botten van
schoudergordel alleen bij klassieke huisdieren nog scapula en betekent dus dat voorbeen bij
klassieke huisdieren niet meer botvormig verbonden is met de romp/sternum, wat betekent
dat er alleen spieren zijn als verbinding met de romp, biedt DA mogelijkheden voor
amputatie bij kleine huisdieren (niet bij grote huisdieren, want door gewicht niet op drie
benen kunnen steunen), relatief makkelijk door dissectie vanuit oksel naar boven. Dus
nieuwe term voor verbinding  synsarcose, schouderblad met spieren aan de romp.
a. Scapula
b. Clavicula (bij mensen volledig aanwezig, klassieke huisdieren niet meer of niet
volledig, niet bij grote huisdieren, kleine huisdieren vaak ook niet, maar soms klein
restant in spier bij m. brachiocephalicus, wel nog bindweefselstreep die overblijfsel is
= claviculaire streep)
c. Coracoïd (processus coracoideus, overblijfsel, aan mediale zijde
schouderblad/scapula)
2- Voorbeen
a. Humerus: opperarmbeen
b. Antebrachium: ulna en radius (spaakbeen en ellepijp), grote diersoortverschillen,
grote huisdieren minder beweeglijkheid, dus voornamelijk ulna regresseert, dus bij
Eq. bijvoorbeeld alleen nog maar proximale stuk ulna aanwezig en versmolten met
radius, dus geen aparte botstructuren meer. Terwijl bij kleine huisdieren en onszelf
twee aparte botstructuren tot aan carpus, veel meer beweeglijkheid, proneren en
sublineren. Bij grote huisdieren alleen caudaal en craniaal beweeglijkheid voorbeen.
Komt dus door regressie bepaalde botstructuren. Ook wel onderarm.
c. Carpus: pols, samenstelling twee rijen beentjes, veel diersoortverschillen in aantal
dat nog aanwezig is.
d. (metacarpus) op carpus, middenhand, middenhandsbeentjes, metacarpaalbeentjes.
Grote huisdieren sterke regressie, bij Eq. maar eentje uitgebouwd = metacarpale 3,
middelvinger.
e. (digiti) vingers, vingerkootjes = falangen, bij Eq. distale vingerkootje is hoefbeen.

d en e worden apart besproken.

Zelfgemaakte tekening van het voorbeen van het paard.

Plantigraad = op de zool/middenhandsbeenderen/middenvoetsbeenderen steunen, mens en konijn.
Unguligraad = grote huisdieren, steunen op de nagels, hoefbeen alleen bij paardachtigen, bij niet-
paardachtigen klauwbeen, phalnx: kogel (kogelgewricht tussen distale epifyse van derde
metacarpaalbeen (pijpbeen) en de proximale epifyse van kootbeen, heel belangrijk, want gewricht
met grootste beweeglijkheid) – kroon (kroongewricht) – hoef (hoefgewricht) of kootbeen –
kroonbeen – klauwbeen, varkens ook unguligraad.
Digitigraad = steunen op kussentje van eerste phalanx, de carnivoren.

Infos sur le Document

Publié le
7 octobre 2026
Nombre de pages
46
Écrit en
2023/2024
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Van ginneken
Contient
Toutes les classes
€18,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
emmabik
4,5
(2)
Vendu
13
Abonnés
8
Éléments
13
Dernière vente
4 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions