Theorie voeding
Hoofdstuk 1: voedingsgewoonten, waarom eten we?
Homeostatisch eetgedrag
HONGER ó VERZADIGING
à Signalen vertrekken vanuit:
- Bloedbaan
- Maag
- Darmen
- Lever (hormoon glucagon-like-peptide GLP-1)
- Vetweefsel
à Naar de hersenen à hypothalamus
Bloedbaan:
• Hongergevoel ontstaat door laag bloedglucosegehalte
• Bloedglucose daalt na ongeveer 4 uur
• Tussentijds wordt glucosegehalte op pijl gehouden door glycogeenvoorraad in lever
• Glucagon in lever zorgt voor omzetting van glycogeen naar glucose
Maag geeft honger- en verzadigingsgevoel:
• Hongergevoel gestimuleerd door het zien, ruiken en proeven van voedsel
• Verzadigingsgevoel ervaren door volle maag à vezels, vetten en eiwitten remmen de
maagontlediging
Hormonen:
• Gherline: geproduceerd in maag, stimuleert hongergevoel
ð Gherlinespiegel stijgt wanneer er niet wordt gegeten, daalt na een maaltijd
• Cholecystokinine (CKK): geproduceerd in darm
ð Remt de maaglediging en eetlust
ð Afgifte CKK gestimuleerd door vet
• Incretines (glucagon-like-peptide GLP-1): geproduceerd in darm en lever
ð Stimuleren insulinesecretie en remmen glucagonproductie
ð Regelt bloedsuikerspiegel
ð GLP remt maaglediging
• Hormoon peptide YY (PYY): geproduceerd in laatste deel v/d darm
, 2
ð Verzadigingshormoon
• Leptine: geproduceerd in vetweefsel
ð Tegengestelde van gherline à dus ook verzadigingshormoon
Waarom eten we wat we eten?
• 50% fysiologisch bepaald
• 50% hedonistisch eetgedrag
ð Economisch, fysisch, sociaal, psychologisch, attitude
Hedonistisch eetgedrag
Economisch:
• Kostprijs
ð ‘Gezonde voeding is duur’ à hoe lager opleidingsniveau, hoe meer belang a/d
prijs (hoogopgeleid 29,3% vs middenopgeleid 43,8% vs laagopgeleid 49,5%)
• Inkomen
ð Mensen die moeilijk rondkomen vinden de prijs belangrijker (60,2%) dan mensen
die makkelijk rondkomen (31%)
• Beschikbaarheid
Fysisch: bereikbaarheid en opvoeding
Sociaal-cultureel: cultuur, familie, eetpatroon, omgeving
Psychologisch: stemming, stress, schuldgevoelens
Politieke factoren:
• Draagvlak voor de potentiële beleidsmaatregel rond voeding: 77,6% vindt een
verbod op reclame voor ongezonde voeding voor kinderen & jongeren belangrijk
Waarom eten we: het gedragswiel
, 3
Competenties:
= de kennis & vaardigheden die ervoor zorgen dat je in staat bent om een bepaald
(gezond) gedrag te stellen
à Fitheidscomponenten: over de nodige fitheid beschikken om een bepaald (gezond)
gedrag te stellen. Fitheid bestaat uit lenigheid, evenwicht, uithouding, kracht en
snelheid (LEUKS)
à Psychische competenties= mate waarin doelgroep over nodige informatie beschikt
Drijfveren:
= de reflectieve motieven en automatische processen die een bepaald (gezond/
ongezond) gedrag activeren en richting geven
Context:
= de fysieke, sociaal-culturele, economische en politieke aspecten v/d omgeving die het
gewenste gedrag mogelijk maken, ondersteunen en stimuleren
à Invloeden ontstaan vanuit concrete settings (school, werk, gezin...) waarin het gedrag
plaatsvindt (=micro-/mesoniveau) of vanuit ruimere systemen (bv. overheid) die het
gedrag indirect beïnvloeden (macroniveau)
à Verschil tussen objectieve en subjectieve context à beide effect op gedrag en
kunnen focus vormen v/d gedragsverandering
è 4 aspecten kunnen benaderd worden op 3 niveaus volgens het ANGELO
FRAMEWORK (analysis grid for environments linked to obesity)
o Microcontext: gezin, familie, vrienden
o Mesocontext: concrete groep/ setting zoals school, kinderopvang, vereniging…
o Macrocontext: ruimere maatschappij en systemen zoals transport, industrie,
overheid…
Wat moeten we bewust doen? à Bewust eten
• Weet wanneer je honger hebt en wanneer je verzadigd bent
ð Zit aan tafel
ð Eet langzaam en kauw goed
ð Zonder afleiding (TV, smartphone…)
ð Neem kleinere porties van wat minder gezond is
, 4
Hoofdstuk 2: voedingsgewoonten in België
1. Inleiding
Een gezonde levensstijl omvat meer dan alleen gezond eten:
• Evenwichtige voeding
• Niet roken
• Voldoende lichaamsbeweging
• Omgaan met stress
• De nodige sociale contacten
• Gezonde werkomstandigheden
• Veiligheid in de privésfeer en in het verkeer
2. Relatie leefstijl en ziekten
Overvoeding:
à Kan leiden tot hypertensie, obesitas, hart- en vaatziekten, diabetes, kanker…
Ondervoeding en “wan”voeding:
• Voeding die gebrekkig is aan 1 of meerdere macro- of micronutriënten
• België: jodium, calcium, ijzer
• Belangrijke factor: inkomen
3. Trends inzake voedingsgewoonten België
• Reeds lang interesse voor voeding en gezondheid
• Vanaf 18de eeuw experimenteren met dieren
ð Ontdekking macronutriënten (E, V, KH)
ð Tekorten micronutriënten: bacteriële infectie
• Vanaf 19de eeuw: medisch denken: vnl. infectieleer
• 1926: ontdekking eerste vitamine (B)
• Na WO II: stijging welvaart à te veel VV, suiker, alcohol à ontdekking
voedingsvezels
• Voeding belangrijke rol in het ontstaan van ziekten
ð Vroeger: tekorten
ð Nu: te veel
- Minder energieverbruik
- Tijd tussen voedselinnames korter, meer eetmomenten
- Meer drinken tussendoor
è We eten vaker à we worden dikker