Types vragen examen:
- Loonberekeningen
- Meerkeuzevragen
- Aanvullende vragen
- Open vragen
- Juist/fout vragen
REKENMACHINE NIET VERGETEN!
SOCIALEZEKERHEIDSRECHT – INLEIDING
ONTSTAAN SOCIALE ZEKERHEID
Voor de 19de eeuw was uw sociale zekerheid uw familie → dus geen sociale zekerheid
19 D E EEUW
Had je geen inkomen, dan werd je eigenlijk niet gezien!
Vrijwillige verzekeringen:
- Ziekenfondsen/ziekenbeurzen: vrijwillig als arbeider geld in het potje steken en op het moment
dat je ziek was kreeg je geld uit dat potje.
- Werkloosheidskassen
- Fabriekskassen: werd automatisch afgehouden van het loon
1
, - Lijfrentekassen: de overheid garandeert dat wat je in de kassen insteekt, dat bij het bereiken van
de pensioenleeftijd men effectief een uitkering krijgt.
1866: coalitieverbod is opgeheven.
Loonbeschermingswet: vroeger je hebt recht op loon, maar mensen werden uitbetaald met producten
van de fabriek zelf, door deze wet is er uitgekomen dat mensen hun loon moeten uitbetaald krijgen in
centen.
DE COÖPERATIE VOORUIT:
De Vooruit ontstond vanuit de coöpratie Vooruit.
20 S T E EEUW
Het aantal arbeidsongevallen stijgt door meer ingewikkelde machines → leidt tot de arbeidsongevallenwet
waarbij werkgevers verplicht werden om een uitkering moesten betalen aan hun werknemers wanneer zij
door een arbeidsongeval niet meer zouden kunnen werken.
Naar aanleiding van sociale onrust, kwamen er steeds meer wetten zoals pensioenen, beroepsziekten,…
dit leidde uiteindelijk tot de besluitwet.
Vanaf de besluitwet is de sociale zekerheid verplicht, het is geen keuze meer! Wel enkel voor de
werknemers. Pas later in de 20ste eeuw komt er ook sociale zekerheid voor zelfstandigen en ambtenaren.
1969: er is een belangrijke wijziging van de besluitwet
Op het einde van de 20Ste eeuw komt er ook sociale bijstand = vangnet aan mensen die niet of
onvoldoende hebben bijgedragen waarbij de overheid toch zal tussenkomen om hem bijstand te
verlenen. Staat los van de sociale zekerheid. Je moet wel kunnen aantonen dat je behoeftig bent.
We spreken hierdoor dus van een verzorgingsstaat.
2
,BEGRIP SOCIALE ZEKERHEID
WAT IS SOCIALE ZEKERHEID?
= een geheel van maatregelen en instellingen met als doel voor elke burger voldoende bestaansmiddelen
te waarborgen, op ogenblikken waarop zijn bestaanszekerheid ten gevolge van bepaalde risico’s wordt
bedreigd.
- Bescherming burgers tegen sociale risico’s
= een sociaal risico is een gebeurtenis die de bestaanszekerheid van de burger bedreigt
- Via een door de overheid (>< privé) opgelegd (gigantisch) herverdelingsmechanisme
= bijdragen via het loon om te herverdelen over personen bij wie een sociaal risico zich voordoet
SOCIAAL RISICO:
Sociale risico’s kunnen de bestaanszekerheid van de burger aantasten doordat:
1. Het beroepsinkomen vermindert of wegvalt:
Sociale zekerheid vangt dan het inkomensverlies op door het toekennen van een
vervangingsinkomen
2. Bepaalde kosten/uitgaven worden vermeerderd of gecreëerd
Sociale zekerheid zal deze kosten (gedeeltelijk) opvangen of terugbetalen door een
kostentegemoetkoming
Sociale zekerheid → sociale risico’s
De opsomming zijn allemaal risico’s
Werkloos Ziekte
Arbeidsongeschiktheid Kinderen
Ouderdom = hierbij gaan de kosten naar omhoog
→ Je krijgt hier een KOSTENTEGEMOETKOMING
Arbeidsongeval
Beroepsziekte
= beroepsinkomen valt weg of vermindert
aangezien we niet meer kunnen werken
→ je krijgt hierbij een VERVANGINGSINKOMEN
Deze 2 samen worden de SOCIALE VERGOEDINGEN genoemd
3
, Pijlers van de pensioenen:
1. Wettelijk pensioen: wat bij sociale zekerheid wordt bekeken, dit krijg je van de overheid
2. Aanvullend pensioen: aanvulling op je wettelijk pensioen → WG bieden dit vaak aan bij WN hierbij
heb je aanvulling van het pensioenpotje door tewerkstelling
3. Privé pensioensparen: dit kan je doen bij je bank of verzekeringsmaatschappij. Overheid wilt dit
enorm stimuleren, dus de bijdrage die je hiervoor levert kan je inbrengen in je belastingen.
4. Vermogen: indien de eerste 3 niet voldoende zijn om tijdens je pensioen rond te komen.
TRADITIONEEL OMVAT SOCIALE ZEKERHEID (VOOR WERKNEMERS) 7 TAKKEN
1. Rust- en overlevingspensioen
2. Werkloosheid
3. Arbeidsongevallenverzekering
4. Beroepsziekteverzekering
5. Gezinsbijslag
6. Ziekte- en invaliditeitsverzekering
7. Jaarlijkse vakantie (arbeiders)
4