• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 33 pages
Resume

Samenvatting Grondslagen 2 | Ontwikkelingspsychologie en Sociologie | HU Utrecht | 2026/27

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 33 pages

Deze samenvatting behandelt het vak Grondslagen 2 aan Hogeschool Utrecht en focust op ontwikkelingspsychologie als wetenschappelijke studie naar groei, verandering en stabiliteit over de levensduur. De samenvatting dekt de drie soorten ontwikkeling (fysiek, cognitief, sociaal-emotioneel), belangrijke theorieën als Freud's psychoseksuele ontwikkeling en Erikson's psychosociale levensfasen, en concepten zoals fixatie en regressie. Het materiaal is goed gestructureerd met duidelijke onderverdelingen en helpt bij het begrijpen van kernconcepten voor tentamens in het Social Work-curriculum. Gehaald met een 8.

Aperçu du contenu

Samenvatting Grondslagen 2
1.1 Ontwikkelingspsychologie

Ontwikkelingspsychologie (levenslooppsychologie): de wetenschappelijke studie naar groei,
verandering en stabiliteit bij mensen (van conceptie tot ouderdom).

Soorten ontwikkeling (3)
Fysieke ontwikkeling: ontwikkeling van de lichamelijke groei en behoeftes (seksueel gedrag)
Cognitieve ontwikkeling: ontwikkeling van het intellectuele vermogen (denken, leren en
geheugen)
Sociaal(-emotionele) en persoonlijkheidsontwikkeling: ontwikkeling van de eigen identiteit,
rolgedrag, eigenwaarde. Het omgaan met anderen en omgaan met eigen gevoelens.

Visies op de ontwikkelingspsychologie
Nature: genetische bepaalde eigenschappen, vermogens en capaciteiten.
Nurture: omgevingsinvloeden die ons gedrag/ontwikkeling bepalen.

5 Perspectieven op de ontwikkelingspsychologie
1. Psychodynamisch perspectief (Freud en Erikson)
Psychodynamisch perspectief = Gedrag dat gemotiveerd/bepaald wordt door innerlijke krachten
en herinneringen. Nauwelijks van bewust. (Bv. trauma’s).

Psychoanalytische theorie van S. Freud
Uitganspunten van Freud:
 Subjectieve ervaringen van een persoon zijn essentieel. (Hoe je tegen dingen aankijkt
verschilt per persoon).
 Ervaringen uit een de eerste levensjaren zijn bepalend voor later gedrag (nurture).
 Onbewuste krachten (geen baas in eigen brein).
 Elk mens heeft normaal en gestoord gedrag (iedereen heeft iets geks).
 Vanaf de geboorte 2 tegengestelde driften.
- Levensdrift (overlevingsdrift)
- Doodsdrift (agressie)

Elk persoonlijkheid kent 3 aspecten:
1. Het Id/Es: Primitieve/aangeboren deel van de persoonlijkheid. Het Id is gericht op de
bevrediging van behoeften (genotsprincipe, bijv. seks, honger, agressie etc.)
2. Het Ego: Rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid. Stemt de eisen van het id
en de realiteit op elkaar af.
3. Het Superego: Vertegenwoordigd iemands geweten. Bevat normen en waarden.
Tegenovergestelde van Id.

,Psychoseksuele ontwikkeling (Freud)
5 fasen die een kind doorloopt (genot/bevrediging is gericht op een andere biologische functie
en ander deel van het lichaam)
De 5 fasen:
1. Orale fase (0-1 jaar): leren de mensen om je heen vertrouwen.
- Oraal, alles in je mond stoppen.
2. Anale fase (1-3 jaar): kind ontdekt eigen wil.
- Het ego speelt een rol
3. Fallische/oedipale fase (3-6 jaar): interesse in genitaliën.
- Oedipuscomplex: concept waarbij jongens een erotische binding ervaren met
moeder en hun vader als concurrent zien.
4. Latentie fase (6 tot 11 jaar): Hier gebeurt weinig.
- Seksualiteit op de achtergrond.
5. Genitale fase (vanaf 11 jaar): Start van de pubertijd.
- Hormonen worden actief.

Fixatie = blijven steken in een fase binnen de ontwikkeling.
Regressie = terugvallen in een fase binnen de ontwikkeling.

Psychosociale theorie van Erikson (navolger van Freud)

Bestaande uit 8 levensfasen met elk zijn uitdaging(vormingen), risico(belemmeringen) en
mogelijke uitkomsten (de gezochte balans).
In iedere fase worden vormingen tegenover de belemmeringen gezet. Hieruit moet een balans
worden gezocht.

De 8 levensfasen volgens Erikson:
Levensfase 1: (0 tot 1,5 jaar, babyfase) Vertrouwen v/s wantrouwen
 Bij een betrouwbare, voorspelbare ouder ontwikkeld een kind vertrouwen.
 Bij een onbetrouwbare ouder wantrouwt een kind de wereld.
 Uitkomst: wanneer een kind hechting krijgt (betrouwbare ouder) zal een kind
zelfvertrouwen ervaren.

Levensfase 2: (1,5 tot 3 jaar peuterfase) Autonomie v/s schaamte
 Autonomie is het leren om de wereld te ontdekken.
 Schaamte is het onderdrukken van autonomie in wording (te veel bescherming van de
ouders). Het kind leert dus niet de wereld te ontdekken.
 Uitkomst: (bijv. een peuter mag zelf de tuin spelen in, maar het mag nog niet alleen de
straat op).

Levensfase 3: (3 tot 6 jaar kleuterfase) Initiatief v/s schuldgevoel
 Initiatief is het verlangen naar bepaalde mate van zelfstandigheid.
 Wanneer het kind niet aan de eisen van ouders voldoet kan hier schuldgevoel optreden.

,  Uitkomst: (bijv. een kind kiest zelf wat het aan wilt in de winter. En kiest een korte broek.
Een ouder grijpt in en laat het kind kiezen tussen 5 lange broeken. Nu kan het kind
alsnog initiatief tonen zonder dat er schuldgevoel ontstaat).

Levensfase 4: (6 tot 11 jaar basisschoolfase) Vlijt v/s minderwaardigheid
 Vlijt is het groeiende besef van hard leren werken.
 Minderwaardigheid is het niet hebben van vertrouwen in eigen kunnen.
 Uitkomst: het overwinnen van de minderwaardigheid door hard te werken (vlijt).

Levensfase 5: (12 tot 20 jaar adolescentiefase) Identiteit v/s identiteitsverwarring
 Identiteit is het bewustzijn van eigen uniekheid en weten welke rollen te vervullen.
 Identiteitsverwarring is het onvermogen om passende rollen in het leven te herkennen.
 Uitkomst: het ontwikkelen van een eigen identiteit, dit kan alleen succesvol verlopen als
de sociale identiteit in de vorige periode goed verlopen is.

Levensfase 6: (22 tot 40 jaar jongvolwassenen) Intimiteit v/s isolement
 Intimiteit is de ontwikkeling van liefdevolle (seksuele) relaties en hechte vriendschappen.
 Isolement is de angst voor relaties met anderen.
 Uitkomst: steunende affectieve relaties aan kunnen gaan, zonder je identiteit te
verliezen.

Levensfase 7: (40 tot 65 jaar midden volwassenen) Generativiteit v/s stagnatie
 Generativiteit is het gevoel bij te dragen aan continuïteit.
 Stagnatie is het bagatelliseren van eigen activiteiten.
 Uitkomst: zorg dragen voor het gezin en maatschappij, zonder dat je jezelf
vergeet/wegcijfert.

Levensfase 8: (65 tot + jaar ouderen) Ego-integriteit v/s wanhoop
 Ego-integriteit is het gevoel dat je een zinvol leven hebt gehad. Geeft acceptatie en rust.
 Wanhoop is het gevoel van spijt en gemiste kansen.
 Uitkomst: een goede reflectie op het leven en voorbereiding op de dood.

2. Behavioristisch perspectief (Pavlov, Skinner, Watson, Bandura)

Behavioristisch perspectief: gedragspsychologie. Kijken naar de externe stimuli in de
omgeving om de ontwikkeling van individu te begrijpen. Gedrag wordt bepaald en aangeleerd
door de omgeving.

Stimulus – respons – leren: vormen van leren die we kunnen beschrijven in termen van stimuli
en responsen.

2 vormen van stimulus – respons – leren

Klassieke conditionering (Pavlov en Watson): een vorm van leren waarbij een organisme op
een bepaalde manier leert reageren op een neutrale stimulus die dat normaal gesproken niet
uitlokt. Bouwt voort op aangewezen reflexen, zijn direct na de geboorte al aantoonbaar.

, Het Pavlov effect = Pavlov gebruikte honden als experiment.
1. Als eerst laat Pavlov eten aan een hond zien  hond gaat kwijlen (reflex).
2. Pavlov laat nu een bel afgaan  de hond reageert niet op de neutrale stimulus (no respons).
3. Pavlov laat nu de bel afgaan tegelijk met het eten  de hond gaat kwijlen (respons)
4. Pavlov laat nu alleen de bel afgaan  de hond kwijlt door neutrale stimulus (aangeleerde
reactie).

Operante conditionering (Skinner): vorm van leren waarbij een vrijwillig respons versterkt of
verzwakt wordt. De wet van het effect.
Gedrag dat leidt tot prettige gevolgen wordt herhaald (belonen)
Gedrag dat leidt tot onprettige gevolgen blijft achterwegen (straffen)

Sociale leertheorie van Bandura: de nadruk bij de leertheorie van Bandura ligt op het leren
door gedrag van een andere persoon te observeren en na te doen. *Imitatie.

3. Cognitief perspectief (Piaget)
Cognitief perspectief: het cognitieve aspect richt zich op de processen die mensen in staat
stellen de wereld te leren en te kennen.

Uitganspunt van Piaget:
De mens is een actief wezen dat kennis niet krijgt maar construeert. De mens ontwikkeld
zichzelf. 4 perioden met verschillende stadia in vaste volgorde maar verschil in tempo.

De 4 stadia van Piaget
1. Sensomotorisch handelen (0-2 jaar)
Kenmerken: ontwikkelen zintuigen, motoriek, geheugen en objectpermanentie (idee dat
mensen en objecten bestaan, ook al zijn ze niet zichtbaar), weinig/geen vermogen dingen
symbolisch weer te geven.

2. Pre operationeel (2-7 jaar)
Kenmerken: ontwikkeling van taal, fijne motoriek, symbolisch denken en egocentrisch denken
(de wereld alleen vanuit zichzelf bekijken)

3. Concreet operationeel (7-12 jaar)
Kenmerken: ontwikkeling van conservatiebegrip (idee dat kwantiteit niet gerelateerd is aan
fysieke verschijning, dus dat een lage brede glas evenveel water kan bevatten als een hoge
smalle glas), reversibiliteit (begrijpen van het principe dat je een proces in gedachten kunt
omdraaien), en logica (relatie tussen tijd, afstand en snelheid)

4. Formeel operationeel (12 - volwassenheid)
Kenmerken: Ontwikkeling van logisch redeneren (verbanden zien en begrijpen) en abstract
denken (het denken komt los van het concrete).

Adaptie: leren door assimilatie en accommodatie. Zorgen samen voor de cognitieve
ontwikkeling.

Livre connecté
 image
Robert S. Feldman Ontwikkelingspsychologie
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789043021661 Édition: 5

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Inconnu
Publié le
28 septembre 2026
Nombre de pages
33
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,16

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
3
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
1 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions