• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 145 pages
Resume

15/20 behaald !! Samenvatting Juridische Argumentatieleer | Universiteit Antwerpen| 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 5 sur 145 pages

Uitgebreide samenvatting van Juridische Argumentatieleer aan de Universiteit Antwerpen (academiejaar ). De samenvatting is gebaseerd op de PowerPoints van de professor en aangevuld met mijn eigen lesnotities. De volledige leerstof is overzichtelijk verwerkt en gestructureerd in één document. Inhoud: - Volledige samenvatting van de behandelde leerstof - PowerPoints van de professor verwerkt - Aanvullende lesnotities geïntegreerd - Duidelijke en overzichtelijke structuur - Inhoudstafel vooraan Ik behaalde voor Juridische Argumentatie 15/20 door enkel deze samenvatting te studeren.

Aperçu du contenu

Juridische Argumentatieleer

Inhoudstafel
Juridische Argumentatieleer...................................................................................1
Hoofdstuk 1 — Redeneren..................................................................................1
1.1. Cognitieve achtergrond............................................................................ 1
1.2. Bouwstenen van redeneringen...............................................................10
1.3. Soorten redeneringen.............................................................................15
1.4. Structurele redeneringen........................................................................32
Hoofdstuk 2 — Argumenteren..........................................................................45
Inleiding......................................................................................................... 45
2.1. Begripsomschrijving............................................................................... 47
2.2. Opbouw van argumentaties: het betoog................................................51
2.3. Deugdelijk argumenteren.......................................................................57
2.4. Argumentatieschema’s..........................................................................65
2.5. Enkele argumenten die vaak onterecht overtuigen — ‘drogredenen’.....80
Hoofdstuk 3 — Juridisch argumenteren............................................................90
3.1. Inleiding.................................................................................................. 90
3.2. Begripsomschrijving............................................................................... 91
3.3. Juridische betogen (in het Belgische recht)............................................93
3.4. Twee visies op de bronnen van het recht..............................................103
3.5. Juridische argumentatieschema’s.........................................................119


Hoofdstuk 1 — Redeneren


1.1. Cognitieve achtergrond
1.1.1. Mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten
De menselijke cognitieve capaciteiten zijn het resultaat van een evolutionair
proces. Ons redeneervermogen is geen zuiver rationeel, losstaand systeem,
maar biologisch verankerd.
Volgens Paul MacLean, in zijn The Triune Brain in Evolution, bestaat het brein uit
drie evolutionair opgebouwde lagen:
1. Het reptielachtig brein (de oudste laag):
o Hersenstam en cerebellum

, o Regelt:
 spierbeweging
 evenwicht
 autonome functies (ademhaling, hartslag)
o Kenmerken:
 rigide gedrag
 obsessief
 compulsief
2. Het oude zoogdierenbrein (limbisch systeem):
o Amygdala
o Hippocampus
o Hippothalamus
o Functies:
 emoties
 motivatie
 stressrespons
 geur
 leren en geheugen via beloning — hippocampus
3. Het recente zoogdierenbrein (neocortex):
o Cognitie
o Abstract denken
o Logisch redeneren
o Bewuste besluitvorming

Omdat ons brein geëvolueerd is om snel en efficiënt te reageren, is het vatbaar
voor beïnvloeding — het is manipuleerbaar
Dit ligt aan de basis van het concept ‘nudging’ uit het werk Nudge van Thaler &
Sunstein:
 Gedrag sturen zonder formele dwang
 Inspelen op automatische denkpatronen
 Kan zowel problematisch als maatschappelijk nuttig zijn
o het kan mensen helpen om betere beslissingen te nemen



1.1.2. Systeem 1- en Systeem 2-denken
Daniel Kahneman onderscheidde twee denkmodi om te begrijpen wat ons gedrag
bepaalt: Systeem 1 en Systeem 2.
1. Systeem 1 — snel en intuïtief denken:
o Kenmerken:
 Automatische vaardigheden
 vaak onbewust
 associatief
 werkt met geleerde patronen
 o.b.v. snelle indrukken denken en handelen
 taal intuïtie
 routinehandelingen
o Voordelen:

, efficiënt — het werkt snel en met weinig mentale
inspanning, wat handig is voor routinebeslissingen
 detecteert sneller mogelijk gevaar en stuurt een
onmiddellijke reactie aan
 intuïtie / buikgevoel gericht op veiligheid en het
herkennen van dreiging
 bv. “als we een luide brul horen, kunnen we er
misschien maar beter van uitgaan dat het een leeuw
is, ook al hebben we technisch gezien onvoldoende
informatie om dat met zekerheid te kunnen
concluderen”
 coherent kader dat een samenhangend , betekenisvol
verhaal creëert uit losse prikkels
 rationeel omgaan met frustratie — emotie beheersen,
impulscontrole, plannen
 automatisering van vaardigheden door oefening
o Nadelen:
 gevoelig voor bias
 verbanden zijn regelmatig onjuist
 overhaaste conclusies
 neiging tot coherentie, zelfs wanneer feiten dat niet
rechtvaardigen
 bv. Piet ging skiën en brak een been — niet
noodzakelijk een causaal verband
 complottheorieën kunnen zo ontstaan
o Stuurt meeste van onze handelingen en gedrag
o Vaardigheden uit het reptielen en limbisch brein
o Voorbeelden:
 lezen
 autorijden
 routinehandelingen
 gevaar inschatten
2. Systeem 2 — traag en analytisch denken:
o Kenmerken:
 vereist inspanning en aandacht
 bewust — bewuste keuzes (nadenken over wat te doen)
 logisch redeneren
 rekenen en plannen
 impulscontrole
 ideeën ordenen
o Systeem 2 overruled soms Systeem 1
 Systeem 1 ≠ emotie
 Systeem 2 ≠ rede
 beide systemen bevatten zowel emotionele als rationale
componenten
 het verschil zit in snelheid, mate van controle en inspanning
Door ervaring en herhaling worden bewuste handelingen automatisch. Dit noemt
men inslijting, waarbij men een overgang maakt van Systeem 2 naar Systeem 1.

,  De keerzijde hiervan is de ‘curse of knowledge’ — wanneer kennis
vanzelfsprekend wordt, is deze vaak moeilijker om over te dragen, wat een
probleem vormt in het onderwijs en juridische communicatie


1.1.3. Het brein als verbanden leggende machine
Het brein legt spontaan verbanden tussen allerlei soorten informatie zoals
concepten, gebeurtenissen, stellingen, personen en eigenschappen. Dit gebeurt
via Systeem 1.
 Dit gebeurt snel, automatisch en associatief.
 Er gebeurt hier conceptverruiming door verminderde blootstelling — hoe
minder ervaring men heeft met een bepaald concept, hoe ruimer men dat
concept gaat definiëren  er is een onderliggende dynamiek die op alle
concepten van toepassing




Systeem 2 neemt actieve controle van verbanden.
Bij Systeem 1 zijn er vier centrale verbanden:
1. Voorwaardelijke verbanden;
2. Via-verbanden (‘metonymieën’);

, 3. Causale verbanden; en
4. Als-het-ware-verbanden (‘metaforen’)


A. Voowaardelijke verbanden
Voorwaardelijke verbanden bevatten een bepaalde zin / uitspraak (‘propositie’)
die een voorwaarde vormt voor een andere propositie volgens de structuur:
 Als …, dan … — als propositie 1 waar is, dan is propositie 2 ook waar.
 Bv. “als het 16u is, dan begint de les”
Dit type verband ligt aan de basis van juridische normen:
 Als feiten X , dan volgt het rechtsgevolg Y.


B. Via-verbanden (‘metonymieën’)
Via-verbanden gebruiken een entiteit (vehikelentiteit) om mentale toegang te
krijgen tot een andere entiteit (doelentiteit) waarmee ze nauw verbonden is.
De kenmerken van via-verbanden:
 Zelfde conceptueel domein
 Aangrenzendheid
 Etiketwissel
 Neutrale vervanging
 Doel: mentale toegang verschaffen
Metonymie is op zich niet problematisch, maar kan gevaarlijk worden bij
overgeneralisatie.
Er zijn verschillende soorten metonymiën:
1. Deel – Geheel:
o Verbanden leggen tussen een deel en een geheel:
 Eigenschap deel  geheel doortrekken:
 “Mijn fiets is stuk.” (enkel fietsbel stuk)
 “Er zijn te veel monden om te voeden.”
 Mond = deel van persoon.
 Eigenschap geheel  deel doortrekken:
 “Bouwvakkers drinken meer alcohol dan
sportmannen.”
 Aanname: bouwvakker Karel drinkt meer dan
sportman Jan.
2. Oorzaak – Gevolg:
o Twee gebeurtenissen in oorzakelijk verband plaatsen:
 “Hij zit vol met rimpels”  hij is ouder geworden
 “De wachtrij staat tot buiten”  het is druk
 “De straat is nat”  het heeft geregend
3. Producent – Product:
o Naar de producent verwijzen i.p.v. het product:

Table des matières

  1. 01 Juridische Argumentatieleer 1
    1. Hoofdstuk 1 — Redeneren 1
    2. Hoofdstuk 2 — Argumenteren 45
    3. Hoofdstuk 3 — Juridisch argumenteren 90

Infos sur le Document

Publié le
27 septembre 2026
Nombre de pages
145
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€8,50

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
1
Abonnés
0
Éléments
10
Dernière vente
17 heures de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions