Introductie Business & Entrepreneurial Finance
Hoofdstuk 1: De Context van Finance – US vs. Europa & Nieuwe
Theorieën
Bij het bestuderen van Corporate Finance is het cruciaal om kritisch te blijven ten opzichte van
de literatuur. Veel traditionele theorieën en handboeken gaan uit van een specifieke
Amerikaanse context.
• De Amerikaanse context: Kenmerkt zich door hoogontwikkelde financiële markten, een
groot aantal beursgenoteerde bedrijven met versnipperd aandeelhouderschap, en
aanzienlijke agency problemen (belangenconflicten tussen aandeelhouders en het
management, aangezien deze vaak gescheiden zijn).
• De Europese context (en de realiteit voor start-ups): In Europa domineren private
(vaak familiale) ondernemingen. Markten zijn minder liquide (de Brusselse beurs telt
slechts zo'n 140 bedrijven) en bedrijven leunen sterker op bankfinanciering. Agency
problemen zijn hier veel kleiner, simpelweg omdat de oprichter/eigenaar vaak ook de
manager is.
Doel van de onderneming: Waar traditionele theorieën (zoals die van Milton Friedman) puur
focusten op het maximaliseren van de aandeelhouderswaarde en winst, integreren moderne
theorieën ESG (Environmental, Social, Governance) en CSR (Corporate Social Responsibility).
Het op een ethische, ecologische en duurzame manier zakendoen sluit winstmaximalisatie echter
niet uit. Voorbeeld uit de les: Een bedrijf dat lokaal investeert in het opruimen van snelwegen of
parken, verbetert zijn reputatie aanzienlijk. Dit trekt betere werknemers en loyale klanten aan,
wat uiteindelijk ook resulteert in waardeschepping.
Hoofdstuk 2: De Drie Domeinen van Finance
De financiële wereld valt uiteen in drie overlappende pijlers. Hoewel boeken zich vaak op één
domein richten, is een holistische aanpak vereist omdat de technieken elkaar overlappen.
1. Corporate Finance: Richt zich op de interne financiële beslissingen van een bedrijf,
aangestuurd door de CFO. Hierbij draait een 'investering' om het aankopen van reële
activa (machines, gebouwen) en een 'financieringsbeslissing' om de vraag hoe men aan
kapitaal komt (leningen, aandelen uitgeven). Entrepreneurial Finance is hier een
subcategorie van, specifiek gericht op start-ups die kampen met hoge risico's en beperkte
financieringsopties.
, 2. Asset/ Portfolio Management: Het perspectief van de belegger (zoals
investeringsfondsen). Hier is een 'investering' het kopen van financiële activa (aandelen,
obligaties) en een 'financieringsbeslissing' het ophalen van kapitaal bij spaarders om dit te
kunnen beleggen.
3. Financial Markets & Institutions: De 'loodgieterij' van het systeem. Dit domein
bestudeert de werking van beurzen, banken, clearinghuizen en centrale banken.
Kruisbestuiving: Een CFO (Corporate Finance) en een fondsbeheerder (Asset Management)
gebruiken beide derivaten om valutarisico's (FX-risico) in te dekken, of gebruiken dezelfde
rentevoorspellingen en waarderingstechnieken (bijv. Discounted Cash Flow).
Hoofdstuk 3: Financiële Instrumenten
3.1 Aandelen (Equity)
Een aandeel (equity) vertegenwoordigt een eigendomsbewijs in een onderneming, met recht op
financiële voordelen (dividenden) en stemrecht op de aandeelhoudersvergadering.
• Historiek: De eerste aandelenmarkt werd in de 17e eeuw gecreëerd door de Nederlandse
VOC om de immense risico's van scheepsreizen naar Indië te spreiden over meerdere
investeerders.
• Residual claim: Aandeelhouders staan helemaal achteraan in de rij. Bij een faillissement
worden eerst de fiscus, de werknemers en de schuldeisers (obligatiehouders/banken)
betaald. Pas als er dan nog iets over is, krijgen aandeelhouders hun deel.
• Limited liability (Beperkte aansprakelijkheid): Een aandeelhouder kan maximaal zijn
inleg verliezen. Een aandelenkoers kan nooit onder nul dalen; men is niet persoonlijk
aansprakelijk voor de schulden van het bedrijf.
• Preferente aandelen (Preferred Stock): Geven recht op een vast jaarlijks dividend, met
voorrang op gewone aandelen. Ze hebben echter meestal geen stemrecht.
o Scenario in de praktijk: Een oprichter van een start-up heeft vers kapitaal nodig
en stapt naar Private Equity (PE) investeerders. Als de oprichter gewone aandelen
uitgeeft, verwatert zijn stemrecht en verliest hij de controle over zijn eigen bedrijf.
Door preferente aandelen uit te geven aan de PE-partij, krijgen zij financiële
zekerheid (vast dividend), maar behoudt de oprichter de zeggenschap.
3.2 Vastrentende Waarden (Fixed-Income)
Schuldinstrumenten waarbij men een vaste rente (coupon) ontvangt en op het einde van de
looptijd de hoofdsom (principal) terugkrijgt.
• Government vs. Corporate Bonds: Staatsobligaties worden als nagenoeg risicovrij
beschouwd. Bedrijfsobligaties dragen altijd een default risk (risico op wanbetaling).
• Eurobonds: Een obligatie uitgegeven in een andere valuta dan de valuta van het land
waar de uitgever gevestigd is.
o Conflict & Verduidelijking: De slide definieert dit puur technisch. De professor
benadrukt echter dat de term niets te maken heeft met Europa of de Euro. Een
, Amerikaans bedrijf dat in Yen leent, geeft ook een 'Eurobond' uit. De term is
historisch ontstaan in de jaren '60 toen de Belgische tak van JP Morgan dit
product in Europa bedacht en in de markt zette als een "Eurobond".
Specifieke soorten obligaties:
o Municipal bonds: Obligaties uitgegeven door lokale overheden (bijv. de
Vlaamse Overheid, steden, of een Amerikaanse staat in plaats van het federale
niveau). Soms bieden deze fiscale voordelen.
o Secured vs. Unsecured bonds: Secured bonds (gedekte obligaties) hebben een
specifiek onderpand (collateral), zoals een gebouw of machines, dat verkocht kan
worden bij wanbetaling. Unsecured bonds (ook wel debentures genoemd) hebben
geen specifiek onderpand.
o Callable corporate bonds: Een bedrijfsobligatie met een ingebouwde optie voor
het bedrijf (de lener) om de obligatie vóór de vervaldatum vervroegd terug te
kopen van de belegger tegen een vooraf afgesproken prijs.
• Securitisatie & MBS / CDO's: Mortgage-Backed Securities (MBS) ontstaan door
duizenden hypothecaire leningen samen te voegen in een Special Purpose Vehicle (SPV).
De inkomsten van de leningen stromen door naar de investeerders (pass-through). Men
kan dit opsplitsen in risicoklassen (tranches) via een Collateralized Debt Obligation
(CDO). De Senior tranche krijgt als eerste betaald en is veilig; de Equity tranche
incasseert als eerste de klappen bij wanbetaling. Het massaal falen van deze hypotheken
was de directe aanleiding voor de crisis van 2008.
• Credit Default Swaps (CDS): Functioneert als een verzekering op een obligatie. Partij A
betaalt een maandelijkse premie aan Partij B. Als de onderliggende obligatie failliet gaat,
vergoedt B de verliezen van A. Omdat deze contracten verhandelbaar zijn, ontstond er
tijdens de financiële crisis een domino-effect toen banken elkaars verliezen niet meer
konden dekken.
3.3 Geldmarkt (Money Market)
Kortlopende schuldinstrumenten (looptijd < 1 jaar) die zeer liquide zijn. De
belangrijkste zijn:
• Treasury Bills (T-Bills): Kortlopend overheidspapier. Worden verkocht met een korting
(discount) op de nominale waarde. Op de vervaldag krijgt de belegger de volledige
nominale waarde uitgekeerd (zero-coupon).
• Certificates of Deposit (CD's): Termijndeposito's bij een bank. Het geld staat vast en
kan pas op de vervaldatum (met rente) worden opgenomen.
• Commercial Paper: Kortlopende, ongedekte schuldbewijzen (promessen) uitgegeven
door grote, zeer kredietwaardige bedrijven, vaak gedekt door een kredietlijn bij een bank.
• Eurodollars: Deposito's luidend in Amerikaanse dollars, maar aangehouden bij
buitenlandse banken (buiten de VS). Wederom: dit heeft niets met Europa of de Euro te
maken, net als bij Eurobonds.
• Repurchase Agreements (Repo's): Een cruciaal instrument voor liquiditeitsbeheer. Een
bank verkoopt vandaag overheidspapier aan een investeerder met de verplichting dit
morgen (overnight) terug te kopen tegen een iets hogere prijs. Dit is in wezen een
extreem veilige lening met het overheidspapier als onderpand.
, 3.4 Derivaten (Derivatives)
Instrumenten waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende asset (zoals goud, aandelen
of rentevoeten).
• Opties vs. Futures:
o Optie: Een recht (geen plicht) om te kopen (Call) of verkopen (Put). Risico is
beperkt tot de aankoopprijs (premie) van de optie. (Warrants lijken op call opties,
maar worden door het bedrijf zelf uitgegeven en vereisen de creatie van nieuwe
aandelen, wat leidt tot verwatering,).
o Future: Een wettelijke plicht om in de toekomst te leveren of te kopen tegen een
vooraf vastgestelde prijs. Omdat het een plicht is, is het risico op grote verliezen
aanzienlijk.
o Scenario: Een boer produceert tarwe en vreest dat de prijs volgend jaar zal
instorten. Hij sluit vandaag een future-contract af om de tarwe volgend jaar te
verkopen voor 8 EUR. Als de marktprijs volgend jaar zakt naar 7 EUR, maakt de
boer 1 EUR winst ten opzichte van de markt. Stijgt de prijs naar 9 EUR, verliest
hij 1 EUR (omdat hij verplicht is voor 8 EUR te leveren). Het is een zero-sum
game (wat de een wint, verliest de ander). Opmerking: Futures zijn
gestandaardiseerd en beursgenoteerd. Forwards werken exact hetzelfde, maar zijn
op maat gemaakte bilaterale contracten (OTC).
• Swaps: Het ruilen van kasstromen.
o Scenario Interest Rate Swap: Partij A en Partij B sluiten een swap af. Partij A
betaalt maandelijks een vaste rente van 1% aan B. Partij B betaalt een variabele
rente (bv. Euribor) aan A. Als de Euribor in een bepaalde maand stijgt naar 2%,
betaalt A 1% aan B, maar krijgt A 2% terug van B. Partij A maakt hier winst.
Daalt de Euribor de maand erna naar 0.5%, dan maakt B winst. Dit product wordt
veel gebruikt om zich in te dekken tegen rentestijgingen of -dalingen.
3.5 Short Selling
Speculeren op een koersdaling. Men leent een aandeel van een broker (tegen een vergoeding, de
zogenaamde rebate), en verkoopt het direct op de markt (bijv. voor 50 EUR). Zakt de koers naar
40 EUR, dan koopt men het goedkoop terug, geeft het aandeel terug aan de broker, en steekt men
de 10 EUR winst in eigen zak. Naked short selling (verkopen zonder eerst het eigendom te
lenen) is illegaal.
3.6 Gestructureerde Producten (Structured Products)
Dit zijn vooraf samengestelde beleggingspakketten (pre-packaged investments) die in
een Special Purpose Vehicle (SPV) worden ondergebracht en als één nieuw product
aan het publiek worden verkocht.
• Samenstelling: Ze bestaan doorgaans uit een basiscomponent (zoals een vastrentende
obligatie) gecombineerd met één of meerdere derivaten (zoals een optie). Het doel is om
een zeer specifiek, op maat gemaakt risico-rendementsprofiel te creëren.
• Verschil met securitisatie: Securitisatie is het herverpakken van duizenden bestaande,
vergelijkbare leningen (zoals hypotheken) tot één nieuw product. Structurering is het