• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 38 pages
Resume

Samenvatting ALLE LITERATUUR Jeugd en Recht | Master Orthopedagogiek| UU | 2026/27

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 38 pages

Samenvatting van ALLE LITERATUUR voor het vak Jeugd en Recht aan de Universiteit Utrecht (). Ingedeeld in de 3 weken. Toereikend om te leren voor het tentamen! Inhoud: - Samenvatting van Inleiding t/m H6 van 'Jeugdrecht in de Praktijk' van Weijers & Huijer (6e druk). Daarnaast samenvattingen van verdere verplichte literatuur: - S. Rap 'The role of social work services in juvenile justice in the  - Korte aanvulling op de informatie uit Jeugdrecht in de praktijk - Ingrid Vledder & Ariane Hendriks, Tijd voor een Actieplan aanpak intieme terreur, Nederlands Juristenblad − Afl. 20, p. - De uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Bîzdîga tegen De republiek Moldavië 17 oktober 2023, 15646/18), vanaf par. 50-70 68 op p. 10 t/m 15 (7p - Aalders, ‘De rechtspraktijk inzake gezagsbeëindiging vanuit kinderrechtelijk perspectief’, FJR 2018/63 (9p.) - M.R. Bruning e.a., Kind in proces: van communicatie naar effectieve participatie, Meijers-reeks nr. 335, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2020, p. 1-16 (samenvatting) - M.R. Bruning e.a., Terugplaatsing na gedwongen uithuisplaatsing, Den Haag: WODC 2025 (samenvatting)

Aperçu du contenu

Samenvatting Literatuur Jeugd en Recht 26/27

Inhoud
Week 1................................................................................................................... 2
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 4 – Jeugdstrafrecht......................................2
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 5 – onderwijs...............................................5
S. Rap 'The role of social work services in juvenile justice in the Netherlands’ (p.
76-96).................................................................................................................. 8
Week 2................................................................................................................. 10
Jeugdrecht in de praktijk inleiding.....................................................................10
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 1 – familierecht.........................................10
Aanvulling op H2 – familierecht.........................................................................16
Bîzdîga v. Moldavië – EHRM............................................................................... 16
Vledder - Tijd voor een Actieplan aanpak intieme terreur.................................17
Week 3................................................................................................................. 19
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 2 – jeugdhulp.............................................19
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 3 – kinderbescherming..............................21
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 6 – Medische behandeling.........................27
Aalders – De rechtspraktijk inzake gezagsbeëindiging vanuit kinderrechtelijk
perspectief........................................................................................................ 30
Bruning e.a. (2025) - Terugplaatsing na gedwongen uithuisplaatsing p. 8-12...34
Bruning e.a. (2020) - Kind in proces: van communicatie naar effectieve
participatie p. 1-16............................................................................................ 36
Gebruikte boek: Jeugdrecht in de Praktijk, Ido Weijers & Joost Huijer, 6 e druk

,Week 1
Jeugdrecht in de praktijk hoofdstuk 4 – Jeugdstrafrecht
4.1 Inleiding

Nederland heeft een pedagogisch en kindgericht jeugdstrafrecht. Jeugddetentie vindt grotendeels
plaats in kleine groepen, met onderwijs en begeleiding. Sinds 2010 wordt in justitiële
jeugdinrichtingen (JJI’s) gewerkt met YOUTURN, het Sociaal Competentiemodel en onder andere
Agressie Regulatie Training.

De rechtspositie van jongeren in detentie is sterk verbeterd door de Beginselenwet justitiële
jeugdinrichtingen (Bjj, 2001). Deze wet regelt wanneer en door wie grondrechten van jongeren
mogen worden beperkt, bijvoorbeeld via dwangmiddelen, ordemaatregelen en disciplinaire straffen.
Er zijn een beklagregeling, beroepsprocedure, een onafhankelijke Commissie van Toezicht en een
bemiddelingsprocedure. Het aantal JJI’s daalde sterk; de ontwikkeling gaat richting kleinschalige
voorzieningen dichtbij het leefmilieu, gecombineerd met enkele gespecialiseerde, goed beveiligde
voorzieningen.

4.2 Aparte procedures

Het Nederlandse jeugdstrafrecht bestaat sinds 1901 en kent aparte procedures en sancties voor
jongeren. IVRK art. 40 bepaalt dat een kind dat wordt verdacht of veroordeeld voor een strafbaar feit
waardig moet worden behandeld, waarbij leeftijd en herintegratie centraal staan.

Een apart jeugdstrafrecht is gebaseerd op de beperkte strafrechtelijke verantwoordelijkheid van
minderjarigen. Jongeren zijn cognitief en psychosociaal nog in ontwikkeling, zijn impulsiever, sterker
gericht op korte termijn, kunnen risico’s minder goed inschatten en zijn vooral tussen 10-14 jaar sterk
beïnvloedbaar door leeftijdgenoten. Het Nederlandse jeugdstrafrecht is echter geen
jeugdhulpverlening: het is een schuldstrafrecht, waarin schuld en verantwoordelijkheid centraal
staan, maar met een beperkte verantwoordelijkheid. Het vormt daarmee een overgang tussen geen
en volledige strafrechtelijke verantwoordelijkheid.

Jeugdstrafzittingen zijn in principe achter gesloten deuren ter bescherming van de privacy. De
minderjarige heeft verschijningsplicht en ouders worden opgeroepen en moeten sinds 2011 in
beginsel ook verschijnen. De minderjarige krijgt altijd een raadsman. Bij ernstige of ingewikkelde
zaken kan een meervoudige kamer worden ingezet.

4.3 Aparte sancties

Het jeugdstrafrecht is de afgelopen decennia op onderdelen verhard: strafmaxima zijn verhoogd en
er zijn meer sancties gekomen. Ook een straf kan gevolgen hebben voor het verkrijgen van een VOG
en DNA-afname kent geen onderscheid naar leeftijd.

Tegelijkertijd worden veel zaken juist buitengerechtelijk afgedaan. Via ZSM (Zo Spoedig Mogelijk)
bespreken politie, OM, Raad voor de Kinderbescherming, jeugdreclassering en slachtofferhulp snel
welke afdoening passend is.

 Ongeveer 1/3 van de zaken → Halt-afdoening.

 Bijna 1/2 → zelfstandig door het OM.

,  Ongeveer 1/4 → door de rechter.

Halt is bedoeld voor lichte feiten, zoals vernieling, winkeldiefstal met geringe buit of
vuurwerkdelicten. Een jongere kan een gesprek en taakstraf van maximaal 20 uur krijgen. Bij
succesvolle Halt-afdoening ontstaat geen strafblad.

De officier van justitie kan in het officiersmodel maximaal 60 uur taakstraf, een geldboete,
schadevergoeding, verkeersmaatregel, contact-/straatverbod of reclasseringsmaatregel tot 6
maanden opleggen. Vrijheidsbeneming kan de officier niet opleggen.

De rechter kan onder andere opleggen:

1. Jeugddetentie: maximaal 1 of 2 jaar;

2. Taakstraf: maximaal 200 uur;

3. Geldboete: maximaal circa €4.000.

Belangrijke maatregelen zijn de PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen; maximaal 7
jaar) en de GBM (Gedragsbeïnvloedende Maatregel), waarbij begeleiding en behandeling centraal
staan. Ook zijn bijvoorbeeld gebiedsverbod, contactverbod en meldingsplicht mogelijk.

4.4 Structurele aspecten

Minimumleeftijd strafrechtelijke verantwoordelijkheid

IVRK art. 40 lid 3 vereist een minimumleeftijd waaronder kinderen niet strafrechtelijk
verantwoordelijk worden gehouden. Nederland hanteert 12 jaar. Dit ligt onder het Europese
gemiddelde van ongeveer 13,5 jaar, maar boven het mondiale gemiddelde.

De bovengrens ligt internationaal meestal op 18 jaar. In Nederland kan sinds 2014 het jeugdstrafrecht
ook worden toegepast op jongvolwassenen tot 23 jaar. Omgekeerd kunnen 16- en 17-jarigen bij
hoge uitzondering worden overgedragen naar het gewone strafrecht (transfer).

Relatie met de kinderbescherming

Volgens IVRK art. 3 moet het belang van het kind een eerste overweging zijn. Repressie en vergelding
moeten daarom ruimte maken voor rehabilitatie, herstel en recidivepreventie. IVRK art. 37(b)
bepaalt dat arrestatie en detentie van kinderen alleen als laatste middel en voor de kortst mogelijke
duur mogen worden toegepast. Art. 2 IVRK bevat het beginsel van non-discriminatie.

Nederland kent echter een organisatorische scheiding tussen jeugdstrafrecht en
jeugdbeschermingsrecht. Sinds 1995 is de organisatorische samenhang verminderd. Om
samenwerking te verbeteren bestaat het Justitieel Casus Overleg (JCO+), waarin politie, OM en Raad
voor de Kinderbescherming informatie uitwisselen en tot een afdoeningsbeslissing komen.

Inquisitoire karakter

Nederland kent een inquisitoir strafproces: de overheid doet vooraf onderzoek gericht op
waarheidsvinding, de rechter beschikt over het dossier en heeft een actieve rol. De officier is niet
alleen aanklager maar draagt ook bij aan waarheidsvinding.

Daartegenover staat de adversaire/accusatoire traditie, vooral in Angelsaksische landen: aanklager
en verdediging zijn gelijkwaardige partijen en presenteren hun bewijs aan een onpartijdige, minder
actieve rechter.

, IVRK art. 12 waarborgt het recht van het kind om zijn mening te uiten en te worden gehoord.

4.5 Instanties

Politie en Openbaar Ministerie

Zowel politie als OM hebben discretionaire bevoegdheid: zij kunnen zaken onder voorwaarden zelf
afdoen. Dit is bijzonder, omdat in Nederland beide instanties deze bevoegdheid hebben.

De politie kan onder andere een politiesepot, politiestrafbeschikking, Halt-verwijzing of verwijzing
naar jeugdhulp/Raad voor de Kinderbescherming inzetten.

Het OM heeft het vervolgingsmonopolie, maar sinds 2011 ook het opportuniteitsbeginsel: het kan
besluiten een zaak niet voor de rechter te brengen en zelf af te doen.

Kinderrechter

De gespecialiseerde kinderrechter behandelt jeugdstrafzaken. Bij ernstige zaken kan een
meervoudige kamer worden ingezet. De rechter-commissaris beslist bij voorlopige vrijheidsbeneming
over de rechtmatigheid daarvan.

Bij inverzekeringstelling moet de jongere uiterlijk na 3 dagen worden voorgeleid aan de rechter-
commissaris. Daarna kan inbewaringstelling maximaal 14 dagen duren; voorlopige hechtenis kan
maximaal 90 dagen duren.

Sinds 1995 zijn voorbereidende fase en berechting strikt gescheiden: een rechter-commissaris mag
later niet als kinderrechter in dezelfde zaak optreden.

Raadsman

Door de EHRM-zaken Salduz en Panovits hebben jeugdige verdachten recht op een advocaat bij het
eerste politieverhoor (consultatiebijstand) en tijdens het verhoor (verhoorbijstand). Bij
inverzekeringstelling of behandeling door de rechtbank wordt kosteloos een advocaat toegevoegd. Bij
zeer lichte afdoeningen bestaat niet altijd recht op een kosteloze advocaat; Nederland heeft hiervoor
een voorbehoud bij het IVRK gemaakt.

Jeugdreclassering en jeugdbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming onderzoekt bij vervolging de persoonlijkheid, thuis- en
schoolsituatie van de jongere en adviseert over de sanctie. De uitvoering van begeleiding ligt bij de
jeugdreclassering, onderdeel van een Gecertificeerde Instelling (GI). Begeleiding kan al starten
tijdens voorlopige vrijheidsbeneming.

4.6 Klachten en beroep in detentie

Elke JJI en JeugdzorgPlus-instelling moet een onafhankelijke klachtencommissie hebben. Een jongere
kan daar klagen over beslissingen die tijdens straf of vrijheidsbeneming zijn genomen. Tegen de
uitspraak van de klachtencommissie kan hij beroep instellen bij de Raad voor Strafrechtstoepassing
en Jeugdbescherming (RSJ). Ook tegen een afgewezen verzoek tot overplaatsing kan beroep bij de
RSJ worden ingesteld.

Livre connecté
 image
Joost Huijer, Ido Weijers Jeugdrecht in de praktijk
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789085601838 Édition: Inconnu

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Inleiding t/m hoofdstuk 6
Publié le
23 septembre 2026
Nombre de pages
38
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
€13,46

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
danevandiggele
4,8
(6)
Vendu
46
Abonnés
3
Éléments
6
Dernière vente
2 jours de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions