Romeins recht
2025-2026 Florence Lipkens
Prof. Dr. W. Druwé
INHOUDSTABEL
• H1 inleiding: de wetenschap vh Romeinse recht p.2
• H2 Externe geschiedenis: bronnen van het RR recht p.11
• Interne rechtsgeschiedenis:
- H3 De ontwikkeling van subjectieve rechten p.102
- H4 Procesrecht p.112
- H5 Personenrecht p.137
- H6 Erfrecht p.175
- H7 Zakenrecht p.194
- H8 Algemeen verbintenissenrecht p.240
- H9 Bijzondere overeenkomstenrecht: koop-verkoop, huur-verhuur p.281
1
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING – DE WETENSCHAP VAN HET ROMEINSE RECHT
> 1. BEDOELING VAN DE STUDIE VAN HET ROMEINSE RECHT
Waarom moeten we vandaag nog Romeins recht leren? à Omdat veel regels en manieren van
juridisch denken uit het Romeinse recht zijn ontstaan. Door die geschiedenis te kennen,
begrijpen we het huidige recht beter.
Op het einde moet je bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom een private boete in Mexico veel
hoger kan zijn dan een schadevergoeding in België. Dat verschil is ontstaan doordat beide
rechtssystemen anders geëvolueerd zijn.
1. ONTWIKKELING VAN EEN HISTORISCH BEWUSTZIJN
Recht is dynamisch. Dat betekent dat het voortdurend verandert.
Een rechtssysteem bestaat uit veel verschillende regels. Elke regel heeft zijn eigen geschiedenis
en wordt beïnvloed door maatschappelijke, politieke, economische en religieuze
ontwikkelingen.
Voorbeelden
• Ons eigendomsrecht houdt verband met de afbouw van het feodale systeem. In dat
middeleeuwse systeem gaf een leenheer grond aan een leenman, in ruil voor trouw en
diensten.
• Onze regels over contractsvrijheid en wilsgebreken, zoals dwaling en bedrog, werden
verder ontwikkeld door kerkjuristen en moraaltheologen. Zij gaven nieuwe betekenissen
aan oude Romeinse teksten.
• Het testament vindt zijn oorsprong in het Romeinse recht. Romeinse soldaten kregen
daarbij bijzondere mogelijkheden om een testament op te stellen.
Het huidige recht is niet de enige mogelijke oplossing.
Een regel had er dus ook helemaal anders kunnen uitzien. De geschiedenis verklaart waarom
men ooit voor een bepaalde oplossing heeft gekozen.
Kritische functie van rechtsgeschiedenis
Rechtsgeschiedenis helpt ons ook kritisch nadenken. We kunnen ons afvragen:
• Wanneer is een regel ontstaan?
• Wie heeft de regel ontwikkeld?
• Welk probleem wilde men ermee oplossen?
• Heeft de regel dat probleem werkelijk opgelost?
• Is de regel vandaag nog nuttig?
• Kunnen we uit de geschiedenis lessen trekken?
We leren het Romeinse recht dus niet alleen uit interesse voor het verleden. We gebruiken het
verleden om het huidige recht beter te begrijpen en eventueel te verbeteren.
2
,2. EEN COMPONENT VAN ONS UNIVERSITAIRE DENKEN
De eerste Europese universiteiten ontstonden vanaf het einde van de 11de eeuw.
De manier waarop wij aan universiteiten nadenken, is ontstaan uit een combinatie van vier oude
denktradities:
1. het Romeinse juridische denken;
2. de joods-christelijke theologie;
3. de Griekse wetenschappelijke logica;
4. het oosterse wiskundige denken.
1. Het Romeinse juridische en maatschappelijke denken
Aan de middeleeuwse universiteiten bestudeerden juristen de grote Romeinse
rechtsverzamelingen die in de zesde eeuw in opdracht van keizer Justinianus waren
samengesteld.
Dit zijn de Justiniaanse compilaties, ook het Corpus Iuris Civilis genoemd.
Door deze teksten leerden juristen:
• juridische begrippen onderscheiden;
• rechtsregels ordenen;
• moeilijke problemen analyseren;
• logisch argumenteren.
Het Romeinse recht werd zo een belangrijke basis van onze universitaire en juridische manier
van denken. Vanaf de middeleeuwen was het Corpus Iuris Civilis de centrale tekst in het
Europese rechtsonderwijs.
2. De joods-christelijke theologie
Ook de christelijke theologie was belangrijk aan de eerste universiteiten.
Belangrijke studiedomeinen waren:
• theologie;
• geneeskunde;
• Romeins of burgerlijk recht;
• canoniek of kerkelijk recht.
Het Romeinse recht en het christelijke denken waren al vanaf de late oudheid met elkaar
verweven. Ze vormden samen een belangrijk deel van de Latijnse cultuur, de latinitas.
Ook het canonieke recht werd sterk beïnvloed door het Romeinse recht. Omgekeerd
beïnvloedden kerkjuristen en theologen de verdere ontwikkeling van het privaatrecht.
3. De Griekse wetenschappelijke logica
Vanaf de 13de eeuw kreeg de filosofie van de Griekse denker Aristoteles veel invloed aan de
West-Europese universiteiten.
3
,Zijn manier van denken was logisch en wetenschappelijk. Die ideeën bereikten West-Europa in
verschillende stappen.
• Boëthius vertaalde in de 5de en 6de eeuw een deel van de Griekse filosofische en
logische teksten naar het Latijn.
• Al-Kindi speelde in de 9de eeuw een belangrijke rol in de Arabische vertaalbeweging van
Griekse werken.
• Al-Farabi schreef belangrijke werken over Aristoteles, logica en filosofie.
• Avicenna ontwikkelde eigen filosofische theorieën, gebaseerd op onder meer
Aristoteles.
• Averroes schreef in de 12de eeuw zeer belangrijke commentaren op Aristoteles.
• Maimonides was een Joodse geleerde die eveneens beïnvloed werd door Aristoteles en
de Arabische filosofie.
In de 12de en 13de eeuw werden Griekse teksten en Arabische commentaren naar het Latijn
vertaald. Geleerden zoals Albertus de Grote en Thomas van Aquino gebruikten deze werken.
Zo kwam de Griekse logica in het westerse universitaire denken terecht. Daardoor gingen ook
juristen steeds logischer en systematischer redeneren.
4. Het wiskundige denken uit het Oosten
Ook wiskundige kennis uit India en de Arabische wereld bereikte West-Europa.
• Aryabhata was een belangrijke Indiase wiskundige en astronoom uit de 5de en 6de
eeuw.
• Al-Chwarizmi was een geleerde uit de 9de eeuw die belangrijk was voor algebra en
rekenmethodes. Het woord algoritme is van zijn naam afgeleid.
Na de val van Constantinopel in 1453 trokken bovendien veel Griekse geleerden naar West-
Europa. Zij brachten Griekse teksten, wiskundige kennis en technische vaardigheden mee.
Zo werd ook het wiskundige denken een onderdeel van het universitaire denken. Deze vierde
pijler heeft wel minder rechtstreekse invloed gehad op het recht.
3. BELANG VAN DE GEDEELDE RECHTSHISTORISCHE WORTELS VAN EUROPA
Wat is het ius commune?
Het ius commune was het gemeenschappelijke geleerde recht van continentaal Europa.
Het bestond vooral uit:
Romeins recht + canoniek of kerkelijk recht = ius commune
Dit was vooral geschreven recht dat aan universiteiten werd bestudeerd. Daarnaast bleven de
verschillende gebieden hun eigen plaatselijke regels en gewoonten gebruiken.
Hoe is het ius commune ontstaan?
In 476 viel het West-Romeinse Rijk. West-Europa werd verdeeld in verschillende koninkrijken en
later in veel feodale gebieden.
4
,Daardoor ontwikkelde het recht zich in iedere streek anders. Toch verdwenen de Romeinse
invloeden niet volledig:
• bisschoppen en geestelijken hielden de Latijnse cultuur levend;
• het Romeinse recht bleef op sommige plaatsen gedeeltelijk bestaan;
• middeleeuwse vorsten zagen zichzelf graag als opvolgers van de Romeinse keizers;
• in het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bleef het Romeinse recht verder bestaan.
Vanaf de 11de eeuw werd het Romeinse recht opnieuw intensief bestudeerd aan universiteiten,
vooral in Bologna. Juristen uit verschillende landen bestudeerden dezelfde Justiniaanse teksten
en legden die op een gelijkaardige manier uit.
Dat noemen we de receptie van het Romeinse recht: oude Romeinse regels en ideeën werden
opnieuw opgenomen in het Europese recht.
Zo ontstond in de hoge en late middeleeuwen het ius commune. Naast het Romeinse en
canonieke recht bleven wel plaatselijke en regionale gewoonterechten bestaan.
15de en 16de eeuw
Vorsten wilden hun gebieden centraliseren en de vele plaatselijke regels en machten
verminderen.
Daarom namen zij juristen in dienst die aan de universiteit Romeins recht hadden gestudeerd à
deze juristen gebruikten Romeinse ideeën om het bestuur en de rechtspraak meer eenvormig te
maken.
Ook de vorstelijke rechtbanken hielpen om het Romeinse recht en het ius commune verder te
verspreiden.
17de eeuw
Juristen ontwikkelden het natuurrecht. Volgens deze leer kunnen bepaalde algemene
rechtsbeginselen uit de menselijke natuur en de rede worden afgeleid.
Het natuurrecht kon gebruikt worden om:
• willekeurige macht van vorsten te bekritiseren;
• algemene regels te zoeken die boven plaatselijke verschillen stonden;
• het recht logisch en systematisch op te bouwen.
18de eeuw
Het Romeinse recht, het ius commune en het natuurrecht beïnvloedden de grote burgerlijke
wetboeken.
19de eeuw
Vooral Duitse juristen gingen het Romeinse recht zeer systematisch bestuderen. Dat noemen we
de Pandektenwissenschaft.
Zij zochten naar algemene regels van burgerlijk recht die in de verschillende Duitse gebieden
gebruikt konden worden.
Europa heeft dus gedeelde Romeinsrechtelijke wortels. Toch is het concrete recht in ieder land
anders, omdat elk land het Romeinse recht op zijn eigen manier heeft verwerkt.
5
,Ook landen die nooit deel uitmaakten van het Romeinse Rijk werden beïnvloed.
Ethiopië
Romeins-Byzantijnse en kerkelijke regels kwamen via Arabische teksten terecht in de Fetha
Japan
Vanaf het einde van de 19de eeuw nam Japan veel Frans en Duits burgerlijk recht over. Beide
waren beïnvloed door het Romeinse recht.
Vanaf 1874 werd het Romeinse recht ook in het Japanse hogere rechtsonderwijs bestudeerd.
Later gebeurde dit onder invloed van de Duitse Pandektenwissenschaft.
China
Vanaf het einde van de 19de eeuw ontstond in China interesse voor het Romeinse recht.
Het werd vanaf 1895 onderwezen in het Chinese hogere onderwijs, eerst in Tianjin en later ook in
Peking en Shanghai. Het beïnvloedde:
• de burgerlijke wetboeken van de Republiek China van 1929–1931;
• het Burgerlijk Wetboek van de Volksrepubliek China van 2020.
De Chinese jurist Tchéou Nang had aan de KU Leuven gestudeerd. Hij nam zijn Leuvense
notities mee naar China en gebruikte ze voor een eigen handboek.
Congo
In 1954 werd in Belgisch-Congo de universiteit Lovanium opgericht. Romeins recht was er een
verplicht vak.
Het wordt vandaag nog bestudeerd aan onder meer:
• de Université catholique du Congo;
• de Université de Kinshasa.
4. KENNISMAKING MET JURIDISCHE PRIVAATRECHTELIJKE BEGRIPPEN
Het vak Romeins recht aan de KU Leuven gaat niet alleen over het recht zoals het in de
Romeinse oudheid bestond.
Je maakt een reis door ongeveer 27 eeuwen rechtsgeschiedenis. Je volgt hoe Romeinse regels
ontstonden, later opnieuw werden geïnterpreteerd en uiteindelijk ons huidige recht
beïnvloedden.
De structuur van de cursus sluit aan bij de Instituten van Gaius en Justinianus. Die geven ons
kapstokken om het privaatrecht te ordenen.
Je leert zo belangrijke juridische begrippen kennen, zoals:
• personen; zaken en eigendom; bezit;
• contracten en verbintenissen; aansprakelijkheid; erfenissen en testamenten.
6
,> 2. ROMEINS RECHT ALS WETENSCHAP
De Romeinsrechtelijke wetenschap is een juridische wetenschap. Ze gebruikt ook
hulpwetenschappen, zoals:
• klassieke filologie;
• handschriftkunde;
• geschiedenis;
• filosofie en theologie;
• archeologie.
Vanaf de 11de eeuw werd Romeins recht een belangrijk vak aan de West-Europese
universiteiten.
Keizer Justinianus staat daarbij centraal. Hij schreef niet zelf de eerste Romeinse rechtsteksten,
maar liet bestaande teksten verzamelen in het Corpus Iuris Civilis, de verzameling van het
Romeinse burgerlijke recht.
Er bestaan verschillende manieren om deze teksten te bestuderen.
1. EEN JURIDISCHE WETENSCHAP
De centrale vraag is: hoe hebben juridische regels en begrippen zich ontwikkeld?
Men kan rechtsgeschiedenis op twee manieren bestuderen.
Applicative legal history
Dit is toepassingsgerichte rechtsgeschiedenis: men gebruikt kennis uit het verleden om het
huidige recht beter te begrijpen en oplossingen te vinden voor problemen van de eigen tijd.
Voorbeelden:
• Lanfrancus van Pavia leefde in de 11de eeuw en hielp het Justiniaanse recht verspreiden.
Hij werd later aartsbisschop van Canterbury en was betrokken bij het Engelse koninklijke
bestuur.
• Guillaume Durand was een Franse kerkjurist uit de 13de eeuw. Hij gebruikte de teksten
van Justinianus om het procesrecht van de pauselijke rechtbanken vorm te geven. Hij
schreef de Gerechtelijke spiegel en was ook bestuurder van Romagna.
• Bartolus de Saxoferrato doceerde in de 14de eeuw Romeins recht aan de universiteit van
Perugia. Hij paste de Justiniaanse teksten toe op problemen van zijn eigen tijd,
bijvoorbeeld op juridische problemen die tijdens de pest ontstonden.
• Hugo Grotius kwam uit de Noordelijke Nederlanden en leefde in de 16de en 17de eeuw.
Hij schreef Het recht van oorlog en vrede, een belangrijk werk voor het volkenrecht. Hij
verwees veel naar de teksten van Justinianus, was politiek actief en werd ambassadeur
van Zweden in Parijs. Hij wordt beschouwd als een belangrijke grondlegger van het
natuurrecht.
7
2025-2026 Florence Lipkens
Prof. Dr. W. Druwé
INHOUDSTABEL
• H1 inleiding: de wetenschap vh Romeinse recht p.2
• H2 Externe geschiedenis: bronnen van het RR recht p.11
• Interne rechtsgeschiedenis:
- H3 De ontwikkeling van subjectieve rechten p.102
- H4 Procesrecht p.112
- H5 Personenrecht p.137
- H6 Erfrecht p.175
- H7 Zakenrecht p.194
- H8 Algemeen verbintenissenrecht p.240
- H9 Bijzondere overeenkomstenrecht: koop-verkoop, huur-verhuur p.281
1
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING – DE WETENSCHAP VAN HET ROMEINSE RECHT
> 1. BEDOELING VAN DE STUDIE VAN HET ROMEINSE RECHT
Waarom moeten we vandaag nog Romeins recht leren? à Omdat veel regels en manieren van
juridisch denken uit het Romeinse recht zijn ontstaan. Door die geschiedenis te kennen,
begrijpen we het huidige recht beter.
Op het einde moet je bijvoorbeeld kunnen verklaren waarom een private boete in Mexico veel
hoger kan zijn dan een schadevergoeding in België. Dat verschil is ontstaan doordat beide
rechtssystemen anders geëvolueerd zijn.
1. ONTWIKKELING VAN EEN HISTORISCH BEWUSTZIJN
Recht is dynamisch. Dat betekent dat het voortdurend verandert.
Een rechtssysteem bestaat uit veel verschillende regels. Elke regel heeft zijn eigen geschiedenis
en wordt beïnvloed door maatschappelijke, politieke, economische en religieuze
ontwikkelingen.
Voorbeelden
• Ons eigendomsrecht houdt verband met de afbouw van het feodale systeem. In dat
middeleeuwse systeem gaf een leenheer grond aan een leenman, in ruil voor trouw en
diensten.
• Onze regels over contractsvrijheid en wilsgebreken, zoals dwaling en bedrog, werden
verder ontwikkeld door kerkjuristen en moraaltheologen. Zij gaven nieuwe betekenissen
aan oude Romeinse teksten.
• Het testament vindt zijn oorsprong in het Romeinse recht. Romeinse soldaten kregen
daarbij bijzondere mogelijkheden om een testament op te stellen.
Het huidige recht is niet de enige mogelijke oplossing.
Een regel had er dus ook helemaal anders kunnen uitzien. De geschiedenis verklaart waarom
men ooit voor een bepaalde oplossing heeft gekozen.
Kritische functie van rechtsgeschiedenis
Rechtsgeschiedenis helpt ons ook kritisch nadenken. We kunnen ons afvragen:
• Wanneer is een regel ontstaan?
• Wie heeft de regel ontwikkeld?
• Welk probleem wilde men ermee oplossen?
• Heeft de regel dat probleem werkelijk opgelost?
• Is de regel vandaag nog nuttig?
• Kunnen we uit de geschiedenis lessen trekken?
We leren het Romeinse recht dus niet alleen uit interesse voor het verleden. We gebruiken het
verleden om het huidige recht beter te begrijpen en eventueel te verbeteren.
2
,2. EEN COMPONENT VAN ONS UNIVERSITAIRE DENKEN
De eerste Europese universiteiten ontstonden vanaf het einde van de 11de eeuw.
De manier waarop wij aan universiteiten nadenken, is ontstaan uit een combinatie van vier oude
denktradities:
1. het Romeinse juridische denken;
2. de joods-christelijke theologie;
3. de Griekse wetenschappelijke logica;
4. het oosterse wiskundige denken.
1. Het Romeinse juridische en maatschappelijke denken
Aan de middeleeuwse universiteiten bestudeerden juristen de grote Romeinse
rechtsverzamelingen die in de zesde eeuw in opdracht van keizer Justinianus waren
samengesteld.
Dit zijn de Justiniaanse compilaties, ook het Corpus Iuris Civilis genoemd.
Door deze teksten leerden juristen:
• juridische begrippen onderscheiden;
• rechtsregels ordenen;
• moeilijke problemen analyseren;
• logisch argumenteren.
Het Romeinse recht werd zo een belangrijke basis van onze universitaire en juridische manier
van denken. Vanaf de middeleeuwen was het Corpus Iuris Civilis de centrale tekst in het
Europese rechtsonderwijs.
2. De joods-christelijke theologie
Ook de christelijke theologie was belangrijk aan de eerste universiteiten.
Belangrijke studiedomeinen waren:
• theologie;
• geneeskunde;
• Romeins of burgerlijk recht;
• canoniek of kerkelijk recht.
Het Romeinse recht en het christelijke denken waren al vanaf de late oudheid met elkaar
verweven. Ze vormden samen een belangrijk deel van de Latijnse cultuur, de latinitas.
Ook het canonieke recht werd sterk beïnvloed door het Romeinse recht. Omgekeerd
beïnvloedden kerkjuristen en theologen de verdere ontwikkeling van het privaatrecht.
3. De Griekse wetenschappelijke logica
Vanaf de 13de eeuw kreeg de filosofie van de Griekse denker Aristoteles veel invloed aan de
West-Europese universiteiten.
3
,Zijn manier van denken was logisch en wetenschappelijk. Die ideeën bereikten West-Europa in
verschillende stappen.
• Boëthius vertaalde in de 5de en 6de eeuw een deel van de Griekse filosofische en
logische teksten naar het Latijn.
• Al-Kindi speelde in de 9de eeuw een belangrijke rol in de Arabische vertaalbeweging van
Griekse werken.
• Al-Farabi schreef belangrijke werken over Aristoteles, logica en filosofie.
• Avicenna ontwikkelde eigen filosofische theorieën, gebaseerd op onder meer
Aristoteles.
• Averroes schreef in de 12de eeuw zeer belangrijke commentaren op Aristoteles.
• Maimonides was een Joodse geleerde die eveneens beïnvloed werd door Aristoteles en
de Arabische filosofie.
In de 12de en 13de eeuw werden Griekse teksten en Arabische commentaren naar het Latijn
vertaald. Geleerden zoals Albertus de Grote en Thomas van Aquino gebruikten deze werken.
Zo kwam de Griekse logica in het westerse universitaire denken terecht. Daardoor gingen ook
juristen steeds logischer en systematischer redeneren.
4. Het wiskundige denken uit het Oosten
Ook wiskundige kennis uit India en de Arabische wereld bereikte West-Europa.
• Aryabhata was een belangrijke Indiase wiskundige en astronoom uit de 5de en 6de
eeuw.
• Al-Chwarizmi was een geleerde uit de 9de eeuw die belangrijk was voor algebra en
rekenmethodes. Het woord algoritme is van zijn naam afgeleid.
Na de val van Constantinopel in 1453 trokken bovendien veel Griekse geleerden naar West-
Europa. Zij brachten Griekse teksten, wiskundige kennis en technische vaardigheden mee.
Zo werd ook het wiskundige denken een onderdeel van het universitaire denken. Deze vierde
pijler heeft wel minder rechtstreekse invloed gehad op het recht.
3. BELANG VAN DE GEDEELDE RECHTSHISTORISCHE WORTELS VAN EUROPA
Wat is het ius commune?
Het ius commune was het gemeenschappelijke geleerde recht van continentaal Europa.
Het bestond vooral uit:
Romeins recht + canoniek of kerkelijk recht = ius commune
Dit was vooral geschreven recht dat aan universiteiten werd bestudeerd. Daarnaast bleven de
verschillende gebieden hun eigen plaatselijke regels en gewoonten gebruiken.
Hoe is het ius commune ontstaan?
In 476 viel het West-Romeinse Rijk. West-Europa werd verdeeld in verschillende koninkrijken en
later in veel feodale gebieden.
4
,Daardoor ontwikkelde het recht zich in iedere streek anders. Toch verdwenen de Romeinse
invloeden niet volledig:
• bisschoppen en geestelijken hielden de Latijnse cultuur levend;
• het Romeinse recht bleef op sommige plaatsen gedeeltelijk bestaan;
• middeleeuwse vorsten zagen zichzelf graag als opvolgers van de Romeinse keizers;
• in het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk bleef het Romeinse recht verder bestaan.
Vanaf de 11de eeuw werd het Romeinse recht opnieuw intensief bestudeerd aan universiteiten,
vooral in Bologna. Juristen uit verschillende landen bestudeerden dezelfde Justiniaanse teksten
en legden die op een gelijkaardige manier uit.
Dat noemen we de receptie van het Romeinse recht: oude Romeinse regels en ideeën werden
opnieuw opgenomen in het Europese recht.
Zo ontstond in de hoge en late middeleeuwen het ius commune. Naast het Romeinse en
canonieke recht bleven wel plaatselijke en regionale gewoonterechten bestaan.
15de en 16de eeuw
Vorsten wilden hun gebieden centraliseren en de vele plaatselijke regels en machten
verminderen.
Daarom namen zij juristen in dienst die aan de universiteit Romeins recht hadden gestudeerd à
deze juristen gebruikten Romeinse ideeën om het bestuur en de rechtspraak meer eenvormig te
maken.
Ook de vorstelijke rechtbanken hielpen om het Romeinse recht en het ius commune verder te
verspreiden.
17de eeuw
Juristen ontwikkelden het natuurrecht. Volgens deze leer kunnen bepaalde algemene
rechtsbeginselen uit de menselijke natuur en de rede worden afgeleid.
Het natuurrecht kon gebruikt worden om:
• willekeurige macht van vorsten te bekritiseren;
• algemene regels te zoeken die boven plaatselijke verschillen stonden;
• het recht logisch en systematisch op te bouwen.
18de eeuw
Het Romeinse recht, het ius commune en het natuurrecht beïnvloedden de grote burgerlijke
wetboeken.
19de eeuw
Vooral Duitse juristen gingen het Romeinse recht zeer systematisch bestuderen. Dat noemen we
de Pandektenwissenschaft.
Zij zochten naar algemene regels van burgerlijk recht die in de verschillende Duitse gebieden
gebruikt konden worden.
Europa heeft dus gedeelde Romeinsrechtelijke wortels. Toch is het concrete recht in ieder land
anders, omdat elk land het Romeinse recht op zijn eigen manier heeft verwerkt.
5
,Ook landen die nooit deel uitmaakten van het Romeinse Rijk werden beïnvloed.
Ethiopië
Romeins-Byzantijnse en kerkelijke regels kwamen via Arabische teksten terecht in de Fetha
Japan
Vanaf het einde van de 19de eeuw nam Japan veel Frans en Duits burgerlijk recht over. Beide
waren beïnvloed door het Romeinse recht.
Vanaf 1874 werd het Romeinse recht ook in het Japanse hogere rechtsonderwijs bestudeerd.
Later gebeurde dit onder invloed van de Duitse Pandektenwissenschaft.
China
Vanaf het einde van de 19de eeuw ontstond in China interesse voor het Romeinse recht.
Het werd vanaf 1895 onderwezen in het Chinese hogere onderwijs, eerst in Tianjin en later ook in
Peking en Shanghai. Het beïnvloedde:
• de burgerlijke wetboeken van de Republiek China van 1929–1931;
• het Burgerlijk Wetboek van de Volksrepubliek China van 2020.
De Chinese jurist Tchéou Nang had aan de KU Leuven gestudeerd. Hij nam zijn Leuvense
notities mee naar China en gebruikte ze voor een eigen handboek.
Congo
In 1954 werd in Belgisch-Congo de universiteit Lovanium opgericht. Romeins recht was er een
verplicht vak.
Het wordt vandaag nog bestudeerd aan onder meer:
• de Université catholique du Congo;
• de Université de Kinshasa.
4. KENNISMAKING MET JURIDISCHE PRIVAATRECHTELIJKE BEGRIPPEN
Het vak Romeins recht aan de KU Leuven gaat niet alleen over het recht zoals het in de
Romeinse oudheid bestond.
Je maakt een reis door ongeveer 27 eeuwen rechtsgeschiedenis. Je volgt hoe Romeinse regels
ontstonden, later opnieuw werden geïnterpreteerd en uiteindelijk ons huidige recht
beïnvloedden.
De structuur van de cursus sluit aan bij de Instituten van Gaius en Justinianus. Die geven ons
kapstokken om het privaatrecht te ordenen.
Je leert zo belangrijke juridische begrippen kennen, zoals:
• personen; zaken en eigendom; bezit;
• contracten en verbintenissen; aansprakelijkheid; erfenissen en testamenten.
6
,> 2. ROMEINS RECHT ALS WETENSCHAP
De Romeinsrechtelijke wetenschap is een juridische wetenschap. Ze gebruikt ook
hulpwetenschappen, zoals:
• klassieke filologie;
• handschriftkunde;
• geschiedenis;
• filosofie en theologie;
• archeologie.
Vanaf de 11de eeuw werd Romeins recht een belangrijk vak aan de West-Europese
universiteiten.
Keizer Justinianus staat daarbij centraal. Hij schreef niet zelf de eerste Romeinse rechtsteksten,
maar liet bestaande teksten verzamelen in het Corpus Iuris Civilis, de verzameling van het
Romeinse burgerlijke recht.
Er bestaan verschillende manieren om deze teksten te bestuderen.
1. EEN JURIDISCHE WETENSCHAP
De centrale vraag is: hoe hebben juridische regels en begrippen zich ontwikkeld?
Men kan rechtsgeschiedenis op twee manieren bestuderen.
Applicative legal history
Dit is toepassingsgerichte rechtsgeschiedenis: men gebruikt kennis uit het verleden om het
huidige recht beter te begrijpen en oplossingen te vinden voor problemen van de eigen tijd.
Voorbeelden:
• Lanfrancus van Pavia leefde in de 11de eeuw en hielp het Justiniaanse recht verspreiden.
Hij werd later aartsbisschop van Canterbury en was betrokken bij het Engelse koninklijke
bestuur.
• Guillaume Durand was een Franse kerkjurist uit de 13de eeuw. Hij gebruikte de teksten
van Justinianus om het procesrecht van de pauselijke rechtbanken vorm te geven. Hij
schreef de Gerechtelijke spiegel en was ook bestuurder van Romagna.
• Bartolus de Saxoferrato doceerde in de 14de eeuw Romeins recht aan de universiteit van
Perugia. Hij paste de Justiniaanse teksten toe op problemen van zijn eigen tijd,
bijvoorbeeld op juridische problemen die tijdens de pest ontstonden.
• Hugo Grotius kwam uit de Noordelijke Nederlanden en leefde in de 16de en 17de eeuw.
Hij schreef Het recht van oorlog en vrede, een belangrijk werk voor het volkenrecht. Hij
verwees veel naar de teksten van Justinianus, was politiek actief en werd ambassadeur
van Zweden in Parijs. Hij wordt beschouwd als een belangrijke grondlegger van het
natuurrecht.
7