SAMENVATTING CONSTRUCTIE RUWBOUW
HOOFDSTUK 1
HET TERREIN
DE LIGGING
- Bestemming van het terrein ( bouwgrond ja/nee): “is het bouwgrond?” -> kan men
terugvinden in de verschillende stedenbouwkundige plannen
- Geschikt voor bewoning: kan men hier een eengezinswoning op plaatsen?
- Grootte van het terrein: vrijstaande woning / half open / gesloten
- Vorm van het terrein
- rooilijn (= scheiding tussen openbare en private domein) / bouwlijn (lijn vanaf waar men mag
bouwen, daarrond bouwvrije zones (ong. 3m à 4m) – voorbouwlijn, achterbouwlijn en
zijbouwlijn) / bouwzone (mag volledig volgebouwd worden maar moet niet perse) / bouwvrije
zones (bouwovertreding als men in deze zone bouwt -> kan bestraft worden door de overheid
(bv. boete of afbraak))
- Oriëntatie: zuid- of noordgerichte tuin?
- Nutsvoorzieningen ja/nee -> Nutsvoorzieningen = water, elektriciteit, gas, fiber, … -> bv.
bouwgrond die niet aan een uitgeruste weg ligt, zelf weg aanleggen met nutsvoorzieningen
(maar zelf betalen, want is voor jou alleen dus gemeente zal dat niet betalen) -> als het voor
een verkaveling is is dit interessanter omdat het dan verdeeld kan worden onder verschillende
huizen
- Erfdienstbaarheden ja/nee -> Belangrijk om te weten of er erfdienstbaarheden zijn op het
terrein -> erfdienstbaarheid = bv. recht om over iemand anders zijn grond te gaan om je eigen
grond te kunnen betreden (erf is dienstbaar aan iets of iemand anders) -> informatieplicht als
VGM
- Overstromingsgevoeligheid? -> In bepaalde overstromingsgevoelige gebieden mag je niet
meer bouwen als er een te groot risico is -> zelfs als het risico niet zo groot is, is het nog altijd
interessant om hierover na te denken hoe men gaat bouwen
- …
Antwoorden -> technische dienst van de gemeente/stad Verkoper/ Immo-kantoor/ Notaris
Omwonenden
DE ONDERGROND
Samenstelling van de grondlagen, draagvermogen van de ondergrond en grondwaterstand -> bepalen
het funderingssysteem en soms zelf de vorm van het toekomstig gebouw
Grond bestaat uit verschillende lagen
- Interessant om de samenstelling te weten (bv. zand, leem, klei, …)
- Het gebouw drukt op de grond, maar de grond moet evenhard terug duwen, want anders zakt
ons huis (= draagvermogen van de ondergrond)
- Grondwaterstand (FO (Freatrisch Oppervlak)/ PO (Phreatrisch Oppervlak) = op een bepaald
niveau zit er altijd water in de grond -> kan wel wisselen in bv zomer of winter, maar belangrijk
, om te weten waar grondwaterspiegel ligt voor bv. kelder (extra beschermen tegen water of
niet)
Kan oorzaak zijn van bouwschade
HOE BEPALEN? Terreinverkenning + bodemonderzoek
DE TERREINVERKENNING
- Tekenen van grondverschuivingen of sterke erosie van taluds ?
- Tekenen van plaatselijke verzakkingen ?
- Bruuske wijzigingen van het reliëf van hellingen ?
- Aanduidingen omtrent de aanwezigheid van aangevoerde grond, Aanwezigheid
ophogingen, storten van afval en huisvuil, enz. ?
- Plotse wijzigingen van de aard van de grond ?
- Soorten bomen, hoogte, omtrek, staat ?
- Sporen van oude waterloop?
- Sporen van eventuele overstromingen ?
- Waterplanten ?
Bv. knotwilgen staan graag bij vochtige plaatsen
DE GROND
VEREENVOUDIGDE CLASSIFICATIE: LOSSE VS ROTSACHTIGE GROND
LOSSE GROND
Kan doorgaans tussen de vingers worden verbrokkeld en zonder voorafgaande verkleining worden
uitgegraven
Verschillende soorten worden gekenmerkt door:
- Korrelsamenstelling
- Consistentie (samenhang)
- Gehalte aan organische en kalkhouden de stoffen
Soorten:
Aard Opdeling volgens grote granulaat
Klei (heel kleine korrels -> visueel niet zichtbaar, <0,002mm
maar kan je wel voelen)
Leem 0,002 tot 0,06mm
Zand 0,06 tot 2mm
Grind 2 tot 60mm
Keien > 60mm
Mengsels
,Volgens korrelsamenstelling:
Klei Zacht en vettig gevoel wanneer men hem
tussen de vingers kneedt, behalve bij stijve
klei.
Klei kleeft aan de vingers. Handen wassen
om te verwijderen
Klei droogt langzaam en blijft lange tijd
plastisch.
Met het mes doorsnijden: effen en glanzend
vlak.
Met water kneden: trage absorptie water en
opzwellen
Met water verzadigd: na droging grote
barsten door de grote krimp.
Om gedroogde klei te breken is een
aanzienlijke druk vereist.
Plastische hebben we niet zo graag, want
dat betekent dat de grond zal bewegen
Langzaam opnemen van water ook niet
graag, want als dat onder mijn gebouw
gebeurd -> water blijft lange tijd op kleilaag
staan, kan mijn constructie bedreigen
Klei zet uit -> beweegt onder mijn huis, huis
beweegt mee
Leem Ruw gevoel wanneer men hem tussen de
vingers wrijft.
Van de handen verwijderen door ze tegen
elkaar te wrijven.
Leemkorrels knarsen tussen de tanden.
Leem absorbeert gemakkelijk water.
Wanneer natte leem in de handen wordt
geschud, krijgt hij een glanzend uitzicht.
Wanneer hij vervolgens wordt
samengedrukt, wordt zijn oppervlak opnieuw
droog.
Zand Zandkorrels zijn doorgaans zichtbaar met
het blote oog.
Geen enkele plasticiteit.
In droge toestand, lopen de zandkorrels
door de vingers (de korrels vertonen geen
enkele onderlinge cohesie).
Grind De korrels hebben een diameter van meer
dan 2 mm.
Brokken, keien Hun diameter is groter dan 60mm
In de praktijk => samengestelde mengsels. (bv. zandhoudende klei, zandhoudende leem,
kleihoudend zand, leemhoudend zand, enz.)
Zandhoudende klei = voornamelijk klei met een beetje zand erin
Volgens consistentie (= dichtheid van een stof, dikte, samenhang, stevigheid, vastheid, verband):
Onsamenhangende grond: grond uit zand en/of grind
Samenhangende of cohesieve grond: grond uit leem en/of klei
Gehalte organische en kalkhoudende stoffen:
, Organisch:
- Plantaardige afvalstoffen in ontbinding
- Donkerbruine kleur
- Geur
Indien groot gehalte aan organische stoffen => verdachte funderingsgrond => voorzichtig!
grote waterabsorptie van de grond
Grote hoeveelheid organisch materiaal geeft een instabiliteit aan de grond, want vergaat langzaam
waardoor de grond dus ook zal bewegen
= teelaarde = toplaag = geen funderingsgrond
Teelaarde (bovenste laag van 20 à 30cm met organisch materiaal) wordt volledig
weggegraven
Kalkhoudend:
Zand + kalk = uitzicht van rotsgrond (kalkzandsteen)
Beperkte draagkracht, steeds plaatselijk
Kalk heeft een negatieve eigenschap = in contact met water lost het op -> als water in de
grond sijpelt lost de kalk in de grond op waardoor er zelfs holtes kunnen ontstaan
ROTSACHTIGE GROND
Sterkte = verbinding tussen fragmenten die blokken of banken vormen
Om het te kunnen uitgraven moet men het verkleinen/ kapot breken -> kunnen verweren tot losse
grond
Gevaar : scheidingsvlakken breuk + verglijden.
Rotsen liggen als banken op elkaar, maar tussen die twee banken is er minder cohesie
waardoor er gevaar is voor afglijding bij bv. een aardbeving
BASISBEGRIPPEN OVER GROND
FYSISCHE KARAKTERISTIEKEN
De samenstelling korrels, water en lucht is in een bepaalde verhouding -> die verhouding bepaalt de
dichtheid van de grond
Hoe groter de korrels hoe meer mogelijkheid tot holtes die opgevuld kunnen worden met lucht of water
Negatieve kleef (bv. drijfzand) = zuigt object naar beneden -> normaal gezien positieve kleef (grond
kleeft een object en biedt een bepaalde weerstand)
HOOFDSTUK 1
HET TERREIN
DE LIGGING
- Bestemming van het terrein ( bouwgrond ja/nee): “is het bouwgrond?” -> kan men
terugvinden in de verschillende stedenbouwkundige plannen
- Geschikt voor bewoning: kan men hier een eengezinswoning op plaatsen?
- Grootte van het terrein: vrijstaande woning / half open / gesloten
- Vorm van het terrein
- rooilijn (= scheiding tussen openbare en private domein) / bouwlijn (lijn vanaf waar men mag
bouwen, daarrond bouwvrije zones (ong. 3m à 4m) – voorbouwlijn, achterbouwlijn en
zijbouwlijn) / bouwzone (mag volledig volgebouwd worden maar moet niet perse) / bouwvrije
zones (bouwovertreding als men in deze zone bouwt -> kan bestraft worden door de overheid
(bv. boete of afbraak))
- Oriëntatie: zuid- of noordgerichte tuin?
- Nutsvoorzieningen ja/nee -> Nutsvoorzieningen = water, elektriciteit, gas, fiber, … -> bv.
bouwgrond die niet aan een uitgeruste weg ligt, zelf weg aanleggen met nutsvoorzieningen
(maar zelf betalen, want is voor jou alleen dus gemeente zal dat niet betalen) -> als het voor
een verkaveling is is dit interessanter omdat het dan verdeeld kan worden onder verschillende
huizen
- Erfdienstbaarheden ja/nee -> Belangrijk om te weten of er erfdienstbaarheden zijn op het
terrein -> erfdienstbaarheid = bv. recht om over iemand anders zijn grond te gaan om je eigen
grond te kunnen betreden (erf is dienstbaar aan iets of iemand anders) -> informatieplicht als
VGM
- Overstromingsgevoeligheid? -> In bepaalde overstromingsgevoelige gebieden mag je niet
meer bouwen als er een te groot risico is -> zelfs als het risico niet zo groot is, is het nog altijd
interessant om hierover na te denken hoe men gaat bouwen
- …
Antwoorden -> technische dienst van de gemeente/stad Verkoper/ Immo-kantoor/ Notaris
Omwonenden
DE ONDERGROND
Samenstelling van de grondlagen, draagvermogen van de ondergrond en grondwaterstand -> bepalen
het funderingssysteem en soms zelf de vorm van het toekomstig gebouw
Grond bestaat uit verschillende lagen
- Interessant om de samenstelling te weten (bv. zand, leem, klei, …)
- Het gebouw drukt op de grond, maar de grond moet evenhard terug duwen, want anders zakt
ons huis (= draagvermogen van de ondergrond)
- Grondwaterstand (FO (Freatrisch Oppervlak)/ PO (Phreatrisch Oppervlak) = op een bepaald
niveau zit er altijd water in de grond -> kan wel wisselen in bv zomer of winter, maar belangrijk
, om te weten waar grondwaterspiegel ligt voor bv. kelder (extra beschermen tegen water of
niet)
Kan oorzaak zijn van bouwschade
HOE BEPALEN? Terreinverkenning + bodemonderzoek
DE TERREINVERKENNING
- Tekenen van grondverschuivingen of sterke erosie van taluds ?
- Tekenen van plaatselijke verzakkingen ?
- Bruuske wijzigingen van het reliëf van hellingen ?
- Aanduidingen omtrent de aanwezigheid van aangevoerde grond, Aanwezigheid
ophogingen, storten van afval en huisvuil, enz. ?
- Plotse wijzigingen van de aard van de grond ?
- Soorten bomen, hoogte, omtrek, staat ?
- Sporen van oude waterloop?
- Sporen van eventuele overstromingen ?
- Waterplanten ?
Bv. knotwilgen staan graag bij vochtige plaatsen
DE GROND
VEREENVOUDIGDE CLASSIFICATIE: LOSSE VS ROTSACHTIGE GROND
LOSSE GROND
Kan doorgaans tussen de vingers worden verbrokkeld en zonder voorafgaande verkleining worden
uitgegraven
Verschillende soorten worden gekenmerkt door:
- Korrelsamenstelling
- Consistentie (samenhang)
- Gehalte aan organische en kalkhouden de stoffen
Soorten:
Aard Opdeling volgens grote granulaat
Klei (heel kleine korrels -> visueel niet zichtbaar, <0,002mm
maar kan je wel voelen)
Leem 0,002 tot 0,06mm
Zand 0,06 tot 2mm
Grind 2 tot 60mm
Keien > 60mm
Mengsels
,Volgens korrelsamenstelling:
Klei Zacht en vettig gevoel wanneer men hem
tussen de vingers kneedt, behalve bij stijve
klei.
Klei kleeft aan de vingers. Handen wassen
om te verwijderen
Klei droogt langzaam en blijft lange tijd
plastisch.
Met het mes doorsnijden: effen en glanzend
vlak.
Met water kneden: trage absorptie water en
opzwellen
Met water verzadigd: na droging grote
barsten door de grote krimp.
Om gedroogde klei te breken is een
aanzienlijke druk vereist.
Plastische hebben we niet zo graag, want
dat betekent dat de grond zal bewegen
Langzaam opnemen van water ook niet
graag, want als dat onder mijn gebouw
gebeurd -> water blijft lange tijd op kleilaag
staan, kan mijn constructie bedreigen
Klei zet uit -> beweegt onder mijn huis, huis
beweegt mee
Leem Ruw gevoel wanneer men hem tussen de
vingers wrijft.
Van de handen verwijderen door ze tegen
elkaar te wrijven.
Leemkorrels knarsen tussen de tanden.
Leem absorbeert gemakkelijk water.
Wanneer natte leem in de handen wordt
geschud, krijgt hij een glanzend uitzicht.
Wanneer hij vervolgens wordt
samengedrukt, wordt zijn oppervlak opnieuw
droog.
Zand Zandkorrels zijn doorgaans zichtbaar met
het blote oog.
Geen enkele plasticiteit.
In droge toestand, lopen de zandkorrels
door de vingers (de korrels vertonen geen
enkele onderlinge cohesie).
Grind De korrels hebben een diameter van meer
dan 2 mm.
Brokken, keien Hun diameter is groter dan 60mm
In de praktijk => samengestelde mengsels. (bv. zandhoudende klei, zandhoudende leem,
kleihoudend zand, leemhoudend zand, enz.)
Zandhoudende klei = voornamelijk klei met een beetje zand erin
Volgens consistentie (= dichtheid van een stof, dikte, samenhang, stevigheid, vastheid, verband):
Onsamenhangende grond: grond uit zand en/of grind
Samenhangende of cohesieve grond: grond uit leem en/of klei
Gehalte organische en kalkhoudende stoffen:
, Organisch:
- Plantaardige afvalstoffen in ontbinding
- Donkerbruine kleur
- Geur
Indien groot gehalte aan organische stoffen => verdachte funderingsgrond => voorzichtig!
grote waterabsorptie van de grond
Grote hoeveelheid organisch materiaal geeft een instabiliteit aan de grond, want vergaat langzaam
waardoor de grond dus ook zal bewegen
= teelaarde = toplaag = geen funderingsgrond
Teelaarde (bovenste laag van 20 à 30cm met organisch materiaal) wordt volledig
weggegraven
Kalkhoudend:
Zand + kalk = uitzicht van rotsgrond (kalkzandsteen)
Beperkte draagkracht, steeds plaatselijk
Kalk heeft een negatieve eigenschap = in contact met water lost het op -> als water in de
grond sijpelt lost de kalk in de grond op waardoor er zelfs holtes kunnen ontstaan
ROTSACHTIGE GROND
Sterkte = verbinding tussen fragmenten die blokken of banken vormen
Om het te kunnen uitgraven moet men het verkleinen/ kapot breken -> kunnen verweren tot losse
grond
Gevaar : scheidingsvlakken breuk + verglijden.
Rotsen liggen als banken op elkaar, maar tussen die twee banken is er minder cohesie
waardoor er gevaar is voor afglijding bij bv. een aardbeving
BASISBEGRIPPEN OVER GROND
FYSISCHE KARAKTERISTIEKEN
De samenstelling korrels, water en lucht is in een bepaalde verhouding -> die verhouding bepaalt de
dichtheid van de grond
Hoe groter de korrels hoe meer mogelijkheid tot holtes die opgevuld kunnen worden met lucht of water
Negatieve kleef (bv. drijfzand) = zuigt object naar beneden -> normaal gezien positieve kleef (grond
kleeft een object en biedt een bepaalde weerstand)