3.1 Moraal
= een stelsel van waarden en normen.
↪ Latijn: mos/mores = zede, gewoonte.
Morele vraag
= vraag over goed en kwaad en over hoe mensen zouden moeten leven.
Morele opvatting
= antwoord op een morele vraag: hoe kan men zich goed en verantwoordelijk gedragen?
Waarde
= opvatting/voorstelling van het goede waarnaar men streeft. Voorbeelden: vrijheid,
rechtvaardigheid, gezondheid, respect.
Norm
= op een waarde gebaseerd handelingsvoorschrift; bepaalt wat je wel/niet doet.
Deugd
= relatief vaste goede eigenschap van een persoon die tot moreel juist handelen leidt.
↪ Waarde = abstracter; deugd = verinnerlijkt en gekoppeld aan een persoon.
3.1.1 Moraal is cultuur- en contextgebonden
Moraal kan verschillen per cultuur en context.
↪ Waarden en normen veranderen ook doorheen de tijd.
↪ Bij een casus moet je je eigen morele oordeel onderscheiden van de vraag welke
waarden/normen in een bepaalde context gelden.
1
,3.1.2 Soorten moraal
Type Kern Herkenning
Omgaan met mensen met wie Helpen/zorgen voor iemand
Hechtingsmoraal
we verbonden zijn. vanuit verbondenheid.
Omgaan met bedreigende Geweld of reactie op
Geweldmoraal
situaties. bedreiging.
Reinheid = goed; besmetting =
Reinigingsmoraal Rein/onrein, zuiver/besmet.
kwaad.
Samenwerken om Wederzijds voordeel,
Samenwerkingsmoraal
beiden/meer te bereiken. samenwerking.
Redelijke argumenten om Bewust argumenteren i.p.v.
Beginselenmoraal
goed/fout te onderbouwen. enkel intuïtief reageren.
3.1.3 Soorten normen
Type Betekenis Herkenning
Regels over hoe je je moet
Morele normen Je liegt niet; je bent trouw.
gedragen om 'goed' te zijn.
Voeten niet op tafel; vinger
Regels over gepast/fatsoenlijk
Fatsoennormen opsteken. = kleine
gedrag.
ethiek/etiquette.
Normen geformaliseerd in
Je doodt niet; beroepsgeheim.
Juridische normen gedragsregels of wetten;
= gestolde ethiek.
bindend en met sancties.
Verschil morele norm ↔ fatsoennorm: ernst, straf, regelcontingentie en autoriteit.
↪ Ernst: morele normovertreding is doorgaans ernstiger.
↪ Straf: sanctie is doorgaans zwaarder.
↪ Regelcontingentie: morele normen zijn minder afhankelijk van toevallig opgeschreven regels.
↪ Autoriteit: morele normen zijn minder afhankelijk van goedkeuring door een autoriteit.
↪ Juridisch en moreel vallen niet altijd samen: iets kan wettelijk toegestaan maar toch immoreel
worden gevonden, of juridisch verboden maar in een situatie moreel verdedigbaar lijken.
2
, 3.2 Ethiek
Ethiek = systematische reflectie op morele vragen op basis van rationele argumenten.
↪ Grieks: ethos = zede, gewoonte.
↪ Ethiek sluit aan bij de beginselenmoraal: niet alleen intuïtief reageren, maar systematisch en
redelijk beargumenteren.
3.2.1 Vormen van ethiek
Vorm Kern Herkenning
Onderzoek brengt
Beschrijft de feitelijke moraal meningen/gedrag/
Descriptieve ethiek
in een gemeenschap. argumenten in kaart; geen
voorschrift.
Pro's/contra's afwegen en een
Prescriptieve/normatieve Schrijft voor hoe mensen zich
normatief standpunt
ethiek zouden moeten gedragen.
innemen.
Vraag naar
Reflecteert op betekenis,
universele/cultuurgebonden
Meta-ethiek herkomst en geldigheid van
waarden,
visies op goed en kwaad.
verantwoordelijkheid enz.
Beschrijft of schrijft morele
Regels voor psychologisch
Beroepsethiek regels voor een bepaalde
consulenten.
beroepsgroep.
3.2.2 Descriptieve vs. prescriptieve beroepsethiek
- Descriptieve beroepsethiek = morele opvattingen van een beroepsgroep beschrijven, bv.
via onderzoek.
- Prescriptieve beroepsethiek = regels/richtlijnen voorschrijven voor hoe een beroepsgroep
moreel moet handelen, bv. een beroepscode.
3