1. De functies van skeletspierweefsel
beschrijven
Volgens de pdf heeft skeletspierweefsel vijf belangrijke functies.
1. Het skelet bewegen
Skeletspieren trekken samen en oefenen daardoor kracht uit op botten.
Bijvoorbeeld:
m. biceps brachii trekt samen → onderarm buigt → flexie van de elleboog.
2. Houding en lichaamspositie handhaven
Spieren zorgen ervoor dat je lichaam een bepaalde houding kan behouden.
Dit gebeurt door voortdurende, kleine spiercontracties.
Dit noemt men:
spiertonus
De pdf omschrijft spiertonus als de rustspanning van een ontspannen spier, veroorzaakt door
kortstondige contracties van steeds andere motor units.
3. Weke delen ondersteunen
Spieren kunnen organen ondersteunen.
Voorbeeld uit de pdf:
buikspieren ondersteunen de organen in de buikholte.
,4. Openingen openen en sluiten
Spieren kunnen lichaamsopeningen openen of sluiten.
Voorbeeld:
kringspieren voorkomen ongewenste stoelgang.
Dit gebeurt doordat de spier rond een opening kan samentrekken.
5. Lichaamstemperatuur handhaven
Bij spiercontracties komt warmte vrij.
Daarom helpen skeletspieren mee om:
de lichaamstemperatuur op peil te houden.
⭐ EXAMEN
Ken deze vijf:
Bewegen
Houding
Ondersteunen van weke delen
Openingen openen/sluiten
Warmteproductie
2. De organisatie van spieren op
weefselniveau beschrijven
Dit moet je van klein naar groot kunnen uitleggen.
De volgorde
,Spiervezel → fasciculus → spier → spiergroep
1. Spiercel = spiervezel
Een individuele skeletspiercel wordt ook:
spiervezel
genoemd.
Deze wordt omgeven door:
endomysium
Het endomysium bevat onder andere:
stamcellen;
collageen;
elastisch bindweefsel;
capillairen;
axonen.
2. Fasciculus
Een aantal spiervezels samen vormt een:
fasciculus = spiervezelbundel.
De fasciculus wordt omgeven door:
perimysium.
3. Musculus
Verschillende fasciculi vormen samen:
een spier = musculus.
De volledige spier wordt omgeven door:
epimysium.
, 4. Spiergroep
Verschillende spieren worden omgeven door:
fascia.
Een fascia is een bindweefselvlies.
Voorbeeld:
fascia brachii omgeeft de spieren van de bovenarm.
⭐ Heel belangrijk schema
Spiervezel
↓ endomysium
Fasciculus
↓ perimysium
Spier
↓ epimysium
Spiergroep
↓ fascia
Ezelsbrug:
ENDO → individuele spiervezel
PERI → bundel
EPI → volledige spier
Pees
Aan de uiteinden van de spier gaat het bindweefsel van: