Milieusociologie – voor examen
Inhoud
1 Inleiding........................................................................................................................... 2
1.1 Context (geschiedenis).............................................................................................. 2
1.1.1 New environmental paradigm..............................................................................2
1.2 Wat is milieusociologie?............................................................................................. 3
1.2.1 Realisme-constructivisme debat..........................................................................3
1.3 Macroverklaring voor ecologische crisis: Dunlap-Buttel debat...................................3
1.4 Crisis, moderniteit en ecologische vooruitgang.........................................................4
1.5 Niet-westerse blik op milieusociologie.......................................................................6
2 Duurzame consumptie..................................................................................................... 7
2.1 Wat is duurzame consumptie.....................................................................................7
2.1.1 DC als beleidsbegrip............................................................................................7
2.1.2 4 vraagstukken.................................................................................................... 7
2.2 Verklaren duurzame consumptie...............................................................................8
2.2.1 Economische en psychologische benadering.......................................................8
2.2.2 Theory of reasoned action or planned behavior...................................................8
2.2.3 ABC-theorie (aanvulling van TRA en TPB)............................................................8
2.2.4 Sociologische benadering....................................................................................9
2.2.5 Culturele perspectieven.......................................................................................9
2.3 Sociale praktijken benadering (SPB)........................................................................10
2.4 Sociale beïnvloeding................................................................................................ 10
3 Lokale transitieve-initiatieven en sociale bewegingen...................................................11
3.1 Milieubeweging als nieuwe sociale beweging (NSM)................................................11
3.2 Lokale transitieven.................................................................................................. 11
3.2.1 Illustratie van lokale transitiebeweging.............................................................12
3.3 Environmentalism of the poor..................................................................................13
4 Maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen..............................................13
4.1 Ecologische modernisatie........................................................................................13
4.2 MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen)..................................................13
4.3 Interne en externe drijvers......................................................................................14
4.4 3 niveaus van analyse (predictors, outcomes, mediatoren, moderatoren)...............14
5 Sociologische kijk op waterverbruik...............................................................................15
5.1 Kraanwater.............................................................................................................. 15
5.2 3 empirische cases.................................................................................................. 15
5.3 Waarden van water.................................................................................................. 16
6 Duurzame ontwikkeling en transities.............................................................................16
6.1 Historische context van duurzame ontwikkeling......................................................16
1
,Milieusociologie – voor examen
6.2 Socio-technische transities & Multi-Level Perspective..............................................17
6.2.1 Duurzaamheid, transities en samenleving.........................................................17
6.2.2 Socio-technische transities................................................................................17
6.2.3 Multi-level perspectief.......................................................................................17
6.2.4 Wanneer treden transities op.............................................................................18
6.3 Transitie governance en governmentality................................................................19
6.3.1 Transitiemanagement........................................................................................20
6.4 Nudging als nieuwe oplossing..................................................................................21
6.5 Post-politieke consensus en climate backlash..........................................................21
7 Just transition en milieurechtvaardigheid.......................................................................22
7.1 Waarom just transition?........................................................................................... 22
7.2 Korte geschiedenis................................................................................................... 23
7.3 Just transition België................................................................................................ 23
7.4 Milieurechtvaardigheid............................................................................................ 24
8 Rol van toekomstbeelden............................................................................................... 25
8.1 Enkele dominantie visies t.a.v. beslissingen en actie...............................................25
8.2 Alternatieve visie..................................................................................................... 25
8.3 Toekomstbeelden als fictie.......................................................................................25
9 Duurzaam burgerschap.................................................................................................. 26
9.1 Duurzaamheid in concept burgerschap...................................................................27
9.2 Assenstelsel van concepten.....................................................................................27
9.3 Casus....................................................................................................................... 27
1 Inleiding
KAPITALISME IS GROTE PROBLEEM IN MILIEU
1.1 Context (geschiedenis)
Milieuproblemen zijn niet plots ontstaan, komen voort uit maatschappelijke keuzes en
economische systemen
context biedt een basis voor definitie van milieusociologie
Enkele historische gebeurtenissen:
- De club van Rome: grondstoffen eindigen en zijn niet unlimited
- Silent spring: pesticide brengt schade aan milieu
- Sociale bewegingen: zoals Earth Day en oprichtingen van organisaties
o Collectief probleem, door bewegingen is er maatschappelijke aandacht
1.1.1 New environmental paradigm
Toont aan dat de traditionele sociologie niet altijd de maatschappij snappen, konden
milieu nog niet verklaren
- Theorieën van vroeger negeren het milieu, er waren al problemen die je niet zag in
de theorieën
o Er was soms wat nuance maar niet in verdieping
o Wilden per se sociologie door sociale verklaren en geen disciplines mixen
2
, Milieusociologie – voor examen
o Nu ook sociale, culturele EN biofysische omgeving bekijken als socioloog
- Vroeger was sociologie heel antropocentrisch (= mens staat centraal), bij
NEP is mens afhankelijk van natuur
- Milieusociologie is een paradigmawissen (= denkkader waarbij veel
theorieën te samen passen)
Het creëren van steden (urbanisatie) verklaren: vroeger modernisering, nu verstoring van
ecologische systemen
1.2 Wat is milieusociologie?
Milieuproblemen zijn sociale problemen: zijn problematisch, door menselijke keuzes,
sociale gevolgen (ziekte, ongelijkheid, …), vereisen betekenisgeving (wanneer is iets een
probleem, hoe lossen we het op?), vragen een sociale oplossing
Overstromingsrisico in Wallonië: mensen met lager inkomen en migranten zullen sneller
nadelen ervaren van zo’n overstroming, dus er komt ongelijkheid bij kijken wat het een
sociaal probleem maakt
- Sociologie of environmental issues = interesse in milieu via sociologische
perspectieven
o Milieu is sociaal fenomeen
o Bijv. luchtvervuiling: ‘wat denkt het publiek’
- Environmental sociologie = milieu impact op sociale (slv) en omgekeerd
o Ook aandacht voor het materiële
o Bijv. luchtvervuiling: ‘wie ademt welke lucht in en waarom?’
1.2.1 Realisme-constructivisme debat
Sociale constructivisme = milieuproblemen zijn sociaal gestructureerd, sociale
processen verklaren, veel symboliek, culturele, … kan nog veel gediscussieerd worden
(bijv. vanaf wanneer is hittegolf een probleem?)
- Claims maken en die dan verder onderzoeken
o 3 stappen van deze constructie of claim
Assembling: probleem onderzoeken, uitwerken
Presenting en contesting: actie uitlokken
- NADEEL = te weinig aandacht voor objectieve effecten en realisme andersom (+
dat milieuproblemen pas relevant zijn in slv als ze erkend worden)
o Onzekerheid en tegenspraak
Realisme = objectief meetbaar, bewijs zoeken, minder discussie want het is objectief
gemeten
Bijv. vervuiling in Antwerpen
Samenbrengen van de 2: pragmatisch versus agnostisch
Harde data gebruiken die focust op materiële en objectieve versus context,
kritisch denken, culturele context bekijken, processen bekijken, …
o Wat is er aan de hand versus hoe wordt dit probleem sociaal gemaakt?
Voorbeelden: PFAS debat
o Pragmatisch = concentraties in bloed meten
o Agnostisch = waarom de overheid faalt in communicatie over PFAS
1.3 Macroverklaring voor ecologische crisis: Dunlap-Buttel debat
Dunlap en Catton: doemscenario
Ecologische crisis is niet alleen technisch, maar komt ook uit maatschappelijke
ideologieën
3
Inhoud
1 Inleiding........................................................................................................................... 2
1.1 Context (geschiedenis).............................................................................................. 2
1.1.1 New environmental paradigm..............................................................................2
1.2 Wat is milieusociologie?............................................................................................. 3
1.2.1 Realisme-constructivisme debat..........................................................................3
1.3 Macroverklaring voor ecologische crisis: Dunlap-Buttel debat...................................3
1.4 Crisis, moderniteit en ecologische vooruitgang.........................................................4
1.5 Niet-westerse blik op milieusociologie.......................................................................6
2 Duurzame consumptie..................................................................................................... 7
2.1 Wat is duurzame consumptie.....................................................................................7
2.1.1 DC als beleidsbegrip............................................................................................7
2.1.2 4 vraagstukken.................................................................................................... 7
2.2 Verklaren duurzame consumptie...............................................................................8
2.2.1 Economische en psychologische benadering.......................................................8
2.2.2 Theory of reasoned action or planned behavior...................................................8
2.2.3 ABC-theorie (aanvulling van TRA en TPB)............................................................8
2.2.4 Sociologische benadering....................................................................................9
2.2.5 Culturele perspectieven.......................................................................................9
2.3 Sociale praktijken benadering (SPB)........................................................................10
2.4 Sociale beïnvloeding................................................................................................ 10
3 Lokale transitieve-initiatieven en sociale bewegingen...................................................11
3.1 Milieubeweging als nieuwe sociale beweging (NSM)................................................11
3.2 Lokale transitieven.................................................................................................. 11
3.2.1 Illustratie van lokale transitiebeweging.............................................................12
3.3 Environmentalism of the poor..................................................................................13
4 Maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen..............................................13
4.1 Ecologische modernisatie........................................................................................13
4.2 MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen)..................................................13
4.3 Interne en externe drijvers......................................................................................14
4.4 3 niveaus van analyse (predictors, outcomes, mediatoren, moderatoren)...............14
5 Sociologische kijk op waterverbruik...............................................................................15
5.1 Kraanwater.............................................................................................................. 15
5.2 3 empirische cases.................................................................................................. 15
5.3 Waarden van water.................................................................................................. 16
6 Duurzame ontwikkeling en transities.............................................................................16
6.1 Historische context van duurzame ontwikkeling......................................................16
1
,Milieusociologie – voor examen
6.2 Socio-technische transities & Multi-Level Perspective..............................................17
6.2.1 Duurzaamheid, transities en samenleving.........................................................17
6.2.2 Socio-technische transities................................................................................17
6.2.3 Multi-level perspectief.......................................................................................17
6.2.4 Wanneer treden transities op.............................................................................18
6.3 Transitie governance en governmentality................................................................19
6.3.1 Transitiemanagement........................................................................................20
6.4 Nudging als nieuwe oplossing..................................................................................21
6.5 Post-politieke consensus en climate backlash..........................................................21
7 Just transition en milieurechtvaardigheid.......................................................................22
7.1 Waarom just transition?........................................................................................... 22
7.2 Korte geschiedenis................................................................................................... 23
7.3 Just transition België................................................................................................ 23
7.4 Milieurechtvaardigheid............................................................................................ 24
8 Rol van toekomstbeelden............................................................................................... 25
8.1 Enkele dominantie visies t.a.v. beslissingen en actie...............................................25
8.2 Alternatieve visie..................................................................................................... 25
8.3 Toekomstbeelden als fictie.......................................................................................25
9 Duurzaam burgerschap.................................................................................................. 26
9.1 Duurzaamheid in concept burgerschap...................................................................27
9.2 Assenstelsel van concepten.....................................................................................27
9.3 Casus....................................................................................................................... 27
1 Inleiding
KAPITALISME IS GROTE PROBLEEM IN MILIEU
1.1 Context (geschiedenis)
Milieuproblemen zijn niet plots ontstaan, komen voort uit maatschappelijke keuzes en
economische systemen
context biedt een basis voor definitie van milieusociologie
Enkele historische gebeurtenissen:
- De club van Rome: grondstoffen eindigen en zijn niet unlimited
- Silent spring: pesticide brengt schade aan milieu
- Sociale bewegingen: zoals Earth Day en oprichtingen van organisaties
o Collectief probleem, door bewegingen is er maatschappelijke aandacht
1.1.1 New environmental paradigm
Toont aan dat de traditionele sociologie niet altijd de maatschappij snappen, konden
milieu nog niet verklaren
- Theorieën van vroeger negeren het milieu, er waren al problemen die je niet zag in
de theorieën
o Er was soms wat nuance maar niet in verdieping
o Wilden per se sociologie door sociale verklaren en geen disciplines mixen
2
, Milieusociologie – voor examen
o Nu ook sociale, culturele EN biofysische omgeving bekijken als socioloog
- Vroeger was sociologie heel antropocentrisch (= mens staat centraal), bij
NEP is mens afhankelijk van natuur
- Milieusociologie is een paradigmawissen (= denkkader waarbij veel
theorieën te samen passen)
Het creëren van steden (urbanisatie) verklaren: vroeger modernisering, nu verstoring van
ecologische systemen
1.2 Wat is milieusociologie?
Milieuproblemen zijn sociale problemen: zijn problematisch, door menselijke keuzes,
sociale gevolgen (ziekte, ongelijkheid, …), vereisen betekenisgeving (wanneer is iets een
probleem, hoe lossen we het op?), vragen een sociale oplossing
Overstromingsrisico in Wallonië: mensen met lager inkomen en migranten zullen sneller
nadelen ervaren van zo’n overstroming, dus er komt ongelijkheid bij kijken wat het een
sociaal probleem maakt
- Sociologie of environmental issues = interesse in milieu via sociologische
perspectieven
o Milieu is sociaal fenomeen
o Bijv. luchtvervuiling: ‘wat denkt het publiek’
- Environmental sociologie = milieu impact op sociale (slv) en omgekeerd
o Ook aandacht voor het materiële
o Bijv. luchtvervuiling: ‘wie ademt welke lucht in en waarom?’
1.2.1 Realisme-constructivisme debat
Sociale constructivisme = milieuproblemen zijn sociaal gestructureerd, sociale
processen verklaren, veel symboliek, culturele, … kan nog veel gediscussieerd worden
(bijv. vanaf wanneer is hittegolf een probleem?)
- Claims maken en die dan verder onderzoeken
o 3 stappen van deze constructie of claim
Assembling: probleem onderzoeken, uitwerken
Presenting en contesting: actie uitlokken
- NADEEL = te weinig aandacht voor objectieve effecten en realisme andersom (+
dat milieuproblemen pas relevant zijn in slv als ze erkend worden)
o Onzekerheid en tegenspraak
Realisme = objectief meetbaar, bewijs zoeken, minder discussie want het is objectief
gemeten
Bijv. vervuiling in Antwerpen
Samenbrengen van de 2: pragmatisch versus agnostisch
Harde data gebruiken die focust op materiële en objectieve versus context,
kritisch denken, culturele context bekijken, processen bekijken, …
o Wat is er aan de hand versus hoe wordt dit probleem sociaal gemaakt?
Voorbeelden: PFAS debat
o Pragmatisch = concentraties in bloed meten
o Agnostisch = waarom de overheid faalt in communicatie over PFAS
1.3 Macroverklaring voor ecologische crisis: Dunlap-Buttel debat
Dunlap en Catton: doemscenario
Ecologische crisis is niet alleen technisch, maar komt ook uit maatschappelijke
ideologieën
3