SAMENVATTING TOPAL
Table of Contents
Inleiding................................................................................... 2
Hoofdstuk 1: Tumoren slokdarm, maag en duodenum..................2
Slokdarmkanker...............................................................................2
Goedaardige slokdarmtumoren.........................................................5
Adenocarcinoom thv de gastro-oesofagale junctie..............................5
Maagtumoren...................................................................................6
Maagadenocarcimoma................................................................................................. 6
Goedaardige maagtumoren..........................................................................................8
GIST.............................................................................................................................. 9
Primair gastrisch lymfoma: MALT lymfoma.................................................................10
Duodenale tumoren........................................................................10
Klinische casussen..........................................................................11
Casus 1....................................................................................................................... 11
Casus 2....................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 2: Goedaardige aandoeningen van galblaas en extra-
hepatische galwegen...............................................................13
Cholecystolithiasis..........................................................................13
Complicaties van cholecystolithiasis................................................16
Billiaire dyskinesie..........................................................................21
Hoofdstuk 3: Hepatobilliaire tumoren.......................................21
Inleiding.........................................................................................21
Pathologie en type tumoren............................................................22
Hepatocellulair carcinoom (HCC)................................................................................22
Secundaire leverkanker: levermetastasen..................................................................25
Billiaire kanker: cholangiocarcinoom (CCA)................................................................25
Galblaas carcinoom (CBG).......................................................................................... 28
Goedaardige levertumoren......................................................................................... 29
Goedaardige tumoren van de galwegen en galblaas..................................................30
Casus 1..........................................................................................30
Casus 2..........................................................................................31
Casus 3..........................................................................................32
Hoofdstuk 4: Pancreastumoren en neuroendocriene tumoren.....33
Pancreastumoren...........................................................................33
1
, Inleiding...................................................................................................................... 33
Types pancreastumoren............................................................................................. 33
Neuro-endocriene tumoren..............................................................39
INLEIDING
Examen: 50 MPC vragen met GIS-correctie op de computer
Puntenverdeling vorig jaar
Laleman 10
D’hoore 11
Anapatho 8 (4+4)
Radio 7
Topal 6
Tack 6
Urgentie 2?
Examenleerstof: handboek en de slides (vooral de slides en lessen volgen want deze zijn
meer up-to-date).
Er zijn klinische colleges en theoretische colleges. De klinische colleges zijn de
symptomen en klinishce tekens die verdieping vormen op de theoretichce lessen. De
examenvragen komen uit de theoretische lessen, maar als je een hoge score wil moet je
ook de klinische casussen kennen en kunnen integreren.
HOOFDSTUK 1: TUMOREN SLOKDARM, MAAG EN DUODENUM
SLOKDARMKANKER
2
,Er zijn 2 histologische types oesofagale kanker: door de 2 verschillende epitheeltypes
Squameus cel carcinoom: bovenste 2/3 van de slokdarm
o Dit is de meest voorkomende soort slokdarmkanker (87%
van de oesofagale kankers)
o = plaveiselcelcarcinoom = spinocellulair epithelioom
o Incidentie vermindert
Adenocarcinoma: onderste deel vd slokdarm gastro-
oesofagale reflux
o Metaplastisch epitheel of Barrett-epitheel
o Incidentie stijgt
Ook is er een geografische spreiding afh vd
risicofactoren (veel in oa Europa, Azië, Oost-Afrika…)
en is er een man/vrouw ratio van 3/1
Risicofactoren plaveiselcelcarcinoom:
Roken bovenste slokdarm
Alcohol middelste slokdarm
Carcinogene agentia in contact met epitheel vd
slokdarm
Risicofactoren adenocarcinoma:
Gastro-oesofagale reflux
Obesitas
Roken
Presentatie/belangrijkste symptomen:
Afh van de locatie vd tumor, het type vd tumor en de grootte vd tumor vaak pas
symptomen in gevorderd stadium
Bij maligniteit is het ook afhankelijk vh stadium van de tumor (TNM-stadiering)
o T = tumor (grootte en eventueel penetratie door de wand)
o N = nodes (aantal aangetaste lymfeklieren)
o M = metastase (0 of 1, wel of geen metastase)
Dysfagie:
o Dit is (meestal) het eerste en meest karakteristieke symptoom
o Doorslikken gaat moeilijk
o Organisch fenomeen doordat de tumor een bepaakde afmeting/volume
moet hebben eer dat de slokdarm verstopt raakt treedt dus niet
onmiddellijk op, er is 2/3 obstrcutie van het lumen voor nodig
De pt zal ook eerst dysfagie vermelden voor vast voedsel en later
pas voor vloeistoffen
Anorexia en gewichtsafname: vaak in gevorderd tumorstadium
Thoracale pijn: door zenuwinvasie van de neuronale structuren in het mediastinum
(dit is ook afh van de locatie)
Odynofagie: pijn bij het slikken => teken dat er een ulceratie vd tumor is (
Heesheid: door invasie van de n. laryngeus recurrens (n. vagus) spieren
belangrijk voor het spreken bezenuwd
Hoesten bij het slikken: oesofago-tracheale (-bronchiale) fistel (verbinding tussen
slokdarm en luchtpijp)
3
, Diagnose en stadiëring:
Heel vaak gaan we de diagnose al kunnen stellen tijdens de anamnese
Endoscopie met een biopsie: we moeten weefsel bekomen om het te kunnen
onderzoeken prognose
Stadiëring kunnen we op verschillende manieren doen:
o EUS (echoendoscopie): uTN
o CT-scan thorax/abdomen: cTNM
Een GI tumor gaat vaak metastaseren naar de longen, het abdomen
of het peritoneum
o FDG-PET/CT-scan: cNM
Tegenwoordig doen we vaak onmiddelijk een FDG-PET/CT hoog
metabolisme in tumoren
Moleculair onderzoek doen (bij pt met metastase) systeemtherapie
Behandeling:
Multidisciplinair management complexe, hoog-risico operatie is de enige kans
om definitief te genezen
o Enkel operatie bij gelokaliseerde tumoren
o Er is centralisatie van zorg
40% vd pt curatief (resectie)
60% vd pt niet operatief systeemtherapie
EMR (endoscopische mucosale resectie): T1a N0 (= enkel mucosa zonder lyfeklier
aantasting)
o We gaan de tumor met de mucosa en submucosa er helemaal uit halen
o Hooggradige dysplasie in Barrett-epitheel en T1a N0
o Correct inschatten N-status is limiterende
factor risico N+ is laag bij T1a tumoren
Oesofagectomie (partieel of totaal) met
(neo)adjuvant chemo(radio)therapie: voor een
gelokalizeerde kanker:
o Chirurgische resectie van de tumor, slokdarm
en lymfeklieren
o Resectie van de slokdarm tot de proximale
maag: we moeten dit defect herstellen een
stuk dundarm, colon, maar meestal een stuk
maag (grote maagcurvatuur)
o Adjuvante systeemtherapie (voor of na operatie)
Metastase/onopereerbare kankers systeemtherapie
o Chemo(radio)therapie +/- immune-checkpoint inhibitors
o Moleculaire profiling
o Chemotherapie, targetted therapie (HER2-R-Ab), immuuntherapie (PD-L1-
Ab)
Palliatief: bv plaatsen van een oesofagale stent bij obstructie slokdarm,
radiotherapie, dilatatie…
Overleving oesofagale kanker:
Overleving afh vh stadium
Overleving is vergelijkbaar tussen squameus cel carcinoom en adenocarcinoom
4
Table of Contents
Inleiding................................................................................... 2
Hoofdstuk 1: Tumoren slokdarm, maag en duodenum..................2
Slokdarmkanker...............................................................................2
Goedaardige slokdarmtumoren.........................................................5
Adenocarcinoom thv de gastro-oesofagale junctie..............................5
Maagtumoren...................................................................................6
Maagadenocarcimoma................................................................................................. 6
Goedaardige maagtumoren..........................................................................................8
GIST.............................................................................................................................. 9
Primair gastrisch lymfoma: MALT lymfoma.................................................................10
Duodenale tumoren........................................................................10
Klinische casussen..........................................................................11
Casus 1....................................................................................................................... 11
Casus 2....................................................................................................................... 12
Hoofdstuk 2: Goedaardige aandoeningen van galblaas en extra-
hepatische galwegen...............................................................13
Cholecystolithiasis..........................................................................13
Complicaties van cholecystolithiasis................................................16
Billiaire dyskinesie..........................................................................21
Hoofdstuk 3: Hepatobilliaire tumoren.......................................21
Inleiding.........................................................................................21
Pathologie en type tumoren............................................................22
Hepatocellulair carcinoom (HCC)................................................................................22
Secundaire leverkanker: levermetastasen..................................................................25
Billiaire kanker: cholangiocarcinoom (CCA)................................................................25
Galblaas carcinoom (CBG).......................................................................................... 28
Goedaardige levertumoren......................................................................................... 29
Goedaardige tumoren van de galwegen en galblaas..................................................30
Casus 1..........................................................................................30
Casus 2..........................................................................................31
Casus 3..........................................................................................32
Hoofdstuk 4: Pancreastumoren en neuroendocriene tumoren.....33
Pancreastumoren...........................................................................33
1
, Inleiding...................................................................................................................... 33
Types pancreastumoren............................................................................................. 33
Neuro-endocriene tumoren..............................................................39
INLEIDING
Examen: 50 MPC vragen met GIS-correctie op de computer
Puntenverdeling vorig jaar
Laleman 10
D’hoore 11
Anapatho 8 (4+4)
Radio 7
Topal 6
Tack 6
Urgentie 2?
Examenleerstof: handboek en de slides (vooral de slides en lessen volgen want deze zijn
meer up-to-date).
Er zijn klinische colleges en theoretische colleges. De klinische colleges zijn de
symptomen en klinishce tekens die verdieping vormen op de theoretichce lessen. De
examenvragen komen uit de theoretische lessen, maar als je een hoge score wil moet je
ook de klinische casussen kennen en kunnen integreren.
HOOFDSTUK 1: TUMOREN SLOKDARM, MAAG EN DUODENUM
SLOKDARMKANKER
2
,Er zijn 2 histologische types oesofagale kanker: door de 2 verschillende epitheeltypes
Squameus cel carcinoom: bovenste 2/3 van de slokdarm
o Dit is de meest voorkomende soort slokdarmkanker (87%
van de oesofagale kankers)
o = plaveiselcelcarcinoom = spinocellulair epithelioom
o Incidentie vermindert
Adenocarcinoma: onderste deel vd slokdarm gastro-
oesofagale reflux
o Metaplastisch epitheel of Barrett-epitheel
o Incidentie stijgt
Ook is er een geografische spreiding afh vd
risicofactoren (veel in oa Europa, Azië, Oost-Afrika…)
en is er een man/vrouw ratio van 3/1
Risicofactoren plaveiselcelcarcinoom:
Roken bovenste slokdarm
Alcohol middelste slokdarm
Carcinogene agentia in contact met epitheel vd
slokdarm
Risicofactoren adenocarcinoma:
Gastro-oesofagale reflux
Obesitas
Roken
Presentatie/belangrijkste symptomen:
Afh van de locatie vd tumor, het type vd tumor en de grootte vd tumor vaak pas
symptomen in gevorderd stadium
Bij maligniteit is het ook afhankelijk vh stadium van de tumor (TNM-stadiering)
o T = tumor (grootte en eventueel penetratie door de wand)
o N = nodes (aantal aangetaste lymfeklieren)
o M = metastase (0 of 1, wel of geen metastase)
Dysfagie:
o Dit is (meestal) het eerste en meest karakteristieke symptoom
o Doorslikken gaat moeilijk
o Organisch fenomeen doordat de tumor een bepaakde afmeting/volume
moet hebben eer dat de slokdarm verstopt raakt treedt dus niet
onmiddellijk op, er is 2/3 obstrcutie van het lumen voor nodig
De pt zal ook eerst dysfagie vermelden voor vast voedsel en later
pas voor vloeistoffen
Anorexia en gewichtsafname: vaak in gevorderd tumorstadium
Thoracale pijn: door zenuwinvasie van de neuronale structuren in het mediastinum
(dit is ook afh van de locatie)
Odynofagie: pijn bij het slikken => teken dat er een ulceratie vd tumor is (
Heesheid: door invasie van de n. laryngeus recurrens (n. vagus) spieren
belangrijk voor het spreken bezenuwd
Hoesten bij het slikken: oesofago-tracheale (-bronchiale) fistel (verbinding tussen
slokdarm en luchtpijp)
3
, Diagnose en stadiëring:
Heel vaak gaan we de diagnose al kunnen stellen tijdens de anamnese
Endoscopie met een biopsie: we moeten weefsel bekomen om het te kunnen
onderzoeken prognose
Stadiëring kunnen we op verschillende manieren doen:
o EUS (echoendoscopie): uTN
o CT-scan thorax/abdomen: cTNM
Een GI tumor gaat vaak metastaseren naar de longen, het abdomen
of het peritoneum
o FDG-PET/CT-scan: cNM
Tegenwoordig doen we vaak onmiddelijk een FDG-PET/CT hoog
metabolisme in tumoren
Moleculair onderzoek doen (bij pt met metastase) systeemtherapie
Behandeling:
Multidisciplinair management complexe, hoog-risico operatie is de enige kans
om definitief te genezen
o Enkel operatie bij gelokaliseerde tumoren
o Er is centralisatie van zorg
40% vd pt curatief (resectie)
60% vd pt niet operatief systeemtherapie
EMR (endoscopische mucosale resectie): T1a N0 (= enkel mucosa zonder lyfeklier
aantasting)
o We gaan de tumor met de mucosa en submucosa er helemaal uit halen
o Hooggradige dysplasie in Barrett-epitheel en T1a N0
o Correct inschatten N-status is limiterende
factor risico N+ is laag bij T1a tumoren
Oesofagectomie (partieel of totaal) met
(neo)adjuvant chemo(radio)therapie: voor een
gelokalizeerde kanker:
o Chirurgische resectie van de tumor, slokdarm
en lymfeklieren
o Resectie van de slokdarm tot de proximale
maag: we moeten dit defect herstellen een
stuk dundarm, colon, maar meestal een stuk
maag (grote maagcurvatuur)
o Adjuvante systeemtherapie (voor of na operatie)
Metastase/onopereerbare kankers systeemtherapie
o Chemo(radio)therapie +/- immune-checkpoint inhibitors
o Moleculaire profiling
o Chemotherapie, targetted therapie (HER2-R-Ab), immuuntherapie (PD-L1-
Ab)
Palliatief: bv plaatsen van een oesofagale stent bij obstructie slokdarm,
radiotherapie, dilatatie…
Overleving oesofagale kanker:
Overleving afh vh stadium
Overleving is vergelijkbaar tussen squameus cel carcinoom en adenocarcinoom
4