Markten prijzen – hoorcollege 1
Module 0: economie & welvaart
1. Wat is de economie?
Rationale keuze als basis van het gedragsmodel
- Keuze van economische agenten, gebaseerd op voorkeuren en beperkingen staat centraal in
de economie
- Economische agent maakt rationele keuze= best mogelijke keuze
- Rationaliteit gaat niet over de inhoud van de voorkeuren; rationeel ≠ egoïstisch
Normatieve evaluatie en bijsturing
- Naast bestuderen van keuze ook evaluatie en eventuele bijsturing van de resulterende
uitkomst (evenwicht):
- Minimaal veronderstellen economen het Pareto principe: (minstens) 1 iemand beter af
maken zonder iemand slechter af te maken -> verbetering
Economie: zowel positieve als normatieve wetenschap
2. Hoe welvarend zijn we?
Basisprincipes:
- Consumptie: welvaart hangt af van behoeftebevredeging ( via consumptie)
o Vaak niet het volledige inkomen: Uitgestelde consumptie (sparen)
o Duurzame goederen (niet meteen vernietigd)
- Productie: goederen en diensten worden in stand gebracht en ter beschikking gesteld
o Productieproces: inputs – productieproces --> outputs
Lopende inputs: bv. Grondstoffen en hulpstoffen
Productiefactoren bv. Arbeid en kapitaal
- Toegevoegde waarde
o Prodcutieproces -> verbetering
o Waarde output > waarde lopende inputs
o Bruto-toegevoegde waarde: verschil tussen output en lopende inputs nl. waarde die
productiefactoren toevoegen aan lopende inputs toevoegen
o Netto-tw: bruto- toegevoegde waarde – depreciatie (van kapitaalgoederen) , wat
productiefactoren hebben toegevoegd en dus aan hen kan uitgekeerd kan worden als
vergoeding
- Tw en inkomen
o Bbp:= marktwaarde van alle finale goederen en diensten, manier om naar welvaart te
kijken, want meet de totale toegevoegde waarde van een land -> ruwe indicator voor
totale inkomen (bbp/capita: gemiddeld inkomen)
Problemen met bbp: moeilijk vergelijken over tijd en tussen landen -> gebruik koopkrachtpariteiten
Grafieken: lineaire lijn bij logaritme= constante groei
Recente recessies (bbp krimpt gedurende 2 of meer opeenvolgende kwartalen) : bankencrisis (2008),
corona crisis (2020)
,Is bbp/ capita een goede welvaartmaatstaf?
- Bbp meet economische activiteit (“verwerpelijke” activiteit) niet “wenselijke” activiteit
o Veel zaken maken het niet direct beter, zit alles wat we belangrijk vinden in die maatstaf?
- Niet enige indicator van welvaart
o Levensverwachting komt deels overeen met bbp (proxy)
- Gemiddeld inkomen zegt niet over verdeling
o Ongelijkheid binnen landen
- Niet direct gelukkiger
Hoorcollege 2
3. Waarom zijn we zo welvarend?
Bbp per gewerkte uur is enorm gestegen tegenover 1860 = ingenuity , door o.a. technologische
vernieuwingen, door handel goedkopere grondstoffen -> aantal uren per werkende is gedaald, vrije
tijd is gestegen
Zie formule slide 38 , nummer 1= productiviteit, kan heel hard stijgen / dalen, nummer 2-5: behaald
een bovengrens
Bevolking op werkbekwame leeftijd (18-65)- beroepsbevolking= mensen die zich niet aanbieden (bv.
Studenten, huisvrouw/-man, …)
Beroepsbevolking: mensen die zich aanbieden
Beroepsbevolking- werkenden= werklozen
Productiviteit
- Arbeidsproductiviteit: geproduceerde output uitgedrukt per uur gepresteerde arbeid
- Productiviteitsstijgingen door: arbeidsverdeling, specialisatie, handel (globalisering),
technologische vernieuwingen
Basis van welvaartstoenames
Adam Smith – the wealth of nations: vb. Speldenfabriek -> iedereen doet eigen handeling
(toegenomen vaardigheid), juiste man/ vrouw op juiste plaats, tijdsbesparing door beperkt aantal
handelingen = specialisatie
Thomas Malthus – an essay on the principle of population : maakt sombere voorspelling -> bevolking
zal zich na een bepaalde termijn altijd verdubbele, maar voeding groeit niet even snel -> hierdoor
zullen we nooit vooruitgang kennen (oorlog, hongersnood, ziekte)
Voorspelling is nooit uitgekomen door technologische wijzigingen bv. Geboortecontrole,
meststoffen, etc.
David ricardo – the principle of political economy & taxation : voordelen van internationale handel,
want specialisatie mogelijk -> toename productie -> toename consumptie doordat producten
goedkoper zijn
, Opportuniteitskosten: hoeveel je van een product moet opgeven om een ander product in de plaats
te maken
Waarom is niet iedereen welvarend?
Geografie, cultuur <-> instituties (manier waarop het land is opgebouwd) ‘reversal of fortunes’,
nachtlampen tonen economische activiteit aan -> toont (mogelijks) aan hoe welvarend een land is
Belang kolonialisme – via instituties- op ongelijkheid:
- 60% van variatie in bbp/ capita is te wijten aan variatie in instituties
- 30-50% van variatie in instituties is te wijten aan invloed van kolonialisme
18-30% van variatie in bbp/ capita is te wijten aan invloed van kolonialisme
4. Welvarend, maar niet gelukkig?
Als je landen onderling vergelijkt lijkt het een positieve correlatie te hebben, maar als je specifiek 1
land bekijkt lijkt er geen verband te zijn
Eerste wet van Gossen= wet van “afnemend marginaal nut”: extra consumptie -> extra voldoening,
maar marginaal nut daalt
Is het correlatie (hoort samen) of causaliteit (het ene veroorzaakt het andere)?
Waar komt schijnbare tegenstelling tussen de longidutinale en crossectionele figuur vandaan?
- Hypothese 1: eerste wet van Gossen
- 2: geen causaal effect van inkomen op geluk (inkomen veroorzaakt geen geluk)
- 3: geluk is relatief, want mensen vergelijken zich met anderen/ zichzelf in het verleden
o Naarmate het referentiepunt hoger ligt, neemt het geluk af
o Op korte termijn gelukkiger, maar lange termijn niet want we wennen aan de toename van
rijkdom en mensen rondom ons worden ook rijker
Hoorcollege 3
Module 1: speltheorie
Waarom staat speltheorie centraal?
Economie: wetenschap die de samenleving bestudeert als het samenspel van de keuzen van
economische agenten
Speltheorie: vat samenspel in een model, probeer de uitkomst te voorspellen
- Bekijken van het effect van de acties van anderen
- Handelen hoe ze denken dat anderen zich gaan gedragen
1. Is samenwerken rationeel?
Golden balls – split or steal?
Steve
Split Steal
Sarah Split (50,50) (0,100)
Steal (100,0) (0,0)
Steal = dominant, split = gedomineerd , samenwerken = niet rationeel (afspreken= cheap talk)
Module 0: economie & welvaart
1. Wat is de economie?
Rationale keuze als basis van het gedragsmodel
- Keuze van economische agenten, gebaseerd op voorkeuren en beperkingen staat centraal in
de economie
- Economische agent maakt rationele keuze= best mogelijke keuze
- Rationaliteit gaat niet over de inhoud van de voorkeuren; rationeel ≠ egoïstisch
Normatieve evaluatie en bijsturing
- Naast bestuderen van keuze ook evaluatie en eventuele bijsturing van de resulterende
uitkomst (evenwicht):
- Minimaal veronderstellen economen het Pareto principe: (minstens) 1 iemand beter af
maken zonder iemand slechter af te maken -> verbetering
Economie: zowel positieve als normatieve wetenschap
2. Hoe welvarend zijn we?
Basisprincipes:
- Consumptie: welvaart hangt af van behoeftebevredeging ( via consumptie)
o Vaak niet het volledige inkomen: Uitgestelde consumptie (sparen)
o Duurzame goederen (niet meteen vernietigd)
- Productie: goederen en diensten worden in stand gebracht en ter beschikking gesteld
o Productieproces: inputs – productieproces --> outputs
Lopende inputs: bv. Grondstoffen en hulpstoffen
Productiefactoren bv. Arbeid en kapitaal
- Toegevoegde waarde
o Prodcutieproces -> verbetering
o Waarde output > waarde lopende inputs
o Bruto-toegevoegde waarde: verschil tussen output en lopende inputs nl. waarde die
productiefactoren toevoegen aan lopende inputs toevoegen
o Netto-tw: bruto- toegevoegde waarde – depreciatie (van kapitaalgoederen) , wat
productiefactoren hebben toegevoegd en dus aan hen kan uitgekeerd kan worden als
vergoeding
- Tw en inkomen
o Bbp:= marktwaarde van alle finale goederen en diensten, manier om naar welvaart te
kijken, want meet de totale toegevoegde waarde van een land -> ruwe indicator voor
totale inkomen (bbp/capita: gemiddeld inkomen)
Problemen met bbp: moeilijk vergelijken over tijd en tussen landen -> gebruik koopkrachtpariteiten
Grafieken: lineaire lijn bij logaritme= constante groei
Recente recessies (bbp krimpt gedurende 2 of meer opeenvolgende kwartalen) : bankencrisis (2008),
corona crisis (2020)
,Is bbp/ capita een goede welvaartmaatstaf?
- Bbp meet economische activiteit (“verwerpelijke” activiteit) niet “wenselijke” activiteit
o Veel zaken maken het niet direct beter, zit alles wat we belangrijk vinden in die maatstaf?
- Niet enige indicator van welvaart
o Levensverwachting komt deels overeen met bbp (proxy)
- Gemiddeld inkomen zegt niet over verdeling
o Ongelijkheid binnen landen
- Niet direct gelukkiger
Hoorcollege 2
3. Waarom zijn we zo welvarend?
Bbp per gewerkte uur is enorm gestegen tegenover 1860 = ingenuity , door o.a. technologische
vernieuwingen, door handel goedkopere grondstoffen -> aantal uren per werkende is gedaald, vrije
tijd is gestegen
Zie formule slide 38 , nummer 1= productiviteit, kan heel hard stijgen / dalen, nummer 2-5: behaald
een bovengrens
Bevolking op werkbekwame leeftijd (18-65)- beroepsbevolking= mensen die zich niet aanbieden (bv.
Studenten, huisvrouw/-man, …)
Beroepsbevolking: mensen die zich aanbieden
Beroepsbevolking- werkenden= werklozen
Productiviteit
- Arbeidsproductiviteit: geproduceerde output uitgedrukt per uur gepresteerde arbeid
- Productiviteitsstijgingen door: arbeidsverdeling, specialisatie, handel (globalisering),
technologische vernieuwingen
Basis van welvaartstoenames
Adam Smith – the wealth of nations: vb. Speldenfabriek -> iedereen doet eigen handeling
(toegenomen vaardigheid), juiste man/ vrouw op juiste plaats, tijdsbesparing door beperkt aantal
handelingen = specialisatie
Thomas Malthus – an essay on the principle of population : maakt sombere voorspelling -> bevolking
zal zich na een bepaalde termijn altijd verdubbele, maar voeding groeit niet even snel -> hierdoor
zullen we nooit vooruitgang kennen (oorlog, hongersnood, ziekte)
Voorspelling is nooit uitgekomen door technologische wijzigingen bv. Geboortecontrole,
meststoffen, etc.
David ricardo – the principle of political economy & taxation : voordelen van internationale handel,
want specialisatie mogelijk -> toename productie -> toename consumptie doordat producten
goedkoper zijn
, Opportuniteitskosten: hoeveel je van een product moet opgeven om een ander product in de plaats
te maken
Waarom is niet iedereen welvarend?
Geografie, cultuur <-> instituties (manier waarop het land is opgebouwd) ‘reversal of fortunes’,
nachtlampen tonen economische activiteit aan -> toont (mogelijks) aan hoe welvarend een land is
Belang kolonialisme – via instituties- op ongelijkheid:
- 60% van variatie in bbp/ capita is te wijten aan variatie in instituties
- 30-50% van variatie in instituties is te wijten aan invloed van kolonialisme
18-30% van variatie in bbp/ capita is te wijten aan invloed van kolonialisme
4. Welvarend, maar niet gelukkig?
Als je landen onderling vergelijkt lijkt het een positieve correlatie te hebben, maar als je specifiek 1
land bekijkt lijkt er geen verband te zijn
Eerste wet van Gossen= wet van “afnemend marginaal nut”: extra consumptie -> extra voldoening,
maar marginaal nut daalt
Is het correlatie (hoort samen) of causaliteit (het ene veroorzaakt het andere)?
Waar komt schijnbare tegenstelling tussen de longidutinale en crossectionele figuur vandaan?
- Hypothese 1: eerste wet van Gossen
- 2: geen causaal effect van inkomen op geluk (inkomen veroorzaakt geen geluk)
- 3: geluk is relatief, want mensen vergelijken zich met anderen/ zichzelf in het verleden
o Naarmate het referentiepunt hoger ligt, neemt het geluk af
o Op korte termijn gelukkiger, maar lange termijn niet want we wennen aan de toename van
rijkdom en mensen rondom ons worden ook rijker
Hoorcollege 3
Module 1: speltheorie
Waarom staat speltheorie centraal?
Economie: wetenschap die de samenleving bestudeert als het samenspel van de keuzen van
economische agenten
Speltheorie: vat samenspel in een model, probeer de uitkomst te voorspellen
- Bekijken van het effect van de acties van anderen
- Handelen hoe ze denken dat anderen zich gaan gedragen
1. Is samenwerken rationeel?
Golden balls – split or steal?
Steve
Split Steal
Sarah Split (50,50) (0,100)
Steal (100,0) (0,0)
Steal = dominant, split = gedomineerd , samenwerken = niet rationeel (afspreken= cheap talk)