Klimaat gem weer, op bepaalde plaats, over periode 30 jaar
Atmosfeer regelt hoeveel warmte vd zon blijft hangen, hoeveel teruggekaatst
De zon = de kachel de aarde = de verwarmde ruimte atmosfeer = deken rond
ruime zonder zon = koud zonder atmosfeer = warmte gaat
weg
Teveel broeikasgassen = het is een te dik deken = te warm
Zonnestraling energie van de zon
3 soorten: zichtbaar licht: wat je kan zien
Infrarood straling IR: de warmte
Ultraviolet straling UV: onzichtbare straling met een hoge energie
Zonlicht op aarde als zon aarde bereikt
2 dingen: deels weerspiegeld: deel van licht terug naar ruimte. +- ½
inkomende zon
Minder warmte opgenomen door opp
Bij: wolken, ijs, sneeuw, water, atmosferische aerosolen (
kleine vaste delen/ vloeistofdruppels
die door lucht zweven)
Deels geabsorbeerd: deel van licht word opgenomen = warmt
opp op.
+- 2/3 inkomende zon
Bij: aarde, gebouwen, water,…
Albedo hoe goed opp zonlicht terugkaatst
Verhouding: gereflecteerde en geabsorbeerde zonnestralingen
Hoge albedo: veel teruggekaatst =opp koud (lichtgekleurde opp)
Lage albedo: weining teruggekaatst = opp warm
Absorptie van het zonlicht deel dat niet gekaatst wordt = opwarming opp
Wordt uitgestraald met warme = infraroodstralingen
Absorptie albedo
B ROEIKASGASSEN
Broeikasgassen GHG gassen in atmosfeer die warmte vasthouden warmte kan niet
zomaar weg
- Stikstof 78% N2
- Zuurstof 21% CO2
- Andere
Zonder broeikas = aarde 33°C kouder
Snelle toename door: industrie, verkeer,..
Referentiegas: CO2 ong 100j in atmosfeer
Verbranding fossiele brandstoffen (koolstof + zuurstof)
1 GHG = 1kg CO2 hvl meer warmte 1 kg gas veroorzaakt in vergelijking met
CO2
VERANDERING SAMENSTELLING ATMOSFEER
Meer gassen in atmosfeer: absorberen meer IR vd aarde opwarming bv CO2
Meer aerosolen: reflecterende: kaatsen zonlicht terug verkoelt
Absorberen: houden warmte vast opwarmend
Ijs = spiegel - houdt lokaal koud
Broeikasgas = deken = houdt warmte vd aarde vast
KLIMAATVERANDERING
Klimaatverandering verandering in wereldwijde of regionale klimaatpatroon
Aerosolen: reflecterend: koud
, Absorberend: warmte vasthouden opwarmend
Zelfversterkend effect verandering die zichzelf steeds sterker maakt
Ijs heeft hoog albedo kaatst veel licht terug. Als ijs smelt, =
land onder tevoorschijn = lager albedo absorbeert meer
warmte = ijs smelt nog meer - albedo daalt nog = nog
meer opwarming
Gevolgen: Noordzee kan stijgen, hoge temperaturen, smeltende ijskappen,…
Kyoto protocol 1997 doel uitstoot broeikassen beperken, vooral industrielanden,
waren reductiedoelen
Akkoord van Parijs 2015 wereldwijde klimaatafspraken, opwarming beperken (onder
2°C), elk land eigen klimaatplan
= milieuwetten, klimaatplannen, maatregelen energie
transport en industrie
GWP Global warming potential maat hoe sterk gas bijdraagt aan broeikaseffect
Vgl met CO2: CO2 Equivalent = Zo klimaatimpact van materialen en gebouwen
berekenen
Materiaalpiramide: take make dispose
Recyclemake use
Duurzaam bouwen: functioneren, comfort, minimale milieu impact, economisch zinvol,
sociaal bijdragen
Bouwsector heeft een grote impact op klimaat
Bv: 25% ontbossing, 40% energieverbruik, 45%
grondstoffenverbruik
PRAKTISCH
dia 37
BEN – Woning bijna energie neutraal verbruikt weinig energie (bv: voor
verwarming, koeling,…),
E peil < E30, hoe lager hoe energiezuiniger
anno 2021 voor alle nieuwbouw
DUBIT kenniscentrum doet onderzoek naar duurzaam wonen: bouw, vastgoed
onderzoeken, diensten geven, duurzaam bouwen,…
Ruimteverwarming
GESCHIEDENIS
,Oude open haar
17e eeuw kachel
1800 luchtverwarming
, 1745 stoomverwarming
1819: warmwatersysteem
1831 heetwatersysteem
ALGEMEEN
Van primaire energie naar warme ruimte:
1. Netto behoefte energie nodig voor warme woning
Verliezen: transmissie verlies van warmte door delen gebouw
(muur, raam, deur,..) + ventilatie
Winsten: zon + interne winsten (mensen, toestellen, koken,..)
Materiele capaciteit: materialen slaan warmte op vertraagt afkoeling
echte warmtevraag ve woning
2. Bruto behoefte energie die installatie moet leveren
Verliezen: leidingen, radiatoren (transport) en afgifteverliezen
Wat verwarmingssysteem moet produceren
3. Eindverbruik werkelijk verbruik van de installatie
Verliezen: schoorsteen
Rendement; ketel/ warmtepomp
Wat je betaalt op energiefactuur
4. Primair verbruik energie die aan de bron nodig was, wat planeer moet
opwekken
Incl productie energie en transportverliezen
Gebruikt voor EPC en EPC berekeningen