Algemene informatie
Planning
Studiemateriaal
• Cursus ‘communicatiewetenschap’ via Universitas
o Best kopen
• Artikels besproken tijdens de les: hoef je niet helemaal vanbuiten te leren, enkel wat
besproken wordt in de les
Examen
• Schriftelijk, gesloten boek
• 10 kort-antwoord-vragen (telkens een halve pagina antwoordruimte) – allemaal op 2
punten
o Test van kennis (vb. definiëren van concept), inzicht (vb. vergelijken van
communicatiemodellen) en toepassing (eigen gekozen voorbeeld)
o Zie voorbeeldvragen op Blackboard!!
o Antwoorden zeer goed structureren
▪ Vaak met a,b,c en d vragen: zorg dat per deeltje het juiste staat
• Extra opmerkingen:
o Namen op slites moet je kennen
▪ Met focus op communicatiemodellen, communicatietheorieën,
onderzoeken waar we lang bij stilstonden
o Jaartallen moet je niet kennen, maar wel kunnen situeren in de tijd (decennium)
o Je moet nooit een model tekenen, wel herkennen, kunnen benoemen en kunnen
uitleggen/toepassen
1
,Hoofdstuk 1: Inleiding
Vraag aan ons
• Waaraan denken we bij het woord ‘communicatie’?
• Antwoorden van studenten:
o Media
o Praten
o Interactie
o Boodschap
o Zender en ontvanger
o …
Inleiding
• Inzicht in communicatie(-wetenschappen) is nuttig voor verschillende disciplines, zoals
voor sociologen, politieke wetenschappers, sociaaleconomische wetenschappers en
communicatiewetenschappers …
o Sociologie:
▪ Ter info: sociologen bestuderen de maatschappij, hoe ze functioneert en
evolueert, sociale relaties tussen mensen, wat de aanwezige normen en
waarden zijn…
▪ Inzicht in communicatie: voor hen is het belangrijk dat ze weten dat
(sociale) media bijvoorbeeld een belangrijke socialisatiebron1 kan zijn:
• Bv. Schoonheidsidealen: onze ideeën over wat ‘schoonheid’ en
wat ‘mooi’ is, kan heel hard beïnvloed worden door (sociale)
media…
o Dit kan positief beïnvloed worden: bv. body-positivity-
beweging
o Maar soms ook negatief: onrealistische beelden
• Bv. Gender/seksualiteit benaderingen: traditionele
heteronormatieve ideeën worden uitgedaagd door series zoals
Euphoria
o Politiek:
▪ Ter info: politieke wetenschappers bestuderen politiek in de brede zin:
hoe samenlevingen worden georganiseerd en bestuurd, machtsrelaties,
besluitvorming, instituties…
▪ Inzicht in communicatie: voor hen is dat belangrijk omdat:
• Media vaak gezien worden als de vierde macht, naast de
wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
• Media de publieke opinie beïnvloeden
• Politici via overtuigende communicatie steun moeten vinden voor
hun ideeën, beleid en beslissingen
1
Socialisatie: het proces waarbij mensen, bewust en onbewust, de waarden, normen, gewoonten,
gedragingen van hun samenleving aanleren. Dit gebeurt via socialisatiebronnen zoals ouders, vrienden,
school… , maar dus ook de media.
2
, o Communicatie is essentieel voor (social) profit organisaties:
▪ Ter info: (social) profit organisaties zijn organisaties die tot doel hebben
winst te maken of maatschappelijke doelen te vervullen
▪ Bedrijven willen graag winst maken, goederen en diensten verkopen,
klanten aantrekken…
▪ Hierbij is (een inzicht in) communicatie belangrijk: denk aan online brand
marketing, influencer marketing, …
o Verantwoordelijkheid als mediaprofessionals + hoe als
communicatieverantwoordelijke omgaan met pers:
▪ Mediaprofessionals zijn mensen die werken in de media en informatie
verspreiden via verschillende kanalen
• Denk aan journalisten, redacteurs, sociale media managers…
• Zij hebben dikwijls grote verantwoordelijkheden:
o Bv. journalisten: het is heel belangrijk dat zij hun job
kunnen doen om een democratie te garanderen
▪ Ook communicatieverantwoordelijken (=mensen die de communicatie
doen van een organisatie, bedrijf…) hebben een inzicht nodig in
communicatie en hoe ze bijvoorbeeld het best met de pers omgaan:
• Bv. de woordvoerder van Tomorrowland communiceerde over de
brand
• In deze lessen gaan we het hebben over CommunicatieWETENSCHAP:
o Het is echt een wetenschappelijke discipline die we gaan bestuderen
o We willen de realiteit ontdekken, begrijpen en verklaren
• Hierbij gaan we kijken naar verschillende theorieën, concepten/modellen, empirisch
onderzoek:
o Kwantitatief onderzoek:
▪ Onderzoek met cijfers, statistieken…
▪ Hier zijn we vaak bezig met de vraag: ‘Is er een relatie tussen .. en …
• Bv. Is er een relatie tussen mediagebruik en stemgedrag?’
▪ We doen/werken met: inhoudsanalyse, survey, experiment, meta-analyses
• Inhoudsanalyse: analyseren van de inhoud van teksten, beelden,…
o Bv. kijken naar ‘hoe vaak wordt er verwezen naar … in deze
tekst?’
• Surveys: een enquête aan een groep respondenten
o Hierbij kunnen we vaak al relaties gaan bestuderen
o Bv. Is er een relatie tussen mediagebruik en stemgedrag?
• Experimenten: hier gaan we hypotheses testen
o Zo kunnen we gaan testen in welke richting de relatie is
o Bv. Heeft mediagebruik invloed op stemgedrag of omgekeerd?
• Meta-analyses: hier gaan onderzoekers resultaten van veel
verschillende studies over hetzelfde onderwerp samenvoegen en
analyseren
3
, o Kwalitatief onderzoek:
▪ Focust op diepgaande informatie/inzichten, verhalen, ervaringen,
betekenissen, …
▪ Hier zijn we meer bezig met ‘hóe?’ en ‘waarom?’
▪ We doen/werken met: inhoudsanalyse, diepte-interviews, focusgroups,…
• Inhoudsanalyses: analyseren van de inhoud van teksten, beelden, …
om er betekenissen uit te halen/zaken beter te begrijpen.
o Bv. Hoe worden vluchtelingen geframed in deze video’s?
• Diepte-interview: onderzoeker stelt uitgebreid vragen aan iemand om
beter te begrijpen wat die persoon juist denkt, voelt of ervaart
o Bv. Interview met een transgender over hoe hij/zij zich
gerepresenteerd voelt in de media
• Focusgroepen: groepen mensen laten samenkomen en diepgaand
praten over een bepaald onderwerp, waarbij het gesprek vaak geleid
wordt door de onderzoeker
o Bv. Gesprek met jongeren over vape-gedrag.
• Wetenschappelijke literatuur (artikels in academische “journals”, boeken, …)
o In de lessen gaan we kijken naar veel wetenschappelijke literatuur
• Voorbeeld
o Er bestaat soms (morele) paniek over gaming (vooral over gewelddadige games) en
de mogelijke link met agressie in de echte wereld
o Dat kunnen we dan gaan onderzoeken met de ‘social learning theory’ van Bandura
▪ Die stelt dat mensen leren door te kijken naar het gedrag van anderen
▪ Als dat gedrag dan beloond wordt, zijn wij meer geneigd om dat gedrag zelf
ook te gaan vertonen
o Een bekend voorbeeld hiervan is het Bobo Doll-experiment:
▪ Bandura liet kinderen kijken naar een persoon die agressief handelde
tegenover een opblaasbare pop (de “Bobo Doll”)
▪ Dat gedrag werd beloond
▪ Daarna werden de kinderen in een kamer gezet met dezelfde pop
▪ Bandura observeerde of de kinderen het agressieve gedrag imiteerden
▪ Het bleek dat de kinderen effectief dat gedrag vaak gingen
nadoen
o We kunnen die theorie ook gaan testen:
▪ Hier zien we een voorbeeld van een meta-analyse waarin
allemaal verschillende studies rond de relatie tussen het
spelen van gewelddadige videogames en het stellen van
agressief gedrag bij jongeren, zijn samengenomen en
vergeleken worden
• We zien dat sommige studies positieve relaties vinden
• Sommige studies vinden negatieve relaties
• Sommige studies vinden totaal geen relatie
4
, o Dit toont opnieuw dat communicatiewetenschap heel belangrijk is om zulke
complexe vragen en relaties te onderzoeken!
• Nog een voorbeeld
o Er worden vaak publieke debatten gevoerd over de negatieve effecten van sociale
media op de jongere generaties zonder inzichten, onderzoek uit de
communicatiewetenschap
o Maar de communicatiewetenschap is net de discipline die zich bezighoudt met het
onderzoeken van dit soort effecten en relaties
o Dus het is net belangrijk dat er wel naar
communicatiewetenschappers wordt geluisterd in
dit soort debatten!!
• Communicatiewetenschap is een relatief jonge wetenschap (Europa rond 1950)
o Wetenschappelijke disciplines zoals sociologie en psychologie bestaan al sinds
de 19e eeuw
o Communicatiewetenschap ontstond pas na de Tweede Wereldoorlog
• 4 invalshoeken
o Heath en Bryant, communicatiewetenschappers, identificeerde vier
invalshoeken die een belangrijke basis vormen voor communicatietheoretisch of
communicatiewetenschappelijk denken:
▪ Retoriek
▪ Propaganda en media-effecten
▪ Informatietheorie
▪ Groepsdynamica
o Die 4 invalshoeken kunnen we een beetje zien als de 4 bouwstenen van de
communicatiewetenschappelijke discipline zoals we ze vandaag kennen
o Retoriek
▪ Al in de vierde eeuw voor Christus bestudeerde Aristoteles de retoriek:
• Hij onderzocht o.a. welke tactieken sprekers konden gebruiken
om de gedachten en het gedrag van een publiek te beïnvloeden
• Hij stelde dat een spreker op verschillende dingen moet letten
hierbij:
o De inhoud en de structuur van de boodschap
o Naar het taalgebruik
o Naar de persoonlijkheid van de spreker
o En naar de kenmerken van het publiek
o Bv. Wat je aan hebt, hoe je uw armen houdt, … kan
allemaal een invloed hebben op hoe je overkomt en op
hoe overtuigend je bent
5
, ▪ Aristoteles noemde drie belangrijke manieren (intrinsieke middelen) die
een spreker kan gebruiken om het publiek te overtuigen:
• Ethos
o = persoonlijkheid en waarden van de spreker
o Dit kan je een beetje zien als de charisma,
geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de spreker
• Pathos
o = inspelen op de emoties van het publiek
o Bv. door een emotioneel verhaal te vertellen, mee hoop
geven, …
• Logos
o = logica van de argumentatie
o Je gebruikt feiten, bewijs, logische redeneringen om je
publiek te overtuigen van je standpunten
o Propaganda en media-effecten
▪ Deze invalshoek gaat over hoe media en boodschappen de mening,
houding en het gedrag van mensen kan beïnvloeden
▪ In de periode van WOI-WOII was er veel aandacht voor propaganda en
media-effecten
o Informatietheorie:
▪ De centrale vraag die gesteld wordt en waar men een antwoord op zoekt:
‘Hoe kan informatie elektronisch verstuurd worden?’
▪ Op die vraag werd o.a. een antwoord gezocht in de Bell Laboratories (=
beroemd onderzoeksinstituut):
• Dit gaan we later nog zien
• Hier ligt ook de basis van de eerste communicatiemodellen
o Groepsdynamica:
▪ Groepsdynamica is de studie van hoe mensen in groepen met elkaar
omgaan en hoe die interacties werken in die groepen
▪ Lewin introduceerde de term: ‘groepsdynamica’
• Hij deed studies naar leiderschap
▪ Daarnaast is er werk van de socioloog Mead in de jaren ’30:
• Hij zei dat mensen elkaar leren kennen door middel van
communicatie
6
Planning
Studiemateriaal
• Cursus ‘communicatiewetenschap’ via Universitas
o Best kopen
• Artikels besproken tijdens de les: hoef je niet helemaal vanbuiten te leren, enkel wat
besproken wordt in de les
Examen
• Schriftelijk, gesloten boek
• 10 kort-antwoord-vragen (telkens een halve pagina antwoordruimte) – allemaal op 2
punten
o Test van kennis (vb. definiëren van concept), inzicht (vb. vergelijken van
communicatiemodellen) en toepassing (eigen gekozen voorbeeld)
o Zie voorbeeldvragen op Blackboard!!
o Antwoorden zeer goed structureren
▪ Vaak met a,b,c en d vragen: zorg dat per deeltje het juiste staat
• Extra opmerkingen:
o Namen op slites moet je kennen
▪ Met focus op communicatiemodellen, communicatietheorieën,
onderzoeken waar we lang bij stilstonden
o Jaartallen moet je niet kennen, maar wel kunnen situeren in de tijd (decennium)
o Je moet nooit een model tekenen, wel herkennen, kunnen benoemen en kunnen
uitleggen/toepassen
1
,Hoofdstuk 1: Inleiding
Vraag aan ons
• Waaraan denken we bij het woord ‘communicatie’?
• Antwoorden van studenten:
o Media
o Praten
o Interactie
o Boodschap
o Zender en ontvanger
o …
Inleiding
• Inzicht in communicatie(-wetenschappen) is nuttig voor verschillende disciplines, zoals
voor sociologen, politieke wetenschappers, sociaaleconomische wetenschappers en
communicatiewetenschappers …
o Sociologie:
▪ Ter info: sociologen bestuderen de maatschappij, hoe ze functioneert en
evolueert, sociale relaties tussen mensen, wat de aanwezige normen en
waarden zijn…
▪ Inzicht in communicatie: voor hen is het belangrijk dat ze weten dat
(sociale) media bijvoorbeeld een belangrijke socialisatiebron1 kan zijn:
• Bv. Schoonheidsidealen: onze ideeën over wat ‘schoonheid’ en
wat ‘mooi’ is, kan heel hard beïnvloed worden door (sociale)
media…
o Dit kan positief beïnvloed worden: bv. body-positivity-
beweging
o Maar soms ook negatief: onrealistische beelden
• Bv. Gender/seksualiteit benaderingen: traditionele
heteronormatieve ideeën worden uitgedaagd door series zoals
Euphoria
o Politiek:
▪ Ter info: politieke wetenschappers bestuderen politiek in de brede zin:
hoe samenlevingen worden georganiseerd en bestuurd, machtsrelaties,
besluitvorming, instituties…
▪ Inzicht in communicatie: voor hen is dat belangrijk omdat:
• Media vaak gezien worden als de vierde macht, naast de
wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
• Media de publieke opinie beïnvloeden
• Politici via overtuigende communicatie steun moeten vinden voor
hun ideeën, beleid en beslissingen
1
Socialisatie: het proces waarbij mensen, bewust en onbewust, de waarden, normen, gewoonten,
gedragingen van hun samenleving aanleren. Dit gebeurt via socialisatiebronnen zoals ouders, vrienden,
school… , maar dus ook de media.
2
, o Communicatie is essentieel voor (social) profit organisaties:
▪ Ter info: (social) profit organisaties zijn organisaties die tot doel hebben
winst te maken of maatschappelijke doelen te vervullen
▪ Bedrijven willen graag winst maken, goederen en diensten verkopen,
klanten aantrekken…
▪ Hierbij is (een inzicht in) communicatie belangrijk: denk aan online brand
marketing, influencer marketing, …
o Verantwoordelijkheid als mediaprofessionals + hoe als
communicatieverantwoordelijke omgaan met pers:
▪ Mediaprofessionals zijn mensen die werken in de media en informatie
verspreiden via verschillende kanalen
• Denk aan journalisten, redacteurs, sociale media managers…
• Zij hebben dikwijls grote verantwoordelijkheden:
o Bv. journalisten: het is heel belangrijk dat zij hun job
kunnen doen om een democratie te garanderen
▪ Ook communicatieverantwoordelijken (=mensen die de communicatie
doen van een organisatie, bedrijf…) hebben een inzicht nodig in
communicatie en hoe ze bijvoorbeeld het best met de pers omgaan:
• Bv. de woordvoerder van Tomorrowland communiceerde over de
brand
• In deze lessen gaan we het hebben over CommunicatieWETENSCHAP:
o Het is echt een wetenschappelijke discipline die we gaan bestuderen
o We willen de realiteit ontdekken, begrijpen en verklaren
• Hierbij gaan we kijken naar verschillende theorieën, concepten/modellen, empirisch
onderzoek:
o Kwantitatief onderzoek:
▪ Onderzoek met cijfers, statistieken…
▪ Hier zijn we vaak bezig met de vraag: ‘Is er een relatie tussen .. en …
• Bv. Is er een relatie tussen mediagebruik en stemgedrag?’
▪ We doen/werken met: inhoudsanalyse, survey, experiment, meta-analyses
• Inhoudsanalyse: analyseren van de inhoud van teksten, beelden,…
o Bv. kijken naar ‘hoe vaak wordt er verwezen naar … in deze
tekst?’
• Surveys: een enquête aan een groep respondenten
o Hierbij kunnen we vaak al relaties gaan bestuderen
o Bv. Is er een relatie tussen mediagebruik en stemgedrag?
• Experimenten: hier gaan we hypotheses testen
o Zo kunnen we gaan testen in welke richting de relatie is
o Bv. Heeft mediagebruik invloed op stemgedrag of omgekeerd?
• Meta-analyses: hier gaan onderzoekers resultaten van veel
verschillende studies over hetzelfde onderwerp samenvoegen en
analyseren
3
, o Kwalitatief onderzoek:
▪ Focust op diepgaande informatie/inzichten, verhalen, ervaringen,
betekenissen, …
▪ Hier zijn we meer bezig met ‘hóe?’ en ‘waarom?’
▪ We doen/werken met: inhoudsanalyse, diepte-interviews, focusgroups,…
• Inhoudsanalyses: analyseren van de inhoud van teksten, beelden, …
om er betekenissen uit te halen/zaken beter te begrijpen.
o Bv. Hoe worden vluchtelingen geframed in deze video’s?
• Diepte-interview: onderzoeker stelt uitgebreid vragen aan iemand om
beter te begrijpen wat die persoon juist denkt, voelt of ervaart
o Bv. Interview met een transgender over hoe hij/zij zich
gerepresenteerd voelt in de media
• Focusgroepen: groepen mensen laten samenkomen en diepgaand
praten over een bepaald onderwerp, waarbij het gesprek vaak geleid
wordt door de onderzoeker
o Bv. Gesprek met jongeren over vape-gedrag.
• Wetenschappelijke literatuur (artikels in academische “journals”, boeken, …)
o In de lessen gaan we kijken naar veel wetenschappelijke literatuur
• Voorbeeld
o Er bestaat soms (morele) paniek over gaming (vooral over gewelddadige games) en
de mogelijke link met agressie in de echte wereld
o Dat kunnen we dan gaan onderzoeken met de ‘social learning theory’ van Bandura
▪ Die stelt dat mensen leren door te kijken naar het gedrag van anderen
▪ Als dat gedrag dan beloond wordt, zijn wij meer geneigd om dat gedrag zelf
ook te gaan vertonen
o Een bekend voorbeeld hiervan is het Bobo Doll-experiment:
▪ Bandura liet kinderen kijken naar een persoon die agressief handelde
tegenover een opblaasbare pop (de “Bobo Doll”)
▪ Dat gedrag werd beloond
▪ Daarna werden de kinderen in een kamer gezet met dezelfde pop
▪ Bandura observeerde of de kinderen het agressieve gedrag imiteerden
▪ Het bleek dat de kinderen effectief dat gedrag vaak gingen
nadoen
o We kunnen die theorie ook gaan testen:
▪ Hier zien we een voorbeeld van een meta-analyse waarin
allemaal verschillende studies rond de relatie tussen het
spelen van gewelddadige videogames en het stellen van
agressief gedrag bij jongeren, zijn samengenomen en
vergeleken worden
• We zien dat sommige studies positieve relaties vinden
• Sommige studies vinden negatieve relaties
• Sommige studies vinden totaal geen relatie
4
, o Dit toont opnieuw dat communicatiewetenschap heel belangrijk is om zulke
complexe vragen en relaties te onderzoeken!
• Nog een voorbeeld
o Er worden vaak publieke debatten gevoerd over de negatieve effecten van sociale
media op de jongere generaties zonder inzichten, onderzoek uit de
communicatiewetenschap
o Maar de communicatiewetenschap is net de discipline die zich bezighoudt met het
onderzoeken van dit soort effecten en relaties
o Dus het is net belangrijk dat er wel naar
communicatiewetenschappers wordt geluisterd in
dit soort debatten!!
• Communicatiewetenschap is een relatief jonge wetenschap (Europa rond 1950)
o Wetenschappelijke disciplines zoals sociologie en psychologie bestaan al sinds
de 19e eeuw
o Communicatiewetenschap ontstond pas na de Tweede Wereldoorlog
• 4 invalshoeken
o Heath en Bryant, communicatiewetenschappers, identificeerde vier
invalshoeken die een belangrijke basis vormen voor communicatietheoretisch of
communicatiewetenschappelijk denken:
▪ Retoriek
▪ Propaganda en media-effecten
▪ Informatietheorie
▪ Groepsdynamica
o Die 4 invalshoeken kunnen we een beetje zien als de 4 bouwstenen van de
communicatiewetenschappelijke discipline zoals we ze vandaag kennen
o Retoriek
▪ Al in de vierde eeuw voor Christus bestudeerde Aristoteles de retoriek:
• Hij onderzocht o.a. welke tactieken sprekers konden gebruiken
om de gedachten en het gedrag van een publiek te beïnvloeden
• Hij stelde dat een spreker op verschillende dingen moet letten
hierbij:
o De inhoud en de structuur van de boodschap
o Naar het taalgebruik
o Naar de persoonlijkheid van de spreker
o En naar de kenmerken van het publiek
o Bv. Wat je aan hebt, hoe je uw armen houdt, … kan
allemaal een invloed hebben op hoe je overkomt en op
hoe overtuigend je bent
5
, ▪ Aristoteles noemde drie belangrijke manieren (intrinsieke middelen) die
een spreker kan gebruiken om het publiek te overtuigen:
• Ethos
o = persoonlijkheid en waarden van de spreker
o Dit kan je een beetje zien als de charisma,
geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de spreker
• Pathos
o = inspelen op de emoties van het publiek
o Bv. door een emotioneel verhaal te vertellen, mee hoop
geven, …
• Logos
o = logica van de argumentatie
o Je gebruikt feiten, bewijs, logische redeneringen om je
publiek te overtuigen van je standpunten
o Propaganda en media-effecten
▪ Deze invalshoek gaat over hoe media en boodschappen de mening,
houding en het gedrag van mensen kan beïnvloeden
▪ In de periode van WOI-WOII was er veel aandacht voor propaganda en
media-effecten
o Informatietheorie:
▪ De centrale vraag die gesteld wordt en waar men een antwoord op zoekt:
‘Hoe kan informatie elektronisch verstuurd worden?’
▪ Op die vraag werd o.a. een antwoord gezocht in de Bell Laboratories (=
beroemd onderzoeksinstituut):
• Dit gaan we later nog zien
• Hier ligt ook de basis van de eerste communicatiemodellen
o Groepsdynamica:
▪ Groepsdynamica is de studie van hoe mensen in groepen met elkaar
omgaan en hoe die interacties werken in die groepen
▪ Lewin introduceerde de term: ‘groepsdynamica’
• Hij deed studies naar leiderschap
▪ Daarnaast is er werk van de socioloog Mead in de jaren ’30:
• Hij zei dat mensen elkaar leren kennen door middel van
communicatie
6