Belangrijkste onderwerpen en de examenvragen die er effectief uit kwamen (2021–2025). Examen: ~2/3 open vragen, te beantwoorden met
schema's en kernwoorden, en ~1/3 meerkeuze met giscorrectie. H12 en H13 zijn geen leerstof.
TOP — bijna elk jaar of open vraag MIDDEL — komt regelmatig terug BASIS — kennen, zelden hoofdvraag OPEN = open vraag
D E E L I · F U N DA M E N T E L E F Y S I C O C H E M I S C H E C O N C E P T E N
H1 Homeostase en celmembranen
BELANGRIJKSTE ONDERWERPEN EXAMENVRAGEN
MIDDEL Mobiliteit van membraaneiwitten meten met FRAP 24-25 GFP/FRAP-experiment met grafiek: welk percentage van de
eiwitten is mobiel?
BASIS Technieken om membranen te bestuderen (FRAP,
AFM, GFP-fusies) 23-24 Met welke techniek bestudeer je de mobiliteit van een eiwit
(BKCa) in het membraan?
BASIS Opbouw van het membraan: fluid mosaic,
lipidensamenstelling, asymmetrie 22-23 Nobelprijswinnaar Roger Tsien: waarvoor?
BASIS Fosfo-inositiden zichtbaar maken met GFP (Tsien) 21-22 Wat tonen fluorescent gemerkte lipiden aan in een
membraan?
H2 Diffusie en permeabiliteit
BELANGRIJKSTE ONDERWERPEN EXAMENVRAGEN
TOP Diffusieafstand in functie van de tijd, en wat dat 24-25 Oedeem vergroot de afstand alveole–bloed van 0,5 naar 2
betekent voor weefsels µm. Hoe lang doet O2 er nu over?
TOP Opname van zwakke zuren en basen in functie van pH 24-25 Ibuprofen (COOH): bij welke pH is de tijdsconstante voor de
en lading flux het kleinst?
TOP Membraanpermeabiliteit en de partitiecoëfficiënt 23-24 100 µm diffunderen duurt 3,3 s. Hoe lang duurt 1 mm?
MIDDEL Hoe snel een concentratiegradiënt uitvlakt 23-24 Aspirine: hoe verloopt de grafiek bij pH 4 i.p.v. pH 7? Hoe
(tijdsconstante) verandert de absorptie? In welk orgaan best opgenomen?
MIDDEL Carrier-transport herkennen in een 23-24 Permeabiliteit vs partitiecoëfficiënt: welke stof gebruikt een
permeabiliteitsgrafiek carrier over de BHB?
BASIS O2-transport in de long: oedeem, emfyseem, hoogte 23-24 Welke stof en toedieningsweg bij verhoogde intracraniële
druk?
22-23 Ibuprofen-flux bij pH 3 · grafiek kiezen bij drie
partitiecoëfficiënten · relatie afstand–tijd
21-22 Drie vragen over k, tijdsconstante en permeabiliteit ·
ketamine van pH 7 naar pH 10 · waar best opgenomen?
H3 Osmotische druk en waterbeweging
BELANGRIJKSTE ONDERWERPEN EXAMENVRAGEN
TOP Water over de capillairwand: Starling-krachten en OPEN · 24-25 Welke ontdekking deed Peter Agre, en wat is de
oedeem experimentele evidentie? (1 pt)
MIDDEL Osmotische druk, reflectiecoëfficiënt en tonicity 24-25 Juiste Starling-curve aanduiden bij gedaald albumine
MIDDEL Celvolume bij permeante vs impermeante stoffen 22-23 Capillaire vloeistofuitwisseling: wat verandert er als de
wandpermeabiliteit stijgt?
MIDDEL Aquaporines en het experiment van Agre
22-23 Stof met reflectiecoëfficiënt tussen 0,2 en 0,8: welk verloop
MIDDEL Hersenoedeem en behandeling met osmotisch
van het celvolume?
actieve stoffen
21-22 Capillaire vloeistofuitwisseling: wat verandert er als albumine
daalt?
, D E E L I I · I O N E N K A N A L E N E N E XC I T E E R B A R E M E M B R A N E N
H4 Elektrische gevolgen van iongradiënten
BELANGRIJKSTE ONDERWERPEN EXAMENVRAGEN
TOP Evenwichtspotentialen berekenen en interpreteren OPEN · 24-25 Impact van [K+]ex van 5 naar 6 mM versus van 5 naar 50
TOP Rustmembraanpotentiaal bij meerdere permeabele mM, bij een drempel van −60 mV (2 pt)
ionen OPEN · 24-25 Vergelijk het effect van +1 mM Na+ en +1 mM K+
TOP Effect van extracellulair K+ (en Na+) op rustpotentiaal extracellulair op de rustpotentiaal
en exciteerbaarheid 24-25 Bij opening van welk kanaal verandert de
evenwichtspotentiaal van het ion substantieel?
TOP Verband tussen ionenflux en in- of uitwaartse stroom
24-25 · 23-24 Rustpotentiaal berekenen: Al3+ impermeabel, SO42− en
MIDDEL Chloride: permeabiliteit, rustpotentiaal en
Mg2+ met gelijke conductantie
exciteerbaarheid
23-24 Cl−-permeabiliteit stijgt: wat met Vm en exciteerbaarheid? ·
MIDDEL Waarom de evenwichtspotentiaal van Ca2+ wél
Welk ion geeft het grootste effect bij +1 mmol? · Na+-efflux =
verschuift
welke stroom?
BASIS Donnan-effect en de rol van de Na/K-pomp in
23-24 [K+]ex van 3 naar 40 mM bij drempel −60 mV: gevolg voor de
celvolume
AP?
22-23 Waarvoor is een neuron in rust het meest doorlaatbaar? · Vm
berekenen met 3 ionen · uit het snijpunt bepalen welk ion
het is
21-22 Welk weefsel heeft de grootste Cl−-permeabiliteit? · Cel met
150 mM Cl− buiten, 15 binnen wordt Cl−-permeabel: gevolg?
H5 Ionenkanalen
BELANGRIJKSTE ONDERWERPEN EXAMENVRAGEN
TOP Stroom-spanningsrelaties (I/V-curves) tekenen en OPEN · 24-25 Teken de I/V-relatie van een niet-selectief Na/K-kanaal (γK
lezen = γNa = 10 pS), verklaar het snijpunt, duid in- en
TOP Niet-selectieve kationkanalen, met de nAChR als uitwaartse stroom aan
voorbeeld OPEN · 24-25 Geef een fysiologisch voorbeeld van een ligand-gestuurd
TOP Single-channel stroom en macroscopische stroom niet-selectief Na/K-kanaal; wat gebeurt er bij activatie bij
Vm = −80 mV?
MIDDEL Bouw van spanningsafhankelijke kanalen en de
spanningssensor 24-25 Met welke techniek bestudeer je het effect van cAMP op de
NCX?
MIDDEL Ionselectiviteit: hoe een kanaal ionen onderscheidt
23-24 Mutatie R→E in het 6e TMD van een K+-kanaal: wat gebeurt
MIDDEL Patch clamp-configuraties en wanneer je welke er met het kanaal?
gebruikt
23-24 Hoe verandert de I/V-curve als intracellulair Na+ tienvoudig
stijgt?
23-24 Stroom berekenen door 100 Cl−-kanalen (γ, Vm, ECl en open
probability gegeven)
21-22 Na+-grafiek: welke stroom en flux hoort bij het gebied boven
de x-as?
H6 Passieve elektrische eigenschappen
BELANGRIJKSTE ONDERWERPEN EXAMENVRAGEN
MIDDEL Het membraan als elektrisch circuit: conductantie en 23-24 Juiste curve aanduiden voor myeline en de lengteconstante
capaciteit Welk mechanisme zorgt voor verdere ladingsverspreiding in
23-24
MIDDEL Tijdsconstante en lengteconstante een gemyeliniseerd axon (ri, Rm of Cm)?
MIDDEL Invloed van myelinisatie en axondiameter op 21-22 Grafiek: gemyeliniseerd vs niet-gemyeliniseerd axon bij
signaalverspreiding grotere diameter
BASIS Rectificatie van K+-kanalen