PSYCHOLOGIE VAN INDIVIDUELE VERSCHILLEN
HOOFDSTUK 3: INLEIDING EN VRAAG
Differentiële psychologie van persoonlijkheid betreft verschillen tussen mensen i.t.v gedachten,
gevoelens en gedrag (niet prestaties)
➔ Doel
➢ Beschrijven van verschillen en verbanden tussen verschillen
o Hoe verschillen mensen van elkaar?
o Met wat hangen zulke verschillen samen?
➢ Verklaren van verschillen
o Wat ligt er aan de basis van deze verschillen?
o Opvoeding? Genetisch? …
3.1: DEFINITIE VAN PERSOONLIJKHEID
Verschillende onderzoekers hebben een andere visie → verschillende klemtonen → Formuleren
verschillende definities
Definitie van Larsen & Buss: Persoonlijkheid is...
• Een verzameling van psychologische kenmerken (trekken)
○ Bv. vriendelijkheid, agressie neurocitisme,…
○ Welke zijn de belangrijkste? Hoe gestructureerd? Met wat hangen ze samen?
Door wat worden ze veroorzaakt?
● En mechanismen
○ = Psychologische processen met input, verwerking, en output
○ Vb. Hostiele attributie bias = mensen verschillen in de interpretatie gedrag van
anderen als vijandig te interpreteren
● Die een individu kenmerken
○ Het zijn eigenschappen van de persoon, die deze meedraagt doorheen de tijd
● Die op een bepaalde manier georganiseerd zijn en relatief duurzaam zijn
○ Met bepaalde samenhang, structuur
○ Relatief stabiel doorheen de tijd
✓ Relatief want je kan een ander persoon worden door vb. Trauma’s
1
, ● Die zijn/haar interacties
○ Persoon interageert met omgeving: selecteert, beïnvloedt en wordt beïnvloed.
Vb. in termen van perceptie van de situatie, stelt gedrag af op omgeving etc…
○ DUS: Persoonlijkheid functioneert niet in een vacuüm, maar in reactie op
omgeving
● En aanpassingen aan zijn/haar omgeving
○ Fysieke omgeving (bv. extreme omstandigheden), sociale omgeving,
intrapsychische omgeving (eigen achtergrond, dromen, motivaties, etc…)
● Beïnvloeden
Persoonelijkheid is een verzameling van psychologische kenmerken (trekken) en
mechanismen, die een individu kenmerken, die op een bepaalde manier
georganiseerd zijn en relatief duurzaam zijn en die zijn/ haar interacties en
aanpassingen aan zijn/haar omgeving beïnvloeden.
Terugkerende elementen in veel definities over persoonelijkheid
➢ Structuren en processen
o Structuren: vastliggende kenmerken, algemene persoonlijkheidsdimensies
o Processen: manieren van informatieverwerking
➢ In één persoon, intern aanwezig, referentie naar onderliggende kenmerken
o Er is iets interns dat gedrag bepaalt
➢ Bepalen interactie met omgeving (itv gedachten, gevoelens, gedrag)
➢ Relatief consistent over tijd
Probleem: Definitie blijft abstract, moet concreet ingevuld worden
➔ Welke structuren en processen zijn er?
➢ Antwoord daarop → tweestrijd, spanningsveld tussen nomothetische trekconcepten en
interactionistische visie
3.2 EEN FUNDAMENTELE VRAAG
PERSOON, SITUATIE & INTERACTIE
Kurt Lewin → grondleggers sociale en persoonlijkheidspsychologie
• 1890/ 1947
• Verhuisd naar VS
2
, • Vergelijking van Lewin: B = f(P,S)
○ Gedrag = Functie van de persoon en de omgeving (situatie)
Vb. agressief gedrag: functie van elementen in de persoon en elementen in de
omgeving
● Volledige wiskundige herformulering : Var(B) = Var(P) + Var(S) + Var(PxS)
➔ Geobserveerde variantie in gedrag is toe te schrijven aan...
○ Variantie die toe te schrijven is aan individuele verschillen (de personen)
✓ = hoofdeffect van persoon
✓ Vb sommige mensen zijn agressiever dan anderen
○ Variantie die toe te schrijven is aan situationele verschillen
✓ = hoofdeffect situatie
✓ Vb sommige situaties lokken meer agressie uit dan anderen (hitte)
○ Variantie die toe te schrijven is aan interactie tussen persoon en situatie
✓ = interactie-effect situatie en persoon
✓ Vb sommige situaties lokken meer/minder agressie uit bij sommige
mensen
Fundamentele vraag:
➢ Theoretisch: wat is meest belangrijke in bepalen van gedrag?
o Waar moeten we op focussen? Vb. Agressie
➢ Praktisch: Moeten we mensen proberen veranderen, situaties/omgeving? de
combinatie?
➢ Ethisch: waar ligt de verantwoordelijkheid?
o Gevolgen voor rechtspraak, visie op de mens, …?
➔ Persoonlijkheid (zelf) of situatie (niet zelf in handen)?
3
, Verschillende benaderingen over hoe verschillen tussen mensen (persoonlijkheid) begrepen
moeten worden (relatief gezien de grootste impact op het gedrag van mensen)
● Nomothetische trekpsychologie ← hoofdeffect persoon is belangrijkste!
● Situationisme (cf. sociale psychologie) ← hoofdeffect situatie is belangrijkste!
● Interactionisme ← interactie persoon en situatie is het belangrikste
Rest van deel II → zal gaan ver de vraag: ‘hoe verschillen tussen mensen op vlak van
persoonelijkheid begrepen moeten worden’.
- Trekspsychologie
- Interactionisme
- Krachtmeting
HOOFDSTUK 4: TREKPSYCHOLOGIE
Vragen:
Hoe moeten we trekken opvatten, wat zijn trekken?
Hoe kunnen we bepalen welke de belangrijkste trekken zijn? (vb. frequent gebruikte
kenmerken bij ‘wie is het’)
Hoe kunnen we omvattende taxonomie opstellen, een allesomvattend systeem dat alle
belangrijke trekken bevat, en hoe ziet dat eruit?
4.1 NOMOTHETISCHE TREKPSYCHOLOGIE
4.1.1 WAT IS EEN TREK + IMPLICATIES
➢ Trekbeschrijvende woorden = woorden die trekken, eigenschappen v/e persoon,
beschrijven en die min of meer stabiel zijn over tijd en situaties
Persoonlijkheidstrek (klassiek antwoord vanuit nomothetische trekpsychologie):
● Nomothetisch trekconcept: hypothetisch construct (we hebben het niet kunnen
observeren) -geformuleerd door persoonlijkheidsonderzoekers om op gemakkelijke en
spaarzame manier individuele verschillen in gedrag, gedachten en gevoelens te
beschrijven, verklaren en voorspellen
● 3 cruciale eigenschappen
1. Interne, stabiele eigenschappen die individu over situaties en tijdstippen heen
met zich meedraagt; geven aanleiding tot consistent patroon (iets dat de
persoone meedraagt). Vb haarkleur en haarsnit, extraversie
2. Trekken zijn Causaal: deze interne eigenschappen verklaren en liggen aan de
basis van gedrag van een individu.
Vb. extraversie impliceert nood aan sociale erkenning; gedrag
4
HOOFDSTUK 3: INLEIDING EN VRAAG
Differentiële psychologie van persoonlijkheid betreft verschillen tussen mensen i.t.v gedachten,
gevoelens en gedrag (niet prestaties)
➔ Doel
➢ Beschrijven van verschillen en verbanden tussen verschillen
o Hoe verschillen mensen van elkaar?
o Met wat hangen zulke verschillen samen?
➢ Verklaren van verschillen
o Wat ligt er aan de basis van deze verschillen?
o Opvoeding? Genetisch? …
3.1: DEFINITIE VAN PERSOONLIJKHEID
Verschillende onderzoekers hebben een andere visie → verschillende klemtonen → Formuleren
verschillende definities
Definitie van Larsen & Buss: Persoonlijkheid is...
• Een verzameling van psychologische kenmerken (trekken)
○ Bv. vriendelijkheid, agressie neurocitisme,…
○ Welke zijn de belangrijkste? Hoe gestructureerd? Met wat hangen ze samen?
Door wat worden ze veroorzaakt?
● En mechanismen
○ = Psychologische processen met input, verwerking, en output
○ Vb. Hostiele attributie bias = mensen verschillen in de interpretatie gedrag van
anderen als vijandig te interpreteren
● Die een individu kenmerken
○ Het zijn eigenschappen van de persoon, die deze meedraagt doorheen de tijd
● Die op een bepaalde manier georganiseerd zijn en relatief duurzaam zijn
○ Met bepaalde samenhang, structuur
○ Relatief stabiel doorheen de tijd
✓ Relatief want je kan een ander persoon worden door vb. Trauma’s
1
, ● Die zijn/haar interacties
○ Persoon interageert met omgeving: selecteert, beïnvloedt en wordt beïnvloed.
Vb. in termen van perceptie van de situatie, stelt gedrag af op omgeving etc…
○ DUS: Persoonlijkheid functioneert niet in een vacuüm, maar in reactie op
omgeving
● En aanpassingen aan zijn/haar omgeving
○ Fysieke omgeving (bv. extreme omstandigheden), sociale omgeving,
intrapsychische omgeving (eigen achtergrond, dromen, motivaties, etc…)
● Beïnvloeden
Persoonelijkheid is een verzameling van psychologische kenmerken (trekken) en
mechanismen, die een individu kenmerken, die op een bepaalde manier
georganiseerd zijn en relatief duurzaam zijn en die zijn/ haar interacties en
aanpassingen aan zijn/haar omgeving beïnvloeden.
Terugkerende elementen in veel definities over persoonelijkheid
➢ Structuren en processen
o Structuren: vastliggende kenmerken, algemene persoonlijkheidsdimensies
o Processen: manieren van informatieverwerking
➢ In één persoon, intern aanwezig, referentie naar onderliggende kenmerken
o Er is iets interns dat gedrag bepaalt
➢ Bepalen interactie met omgeving (itv gedachten, gevoelens, gedrag)
➢ Relatief consistent over tijd
Probleem: Definitie blijft abstract, moet concreet ingevuld worden
➔ Welke structuren en processen zijn er?
➢ Antwoord daarop → tweestrijd, spanningsveld tussen nomothetische trekconcepten en
interactionistische visie
3.2 EEN FUNDAMENTELE VRAAG
PERSOON, SITUATIE & INTERACTIE
Kurt Lewin → grondleggers sociale en persoonlijkheidspsychologie
• 1890/ 1947
• Verhuisd naar VS
2
, • Vergelijking van Lewin: B = f(P,S)
○ Gedrag = Functie van de persoon en de omgeving (situatie)
Vb. agressief gedrag: functie van elementen in de persoon en elementen in de
omgeving
● Volledige wiskundige herformulering : Var(B) = Var(P) + Var(S) + Var(PxS)
➔ Geobserveerde variantie in gedrag is toe te schrijven aan...
○ Variantie die toe te schrijven is aan individuele verschillen (de personen)
✓ = hoofdeffect van persoon
✓ Vb sommige mensen zijn agressiever dan anderen
○ Variantie die toe te schrijven is aan situationele verschillen
✓ = hoofdeffect situatie
✓ Vb sommige situaties lokken meer agressie uit dan anderen (hitte)
○ Variantie die toe te schrijven is aan interactie tussen persoon en situatie
✓ = interactie-effect situatie en persoon
✓ Vb sommige situaties lokken meer/minder agressie uit bij sommige
mensen
Fundamentele vraag:
➢ Theoretisch: wat is meest belangrijke in bepalen van gedrag?
o Waar moeten we op focussen? Vb. Agressie
➢ Praktisch: Moeten we mensen proberen veranderen, situaties/omgeving? de
combinatie?
➢ Ethisch: waar ligt de verantwoordelijkheid?
o Gevolgen voor rechtspraak, visie op de mens, …?
➔ Persoonlijkheid (zelf) of situatie (niet zelf in handen)?
3
, Verschillende benaderingen over hoe verschillen tussen mensen (persoonlijkheid) begrepen
moeten worden (relatief gezien de grootste impact op het gedrag van mensen)
● Nomothetische trekpsychologie ← hoofdeffect persoon is belangrijkste!
● Situationisme (cf. sociale psychologie) ← hoofdeffect situatie is belangrijkste!
● Interactionisme ← interactie persoon en situatie is het belangrikste
Rest van deel II → zal gaan ver de vraag: ‘hoe verschillen tussen mensen op vlak van
persoonelijkheid begrepen moeten worden’.
- Trekspsychologie
- Interactionisme
- Krachtmeting
HOOFDSTUK 4: TREKPSYCHOLOGIE
Vragen:
Hoe moeten we trekken opvatten, wat zijn trekken?
Hoe kunnen we bepalen welke de belangrijkste trekken zijn? (vb. frequent gebruikte
kenmerken bij ‘wie is het’)
Hoe kunnen we omvattende taxonomie opstellen, een allesomvattend systeem dat alle
belangrijke trekken bevat, en hoe ziet dat eruit?
4.1 NOMOTHETISCHE TREKPSYCHOLOGIE
4.1.1 WAT IS EEN TREK + IMPLICATIES
➢ Trekbeschrijvende woorden = woorden die trekken, eigenschappen v/e persoon,
beschrijven en die min of meer stabiel zijn over tijd en situaties
Persoonlijkheidstrek (klassiek antwoord vanuit nomothetische trekpsychologie):
● Nomothetisch trekconcept: hypothetisch construct (we hebben het niet kunnen
observeren) -geformuleerd door persoonlijkheidsonderzoekers om op gemakkelijke en
spaarzame manier individuele verschillen in gedrag, gedachten en gevoelens te
beschrijven, verklaren en voorspellen
● 3 cruciale eigenschappen
1. Interne, stabiele eigenschappen die individu over situaties en tijdstippen heen
met zich meedraagt; geven aanleiding tot consistent patroon (iets dat de
persoone meedraagt). Vb haarkleur en haarsnit, extraversie
2. Trekken zijn Causaal: deze interne eigenschappen verklaren en liggen aan de
basis van gedrag van een individu.
Vb. extraversie impliceert nood aan sociale erkenning; gedrag
4