MENSEN MET EEN FYSIEKE BEPERKING
1. INLEIDING
Als orthopedagogisch begeleider (OB) kom je vaak mensen tegen met een fysieke of
motorische beperking. Kennis over specifieke aandoeningen is niet altijd aanwezig, waardoor
verdieping en levenslang leren essentieel zijn.
1.1 TERMINOLOGIE
Definities volgens het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap)
“Een motorische beperking betreft personen met functieverlies of anatomische afwijkingen die
leiden tot ernstige participatieproblemen.”
Algemene doelgroepen
1. Personen met een matig, ernstig of volledig functieverlies in één of beide bovenste
ledematen.
2. Personen met een matig of ernstig functieverlies in rug, wervelzuil of bekken.
3. Personen met anatomische afwijkingen met impact op functioneel zitten (bv.
bovenbeenamputatie, dysmelie, disproportionele dwerggroei).
4. Personen met een ernstig verlies van de inspanningstolerantie.
Voorwaarden voor toekenning van een algemene doelgroep
• Stoornissen veroorzaken belangrijke en ernstige beperkingen
• Stoornissen zijn langdurig en definitief
• Beperkingen leiden tot ernstige participatieproblemen, waardoor de persoon ernstige
problemen heeft om deel te nemen aan het maatschappelijk leven.
Kortom, een motorische beperking wordt niet enkel bepaald door het fysieke functieverlies,
maar ook door de impact op dagelijks functioneren en maatschappelijke participatie. Als OB is
het cruciaal om dit brede perspectief te hanteren bij begeleiding.
1
, 1.2 CIJFERS
Het voorkomen van fysieke beperkingen varieert voortdurend door verschillende
maatschappelijke en medische factoren:
→ Wetenschappelijke vooruitgang: sommige aandoeningen kunnen beter behandeld of
voorkomen worden
→ Prenatale screening: sommige keuzes in de zwangerschap beïnvloeden het aantal
geboorten met een beperking
→ Neonatale zorg: vroeggeboren kinderen overleven vaker dankzij intensieve zorg, soms
met blijvende fysieke beperkingen
→ Ongevallen: verkeersongevallen en andere trauma’s dragen bij aan nieuwe gevallen
Belang van persoonlijke beleving
✓ Diagnose alleen is niet allesbepalend: niet alle mensen met een aandoening zien
zichzelf als beperkt
✓ Sommige personen vragen geen ondersteuning en ervaren hun beperking niet als
probleem
✓ Hierdoor kan het aantal geregistreerde gevallen lager zijn dan de werkelijke prevalentie
Kortom, statistieken geven een globaal beeld, maar de subjectieve ervaring van de persoon
speelt een even belangrijke rol bij begeleiding en classificatie.
2. BEELDVORMING
2.1 WAT TYPEERT DEZE DOELGROEP?
Kenmerken van deze doelgroep
• Deze doelgroep is zeer divers en heterogeen. Het gaat om personen die een beperking
vertonen en participatieproblemen ervaren bij activiteiten of het bereiken van doelen.
• Fysieke beperkingen kunnen ook het gevolg zijn van ongevallen, niet-aangeboren
hersenletsel (NAH), chronische ziekten (bv. MS, longziekten) of tumoren.
• De beperking leidt tot moeilijkheden bij activiteiten of het behalen van bepaalde
doelen, niet alleen tot lichamelijke symptomen.
2.2 EVOLUTIE
• Individueel verloop: geen persoon is hetzelfde; de impact van de beperking verschilt
per individu.
• Factoren die evolutie beïnvloeden:
o Diagnose en ernst van de aandoening (gradatie)
o Bijkomende aandoeningen
o Sociaal-economische status: toegang tot hulpmiddelen en professionele
ondersteuning
o Beschikbaarheid van een ondersteunend netwerk (familie, vrienden,
zorgverleners)
2