MENSEN MET AUTISMESPECTRUMSTOORNIS
1. INLEIDING
Evolutie van de bekendheid
Autismespectrumstoornis (ASS) is in enkele decennia uitgegroeid van een weinig bekende diagnose tot
een breed erkend fenomeen, vaak geassocieerd met beroemde persoonlijkheden zoals Bill Gates,
Albert Einstein en Mozart.
Misverstanden en diversiteit
Hoewel veel mensen van ASS hebben gehoord, bestaan er nog veel misverstanden. De voorbeelden
van bekende personen illustreren ook hoe divers de manier waarop ASS zich uit, kan zijn.
Zie verhaal cursus
1.1 TERMINOLOGIE
Door de jaren heen zijn verschillende termen gebruikt voor autisme en verwante stoornissen, zoals
APOS, Kannersyndroom en stoornissen uit de DSM-IV (autisme, Asperger, desintegratiestoornis, niet-
gespecificeerde pervasieve ontwikkelingsstoornis). In de DSM-V (2013) zijn deze samengebracht onder
autismespectrumstoornis (ASS). In de praktijk worden “autisme” en “autismespectrumstoornis” vaak
door elkaar gebruikt. Het woord autisme komt van het Griekse autós, wat “zelf” betekent.
Neurodiversiteitsperspectief
De term neurodiversiteit benadrukt dat autisme een andere manier van informatie verwerken
is, niet minderwaardig of gestoord. Mensen zonder autisme worden ‘neurotypisch’ genoemd,
om te vermijden dat zij als ‘normaal’ worden bestempeld en anderen als ‘abnormaal’.
Identiteit en voorkeur van terminologie
Veel mensen met autisme verkiezen de term ‘autistisch’ boven ‘mensen met autisme’ (identity
first versus people first), omdat dit hun zelfacceptatie bevordert. Toch varieert de voorkeur per
persoon, en soms wordt afwisselend de ene of andere term gebruikt.
➢ Wat is ASS eigenlijk?
o Neuro-biologische stoornis: vindt plaats in de hersenen
o Ontwikkelingsstoornis
o Andere manier van informatieverwerking
o Invloed op gedrag en communicatie
o Verschillende verschijningsvormen en graden van ernst
Kast met vakjes: ass – kent persoon en kan die prikkel in het juiste vakje zetten, maar als die een pers tegenkomt
dat hij niet kent kan hij die prikkel moeilijk een plaats geven. Een opgeruimde kast kan je alles terugvinden,
autisme kan het onmiddellijk terugvinden.Bij gewoon persoon, badmuts die prikkels kan tegenhouden dewelke je
niet wil toelaten. Bij pers autisme en adhd zit die badmuts vol met gaten.
1
,1.2 CIJFERS
➢ Neemt autisme echt toe?
Het lijkt alsof ASS vaker voorkomt, maar dat is niet zo. Wel worden er vandaag veel meer mensen
gediagnosticeerd dan vroeger.
➢ Hoe vaak komt ASS voor?
Vroeger dacht men dat autisme zeldzaam was. Recent onderzoek toont aan dat ASS voorkomt bij ongeveer
0,6% tot 0,7% van de bevolking, of ongeveer 1 op 150 personen.
➢ Situatie in Vlaanderen
In Vlaanderen gaat het naar schatting om 40.000 tot 60.000 mensen met een autismespectrumstoornis.
➢ Waarom zijn de cijfers gestegen?
De kennis over autisme is gegroeid, de diagnostische middelen zijn beter en de criteria zijn ruimer geworden.
Daardoor krijgen meer mensen een juiste diagnose.
➢ Verschil tussen jongens en meisjes (dit wel kennen)
ASS komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Meisjes blijven vaker onopgemerkt omdat
zij hun kenmerken beter maskeren of een andere, soms foutieve diagnose krijgen.
✓ 3 à 4 jongens t.o.v. 1 meisje
✓ Het verschil in voorkomen tussen beide geslachten is gekoppeld aan het IQ.
➢ Meisjes en autisme
✓ Vaker onder de radar
✓ Camouflereren en oorzaak
✓ Verkeerde diagnose
2. BEELDVORMING
2.1 WAT TYPEERT DEZE DOELGROEP?
Een breed spectrum
Deze kenmerken kunnen bij elke persoon anders en in verschillende mate voorkomen. Daarom
spreekt men van een autismespectrumstoornis.
Ontwikkelingsstoornis
ASS is een ontwikkelingsstoornis, maar mensen met autisme blijven zich wel ontwikkelen
en kunnen veel bijleren. De kenmerken kunnen veranderen doorheen het leven.
Twee kerndomeinen volgens DSM-5:
✓ Persisitente tekorten in sociale communicatie en interactie
✓ Beperkte, repetitieve patronen van gedrag, specifieke interesses en activiteiten
→ Verschillende uitingsvormen, ernst of intensiteit
2
, 2.1.1 Aanhoudende tekorten in sociale communicatie en sociale interactie in
diverse situaties (niet te verklaren door een algemene ontwikkelingsvertraging, en zich
uitend op volgende 3 vlakken):
Varieert van persoon tot persoon, van subtiel naar erg duidelijk.
Drie kerndomeinen van sociale beperkingen
a. Tekorten in sociaal-emotionele wederkerigheid
b. Tekorten in non-verbaal communicatief gedrag bij sociale interactie
c. Tekorten in het ontwikkelen en onderhouden van relaties passend bij het
ontwikkelingsniveau
Sociaal-emotionele wederkerigheid
✓ Variatie: van volledig passief tot contact zoeken op manier die vreemd of ongepast lijkt.
✓ Tekorten kunnen zijn:
o Weinig tot geen initiatief voor sociaal contact
o Van geen wederkerigheid naar afwijkende wederkerigheid
o Van op een abnormale manier sociaal contact maken en niet in staat zijn tot een
normale gespreksinteractie
o Beperkt inlevingsvermogen en delen van interesses of gevoelens
o Moeite met over en weer gesprekken
o Weinig ‘buikgevoel’
✓ Al zichtbaar op jonge leeftijd: kinderen maken soms geen oogcontact, lachen niet, laten
zich moeilijk troosten, reageren beperkt op sociale prikkels.
Non-verbale communicatie
→ Problemen variëren van afwijkend oogcontact en lichaamstaal tot een totaal ontbreken
van mimiek en gebaren.
→ Moeite met uiten als begrijpen van non-verbaal gedrag ->zeker als die niet congruent is
→ Veel variatie in verbale communicatie:
o Achterstand of afwezigheid van taalontwikkeling (vooral bij jonge kinderen of bij
een verstandelijke beperking)
o Stereotiep, repetitief en letterlijk taalgebruik bij normale taalontwikkeling
o Echolalie, verwisseling van persoonlijke voornaamwoorden, associatief denken
waardoor verhalen weinig structuur hebben
Communicatie:
• taal wordt vaak letterlijk genomen, moeite met figuurlijk taalgebruik en impliciete
betekenissen
• Moeite om een verhaal te vertellen, praten soms enkel over zichzelf
• Moeite met complexe, meervoudige opdrachten
3