Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
NIEUW = ENKEL VWHD KENNEN VANAF DIT EXAMEN
HF 1: Inleiding
overeenkomst = 2 of meer personen die overeenkomen (wilsovereenkomst) en
die moeten de bedoeling hebben om juridische gevolgen te creëren. (Art. 5.4)
Bijzonder = contracten waarover bijzondere regels bestaan.
!!! Specifieke hebben voorrang op algemene !!!
BOEK 5 EN 1
Benoemde en onbenoemde contracten
Vaak gemengde contracten
1. Benoemde contracten
= Contracten waarvan je een regeling vindt in oud BW.
BV. Huurcontract.
De constitutieve bestanddelen hierin zijn: huur moet gaan over een goed,
(geld)prijs, een persoon gaat een zaak mogen gebruiken van iemand
anders tegen een vergoeding.
- Wettelijke vastgelegde constitutieve (= essentiële) bestanddelen
- Uitgewerkt wettelijk kader de kwalificatie leidt naar
de toepasselijke regels ivm …
moment en wijze van totstandkoming
verplichtingen van de partijen
wijze van beëindiging van het contract
…
Kwalificatie gebeurt in eerste instantie door de partijen,
(beperkte) controle door de rechter mogelijk (art. 5.68 BW).
2. Gemengde contracten (Art. 5.67 BW)
= vaak in praktijk
= mix of situatie van verschillende/meerdere benoemde contracten
BV. Ik zet mijn paard in een manege. Een contract bij een manege daarin
zit dat ze het gaan verzorgen en erop zullen passen. Een stuk huur,
bewaargeving, aanneming.
Op elk van de stukken de eigen regels toepassen. (=cumul)
,Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
BV. Er is een vraag over de stal en dan kijken we naar de huurregels
Als 1 van de contracten het zwaarste doorweegt dan zulle we die regels
toepassen van dat dominante contract!
Sui generis = een contract dat een mengelmoes is van verschillende
benoemde contracten dat je er weinig in kan herkennen. (= eigenaardig/raar
contract) De rechter moet oplossing op maat zoeken of zelf goede afspraken
maken.
Absorptie = 1 contract zuigt alles op dus enkel die regels toepassen
MAAR DWINGEND RECHT ALTIJD VOORRANG!
3. Onbenoemde contracten
= contracten die geen regeling hebben in oud BW.
Heel veel op papier moeten zetten, want er is geen vaste regeling. Kijken
naar algemeen verbintenissenrecht.
TE KENNEN VOORBEELDEN: franchsing, factoring, leasing en licentie
Franchising (handboek 285)
BV. Mc donald’s , panos, zara,…
= contract waarbij 2 ondernemers gaan samenwerken. De ene ondernemer geeft
aan de andere het recht om een bedrijf op te richten volgens zijn concept.
ZEER STRENGE REGELS!
- commercieel samenwerkingscontract: distributiesysteem
- tussen juridisch en financieel zelfstandige en onafhankelijke
ondernemingen
- de franchisenemer krijgt het recht en de verplichting om een bedrijf te
exploiteren volgens het concept van de franchisegever.
De franchisenemer krijgt het recht om gebruik te maken van de
handelsnaam, merk, knowhow, werkwijze en andere zaken die industrieel
en/of intellectueel eigendom zijn van de franchisegever
- tegen directe of indirecte financiële vergoeding
- de franchisenemer krijgt voortdurende commerciële en technische
hulp/steun van de franchisegever.
De franchisegever:
- legt strikte voorwaarden op
- geeft bijstand en diensten van de franchisegever, zowel bij de opstartfase
(inrichting, organisatie) als tijdens de loop van de duurovereenkomst
(boekhouding, promotie, publiciteit)
De franchisenemer
,Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
- betaalt vergoedingen aan de franchisegever
- (vaak) toetredings-/instapvergoedig
- Royalty: periodiek
+ extra’s mogelijk
= ONBENOEMD CONTRACT (staat dus niet in BW)
leasing
Vb. Financiële leasing:
“Een overeenkomst waarbij een goed, dat op verzoek en overeenkomstig de
specifieke instructies van de leasingnemer (lessee) bij een leverancier
aangekocht wordt, door een lessor (meestal eigenaar) aan een lessee (huurder)
verhuurd wordt, met de mogelijkheid om een optie tot aankoop te lichten op het
einde van de huurovereenkomst.”
= systeem voor onderneming op bepaalde aankopen te
Financieren. Contract met leasingmaatschappij waar ze vragen
Om iets bepaald te kopen die de onderneming wil gebruiken. De maatschappij
koopt dit onder de instructies van de onderneming.
Op het einde van het contract de mogelijkheid om de goederen over te
kopen.
Factoring
= waar een onderneming haar schuld vordering gaat doorgeven aan een
factoringsmaatschappij.
= om snel geld terug te krijgen als onderneming (niet moeten wachten op
betaling van SA)
- Factuurvorderingen en evt. debiteurenrisico wordt overgedragen aan een
factoringmaatschappij (factor)
- Tegen vergoeding (% van de oorspronkelijke facturatie)
Geen vaste regels in de wet
Licentie
= overeenkomst waarbij de titularis van een intellectueel eigendomsrecht
aan de wederpartij, al dan niet tegen vergoeding, het genot en gebruik
, Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
toestaat van alle of van een deel van de rechten die normaal onder het
monopolie van de licentiegever vallen.
- Intellectuele eigendomsrechten
BV. Auteursrecht, octrooirecht,..
Een ander het recht geven om je uitvinding verder te gebruiken.
Royalty = vergoeding die je gebruikt als compensatie als je een intellectueel
recht gebruikt.
HF 2 koop
Definitieve en constitutieve bestanddelen
( Art. 1582 oud BW)
=2
essentiële elementen voor verkoop
Partijen kunnen substantiële elementen bepalen
Constitutieve bestanddelen = de elementen die aanwezig moeten zijn om bij een
contract van een koop te benoemen
Leveren = handeling, iets wat je moet doen, fysiek iets afleveren
Eigendomsoverdracht = zakelijk recht, het recht moet overgedragen worden.
Er moet niet iets geleverd zijn. er moet een akkoord zijn over de
eigendomsoverdracht van een goed
Onderhandse akte = schriftelijk stuk door 2 personen opgemaakt die het
ondertekenen.
2025
NIEUW = ENKEL VWHD KENNEN VANAF DIT EXAMEN
HF 1: Inleiding
overeenkomst = 2 of meer personen die overeenkomen (wilsovereenkomst) en
die moeten de bedoeling hebben om juridische gevolgen te creëren. (Art. 5.4)
Bijzonder = contracten waarover bijzondere regels bestaan.
!!! Specifieke hebben voorrang op algemene !!!
BOEK 5 EN 1
Benoemde en onbenoemde contracten
Vaak gemengde contracten
1. Benoemde contracten
= Contracten waarvan je een regeling vindt in oud BW.
BV. Huurcontract.
De constitutieve bestanddelen hierin zijn: huur moet gaan over een goed,
(geld)prijs, een persoon gaat een zaak mogen gebruiken van iemand
anders tegen een vergoeding.
- Wettelijke vastgelegde constitutieve (= essentiële) bestanddelen
- Uitgewerkt wettelijk kader de kwalificatie leidt naar
de toepasselijke regels ivm …
moment en wijze van totstandkoming
verplichtingen van de partijen
wijze van beëindiging van het contract
…
Kwalificatie gebeurt in eerste instantie door de partijen,
(beperkte) controle door de rechter mogelijk (art. 5.68 BW).
2. Gemengde contracten (Art. 5.67 BW)
= vaak in praktijk
= mix of situatie van verschillende/meerdere benoemde contracten
BV. Ik zet mijn paard in een manege. Een contract bij een manege daarin
zit dat ze het gaan verzorgen en erop zullen passen. Een stuk huur,
bewaargeving, aanneming.
Op elk van de stukken de eigen regels toepassen. (=cumul)
,Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
BV. Er is een vraag over de stal en dan kijken we naar de huurregels
Als 1 van de contracten het zwaarste doorweegt dan zulle we die regels
toepassen van dat dominante contract!
Sui generis = een contract dat een mengelmoes is van verschillende
benoemde contracten dat je er weinig in kan herkennen. (= eigenaardig/raar
contract) De rechter moet oplossing op maat zoeken of zelf goede afspraken
maken.
Absorptie = 1 contract zuigt alles op dus enkel die regels toepassen
MAAR DWINGEND RECHT ALTIJD VOORRANG!
3. Onbenoemde contracten
= contracten die geen regeling hebben in oud BW.
Heel veel op papier moeten zetten, want er is geen vaste regeling. Kijken
naar algemeen verbintenissenrecht.
TE KENNEN VOORBEELDEN: franchsing, factoring, leasing en licentie
Franchising (handboek 285)
BV. Mc donald’s , panos, zara,…
= contract waarbij 2 ondernemers gaan samenwerken. De ene ondernemer geeft
aan de andere het recht om een bedrijf op te richten volgens zijn concept.
ZEER STRENGE REGELS!
- commercieel samenwerkingscontract: distributiesysteem
- tussen juridisch en financieel zelfstandige en onafhankelijke
ondernemingen
- de franchisenemer krijgt het recht en de verplichting om een bedrijf te
exploiteren volgens het concept van de franchisegever.
De franchisenemer krijgt het recht om gebruik te maken van de
handelsnaam, merk, knowhow, werkwijze en andere zaken die industrieel
en/of intellectueel eigendom zijn van de franchisegever
- tegen directe of indirecte financiële vergoeding
- de franchisenemer krijgt voortdurende commerciële en technische
hulp/steun van de franchisegever.
De franchisegever:
- legt strikte voorwaarden op
- geeft bijstand en diensten van de franchisegever, zowel bij de opstartfase
(inrichting, organisatie) als tijdens de loop van de duurovereenkomst
(boekhouding, promotie, publiciteit)
De franchisenemer
,Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
- betaalt vergoedingen aan de franchisegever
- (vaak) toetredings-/instapvergoedig
- Royalty: periodiek
+ extra’s mogelijk
= ONBENOEMD CONTRACT (staat dus niet in BW)
leasing
Vb. Financiële leasing:
“Een overeenkomst waarbij een goed, dat op verzoek en overeenkomstig de
specifieke instructies van de leasingnemer (lessee) bij een leverancier
aangekocht wordt, door een lessor (meestal eigenaar) aan een lessee (huurder)
verhuurd wordt, met de mogelijkheid om een optie tot aankoop te lichten op het
einde van de huurovereenkomst.”
= systeem voor onderneming op bepaalde aankopen te
Financieren. Contract met leasingmaatschappij waar ze vragen
Om iets bepaald te kopen die de onderneming wil gebruiken. De maatschappij
koopt dit onder de instructies van de onderneming.
Op het einde van het contract de mogelijkheid om de goederen over te
kopen.
Factoring
= waar een onderneming haar schuld vordering gaat doorgeven aan een
factoringsmaatschappij.
= om snel geld terug te krijgen als onderneming (niet moeten wachten op
betaling van SA)
- Factuurvorderingen en evt. debiteurenrisico wordt overgedragen aan een
factoringmaatschappij (factor)
- Tegen vergoeding (% van de oorspronkelijke facturatie)
Geen vaste regels in de wet
Licentie
= overeenkomst waarbij de titularis van een intellectueel eigendomsrecht
aan de wederpartij, al dan niet tegen vergoeding, het genot en gebruik
, Bijzondere overeenkomsten 2024-
2025
toestaat van alle of van een deel van de rechten die normaal onder het
monopolie van de licentiegever vallen.
- Intellectuele eigendomsrechten
BV. Auteursrecht, octrooirecht,..
Een ander het recht geven om je uitvinding verder te gebruiken.
Royalty = vergoeding die je gebruikt als compensatie als je een intellectueel
recht gebruikt.
HF 2 koop
Definitieve en constitutieve bestanddelen
( Art. 1582 oud BW)
=2
essentiële elementen voor verkoop
Partijen kunnen substantiële elementen bepalen
Constitutieve bestanddelen = de elementen die aanwezig moeten zijn om bij een
contract van een koop te benoemen
Leveren = handeling, iets wat je moet doen, fysiek iets afleveren
Eigendomsoverdracht = zakelijk recht, het recht moet overgedragen worden.
Er moet niet iets geleverd zijn. er moet een akkoord zijn over de
eigendomsoverdracht van een goed
Onderhandse akte = schriftelijk stuk door 2 personen opgemaakt die het
ondertekenen.