Welzijn: armoede
1. Waarom is hard werken niet altijd de oplossing tegen armoede?
België kent het bestaan van ‘werkende armen’
→ wie werkt in ons land heeft 4,7% kan som in armoede terecht te komen
→ moeite om rond te komen, mensen met een levensstandaard net boven de armoedegrens
of het hebben van kinderen
→ brutolonen zijn te laag, te weinig om menswaardig leven te leiden
Armoedebarometer laat ook zien dat steeds meer mensen flirten met de armoedegrens
→ mensen die net iets te veel verdienen en daarmee niet kunnen genieten van bepaalde
sociale voordelen
Wanneer een volwassene in het gezin voltijds werkt aan een minimumloon is het inkomen
vaak ontoereikend
wat aan doen?
- toereikende minimuminkomens te waarborgen
- armoede en sociale uitsluiting bestrijden
- voor meer werkgelegenheid zorgen door toereikende inkomenssteun te bevorden
- → minimum inkomen in stellen
2. Wat bedoelt SAAMO met de term geen voorwaardelijkheid bij sociale bescherming?
SAAMO is ervan overtuigd dat een traject naar duurzaam werk enkel werkt als mensen
intrinsiek gemotiveerd zijn → geen zin om mensen tegen hun zin in een traject te duwen.
→ uitkeringssancties zoals het voorwaardelijk maken, het afnemen of het laten dalen over
tijd van werkloosheidsuitkeringen werken niet als maatregel om de kansen op werk van
werklozen te verhogen
→ sanctionerende aanpak zorgt ervoor dat diegenen die werk vinden vaker in precaire jobs
terechtkomen
→ sanctionerend activeringsbeleid ≄ efficiënte besteding van overheidsmiddelen
→ SAAMO gelooft in maatregelen die uitgaan van vertrouwen in mensen
3. Leg uit, proportioneel universalisme
Betekent dat sociale bescherming voor iedereen toegankelijk is (universeel), maar dat de
steun sterker wordt naarmate mensen nood hebben (proportioneel) → hulp voor iedereen,
maar meer hulp voor wie het harder nodig heeft
→ SAAMO pleit voor zo’n systeem omdat
- als alleen armste mensen hulp krijgen, voelen anderen (bv; mensen net boven de
armoedegrens) zich uitgesloten en gaan ze het systeem in vraag stellen
1
, - in een strikt ‘ofwel in aanmerking, ofwel niet-model’ ontstaat er een nieuwe
kwetsbare groep → mensen die net iets te veel verdienen om hulp te krijgen maar
eigenlijk nog steeds moeite hebben
belang van proportioneel universalisme
= brede groep mensen krijgt toegang tot uitkeringen en ondersteuning
= mensen in armoede of met meer kwetsbaarheden krijgen meer, via trapsgewijze opbouw
→ iedereen heeft dus basisrecht, maar wie meer nodig heeft, krijg proportioneel meer steun
4. Wat kan een aspect van proactieve dienstverlening zijn
(Welke handelingen, kenmerken of manieren van werken horen bij proactieve
dienstverlening?)
pro actief handelen
= een vorm van dienstverlening waarbij de overheid op eigen initiatief een
dienstverleningsproces richting de rechthebbende opstart op basis van reeds bekende
informatie bij overheid zelf → kwalitatieve dienstverlening + goede samenwerking tussen
verschillende overheidsniveaus + aandacht voor diverse vormen van outreachend handelen
Belangrijk aspect van proactieve dienstverlening = automatische rechtentoekenning
→ bevoegde overheidsinstantie onderzoekt of iemand al dan niet in aanmerking komt voor
een bepaald recht zonder tussenkomst van de potentieel rechthebbende → deze moet geen
aanvraag indienen en ook geen documenten voorleggen → na het onderzoek wordt het
recht al dan niet toegekend
wanneer het niet mogelijk is om een recht automatisch toe te kennen, dient ernaar gestreefd
te worden om de administratieve stappen die de persoon in kwestie moet zetten zoveel
mogelijk te vereenvoudigen
5. Wat wil Recht-Op aankaarten met de campagne “what’s classy if you’re rich, but
trashy if you’re poor?”?
bv; hebben van een labradoodle
rijk: leuk, schattig
arm: zorgen, geld, ‘waarom heb je dan een hond?’
bv; wijntje drinken om 11u
rijk: leuk, gezellig
arm; marginaal
→ dezelfde dingen worden verschillend beoordeeld afhankelijk van iemand sociale of
economische positie
- iets leuk, stijlvol bij rijke mensen wordt snel gezien als ongepast of slecht bij armere
mensen
NU: beleidstendens van voorwaardelijkheid en culpabilisering van kwetsbare groepen
- schuld leggen bij hen, verantwoorden, verontschuldigen
→ gevolgen: stigmatisering, strenge VW en sancties (strenge controle, verlies uitkering,
attitude)
2
,→ schuiven naar individueel schuldmodel terwijl armoede ook een maatschappelijk
probleem is
6. Geef een voorbeeld waarom armoede in het huidige beleid opnieuw meer neigt naar
het individueel schuldmodel.
In 1944: begin WVS
→ pact regering, werkgevers en vakbonden om armoede en ongelijkheid te verminderen
→ sociale bescherming voor iedereen
1970: economische crisis en nieuwe ideeën
→ kritiek op WVS
→ neoliberalisme met nadruk op marktwerking, privatisering
→ gezondheidszorg wordt meer gereguleerd door markteconomie principes, minder door
overheid
Relatie burger/overheid
→ niet elke burger is nog beschermd, overheid faciliteert vooral via markt, burgers moeten
vaker zelf inspanningen leveren ‘wie kan meedoen in de markt, krijgt meer, wie niet loopt
risico’
voorbeeld; vroeger toen je je baan verloor, hoefde je je niet te schamen
→ recht op werkloosheidsuitkering
NU → iemand die werkloos is wordt vaak gesanctioneerd of geactiveerd: wie iets wil moet
iets doen → actieve welvaartsstaat
- perspectief van wantrouwen richting de burger en armoede vaker als individueel
probleem wordt gezien
7. De federale overheid wil inzetten op tewerkstelling. Geef 2 drempels om aan het
werk te gaan.
1. inkomens vallen bij overgang naar werk
→ bv; mensen verliezen financiële steun zoals uitkeringen zodra ze gaan werken,
maar hun nieuwe inkomen is nog niet voldoende om alle kosten te dekken
2. Onvervulde voorwaarden om te kunnen werken: mobiliteit en kinderopvang
→ sommige mensen kunnen niet werken omdat ze geen vervoer hebben of
betrouwbare kinderopvang
3. Versnipperd begeleidingsaanbod naar werk en belemmerde toegang tot
arbeidsbegeleiding
→ hulp en begeleiding bij vinden van het werk zijn vaak verspreid over verschillende
organisaties, waardoor het lastig is om de juiste ondersteuning te vinden
4. Discriminatie op de arbeidsmarkt en stigma’s gekoppeld aan het ‘statuut’
werkzoekende
→ werkgevers kunnen vooroordelen hebben tegenover mensen die bv; langdurig
werkloos zijn → stigma kan kansen op werk verminderen
8. Geef 2 uitdagingen voor sociaal werk in het omgaan met mensen in armoede.
1. bewust zijn dat mensen in armoede zich vaker schamen en armoede een netwerk
van problemen is op veel niveaus die met elkaar verbonden zijn
2. dat armoede geen keuze is
3. niet overnemen, maar samen doen + respect hebben en tonen
3
, 9. Hoeveel procent van de Belgische bevolking loopt risico op armoede?
2019: 14,8 %
2022: 13,3 %
→ lichte daling maar armoede verdiept en verbreed
- inkomen van mensen in armoede verdwijnt verder van de armoedegrens
- meer mensen ‘flirten’ met de armoedegrens
2024: 18,2 % loopt risico op armoede of sociale uitsluiting
10. Benoem 1 of enkele van de verschillen in armoedecijfers tussen Wallonië en
Vlaanderen.
1) Beschikbaar inkomen onder armoededrempel VL 7,7% en W 13,5%
2) Lage werkintensiteit VL 7,7% en W 15,8%
3) Ernstige materiële en sociale deprivatie VL 3,4% en W 8,6%
11. Benoem en beschrijf 3 richtsnoeren voor een betere sociale bescherming uit de
visienota van SAAMO
4. (rechts)gelijkheid
→ als er toch voorwaarden ingesteld moeten worden stelt SAAMO dat deze voorwaarden,
om rechtsgelijkheid te garanderen, steeds op federaal of Vlaams niveau bepaald worden
→ iedereen weet dat de regels voor iedereen hetzelfde zijn
→ door de trend van decentralisatie krijgen lokale besturen steeds vaker de
vrijheid/autonomie om zelf voorwaarden te stellen aan uitkeringen en dienstverlening →
hierdoor dreigt rechtsongelijkheid te ontstaan
SAAMO wil voor sociale zekerheid deze op federaal niveau houden
→ garandeert rechtsgelijkheid en solidariteit tussen mensen op ons grondgebied
→ een parastatale invulling waarbij werkgevers en werknemers een plek aan de beslissing
tafel hebben biedt een tegengewicht tegen een overambitieuze overheid
6. de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
SAAMO wil dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen
→ het systeem moet herverdelend werken: van rijk naar arm
→ progressief belastingsysteem verdedigen en sterker maken
10. een robuuste sociale zekerheid met de bijstand als restcategorie
bijstand moet een restcategorie blijven waar slechts een beperkt aantal mensen in zit → niet
zoals in Nederland die mensen als snel in de bijstand schuift
Bijstand moet een laatste redmiddel blijven voor een kleine groep mensen → vermijden dat
we, zoals in Nederland, te veel mensen in de bijstand duwen
Het aantal mensen met een leefloon stijgt sterk, wat toont dat het beleid de verkeerde kant
opgaat
→ door maatregelen zoals strengere controle, kortere uitkeringen en snellere daling van
werkloosheidsuitkeringen, komen steeds meer mensen in het leefloon terecht
4
1. Waarom is hard werken niet altijd de oplossing tegen armoede?
België kent het bestaan van ‘werkende armen’
→ wie werkt in ons land heeft 4,7% kan som in armoede terecht te komen
→ moeite om rond te komen, mensen met een levensstandaard net boven de armoedegrens
of het hebben van kinderen
→ brutolonen zijn te laag, te weinig om menswaardig leven te leiden
Armoedebarometer laat ook zien dat steeds meer mensen flirten met de armoedegrens
→ mensen die net iets te veel verdienen en daarmee niet kunnen genieten van bepaalde
sociale voordelen
Wanneer een volwassene in het gezin voltijds werkt aan een minimumloon is het inkomen
vaak ontoereikend
wat aan doen?
- toereikende minimuminkomens te waarborgen
- armoede en sociale uitsluiting bestrijden
- voor meer werkgelegenheid zorgen door toereikende inkomenssteun te bevorden
- → minimum inkomen in stellen
2. Wat bedoelt SAAMO met de term geen voorwaardelijkheid bij sociale bescherming?
SAAMO is ervan overtuigd dat een traject naar duurzaam werk enkel werkt als mensen
intrinsiek gemotiveerd zijn → geen zin om mensen tegen hun zin in een traject te duwen.
→ uitkeringssancties zoals het voorwaardelijk maken, het afnemen of het laten dalen over
tijd van werkloosheidsuitkeringen werken niet als maatregel om de kansen op werk van
werklozen te verhogen
→ sanctionerende aanpak zorgt ervoor dat diegenen die werk vinden vaker in precaire jobs
terechtkomen
→ sanctionerend activeringsbeleid ≄ efficiënte besteding van overheidsmiddelen
→ SAAMO gelooft in maatregelen die uitgaan van vertrouwen in mensen
3. Leg uit, proportioneel universalisme
Betekent dat sociale bescherming voor iedereen toegankelijk is (universeel), maar dat de
steun sterker wordt naarmate mensen nood hebben (proportioneel) → hulp voor iedereen,
maar meer hulp voor wie het harder nodig heeft
→ SAAMO pleit voor zo’n systeem omdat
- als alleen armste mensen hulp krijgen, voelen anderen (bv; mensen net boven de
armoedegrens) zich uitgesloten en gaan ze het systeem in vraag stellen
1
, - in een strikt ‘ofwel in aanmerking, ofwel niet-model’ ontstaat er een nieuwe
kwetsbare groep → mensen die net iets te veel verdienen om hulp te krijgen maar
eigenlijk nog steeds moeite hebben
belang van proportioneel universalisme
= brede groep mensen krijgt toegang tot uitkeringen en ondersteuning
= mensen in armoede of met meer kwetsbaarheden krijgen meer, via trapsgewijze opbouw
→ iedereen heeft dus basisrecht, maar wie meer nodig heeft, krijg proportioneel meer steun
4. Wat kan een aspect van proactieve dienstverlening zijn
(Welke handelingen, kenmerken of manieren van werken horen bij proactieve
dienstverlening?)
pro actief handelen
= een vorm van dienstverlening waarbij de overheid op eigen initiatief een
dienstverleningsproces richting de rechthebbende opstart op basis van reeds bekende
informatie bij overheid zelf → kwalitatieve dienstverlening + goede samenwerking tussen
verschillende overheidsniveaus + aandacht voor diverse vormen van outreachend handelen
Belangrijk aspect van proactieve dienstverlening = automatische rechtentoekenning
→ bevoegde overheidsinstantie onderzoekt of iemand al dan niet in aanmerking komt voor
een bepaald recht zonder tussenkomst van de potentieel rechthebbende → deze moet geen
aanvraag indienen en ook geen documenten voorleggen → na het onderzoek wordt het
recht al dan niet toegekend
wanneer het niet mogelijk is om een recht automatisch toe te kennen, dient ernaar gestreefd
te worden om de administratieve stappen die de persoon in kwestie moet zetten zoveel
mogelijk te vereenvoudigen
5. Wat wil Recht-Op aankaarten met de campagne “what’s classy if you’re rich, but
trashy if you’re poor?”?
bv; hebben van een labradoodle
rijk: leuk, schattig
arm: zorgen, geld, ‘waarom heb je dan een hond?’
bv; wijntje drinken om 11u
rijk: leuk, gezellig
arm; marginaal
→ dezelfde dingen worden verschillend beoordeeld afhankelijk van iemand sociale of
economische positie
- iets leuk, stijlvol bij rijke mensen wordt snel gezien als ongepast of slecht bij armere
mensen
NU: beleidstendens van voorwaardelijkheid en culpabilisering van kwetsbare groepen
- schuld leggen bij hen, verantwoorden, verontschuldigen
→ gevolgen: stigmatisering, strenge VW en sancties (strenge controle, verlies uitkering,
attitude)
2
,→ schuiven naar individueel schuldmodel terwijl armoede ook een maatschappelijk
probleem is
6. Geef een voorbeeld waarom armoede in het huidige beleid opnieuw meer neigt naar
het individueel schuldmodel.
In 1944: begin WVS
→ pact regering, werkgevers en vakbonden om armoede en ongelijkheid te verminderen
→ sociale bescherming voor iedereen
1970: economische crisis en nieuwe ideeën
→ kritiek op WVS
→ neoliberalisme met nadruk op marktwerking, privatisering
→ gezondheidszorg wordt meer gereguleerd door markteconomie principes, minder door
overheid
Relatie burger/overheid
→ niet elke burger is nog beschermd, overheid faciliteert vooral via markt, burgers moeten
vaker zelf inspanningen leveren ‘wie kan meedoen in de markt, krijgt meer, wie niet loopt
risico’
voorbeeld; vroeger toen je je baan verloor, hoefde je je niet te schamen
→ recht op werkloosheidsuitkering
NU → iemand die werkloos is wordt vaak gesanctioneerd of geactiveerd: wie iets wil moet
iets doen → actieve welvaartsstaat
- perspectief van wantrouwen richting de burger en armoede vaker als individueel
probleem wordt gezien
7. De federale overheid wil inzetten op tewerkstelling. Geef 2 drempels om aan het
werk te gaan.
1. inkomens vallen bij overgang naar werk
→ bv; mensen verliezen financiële steun zoals uitkeringen zodra ze gaan werken,
maar hun nieuwe inkomen is nog niet voldoende om alle kosten te dekken
2. Onvervulde voorwaarden om te kunnen werken: mobiliteit en kinderopvang
→ sommige mensen kunnen niet werken omdat ze geen vervoer hebben of
betrouwbare kinderopvang
3. Versnipperd begeleidingsaanbod naar werk en belemmerde toegang tot
arbeidsbegeleiding
→ hulp en begeleiding bij vinden van het werk zijn vaak verspreid over verschillende
organisaties, waardoor het lastig is om de juiste ondersteuning te vinden
4. Discriminatie op de arbeidsmarkt en stigma’s gekoppeld aan het ‘statuut’
werkzoekende
→ werkgevers kunnen vooroordelen hebben tegenover mensen die bv; langdurig
werkloos zijn → stigma kan kansen op werk verminderen
8. Geef 2 uitdagingen voor sociaal werk in het omgaan met mensen in armoede.
1. bewust zijn dat mensen in armoede zich vaker schamen en armoede een netwerk
van problemen is op veel niveaus die met elkaar verbonden zijn
2. dat armoede geen keuze is
3. niet overnemen, maar samen doen + respect hebben en tonen
3
, 9. Hoeveel procent van de Belgische bevolking loopt risico op armoede?
2019: 14,8 %
2022: 13,3 %
→ lichte daling maar armoede verdiept en verbreed
- inkomen van mensen in armoede verdwijnt verder van de armoedegrens
- meer mensen ‘flirten’ met de armoedegrens
2024: 18,2 % loopt risico op armoede of sociale uitsluiting
10. Benoem 1 of enkele van de verschillen in armoedecijfers tussen Wallonië en
Vlaanderen.
1) Beschikbaar inkomen onder armoededrempel VL 7,7% en W 13,5%
2) Lage werkintensiteit VL 7,7% en W 15,8%
3) Ernstige materiële en sociale deprivatie VL 3,4% en W 8,6%
11. Benoem en beschrijf 3 richtsnoeren voor een betere sociale bescherming uit de
visienota van SAAMO
4. (rechts)gelijkheid
→ als er toch voorwaarden ingesteld moeten worden stelt SAAMO dat deze voorwaarden,
om rechtsgelijkheid te garanderen, steeds op federaal of Vlaams niveau bepaald worden
→ iedereen weet dat de regels voor iedereen hetzelfde zijn
→ door de trend van decentralisatie krijgen lokale besturen steeds vaker de
vrijheid/autonomie om zelf voorwaarden te stellen aan uitkeringen en dienstverlening →
hierdoor dreigt rechtsongelijkheid te ontstaan
SAAMO wil voor sociale zekerheid deze op federaal niveau houden
→ garandeert rechtsgelijkheid en solidariteit tussen mensen op ons grondgebied
→ een parastatale invulling waarbij werkgevers en werknemers een plek aan de beslissing
tafel hebben biedt een tegengewicht tegen een overambitieuze overheid
6. de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten
SAAMO wil dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen
→ het systeem moet herverdelend werken: van rijk naar arm
→ progressief belastingsysteem verdedigen en sterker maken
10. een robuuste sociale zekerheid met de bijstand als restcategorie
bijstand moet een restcategorie blijven waar slechts een beperkt aantal mensen in zit → niet
zoals in Nederland die mensen als snel in de bijstand schuift
Bijstand moet een laatste redmiddel blijven voor een kleine groep mensen → vermijden dat
we, zoals in Nederland, te veel mensen in de bijstand duwen
Het aantal mensen met een leefloon stijgt sterk, wat toont dat het beleid de verkeerde kant
opgaat
→ door maatregelen zoals strengere controle, kortere uitkeringen en snellere daling van
werkloosheidsuitkeringen, komen steeds meer mensen in het leefloon terecht
4