THEORIE: BOVENSTE EXTREMITEIT EN CERVICOTHORACALE REGIO
FILIP STRUYF 4
FROZEN SHOULDER 4
1. ALGEMEEN 4
2. EPIDEMIOLOGIE 5
3. PROGNOSE 5
4. FACTOREN 6
5. STAPPEN 8
6. PATHOFYSIOLOGISCH SAMENGEVAT 9
7. KUNNEN WE DIT ZIEN OP ECHOGRAFIE? 9
8. KLINISCH ONDERZOEK 9
9. DIFFERENTIAALDIAGNOSTIEK 12
10. KINESITHERAPIE 12
ROTATOR CUFF RELATED SHOULDER PAIN (RCRSP) 17
1. ROTATOR CUFF 17
2. DIAGNOSTISCHE SHOULDER TESTS 17
3. IMAGING 18
4. TERMINOLOGIE 19
5. DUS, WAT IS RCRSP? 19
6. ASSESSMENT VAN RCRSP 21
7. EVIDENTIE VAN BEHANDELING 22
7. CONCLUSIES OVER RCRSP REVALIDATIE 23
GASTCOLLEGE TESSA MARIJNISSEN 24
REVALIDATIE VAN HAND-EN POLSAANDOENINGEN 24
1. MORBUS DUPUYTREN 24
2. TRIGGER VINGER 27
3. DUIMPROTHESE (DUIMBASISARTROSE) 29
4. DISTALE RADIUS FRACTUUR 33
5. CRPS I 37
6. CHRONISCHE, ASPECIFIEKE POLSKLACHTEN 38
7. SPECIFIEKE POLSKLACHTEN 40
GASTCOLLEGE VERSTREKEN 40
POLSPROBLEMEN BIJ SPORTERS 40
1. ANATOMIE 40
2. SCAPHOID FRACTUUR 41
3. SCAPHOLUNAIR LETSEL → EXAMEN 41
4. ULNAIRE POLSPIJN 42
5. TFCC → EXAMEN 42
1
, 6. ECU TENOSYNOVITIS (SUB)LUXATIE 44
7. SKIËRS DUIM 44
8. PULLEY LETSELS 45
9. PIP DISLOCATIE 45
GASTCOLLEGE ROGER VAN RIET 46
ELLEBOOG PATHOLOGIE 46
1. TENNIS- EN GOLFELLEBOOG 46
TENNISELLEBOOG - LATERALE EPICONDYLITIS 46
GOLFELLEBOOG - MEDIALE EPICONDYLITIS 49
ONTSTAAN 49
BEHANDELING 50
2. BICEPS 51
BICEPS PEES SCHEUR 51
BURSITIS = TENDINOSE = PARTIËLE RUPTUUR 51
VOLLEDIGE SCHEUR 53
3. TRICEPS 53
TRICEPS RUPTUUR 53
4. ARTROSCOPIE 53
5. STIJVE ELLEBOOG 54
6. ZENUWEN 56
NERVUS ULNARIS 56
SNAPPING ULNARIS 57
NERVUS RADIALIS ONDERARM 58
RADIAAL TUNNEL SYNDROME 59
NERVUS MEDIANUS 59
CONCLUSIE 60
7. INSTABILITEIT 60
SIMPELE LUXATIE 62
LCL RECONSTRUCTIE 62
CHRONISCH MEDIAAL 62
CONCLUSIE ELLEBOOG INSTABILITEIT 64
WILLEM DE HERTOGH 65
KLINISCH REDENEREN, SCREENING EN RICHTLIJNEN 65
1. KLINISCH REDENEREN 65
2. SCREENING EN KLINISCHE BASISREGELS 72
3. KLINISCH REDENEREN - VERSCHILLENDE CONCEPTEN 74
4. UPDATE EN RELEVANTIE ANAMNESTISCHE GEGEVENS 75
MOTORISCHE CONTROLE 76
1. NEKKLACHTEN 76
2
, 2. NEUROMUSCULAIRE VERANDERINGEN 76
3. THERAPIE 81
MOTOR CONTROL THERAPIE EN UITSTRALING NAAR BL 86
1. BLANPIED/ APTA RICHTLIJN ONDERZOEK 86
2. BLANPIED/ APTA RICHTLIJN THERAPIE 87
3. THERAPIE EFFECT 88
3.1 EFFECT OP ACTIVATIE DIEPE NEKFLEXOREN 88
3.2 EFFECT OP SPECIFIEK ACTIVEREN, ERVAREN BEPERKING, PIJN 90
3.3 STUDIE BIJ CHRONISCHE WAD = TRAUMATISCHE START NEKKLACHTEN 91
4. OEFENTHERAPIE 94
5. THERAPIE RICHTLIJNEN 95
CERVICOGENE HOOFDPIJN 100
1. INLEIDING 100
2. ANAMNESE 101
3. CERVICOGENE HOOFDPIJN (CEH) 103
4. THERAPIE 104
5. BEHANDELING 105
6. CONCLUSIE 107
WHIPLASH ASSOCIATED DISORDERS (WAD) 108
1. WHIPLASH ASSOCIATED DISORDERS: WAD 108
2. CLINICAL PREDICTION RULE 113
3. CASUSSEN 114
4. MANAGEMENT 116
CASUSSEN 117
1. CASUS 1 117
2. CASUS 2 118
3. CASUS 3 119
4. CASUS 4 120
3
,FILIP STRUYF
FROZEN SHOULDER
1. ALGEMEEN
Waar gaat het over?
● Constante, diepe, pijnlijke pijn
○ Patiënten worden wakker van de pijn (!! in anamnese vragen naar nachtelijke pijn)
○ Constante pijn ⇒ dus NIET bewegings- of belastingsafhankelijk
● Pijn lijkt op andere schouderaandoeningen
○ Tendinopathie, bursitis, acute tendinitis, … ⇒ WEL bewegings- of belastingsafhankelijk
● Impact op
○ Werk, slaap, persoonlijke hygiëne, interpersoonlijke relaties, gevoel van zelfstandigheid
Gevolgen
● Angst
● Inkomensverlies
● Laag zelfbeeld & moeilijke acceptatie
● Prikkelbaarheid
● Depressie
● Sociaal isolerend gevoel
Nut van begrip en empathie van anderen
● Betere communicatie
● Betere afstemming op de prioriteiten van de patiënt (NIET veralgemenen!)
⇩
○ Verbeterde therapietrouw
○ Hogere patiënttevredenheid
○ Betere behandeling?
○ Betere outcome?
Waar loopt het dan mis?
● Het uitblijven van een diagnose
● Tegenstrijdige adviezen
● Onnodige onderzoeken
● Diagnose, prognose en behandelplan eindelijk opgesteld?
○ Hoop
○ Opluchting
○ Geruststelling
4
,2. EPIDEMIOLOGIE
● 2-5% lifetime prevalentie
● 70% van de patiënten zijn vrouwen
● 53 jaar is de gemiddelde leeftijd ⇒ 40-65j
○ Piek eigenlijk naar beneden getrokken door grote groep diabetici
● FS aan 1 zijde doet risico toenemen voor de andere zijde ⇒ 17% krijgt een FS aan de andere
zijde binnen de 5 jaar
○ Vaak patiënten een jaar later terug in je praktijk met andere zijde
○ Als je beide kanten meemaakt, krijg je het wel nooit meer
● Zelden (nooit?) dezelfde zijde opnieuw
● Uniek voor de schouder (knie, heup, enkel zelden)
● Zelflimiterend?
○ Voor 2010: dachten dat FS vanzelf over ging
○ Na 2010: zagen restletsels (vb: 10° bewegingsbeperking)
- Bij 50% gaat FS vanzelf over zonder restletsels
- Bij 50% gaat FS vanzelf over met restletsels
Als patiënt dan vraagt ‘Waarom zou ik dan therapie moeten volgen als het vanzelf over kan gaan?’ zeg je: ‘Je
hebt ½ kans op restletsels.
● Duurt 1-3 jaar (of langer)
○ 1 jaar zijn degene zonder risicofactoren of metabole problemen
○ Diabetici wat langer ⇒ meer pijn, meer beperkingen, …
● Even vaak aan de niet-dominante zijde
● Diabetici hebben tot 34% meer kans om een FS te ontwikkelen (& een slechtere prognose)
○ Piek is vroeger, rond 42 jaar
○ Lifetime prevalentie bij diabetici 30-60%
● Vaak patiënten met een sedentaire job/levensstijl
3. PROGNOSE
1 INFLAMMATIE EN/OF FREEZING
Geleidelijk toenemende pijn, met later verminderde
bewegingsvrijheid en/of stijfheid
Duur: 3-9 maanden
2 FROZEN
Stijfheid, verlies van okselholte en minimale synovitis
Duur: 3-9 maanden
3 THAWING/ONTDOOIEN
Verbetering in bewegingsvrijheid en pijn
Duur: 12 maanden of langer
Rode lijn: pijn patiënt Blauwe lijn: bewegingsbeperking patiënt
Je kan op basis van de eerste fase een voorspelling maken door te vragen wanneer de eerste pijn begon.
Vb: De eerste pijn begon 3 maanden geleden en nu begint de patiënt wat mobiliteit te verliezen (zit in fase
2). Dus fase 1 duurde 3 maanden, fase 2 zal ongeveer ook 3 maanden duren en fase 3 een jaar of langer.
5
,4. FACTOREN
Prognose beïnvloedende factoren
● Diabetes Mellitus (DM)
○ Langer, erger, …
○ Voorkom dus dat je diabetes type 2 krijgt (minder suikerinname)
● Schildklieraandoeningen
● Hogere score op een SPADI vragenlijst (meer pijn en beperkingen)
● Depressie
● Pijn catastroferen
● Pijngerelateerde angst
Metabole risicofactoren
● Obesitas
● Diabetes Mellitus type 1 en 2 (meest voorkomende comorbiditeit)
● Patiënten met FS screenen op bloedsuiker?
○ Discussie goed/slecht
○ Je kan vroegtijdig andere zaken vinden in het bloed
● Ook matig normale nuchtere glucosewaarden?
○ 90-94 mg/dL
● Hypercholesterolemie en hyperlipidemie
○ 1.5 x meer kans om FS te krijgen
Neurologische risicofactoren
● Ziekte van Parkinson
○ Incidentie van FS: 12,7%
○ Risicofactoren lopen gelijk
○ Rigiditeit, onderliggende oorzaken, …
● CVA
● Chirurgische behandeling voor subarachnoïdale bloedingen
○ Incidentie van FS: 25%
Hormonale en endocriene risicofactoren
Incidentie hyper- en hypothyreoïdie in FS: ⅓
● Significante risicofactor voor FS
● Calcitonine (=schildklierhormoon) deficientie in FS en in schildklierdysfuncties
● Postmenopauzale vrouwen behandeld tegen osteoporosis met (intranasaal) calcitonine (zalm derivaat)
en toonden verbetering in FS symptomen
● Hoe?
○ (Zalm-) calcitonine ↓ TGFβ
○ Testosteron ↓ ook TGFβ (reden vrouwen>mannen?)
6
,Medische interventies risicofactoren
Medicatie
● Actieve antiretrovirale therapie voor HIV patiënten
○ Versterking van de TGFβ pathway
● Antituberculose geneesmiddelen
○ Verstoring collageen metabolisme
○ Remming van serotonine afbraak
● Sommige antibioticum
○ Onbekend mechanisme
● Barbituraten
○ Activering fibroblasten
● Antitumorale geneesmiddelen die MMP homeostasen beïnvloeden
Medisch ingrepen
● Hartkatheterisatie & intraveneuze infusies
● Vaccins
○ Vermoedelijk door ongeschikte vaccinatietechniek
○ Irritatie bursa subacromialis deltoidea
● Vb: COVID-19-pandemie
○ Aanzienlijke ↑ FS patiënten
○ Ook een rol van de ziekte zelf?
● Vb: Herpes Zoster
● Schouderoperaties
○ Secundaire (postoperatieve) FS
Andere risicofactoren
● Ziekte van Dupuytren (x8.27 meer kans)
● Roken
SYSTEMISCHE RISICOFACTOREN EXTRINSIEKE RISICOFACTOREN
- Diabetes mellitus - Cardiopulmonaire aandoening
- Hypothyroidisme - Cervicale degeneratieve discusaandoening
- Hyperthyroidisme - Cerebrovasculaire aandoening
- Hypoadrenalisme - Humerus fractuur
- Hyperlipidemie - Parkinson
- Axillaire operatie (borstcarcinoom)
INTRINSIEKE RISICOFACTOREN - Radiotherapie
- Rotator cuff tendinopathie
- Rotator cuff scheur
- Biceps tendinopathie
- Calcificatie tendinopathie
- Acromioclaviculaire artritis
7
,1-2 comorbiditeiten worden gezien bij 80% van de FS patiënten.
> 3 comorbiditeiten worden gezien bij 35% van de FS patiënten.
FS als risicofactor op oncologische aandoeningen?
● Incidentie van FS in oncologie patiënten is 15-17.8%
● Predicitie Long & Non-Hodgkin’s lymphoma > x 2
Glenohumerale gewrichtskapsel = collageen type 1 + elastische vezels + fibroblasten vormen ECM “stug
maar flexibel”
5. STRUCTURELE VERANDERINGEN
FASE 1: GEZONDE SCHOUDER
● Gezonde situatie: immuuncellen en bindweefselcellen in homeostase
● Homeostase verstoorders
○ Chronische inflammatie
○ AGEs
○ Diabetes
○ Hormonale disbalans
○ …
● Onevenwicht + trigger (immobilisatie, letsel, immuunrespons, …) = FS ?
FASE 2: VROEGE FASE (PIJN)
● Fibrose en verdikking van het synovium
● Immuunrespons
○ T-lymfocyten, B-lymfocyten, macrofagen,
mastcellen
○ Hyperlipidemie & AGE’s (vb: diabetici) trekken
WBC aan die pro-inflammatoire cytokines
vrijzetten
● Inflammatie
○ Interleukine-1, tumor necrose factor, TGFβ,
cyclo-oxygenase
○ ECM proteïne productie, fibroblastproliferatie extra myofibroblast differentiatie
● Neo-angiogenese
○ hypervascularisatie
● Neo-innervatie
○ Pijn!
Fibreus & laks ⇨ fibrotisch & hypervasculair
Calcitonine-gen-gerelateerd peptide (CGRP) en neurotransmitter substantie P ⇨ hyperalgesie
8
,FASE 3: LATERE FASE (STIJFHEID)
● Infiltratie van myofibroblasten & fibroblasten
● Verdikking articulair kapsel
● Disbalans MMP/TIMP
○ Effect van o.a. AGE’s
○ Reguleren matrix vorming
○ Vb: ½ ontwikkeling van FS bij patiënten die een TIMP
derivaat kregen voor hun anti-kanker behandeling
● Collageen (type 3) expressie ↑
6. PATHOFYSIOLOGISCH SAMENGEVAT
7. KUNNEN WE DIT ZIEN OP ECHOGRAFIE?
● Verdikking van het Coracohumeraal Ligament (CHL)
● Afwijkingen rond de Lange Bicepspees (LHBT)
● Neovascularisatie in het Rotator Interval (hypervasculaire synovitis)
● Verdikking van de Posterior Recess
8. KLINISCH ONDERZOEK
Definitie FS
● Zowel /a/ als /p/ bewegingsverlies (ROM) van >25% in ten minste 2 vlakken
● Extern rotatieverlies van >50% van de niet aangedane schouder
● Bewegingsbeperking moet gedurende minstens 1 maand stabiel zijn of verergeren
Werkwijze
● Screening rode- en gele vlaggen
● Voorgeschiedenis
● Patroonherkenning
● Klinisch onderzoek
● Bloedafname
● Radiografie/echografie
Patroonherkenning
9
,Kenmerken patiënt
● 2-5% lifetime prevalentie
● 70% van de patiënten zijn vrouwen
● 53 jaar is de gemiddelde leeftijd ⇒ 40-65j
○ Piek eigenlijk naar beneden getrokken door grote groep diabetici
● FS aan 1 zijde doet risico toenemen voor de andere zijde ⇒ 17% krijgt een FS aan de andere
zijde binnen de 5 jaar
○ Vaak patiënten een jaar later terug in je praktijk met andere zijde
○ Als je beide kanten meemaakt, krijg je het wel nooit meer
● Zelden (nooit?) dezelfde zijde opnieuw
● Uniek voor de schouder (knie, heup, enkel zelden)
● Zelflimiterend?
○ Voor 2010: dachten dat FS vanzelf over ging
○ Na 2010: zagen restletsels (vb: 10° bewegingsbeperking)
- Bij 50% gaat FS vanzelf over zonder restletsels
- Bij 50% gaat FS vanzelf over met restletsels
Als patiënt vraagt ‘Waarom zou ik therapie volgen als het vanzelf over kan gaan?’ zeg je: ‘½ kans op restletsels.’
● Duurt 1-3 jaar (of langer)
○ 1 jaar zijn degene zonder risicofactoren of metabole problemen
○ Diabetici wat langer ⇒ meer pijn, meer beperkingen, …
● Even vaak aan de niet-dominante zijde
● Diabetici hebben tot 34% meer kans om een FS te ontwikkelen (& een slechtere prognose)
○ Piek is vroeger, rond 42 jaar
○ Lifetime prevalentie bij diabetici 30-60%
● Vaak patiënten met een sedentaire job/levensstijl
Pijn type en locatie
● Locatie is geen diagnostische parameter
● Pijn intensiteit positief gecorreleerd met verspreidingsgebied van de pijn
● Dof, kloppend en zeurend in rust, altijd aanwezig, scherp en “hevig” bij plotse bewegingen
● Gemiddeld VAS 6.4-7.3/10
ROM
● FS tast het gehele GH kapsel aan ⇒ ROM verlies in alle richtingen
● Externe en interne rotatie !
● ROM testing staand, zittend of in rugligging
● Gecombineerd abductie en externe rotatie
● Een shrug teken
○ Compensatie scapula voor GH ROM beperking?
● Beoordeel in # houdingen met # steunniveaus ⇒ verschil in ROM?
○ Kinesiofobie of bewegingsinhibitie?
● Beoordeel CWZ om mogelijke cervicogene pathologie uit te sluiten
10
FILIP STRUYF 4
FROZEN SHOULDER 4
1. ALGEMEEN 4
2. EPIDEMIOLOGIE 5
3. PROGNOSE 5
4. FACTOREN 6
5. STAPPEN 8
6. PATHOFYSIOLOGISCH SAMENGEVAT 9
7. KUNNEN WE DIT ZIEN OP ECHOGRAFIE? 9
8. KLINISCH ONDERZOEK 9
9. DIFFERENTIAALDIAGNOSTIEK 12
10. KINESITHERAPIE 12
ROTATOR CUFF RELATED SHOULDER PAIN (RCRSP) 17
1. ROTATOR CUFF 17
2. DIAGNOSTISCHE SHOULDER TESTS 17
3. IMAGING 18
4. TERMINOLOGIE 19
5. DUS, WAT IS RCRSP? 19
6. ASSESSMENT VAN RCRSP 21
7. EVIDENTIE VAN BEHANDELING 22
7. CONCLUSIES OVER RCRSP REVALIDATIE 23
GASTCOLLEGE TESSA MARIJNISSEN 24
REVALIDATIE VAN HAND-EN POLSAANDOENINGEN 24
1. MORBUS DUPUYTREN 24
2. TRIGGER VINGER 27
3. DUIMPROTHESE (DUIMBASISARTROSE) 29
4. DISTALE RADIUS FRACTUUR 33
5. CRPS I 37
6. CHRONISCHE, ASPECIFIEKE POLSKLACHTEN 38
7. SPECIFIEKE POLSKLACHTEN 40
GASTCOLLEGE VERSTREKEN 40
POLSPROBLEMEN BIJ SPORTERS 40
1. ANATOMIE 40
2. SCAPHOID FRACTUUR 41
3. SCAPHOLUNAIR LETSEL → EXAMEN 41
4. ULNAIRE POLSPIJN 42
5. TFCC → EXAMEN 42
1
, 6. ECU TENOSYNOVITIS (SUB)LUXATIE 44
7. SKIËRS DUIM 44
8. PULLEY LETSELS 45
9. PIP DISLOCATIE 45
GASTCOLLEGE ROGER VAN RIET 46
ELLEBOOG PATHOLOGIE 46
1. TENNIS- EN GOLFELLEBOOG 46
TENNISELLEBOOG - LATERALE EPICONDYLITIS 46
GOLFELLEBOOG - MEDIALE EPICONDYLITIS 49
ONTSTAAN 49
BEHANDELING 50
2. BICEPS 51
BICEPS PEES SCHEUR 51
BURSITIS = TENDINOSE = PARTIËLE RUPTUUR 51
VOLLEDIGE SCHEUR 53
3. TRICEPS 53
TRICEPS RUPTUUR 53
4. ARTROSCOPIE 53
5. STIJVE ELLEBOOG 54
6. ZENUWEN 56
NERVUS ULNARIS 56
SNAPPING ULNARIS 57
NERVUS RADIALIS ONDERARM 58
RADIAAL TUNNEL SYNDROME 59
NERVUS MEDIANUS 59
CONCLUSIE 60
7. INSTABILITEIT 60
SIMPELE LUXATIE 62
LCL RECONSTRUCTIE 62
CHRONISCH MEDIAAL 62
CONCLUSIE ELLEBOOG INSTABILITEIT 64
WILLEM DE HERTOGH 65
KLINISCH REDENEREN, SCREENING EN RICHTLIJNEN 65
1. KLINISCH REDENEREN 65
2. SCREENING EN KLINISCHE BASISREGELS 72
3. KLINISCH REDENEREN - VERSCHILLENDE CONCEPTEN 74
4. UPDATE EN RELEVANTIE ANAMNESTISCHE GEGEVENS 75
MOTORISCHE CONTROLE 76
1. NEKKLACHTEN 76
2
, 2. NEUROMUSCULAIRE VERANDERINGEN 76
3. THERAPIE 81
MOTOR CONTROL THERAPIE EN UITSTRALING NAAR BL 86
1. BLANPIED/ APTA RICHTLIJN ONDERZOEK 86
2. BLANPIED/ APTA RICHTLIJN THERAPIE 87
3. THERAPIE EFFECT 88
3.1 EFFECT OP ACTIVATIE DIEPE NEKFLEXOREN 88
3.2 EFFECT OP SPECIFIEK ACTIVEREN, ERVAREN BEPERKING, PIJN 90
3.3 STUDIE BIJ CHRONISCHE WAD = TRAUMATISCHE START NEKKLACHTEN 91
4. OEFENTHERAPIE 94
5. THERAPIE RICHTLIJNEN 95
CERVICOGENE HOOFDPIJN 100
1. INLEIDING 100
2. ANAMNESE 101
3. CERVICOGENE HOOFDPIJN (CEH) 103
4. THERAPIE 104
5. BEHANDELING 105
6. CONCLUSIE 107
WHIPLASH ASSOCIATED DISORDERS (WAD) 108
1. WHIPLASH ASSOCIATED DISORDERS: WAD 108
2. CLINICAL PREDICTION RULE 113
3. CASUSSEN 114
4. MANAGEMENT 116
CASUSSEN 117
1. CASUS 1 117
2. CASUS 2 118
3. CASUS 3 119
4. CASUS 4 120
3
,FILIP STRUYF
FROZEN SHOULDER
1. ALGEMEEN
Waar gaat het over?
● Constante, diepe, pijnlijke pijn
○ Patiënten worden wakker van de pijn (!! in anamnese vragen naar nachtelijke pijn)
○ Constante pijn ⇒ dus NIET bewegings- of belastingsafhankelijk
● Pijn lijkt op andere schouderaandoeningen
○ Tendinopathie, bursitis, acute tendinitis, … ⇒ WEL bewegings- of belastingsafhankelijk
● Impact op
○ Werk, slaap, persoonlijke hygiëne, interpersoonlijke relaties, gevoel van zelfstandigheid
Gevolgen
● Angst
● Inkomensverlies
● Laag zelfbeeld & moeilijke acceptatie
● Prikkelbaarheid
● Depressie
● Sociaal isolerend gevoel
Nut van begrip en empathie van anderen
● Betere communicatie
● Betere afstemming op de prioriteiten van de patiënt (NIET veralgemenen!)
⇩
○ Verbeterde therapietrouw
○ Hogere patiënttevredenheid
○ Betere behandeling?
○ Betere outcome?
Waar loopt het dan mis?
● Het uitblijven van een diagnose
● Tegenstrijdige adviezen
● Onnodige onderzoeken
● Diagnose, prognose en behandelplan eindelijk opgesteld?
○ Hoop
○ Opluchting
○ Geruststelling
4
,2. EPIDEMIOLOGIE
● 2-5% lifetime prevalentie
● 70% van de patiënten zijn vrouwen
● 53 jaar is de gemiddelde leeftijd ⇒ 40-65j
○ Piek eigenlijk naar beneden getrokken door grote groep diabetici
● FS aan 1 zijde doet risico toenemen voor de andere zijde ⇒ 17% krijgt een FS aan de andere
zijde binnen de 5 jaar
○ Vaak patiënten een jaar later terug in je praktijk met andere zijde
○ Als je beide kanten meemaakt, krijg je het wel nooit meer
● Zelden (nooit?) dezelfde zijde opnieuw
● Uniek voor de schouder (knie, heup, enkel zelden)
● Zelflimiterend?
○ Voor 2010: dachten dat FS vanzelf over ging
○ Na 2010: zagen restletsels (vb: 10° bewegingsbeperking)
- Bij 50% gaat FS vanzelf over zonder restletsels
- Bij 50% gaat FS vanzelf over met restletsels
Als patiënt dan vraagt ‘Waarom zou ik dan therapie moeten volgen als het vanzelf over kan gaan?’ zeg je: ‘Je
hebt ½ kans op restletsels.
● Duurt 1-3 jaar (of langer)
○ 1 jaar zijn degene zonder risicofactoren of metabole problemen
○ Diabetici wat langer ⇒ meer pijn, meer beperkingen, …
● Even vaak aan de niet-dominante zijde
● Diabetici hebben tot 34% meer kans om een FS te ontwikkelen (& een slechtere prognose)
○ Piek is vroeger, rond 42 jaar
○ Lifetime prevalentie bij diabetici 30-60%
● Vaak patiënten met een sedentaire job/levensstijl
3. PROGNOSE
1 INFLAMMATIE EN/OF FREEZING
Geleidelijk toenemende pijn, met later verminderde
bewegingsvrijheid en/of stijfheid
Duur: 3-9 maanden
2 FROZEN
Stijfheid, verlies van okselholte en minimale synovitis
Duur: 3-9 maanden
3 THAWING/ONTDOOIEN
Verbetering in bewegingsvrijheid en pijn
Duur: 12 maanden of langer
Rode lijn: pijn patiënt Blauwe lijn: bewegingsbeperking patiënt
Je kan op basis van de eerste fase een voorspelling maken door te vragen wanneer de eerste pijn begon.
Vb: De eerste pijn begon 3 maanden geleden en nu begint de patiënt wat mobiliteit te verliezen (zit in fase
2). Dus fase 1 duurde 3 maanden, fase 2 zal ongeveer ook 3 maanden duren en fase 3 een jaar of langer.
5
,4. FACTOREN
Prognose beïnvloedende factoren
● Diabetes Mellitus (DM)
○ Langer, erger, …
○ Voorkom dus dat je diabetes type 2 krijgt (minder suikerinname)
● Schildklieraandoeningen
● Hogere score op een SPADI vragenlijst (meer pijn en beperkingen)
● Depressie
● Pijn catastroferen
● Pijngerelateerde angst
Metabole risicofactoren
● Obesitas
● Diabetes Mellitus type 1 en 2 (meest voorkomende comorbiditeit)
● Patiënten met FS screenen op bloedsuiker?
○ Discussie goed/slecht
○ Je kan vroegtijdig andere zaken vinden in het bloed
● Ook matig normale nuchtere glucosewaarden?
○ 90-94 mg/dL
● Hypercholesterolemie en hyperlipidemie
○ 1.5 x meer kans om FS te krijgen
Neurologische risicofactoren
● Ziekte van Parkinson
○ Incidentie van FS: 12,7%
○ Risicofactoren lopen gelijk
○ Rigiditeit, onderliggende oorzaken, …
● CVA
● Chirurgische behandeling voor subarachnoïdale bloedingen
○ Incidentie van FS: 25%
Hormonale en endocriene risicofactoren
Incidentie hyper- en hypothyreoïdie in FS: ⅓
● Significante risicofactor voor FS
● Calcitonine (=schildklierhormoon) deficientie in FS en in schildklierdysfuncties
● Postmenopauzale vrouwen behandeld tegen osteoporosis met (intranasaal) calcitonine (zalm derivaat)
en toonden verbetering in FS symptomen
● Hoe?
○ (Zalm-) calcitonine ↓ TGFβ
○ Testosteron ↓ ook TGFβ (reden vrouwen>mannen?)
6
,Medische interventies risicofactoren
Medicatie
● Actieve antiretrovirale therapie voor HIV patiënten
○ Versterking van de TGFβ pathway
● Antituberculose geneesmiddelen
○ Verstoring collageen metabolisme
○ Remming van serotonine afbraak
● Sommige antibioticum
○ Onbekend mechanisme
● Barbituraten
○ Activering fibroblasten
● Antitumorale geneesmiddelen die MMP homeostasen beïnvloeden
Medisch ingrepen
● Hartkatheterisatie & intraveneuze infusies
● Vaccins
○ Vermoedelijk door ongeschikte vaccinatietechniek
○ Irritatie bursa subacromialis deltoidea
● Vb: COVID-19-pandemie
○ Aanzienlijke ↑ FS patiënten
○ Ook een rol van de ziekte zelf?
● Vb: Herpes Zoster
● Schouderoperaties
○ Secundaire (postoperatieve) FS
Andere risicofactoren
● Ziekte van Dupuytren (x8.27 meer kans)
● Roken
SYSTEMISCHE RISICOFACTOREN EXTRINSIEKE RISICOFACTOREN
- Diabetes mellitus - Cardiopulmonaire aandoening
- Hypothyroidisme - Cervicale degeneratieve discusaandoening
- Hyperthyroidisme - Cerebrovasculaire aandoening
- Hypoadrenalisme - Humerus fractuur
- Hyperlipidemie - Parkinson
- Axillaire operatie (borstcarcinoom)
INTRINSIEKE RISICOFACTOREN - Radiotherapie
- Rotator cuff tendinopathie
- Rotator cuff scheur
- Biceps tendinopathie
- Calcificatie tendinopathie
- Acromioclaviculaire artritis
7
,1-2 comorbiditeiten worden gezien bij 80% van de FS patiënten.
> 3 comorbiditeiten worden gezien bij 35% van de FS patiënten.
FS als risicofactor op oncologische aandoeningen?
● Incidentie van FS in oncologie patiënten is 15-17.8%
● Predicitie Long & Non-Hodgkin’s lymphoma > x 2
Glenohumerale gewrichtskapsel = collageen type 1 + elastische vezels + fibroblasten vormen ECM “stug
maar flexibel”
5. STRUCTURELE VERANDERINGEN
FASE 1: GEZONDE SCHOUDER
● Gezonde situatie: immuuncellen en bindweefselcellen in homeostase
● Homeostase verstoorders
○ Chronische inflammatie
○ AGEs
○ Diabetes
○ Hormonale disbalans
○ …
● Onevenwicht + trigger (immobilisatie, letsel, immuunrespons, …) = FS ?
FASE 2: VROEGE FASE (PIJN)
● Fibrose en verdikking van het synovium
● Immuunrespons
○ T-lymfocyten, B-lymfocyten, macrofagen,
mastcellen
○ Hyperlipidemie & AGE’s (vb: diabetici) trekken
WBC aan die pro-inflammatoire cytokines
vrijzetten
● Inflammatie
○ Interleukine-1, tumor necrose factor, TGFβ,
cyclo-oxygenase
○ ECM proteïne productie, fibroblastproliferatie extra myofibroblast differentiatie
● Neo-angiogenese
○ hypervascularisatie
● Neo-innervatie
○ Pijn!
Fibreus & laks ⇨ fibrotisch & hypervasculair
Calcitonine-gen-gerelateerd peptide (CGRP) en neurotransmitter substantie P ⇨ hyperalgesie
8
,FASE 3: LATERE FASE (STIJFHEID)
● Infiltratie van myofibroblasten & fibroblasten
● Verdikking articulair kapsel
● Disbalans MMP/TIMP
○ Effect van o.a. AGE’s
○ Reguleren matrix vorming
○ Vb: ½ ontwikkeling van FS bij patiënten die een TIMP
derivaat kregen voor hun anti-kanker behandeling
● Collageen (type 3) expressie ↑
6. PATHOFYSIOLOGISCH SAMENGEVAT
7. KUNNEN WE DIT ZIEN OP ECHOGRAFIE?
● Verdikking van het Coracohumeraal Ligament (CHL)
● Afwijkingen rond de Lange Bicepspees (LHBT)
● Neovascularisatie in het Rotator Interval (hypervasculaire synovitis)
● Verdikking van de Posterior Recess
8. KLINISCH ONDERZOEK
Definitie FS
● Zowel /a/ als /p/ bewegingsverlies (ROM) van >25% in ten minste 2 vlakken
● Extern rotatieverlies van >50% van de niet aangedane schouder
● Bewegingsbeperking moet gedurende minstens 1 maand stabiel zijn of verergeren
Werkwijze
● Screening rode- en gele vlaggen
● Voorgeschiedenis
● Patroonherkenning
● Klinisch onderzoek
● Bloedafname
● Radiografie/echografie
Patroonherkenning
9
,Kenmerken patiënt
● 2-5% lifetime prevalentie
● 70% van de patiënten zijn vrouwen
● 53 jaar is de gemiddelde leeftijd ⇒ 40-65j
○ Piek eigenlijk naar beneden getrokken door grote groep diabetici
● FS aan 1 zijde doet risico toenemen voor de andere zijde ⇒ 17% krijgt een FS aan de andere
zijde binnen de 5 jaar
○ Vaak patiënten een jaar later terug in je praktijk met andere zijde
○ Als je beide kanten meemaakt, krijg je het wel nooit meer
● Zelden (nooit?) dezelfde zijde opnieuw
● Uniek voor de schouder (knie, heup, enkel zelden)
● Zelflimiterend?
○ Voor 2010: dachten dat FS vanzelf over ging
○ Na 2010: zagen restletsels (vb: 10° bewegingsbeperking)
- Bij 50% gaat FS vanzelf over zonder restletsels
- Bij 50% gaat FS vanzelf over met restletsels
Als patiënt vraagt ‘Waarom zou ik therapie volgen als het vanzelf over kan gaan?’ zeg je: ‘½ kans op restletsels.’
● Duurt 1-3 jaar (of langer)
○ 1 jaar zijn degene zonder risicofactoren of metabole problemen
○ Diabetici wat langer ⇒ meer pijn, meer beperkingen, …
● Even vaak aan de niet-dominante zijde
● Diabetici hebben tot 34% meer kans om een FS te ontwikkelen (& een slechtere prognose)
○ Piek is vroeger, rond 42 jaar
○ Lifetime prevalentie bij diabetici 30-60%
● Vaak patiënten met een sedentaire job/levensstijl
Pijn type en locatie
● Locatie is geen diagnostische parameter
● Pijn intensiteit positief gecorreleerd met verspreidingsgebied van de pijn
● Dof, kloppend en zeurend in rust, altijd aanwezig, scherp en “hevig” bij plotse bewegingen
● Gemiddeld VAS 6.4-7.3/10
ROM
● FS tast het gehele GH kapsel aan ⇒ ROM verlies in alle richtingen
● Externe en interne rotatie !
● ROM testing staand, zittend of in rugligging
● Gecombineerd abductie en externe rotatie
● Een shrug teken
○ Compensatie scapula voor GH ROM beperking?
● Beoordeel in # houdingen met # steunniveaus ⇒ verschil in ROM?
○ Kinesiofobie of bewegingsinhibitie?
● Beoordeel CWZ om mogelijke cervicogene pathologie uit te sluiten
10