2026
Instructiepsychologie
en -technologie
STERRE ROBBERECHTS
,Instructiepsychologie en -technologie | Sterre Robberechts
1
, Instructiepsychologie en -technologie | Sterre Robberechts
Instructiepsychologie en Technologie
1. Inleiding
1.1 Algemeen kader v/d cursus
Leren en onderwijzen → 3 te onderscheiden maar niet te scheiden niveaus, continue wisselwerking
tussen de 3 niveaus
• Microniveau = het individuele niveau
o Vb. het gedrag, de gevoelens, … van één persoon
• Mesoniveau = groepen binnen een systeem
o Vb. instellingen, teams, afdelingen, …
• Macroniveau = het maatschappelijke of systeemniveau
o Vb. wetgeving, cultuur, economisch systeem, … in een samenleving
1.2 Aandacht voor leren
• Instructie is het geven van onderwijs
Het gaat om een onderwijsgever die een bepaalde leeromgeving voor zijn lerende ontwerpt, toepast
en evolueert
• Onderwijsgevende
o Ontwerpen
Zo creëert de onderwijsgevende een
o Implementeren (= in de praktijk brengen of uitvoeren)
onderwijsleeromgeving
o Evalueren
• Leerprocessen en leerresultaten
Competenties die beklijvend zijn en getransfereerd worden; die spontaan en passend gebruikt
worden
• Doel onderwijs = leren ondersteunen → belang van inzicht in “leren”
Instructiepsychologie en -technologie – Thema 1 Leren
2. Visies op cognitie, leren en onderwijzen
• We bekijken 4 visies
a. Associationisme of Behavioristische visie
b. Informatieverwerkingsbenadering of Cognitieve visie
c. Constructivistische visie
d. Situated cognition / Socioconstructivistische visie
2
, Instructiepsychologie en -technologie | Sterre Robberechts
2.1 Associationisme / Behavioristische visie
Het behaviorisme is een invloedrijke benadering geweest in de vorige eeuw, maar ook vandaag nog
sterk aanwezig
• Leren = blijvende verandering in het gedrag als gevolg van een reactie van de lerende op
gebeurtenissen in de omgeving, deze verandering komt herhaaldelijk tot uiting
• Behavioristen leggen een verband tussen de stimulus en de
reactie, maar hebben gn interesse in de mentale processen
die voorafgaan aan de reactie
o De black box
• S = Stimulus R = Reactie
• Assumpties (= veronderstellingen of aannames)
o Geen bewuste denkactiviteit van het individu
▪ Tussen S en R zit een black box; mentale processen interesseren hen niet.
o Unitaristische of unieke-leerproces theorieën
▪ Bij elk leerproces gaat het altijd om het leggen van een verband, een
associatie tussen een S en een R
• Twee verschillende theorieën over S-R koppeling
o De klassieke conditionering → nieuwe S-R associaties aanleren door nieuwe
stimulus te koppelen aan andere stimulus
o De operante conditionering → nieuwe S-R associaties aanleren door bekrachtigen
van gedrag
a. De klassieke conditionering van Pavlov
• Pavlov was een bioloog, geen psycholoog. Hij ontdekte dat voedsel bij honden
automatisch kwijlen opwekt. Door het herhaaldelijk koppelen van voedsel aan het geluid
van een belletje, begonnen de honden uiteindelijk al te kwijlen zodra ze het belletje
hoorden – zelfs zonder dat er eten werd aangeboden.
Het model van de klassieke conditionering
UCS = ongeconditioneerde stimulus
UCS => UCR UCR = ongeconditioneerde reactie
CS + UCS => UCR CS = geconditioneerde stimulus
CS => CR CR = Een geconditioneerde reactie
3