• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 8 sur 53 pages
Resume

Immunologie | samenvatting Practica Immunologie - Theorie

Document preview thumbnail
Aperçu 8 sur 53 pages

Met deze overzichtelijke samenvatting heb je de theorie van de practica (cursus & lesslides) gebundeld en kun je veel gerichter aan de slag met je voorbereiding. De samenvatting is ideaal om structuur te brengen in een grote hoeveelheid leerstof, moeilijke begrippen opnieuw te bekijken en de theorie efficiënt te herhalen. Ook mijn samenvattingen van de hoorcolleges van Immunologie zijn op Stuvia terug te vinden. Ik behaalde 17/20 op het examen.

Aperçu du contenu

Practica immunologie – Theorie
Inhoud
Hoofdstuk 1: Eigenschappen van antistoffen .............................................................. 2
1. De antigeen-antistofbinding ............................................................................... 2
1.1 Antigeen ...................................................................................................... 2
1.2 Antistof ....................................................................................................... 3
1.3 Antistof – antigeen interactie ......................................................................... 3
2. Affiniteit en aviditeit ........................................................................................... 4
2.1 Affiniteit ...................................................................................................... 4
2.2 Aviditeit ....................................................................................................... 5
Hoofdstuk 2: Aantonen van antistoffen ...................................................................... 6
1. Precipitatie ....................................................................................................... 7
1.1 Algemeen principe ....................................................................................... 7
1.2 Precipitatiereacties in gel in afwezigheid van elektroforese ............................. 8
1.3 Precipitatiereacties in gel in aanwezigheid van elektroforese ......................... 10
2. Agglutinatie..................................................................................................... 11
2.1 Algemeen principe ..................................................................................... 11
2.2 Ringagglutinatie: ringtest ............................................................................ 13
2.3 Snelle agglutinatie of draagglas-agglutinatie ................................................ 14
2.4 Trage agglutinatie of buisjes-agglutinatie ..................................................... 15
2.5 Coombs’ test ............................................................................................. 16
2.6 Hemagglutinatie-inhibitie (HI) ..................................................................... 17
3. Neutralisatietest ............................................................................................. 19
4. Complementbindingsreactie ............................................................................ 20
4.1 Complement systeem ................................................................................ 20
4.2 Complementbindingstest ........................................................................... 20
5. Ligandbindingstesten ...................................................................................... 21
5.1 Enzym-immunoassays ............................................................................... 21
5.2 Immunoblotting of Western blotting ............................................................ 29
5.3 Fluorescentie-immunoassay (FIA) ............................................................... 31
Hoofdstuk 3: Evaluatie van aantal en functies van immuuncellen .............................. 33
1. Isolatie van leukocyten (- populaties of subpopulaties) uit bloed of weefsels ....... 33

1

, 1.1 Isolatie op basis van celdensiteit ............................................................... 33
1.2 Isolatie op basis van cellading .................................................................... 35
1.3 Isolatie op basis van fagocyterende eigenschappen ................................... 36
1.4 Isolatie op basis van adhesie ...................................................................... 36
1.5 Isolatie op basis van membraanmerkers .................................................... 36
2. Detectie van immuuncellen ............................................................................. 43
3. Functietesten .................................................................................................. 43
3.1 Functietesten voor lymfocyten ................................................................... 44
3.2 Functietesten voor lymfocyten, monocyten/macrofagen en granulocyten . 47
3.3 Functietesten voor monocyten / macrofagen en granulocyten ................... 52




Hoofdstuk 1: Eigenschappen van antistoffen
1. De antigeen-antistofbinding
1.1 Antigeen
• “vreemd partikel”
• In staat afweerreactie op te wekken
• ≠ epitoop: deel van een macromolecule (antigen) dat herkend kan worden door
antilichamen, B-cellen en T-cellen
• Gebonden door As
• Monovalent <> multivalent Ag
• Monoklonaal <> polyklonaal As
o Monoklonaal = verzameling van As gericht tegen 1 epitoop van hetzelfde
Ag
o Polyklonaal (antiserum) = verzameling van As gericht tegen veschillende
epitopen van hetzelfde Ag
• Kenmerken
o Grootte ↑
o Complexiteit ↑
o Structurele stabiliteit ↑ Immunogeniciteit ↑
o Afbreekbaarheid ↑
o Lichaamsvreemd ↑




2

,1.2 Antistof
• = immunoglobuline
• 2 zware ketens (α, δ, ε, γ, µ)
• Constant en variabel gedeelte
• Antigeenbindingsplaats
• Scharniergebied
• Disulfide bruggen

1.3 Antistof – antigeen interactie
• Basis van de immunochemie
• Dmv zwakke niet-covalente krachten
o Worden belangrijk wanneer Ag en As elkaar dicht benaderen
o Primaire binding Ag-As: zeer snel
o Secundaire binding Ag-As: trager
Primaire binding

• Van der Waals-krachten
o Aantrekkingskracht tussen oscillerende dipolen (afwisselend + en -) in
atomen
o Werkzaam tot afstand 1000 Å
o OE met de 7de macht van de afstand tussen moleculen
o Zwakker dan Coulombse krachten
• Coulombse krachten
o Elektrostatische krachten
o Tegengesteld geladen ionengroepen trekken elkaar aan
o Werkzaam tot afstand 100 Å
o OE met de 2de macht van de afstand tussen moleculen
o Belangrijk in het begin van de binding tussen Ag-As
Secundaire binding

• Waterstofbruggen
o Zwakke & omkeerbare interacties tussen hydrofiele groepen (-OH, -NH2 en
-COOH)
o Minder vlug in een waterig milieu → water neemt deel aan vorming van
waterstofbruggen
o Werkzaam over zeer korte afstand (1-1,5 Å)
o Geringe bijdrage in stabiliteit Ag-As binding
• Apolaire of hydrofobe krachten
o Interacties tussen apolaire groepen
o Werkzaam over korte afstand
o Belangrijk voor de vorming van Ag-As complexen
➔ water wordt uitgedreven


3

, Kost minder energie om Ag-As binding te verhinderen tijdens het proces dan om een
bestaande binding te verbreken
Hoe langer de binding kan plaatsgrijpen, hoe sterker de binding


Evenwichtsreactie




• Ka = reactieconstante bij associatie → snel
• Kd = reactieconstante bij dissociatie → wisselend verloop

2. Affiniteit en aviditeit
2.1 Affiniteit
Definitie

• Vermogen van 1 antistofmolecule om aan 1 epitoop te binden
• = som van alle non-covalente bindingen
Affiniteitsconstante

• Evenwichtsconstante: Ka
• Maat voor affiniteit van een As voor 1 epitoop van een Ag
• Hoge affiniteitsconstante: weinig Ag nodig om 50% van de bindingsplaatsen van
de As te verzadigen
• Zegt niet over de snelheid waarmee de binding gebeurt
• Wordt beïnvloed door:
o Afstand (Å)
o Krachten
o Factoren
▪ pH
• optimaal: 6,5-7
• mAs zijn gevoelig aan pH veranderingen
• pH veranderingen hebben sterke impact op Coulombse
krachten
▪ Ionensterkte
• Zoutconcentratie ↓ → Ka ↑
• Zoutconcentratie ↑
o → Ka ↓ indien binding vooral uit Coulombse krachten
bestaat
o → Ka ↑ indien binding vooral uit hydrofobe bindingen
bestaat

4

, ▪ T°
• T° ↓ → Ka ↑
• Bij sommige immunologische testen: Ag-As herkenning
specifieker wanneer er bij lage T° wordt geïncubeerd (4°C)
▪ Binding Ag aan een vaste fase
• Lokale [Ag] ↑ → ↑ kans dat een As dat loskomt opnieuw zal
binden aan een aangrenzend Ag → ↑ Ka
▪ ↓ oppervlakte spanning
• Toevoegen van detergentia
• Effect op van der Waals krachten
▪ Reactietijd
• Reactietijd ↑ → ↑ van der Waals krachten,
waterstofbruggen, hydrofobe-bindingen
▪ H2O onttrekkende stoffen en niet-ionische polymeren
• Onttrekken deel van water aan Ag- en As-moleculen → Ag-
en As-moleculen worden in een kleiner volume
geconcentreerd → reactiviteit ↑

2.2 Aviditeit
Definitie

• Kracht van de binding tussen As in een antiserum en (multivalente) Ag
Samengesteld effect van:

• Affiniteit
• Aantal bindingsplaatsen (IgM > IgA > IgG)
• Testsysteem: diffuse oplossing vs vaste drager
Aviditeitsconstante voor een polyklonaal serum

• Voegt men een aantal mAs samen dan zal de aviditeit van het polyklonaal serum
groter zijn dan de som van de affiniteiten van de mAs → versterkingseffect van
polyklonaal serum




5

,Hoofdstuk 2: Aantonen van antistoffen




Niet steeds dezelfde antistoffenfracties worden aangetoond

• Precipitatie: IgG, IgM
• Neutralisatietest: IgG, IgM, IgA
• Complementbindingstest: IgG, IgM
Tijdstip van serum verzameling

• Primaire immuunrespons: IgM antistoffen
o Antistoffen gericht tgo immunodominante epitopen
o Antistoffen hebben lage affiniteit, maar hoge aviditeit
• Secundaire immuunrespons: IgG antistoffen
o Antistoffen gericht tgo minder immunodominante epitopen
6

, o Antistoffen hebben hoge affiniteit
Serologische testen → aantonen van As

• Staalname: serum
o Bloed laten stollen – bovenstaande serum afnemen – centrifugeren om
overblijvende RBC te verwijderen
• Correcte bewaring van de stalen: T°, duur, contaminatie
o Natriumazide: lange bewaring van stalen
▪ Inhibitie werking mitochondriën → verstoring energie-metabolisme
▪ Stabiliteit van serum wordt verhoogd
• Keuze van de test is afhankelijk van:
o Gewenste specificiteit (~ vals + resultaten)
o Gewenste sensitiviteit (~ vals – resultaten)
o Eigenschappen van antistoffen




1. Precipitatie
1.1 Algemeen principe
• Aantonen antistoffen (of antigenen) door onoplosbaar immuuncomplex te
genereren tussen Ag en As
• 3 fasen
1. Binding van 1 epitoop aan 1 bindingsplaats As → oplosbaar Ag-As
complex
2. Meerdere primair gevormde complexen → groot IC
3. Groot IC slaat neer → onoplosbaar precipitaat
• Neerslaan gebeurt enkel bij ideale Ag-As verhouding
• Zowel bij overmaat Ag als bij overmaat As → kleine IC’n → geen neerslag (weinig
precipitatie) → vals negatief resultaat = PROZONE EFFECT



7

, • Wanneer een Ag slechts 1 epitoop bezit → geen precipitatie: meerdere As
moeten op 1 Ag kunnen binden om een groot IC te vormen

[As] > ]Ag] Overmaat aan As: geen neerslag Prozone effect
[As] ~ [As] Equivalentiezone (niet=): wel neerslag Precipitatielijn
[As] < [Ag] Overmaat aan Ag: geen neerslag Prozone effect




1.2 Precipitatiereacties in gel in afwezigheid van elektroforese
• Gel: agar in buffer
o Agar: negatieve lading
o Waterige fase: positief geladen
o Wanneer agar stolt → netwerk met poriëngrootte bepaalt door [agar]
▪ Lage [agar] → grote poriën, hoge [agar] → kleine poriën
▪ Kleine moleculen kunnen doorheen de poriën
▪ Grote moleculen (bv.: IC’n) worden vastgehouden in het netwerk
van de gel
a. Dubbele immunodiffusie volgens Ouchterlony

Ag en As in gaatjes in gel
(+) precipitatielijn
Semi-kwantitatieve test


• Agarose-gel (op draagglaasje): gaatjes in gel geponst
• As en Ag aanbrengen in tegenoverliggende gaatjes aan uiteinde
• Spontane diffusie van As en Ag
• [As] en [Ag] zal afnemen naarmate ze verder weg diffunderen in de gel

8

Table des matières

  1. 01 Hoofdstuk 1: Eigenschappen van antistoffen 2
  2. 02 De antigeen-antistofbinding 2
    1. Antigeen 2
    2. Antistof 3
    3. Antistof – antigeen interactie 3
  3. 03 Affiniteit en aviditeit 4
    1. Affiniteit 4
    2. Aviditeit 5
  4. 04 Hoofdstuk 2: Aantonen van antistoffen 6
  5. 05 Precipitatie 7
    1. Algemeen principe 7
    2. Precipitatiereacties in gel in afwezigheid van elektroforese 8
    3. Precipitatiereacties in gel in aanwezigheid van elektroforese 10
  6. 06 Agglutinatie 11
    1. Algemeen principe 11
    2. Ringagglutinatie: ringtest 13
    3. Snelle agglutinatie of draagglas-agglutinatie 14
    4. Trage agglutinatie of buisjes-agglutinatie 15
    5. Coombs’ test 16
    6. Hemagglutinatie-inhibitie (HI) 17
  7. 07 Neutralisatietest 19
  8. 08 Complementbindingsreactie 20
    1. Complement systeem 20
    2. Complementbindingstest 20
  9. 09 Ligandbindingstesten 21
    1. Enzym-immunoassays 21
    2. Immunoblotting of Western blotting 29
    3. Fluorescentie-immunoassay (FIA) 31
  10. 10 Hoofdstuk 3: Evaluatie van aantal en functies van immuuncellen 33
  11. 11 Isolatie van leukocyten (- populaties of subpopulaties) uit bloed of weefsels 33
  12. 12 1.1 Isolatie op basis van celdensiteit 33
    1. Isolatie op basis van cellading 35
    2. Isolatie op basis van fagocyterende eigenschappen 36
    3. Isolatie op basis van adhesie 36
    4. Isolatie op basis van membraanmerkers 36
  13. 13 Detectie van immuuncellen 43
  14. 14 Functietesten 43
    1. Functietesten voor lymfocyten 44
    2. Functietesten voor lymfocyten, monocyten/macrofagen en granulocyten 47
    3. Functietesten voor monocyten / macrofagen en granulocyten 52
  15. 15 Immunogeniciteit ↑ 3
  16. 16 ➔ water wordt uitgedreven 4
  17. 17 bestaat 5
  18. 18 polyklonaal serum 6
  19. 19 o Antistoffen gericht tgo minder immunodominante epitopen 7
  20. 20 precipitatie) → vals negatief resultaat = PROZONE EFFECT 8
  21. 21 • [As] en [Ag] zal afnemen naarmate ze verder weg diffunderen in de gel 9
  22. 22 • Gebruikt in diagnostiek 10

Infos sur le Document

Publié le
16 septembre 2026
Nombre de pages
53
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€10,14

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
14
Abonnés
0
Éléments
13
Dernière vente
3 jours de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions