Ontwikkelingsdysfuncties 2
E. De Wachter
R. De Henau
Bachelor ergotherapie
Odisee hogeschool
Fase 2
Hebe De Berlangeer
2023-2024
1
,Inhoudsopgave - Deel 1
Grafomotorische ontwikkeling - schrijfmotoriek 3
A. Inleiding 3
B. Schrijven is … 4
C. Schrijfrijpheid 5
D. Schrijfhouding 7
E. Schrijfbeweging 10
F. schrijfmateriaal 11
Leerlijn: leren schrijven 13
1. Krabbels - kleuren - tekenen 13
2. Voorbereidend schrijven (3e kleuterklas - 1e leerjaar) 15
3. Aanvankelijk schrijven (1e leerjaar) 16
4. Voortgezet schrijven 18
Schrijfmotorische problematieken 19
A. Algemeen 19
B. Diagnostiek - specifiek 20
C. Therapie / remediëring 22
D. Observatie van schrijven 29
Leerlijnen 30
2
,R. De Henau
Grafomotorische ontwikkeling - schrijfmotoriek
= De ontwikkeling van de FM-vaardigheden, nodig voor het schrijven: de controle over de hand- en
vingerbewegingen, de coördinatie tussen de ogen en de hand, en het vermogen om potloden en
andere schrijfgerei op de juiste manier vast te houden en te gebruiken. (Niet alleen handschrift)
A. Inleiding
Begrippen en hun relatie tot schrijven
→ Lateralisatie en schrijven
= De ontwikkeling van een voorkeur voor het gebruik van een bepaalde kant van het lichaam, het is een cruciale
rol in de ontwikkeling van het kind.
- Middellijn overschrijden (links naar rechts)
- Ontwikkeling van voorkeurshand (linkshandig / rechtshandig)
- Ontwikkeling van steunfunctie in hand (ulnair)
→ Visuele perceptie en schrijven
= Het vermogen van een individu om visuele informatie te interpreteren en te begrijpen.
- Visuele discriminatie = Onderscheden van: a en d / p en q / b en d / … (Het vermogen om
verschillen en overeenkomsten tussen vormen en patronen te herkennen)
- Visueel geheugen = Onthouden hoe een K er uit ziet (Het onthouden van visuele details)
- Figuur-achtergrond perceptie = Kunnen lezen wat er op het blad / bord staat (Het vermogen
om een figuur te onderscheiden van de achtergrond waarop het zich bevindt)
- Vormconstantie = Verschil tss grote in schrift op het bord als op het blad begrijpen (Het
vermogen om een object als hetzelfde te herkennen, ongeacht veranderingen in positie, afstand of
rotatie)
→ Spatialiteit en schrijven
= Het vermogen om de positie en de relatie van objecten in de ruimte te begrijpen en te manipuleren. Dit omvat
het waarnemen van afstand, richting, en de onderlinge relatie van objecten in een driedimensionale ruimte.
- Begrijpen van ruimtelijke begrippen (links/rechts, boven/onder, horizontaal)
- Oriëntatie van letters
- Afstand tussen letters
→ Visuomotoriek en schrijven
= Het samenspel tussen visuele waarneming en motorische actie. Zien, doen, denken en organiseren
- Oog-handcoördinatie
- Fijnmotorische vaardigheden
- Redeneerprocessen (plannen, organiseren, op voorhand nadenken)
- Ruimtelijke oriëntatie
3
, B. Schrijven is …
= Een bewust motorisch aanleerproces van de meest complexe motorische en technische
vaardigheid op zowel GM als FM vlak in samenwerking met cognitieve, perceptueel-motorische,
sensomotorische (kracht), ruimtelijke en taalgebonden componenten dat geautomatiseerd moet
worden en doelgericht zorgt voor communicatie.
→ Eerst lezen, dan schrijven (lezen = eenvoudiger, vorm interpretatie)
= Een complexe, motorische activiteit met cognitieve, creatieve, ruimtelijke en culturele aspecten,
die bestaat uit doelgerichte bewegingen.
Schrijven is psychomotorisch
Doel van schrijven
= Op een geautomatiseerde soepele manier, met zo weinig mogelijk inspanning, met een bepaalde
snelheid/tempo en een vloeiend handschrift komen tot een leesbaar schrijfproduct.
Evaluatie van het schrijven
Product evaluatie Onderwijs Resultaat op het blad is leesbaar en foutloos
Proces evaluatie Ergo - Leesbaar
- Vlot / tempo
- Goede ruimteverdeling (tussen regels, tussen woorden, ...)
- Bladspiegel (indeling van pagina: op de lijntjes schrijven,
ruimte van de kantlijn, …)
- Goede houding en beweging tijdens schrijven
- Correcte potloodgreep
4
E. De Wachter
R. De Henau
Bachelor ergotherapie
Odisee hogeschool
Fase 2
Hebe De Berlangeer
2023-2024
1
,Inhoudsopgave - Deel 1
Grafomotorische ontwikkeling - schrijfmotoriek 3
A. Inleiding 3
B. Schrijven is … 4
C. Schrijfrijpheid 5
D. Schrijfhouding 7
E. Schrijfbeweging 10
F. schrijfmateriaal 11
Leerlijn: leren schrijven 13
1. Krabbels - kleuren - tekenen 13
2. Voorbereidend schrijven (3e kleuterklas - 1e leerjaar) 15
3. Aanvankelijk schrijven (1e leerjaar) 16
4. Voortgezet schrijven 18
Schrijfmotorische problematieken 19
A. Algemeen 19
B. Diagnostiek - specifiek 20
C. Therapie / remediëring 22
D. Observatie van schrijven 29
Leerlijnen 30
2
,R. De Henau
Grafomotorische ontwikkeling - schrijfmotoriek
= De ontwikkeling van de FM-vaardigheden, nodig voor het schrijven: de controle over de hand- en
vingerbewegingen, de coördinatie tussen de ogen en de hand, en het vermogen om potloden en
andere schrijfgerei op de juiste manier vast te houden en te gebruiken. (Niet alleen handschrift)
A. Inleiding
Begrippen en hun relatie tot schrijven
→ Lateralisatie en schrijven
= De ontwikkeling van een voorkeur voor het gebruik van een bepaalde kant van het lichaam, het is een cruciale
rol in de ontwikkeling van het kind.
- Middellijn overschrijden (links naar rechts)
- Ontwikkeling van voorkeurshand (linkshandig / rechtshandig)
- Ontwikkeling van steunfunctie in hand (ulnair)
→ Visuele perceptie en schrijven
= Het vermogen van een individu om visuele informatie te interpreteren en te begrijpen.
- Visuele discriminatie = Onderscheden van: a en d / p en q / b en d / … (Het vermogen om
verschillen en overeenkomsten tussen vormen en patronen te herkennen)
- Visueel geheugen = Onthouden hoe een K er uit ziet (Het onthouden van visuele details)
- Figuur-achtergrond perceptie = Kunnen lezen wat er op het blad / bord staat (Het vermogen
om een figuur te onderscheiden van de achtergrond waarop het zich bevindt)
- Vormconstantie = Verschil tss grote in schrift op het bord als op het blad begrijpen (Het
vermogen om een object als hetzelfde te herkennen, ongeacht veranderingen in positie, afstand of
rotatie)
→ Spatialiteit en schrijven
= Het vermogen om de positie en de relatie van objecten in de ruimte te begrijpen en te manipuleren. Dit omvat
het waarnemen van afstand, richting, en de onderlinge relatie van objecten in een driedimensionale ruimte.
- Begrijpen van ruimtelijke begrippen (links/rechts, boven/onder, horizontaal)
- Oriëntatie van letters
- Afstand tussen letters
→ Visuomotoriek en schrijven
= Het samenspel tussen visuele waarneming en motorische actie. Zien, doen, denken en organiseren
- Oog-handcoördinatie
- Fijnmotorische vaardigheden
- Redeneerprocessen (plannen, organiseren, op voorhand nadenken)
- Ruimtelijke oriëntatie
3
, B. Schrijven is …
= Een bewust motorisch aanleerproces van de meest complexe motorische en technische
vaardigheid op zowel GM als FM vlak in samenwerking met cognitieve, perceptueel-motorische,
sensomotorische (kracht), ruimtelijke en taalgebonden componenten dat geautomatiseerd moet
worden en doelgericht zorgt voor communicatie.
→ Eerst lezen, dan schrijven (lezen = eenvoudiger, vorm interpretatie)
= Een complexe, motorische activiteit met cognitieve, creatieve, ruimtelijke en culturele aspecten,
die bestaat uit doelgerichte bewegingen.
Schrijven is psychomotorisch
Doel van schrijven
= Op een geautomatiseerde soepele manier, met zo weinig mogelijk inspanning, met een bepaalde
snelheid/tempo en een vloeiend handschrift komen tot een leesbaar schrijfproduct.
Evaluatie van het schrijven
Product evaluatie Onderwijs Resultaat op het blad is leesbaar en foutloos
Proces evaluatie Ergo - Leesbaar
- Vlot / tempo
- Goede ruimteverdeling (tussen regels, tussen woorden, ...)
- Bladspiegel (indeling van pagina: op de lijntjes schrijven,
ruimte van de kantlijn, …)
- Goede houding en beweging tijdens schrijven
- Correcte potloodgreep
4