Humane biologie A
,H1: Algemene inleiding
Terminologie: de functies die levende wezens vertonen
Reactievermogen = Prikkelbaarheid (honden die blaffen, vissen zwemmen weg van mensen, mensen
trekken hun hand weg bij warme dingen,...)
→ Aanpassingsvermogen = langdurige verandering (wintervacht, vogels trekken
naar het zuiden)
Voortplanting Generaties van hetzelfde organisme
Beweging → Inwendig - transport in het lichaam (voedingsstoffen, bloedstroom, …)
→ Uitwendig - bewegen door de omgeving
Groei → Cel vergroten
→ Aantal cellen vergroot
(1 cellige organismen groeien, complexere organismen krijgen meer cellen)
Differentiatie: in meercellige organismen ontwikkelen de stamcellen in specifieke
cellen
Stofwisseling = Chemische reacties die in het lichaam verlopen
=
Metabolisme → Opbouwende reacties = anabolisme = legt energie vast
gebeurt vanuit grondstoffen, die deels uit de omgeving opgenomen worden
- Respiratie/ademhaling (opname en vervoer van zuurstof)
→ Afbrekende reacties = katabolisme = geeft energie vrij
leidt tot eindproducten, die in de buitenwereld terecht kunnen komen of door het
organisme gerecycleerd kunnen worden
- Excretie/uitscheiding (uitscheiden van schadelijke afvalstoffen)
→ Combinatie van beiden
- Spijsvertering
- Transport binnen het lichaam
! Belang van enzymen !
,Opbouw van het vak
Organisatieniveaus
Elk niveau is bepalend voor zowel de bouw als de functies van de hogere niveaus
Chemische niveau Atomen verbinden zich aan elkaar tot moleculen
Celniveau Moleculen groeperen tot cellen
Weefselniveau Cellen van eenzelfde type werken samen om specifieke functies uit te
voeren
Orgaanniveau 2 of meer verschillende weefsels werken samen op een specifieke functie
uit te voeren
Orgaanstelsel niveau Verschillende organen werken samen (hart, bloed en bloedvaten=
bloedvatenstelsel)
Organismen niveau Orgaanstelsels in het lichaam werken samen om leven en gezondheid in
stand te houden
, Anatomische beschrijving
Anterior → Posterior
(= ventraal → dorsaal)
Links en rechts
Superior →Inferior
Lateraal → Mediaal
Proximaal → Distaal
Craniaal → Caudaal
Sagittaal vlak=
Links naar rechts
Frontaal vlak=
Dorsaal naar ventraal
Transversaal vlak=
Superior naar inferior
__________________________
Sagittale as=
Van ventraal naar dorsaal door
het gewricht
Longitudinale as=
Van proximaal naar distaal in het
botstuk
Transversale as=
Van lateraal naar mediaal door
het gewricht
,H1: Algemene inleiding
Terminologie: de functies die levende wezens vertonen
Reactievermogen = Prikkelbaarheid (honden die blaffen, vissen zwemmen weg van mensen, mensen
trekken hun hand weg bij warme dingen,...)
→ Aanpassingsvermogen = langdurige verandering (wintervacht, vogels trekken
naar het zuiden)
Voortplanting Generaties van hetzelfde organisme
Beweging → Inwendig - transport in het lichaam (voedingsstoffen, bloedstroom, …)
→ Uitwendig - bewegen door de omgeving
Groei → Cel vergroten
→ Aantal cellen vergroot
(1 cellige organismen groeien, complexere organismen krijgen meer cellen)
Differentiatie: in meercellige organismen ontwikkelen de stamcellen in specifieke
cellen
Stofwisseling = Chemische reacties die in het lichaam verlopen
=
Metabolisme → Opbouwende reacties = anabolisme = legt energie vast
gebeurt vanuit grondstoffen, die deels uit de omgeving opgenomen worden
- Respiratie/ademhaling (opname en vervoer van zuurstof)
→ Afbrekende reacties = katabolisme = geeft energie vrij
leidt tot eindproducten, die in de buitenwereld terecht kunnen komen of door het
organisme gerecycleerd kunnen worden
- Excretie/uitscheiding (uitscheiden van schadelijke afvalstoffen)
→ Combinatie van beiden
- Spijsvertering
- Transport binnen het lichaam
! Belang van enzymen !
,Opbouw van het vak
Organisatieniveaus
Elk niveau is bepalend voor zowel de bouw als de functies van de hogere niveaus
Chemische niveau Atomen verbinden zich aan elkaar tot moleculen
Celniveau Moleculen groeperen tot cellen
Weefselniveau Cellen van eenzelfde type werken samen om specifieke functies uit te
voeren
Orgaanniveau 2 of meer verschillende weefsels werken samen op een specifieke functie
uit te voeren
Orgaanstelsel niveau Verschillende organen werken samen (hart, bloed en bloedvaten=
bloedvatenstelsel)
Organismen niveau Orgaanstelsels in het lichaam werken samen om leven en gezondheid in
stand te houden
, Anatomische beschrijving
Anterior → Posterior
(= ventraal → dorsaal)
Links en rechts
Superior →Inferior
Lateraal → Mediaal
Proximaal → Distaal
Craniaal → Caudaal
Sagittaal vlak=
Links naar rechts
Frontaal vlak=
Dorsaal naar ventraal
Transversaal vlak=
Superior naar inferior
__________________________
Sagittale as=
Van ventraal naar dorsaal door
het gewricht
Longitudinale as=
Van proximaal naar distaal in het
botstuk
Transversale as=
Van lateraal naar mediaal door
het gewricht