Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 7 sur 123 pages
Resume

STATIONSPROEF THK: ALLESOMVATTENDE SAMENVATTING

Document preview thumbnail
Aperçu 7 sur 123 pages

Een zeer overzichtelijke en beknopte samenvatting van 123 pagina’s, waarin alles aan bod komt dat gekend moet worden voor de stationsproef (aangepast aan de nieuwe proffen t.o.v. vorige jaren!). Ik heb hier maanden aan gewerkt tijdens mijn eigen voorbereiding op de stationsproef, met als doel de enorme hoeveelheid leerstof zo efficiënt mogelijk te bundelen tot enkel de klinisch relevante informatie die je voor het examen moet kennen. De samenvatting bevat per vak onder andere: beknopte maar volledige leerstof, belangrijke nota’s uit de lessen, enkele examenvragen, klinische aandachtspunten, handige stappenplannen… De leerstof is bovendien sterk visueel opgebouwd, met veel afbeeldingen, klinische foto’s en duidelijke schema’s. Zo kan je ook de typische klinische situaties die je op het examen moet herkennen, visueel inoefenen. Ik heb de samenvatting volledig samengesteld tijdens mijn eigen voorbereiding op de stationsproef en heb uiteindelijk enkel deze samenvatting en de bijhorende inhoudstafel gebruikt om te studeren. Ik studeerde uiteindelijk af aan de KU Leuven met grote onderscheiding.

Aperçu du contenu

1. PREVENTIEVE EN MAATSCHAPPELIJKE ASPECTEN
1.1. INLEIDING
1.1.1. Cariës
= resultaat van ecologische shift in biofilm op tandoppervlak -> onevenwicht in mineraalbalans tussen plaquevloeistof (= als semipermeabel
membraan) en tandoppervlak.
STEPHAN CURVE
Demineralisatie: bij bereiken kritische grens (5.2-5.5) -> netto meer mineralen (Ca2+, PO43- ) uit
tandoppervlak dan terug ingebouwd (HAP: onder-, FAP: oververzadiging).

Remineralisatie: na staken suikerconsumptie -> ↑ zuurtegraad > kritische grens
(buffermechanisme speeksel) -> inbouw losgeweekte mineralen.

DUS: na suikerconsumptie voldoende lange rustfase (2-2,5u) voor natuurlijk
herstelmechanisme. Niet bij snelle opvolging zuurstoten -> gevolg: visueel detecteerbare
cavitatie. Frequentie > hoeveelheid! Beter ervoor poetsen (tenzij iets zuur).

1.1.2. Niveaus binnen preven<e
Primair (gezond houden) – secundair (beperken schade) – tertiair (herstel) – primordiaal (onrechtstreeks/derden).

1.2. EPIDEMIOLOGIE VAN MONDAANDOENINGEN
1.2.1. Meten van cariës (enkel gevolgen, niet cariësproces)
D (=decayed) M (=missing tgv cariës, ≠ wht) F (=filled tgv cariës) – score (som) -> per tand (DMF-T) / per tandvlak (DMF-S).1

Iceberg phenomenon: voor elke aandoening is het # gekende gevallen slechts een fractie van totaal # gevallen.

D1 = glazuurlaesie, geen caviteit = reversibel.
D2 = glazuurlaesie, gelimiteerd tot het glazuur, caviteit.
D3 = dentinelaesie, caviteit.
D4 = dentinelaesie, caviteit met betrokkenheid pulpa.

1.2.2. Meten van gingivi<s
GI (Gingivitis Index):
• RamWord elementen (16, 21, 24, 36, 41 en 44) en 6 me\ngen per tand.
• Score:
o 0 = gezond tandvlees.
o 1 = lichte ontsteking -> discrete Δ in kleur en volume (oedeem), geen BoP).
o 2 = ma\ge ontsteking -> roodheid, oedeem + glans, BoP.
o 3 = erns\ge ontsteking -> uitgesproken roodheid + oedeem, ulcera\e, neiging spontaan sijpelen.

1.2.3. Meten van parodon<<s
DPSI (= Dutch Periodontal Screening Index):
• 6 sextanten.
• Score: 0, 1, 2, 3-, 3+ of 4.

1.2.4. Meten van erosieve tandschade Totaalscore:
BEWE (= Basic Erosive Wear Examination): 0-2 Geen slijtage.
• Per sextant -> totaalscore. 3-8 Geringe slijtage.
• Score: 9 - 13 Gemiddelde slijtage.
o 0 = geen verlies van oppervlaktestructuur. > 14 Hoge slijtage.
o 1 = beginnend verlies van oppervlaktestructuur.
o 2 = duidelijke beschadiging, verlies van tandglazuur over minder dan 50% van tandoppervlak.
o 3 = duidelijke beschadiging, verlies van tandglazuur over meer dan 50% van tandoppervlak.

1.3. DENTALE BIOFILM EN SPEEKSEL
1.3.1. Biofilm
Dentale pellicle = dun laagje speeksel EW, snel gevormd -> bescherming & basis waarop bacteriën hechten -> BIOFILM (dentale = tandplaque):
• Gestructureerde gemeenschap van MO, vastzifende op oppervlak en ingebed in extracellulaire polymeer matrix.
• Verwijdering: ENKEL mechanisch (scalen/tp) -> focus preven\e op verstoring structuur.
• Kolonisa\e (4jds4p & volgorde bepalend voor cariësrisico kids):
1. Geboorte: mondholte baby = kiemvrij.
2. Na geboorte: 1ste kolonisa\e via speeksel mama (= ver\cale transmissie). Pioniersbacteriën: S. salivarius, S. mi\s en S. oralis.
3. Nadien: S. mutans (tanddoorbraak), S. sanguinis, Veillonella en gram – anaëroben.
4. Brackets2/resto en prothese? Risicoperiode S. mutans (harde opp).

1
Graad I cariës niet in score. Melkgebit: dmf. DMF/dmf = 0 = vrij van visuele tekenen van tandbederf ≠ cariësvrij. Cariësvrij ≠ caviteitsvrij (D1 & D2 mogelijk).
2 DemineralisaEeletsels tgv brackets: Δ lokaal milieu, massale kolonisaEe S. mutans, ontoereikende MH en frequent suikers.

, • Ontstaan cariës (p1), gingivi\s + parodon\\s (shik naar gram – anaeroben, bacteroïdes & spirocheten) en erosie (waar weinig biofilm
dus knobbels/L/P want protec\ef).

1.3.2. Speeksel
• Speekselvloed (0.5 – 1 L/d):
o Zonder s\mula\e: 0.25 – 0.50 ml/min.
o Met s\mula\e: > 1 ml/min.
o Hyposialie: < 0.70 ml/min (oorzaak: med/bestraling3/ziekte en gevolg: droge mond = xerostomie, moeilijk slikken/spreken,
smaak Δ).
• ↑ cariësrisico (↓pH, cariogene biofilm): typisch cervicaal.
• ↑ risico gingivi\s, parodon\\s (↓AB) en erosie (↓ buffering).

1.4. VOEDING
1.4.1. Impact op MG
• Tandontwikkeling: belang vitaminen A, B, C, D.
• Orale infec\es:
o Candidiasis bij ondervoeding/immuunsupressie.
o Scheurbuik = tekort vitamine C -> gingivale zwelling/bloeding, losse tanden.
o Mucosaal bij deficiën\es.
• Cariës:
o Suiker: type (vnl sucrose) en hoeveelheid.
o ↑ contactjd (+ kleverigheid) = langere pH dip.
• Erosie:
o Bronnen: extrinsiek (vrucht/sportdrank), intrinsiek (reflux), omgeving (chloor), speeksel ↓ (CAVE: bed\jd).
o Contactjd.
o Synergie: erosie + abrasie + afri\e.
o Poetsen 30’-60’ na zuur.
• Mondcarcinomen: alcohol + tabak = ++

1.4.2. Voedingsproblemen met invloed op MG
• Onder/overvoeding.
• DM: parodontitis, wortelcariës, candidias, xerostomie & burning mouth.
• GERD -> erosie eerst palataal tanden BK.

1.5. BIOFILMCONTROLE
1.5.1. Mechanisch: keuze naargelang grootste compliance!
• Tandenborstel:
o Vervanging na 3m / splay (ook feedback techniek!) / orale laesie.
o Manueel:
§ Volwassenen: modified Bass (45° naar gingivarand -> ↓ cervicale abrasie & hypersensi\viteit).
§ Kids: horizontaal/Fones -> Rolling/Bass (tot 7-8j (na)poetsen door ouders). TB: klein + zacht kopje.
§ Extra: solo (IP/ortho), orthoborstel (V), triple-headed (↓ motoriek), protheseborstel.
o Elektrisch: roterend-oscillerend of sonisch (hold & guide, 45°)
§ Indica\es: ↓ motoriek, ortho, paro, ↓ compliance (\mer & druksensor).
§ 1 min elektrisch = 6 min manueel (RO)
• Interdentaal (1x/d): belang techniek & mo7va7e
o Floss: smal contact (superfloss bij brug/ortho) -> C-shape.
o IDB/rager: embrasure II-III/recessie (effec\ever dan floss).
o Sok-pick: gevoelige papil/IP/starters.
o Air/waterfloss = adjunct: ↓ mo\va\e.
• Tongschraper (1x/d, ochtend, ↓ druk): bij dik tongbeslag/halitose, xerostomie, rokers.

TANDPASTA niet naspoelen!
= vrijgave F , ↑ therapietrouw (smaak), ↓ contamina\e TB haartjes.

Hulpstoffen:
• Schuurmiddel (silica, Ca-verbindingen): voorkeur ma\ge RDA. CAVE: F.
• Detergent/schuimer: SLS (aken/irrita\e? NLS). CAVE: CHX.
• Bevoch\gers (glycerol/sorbitol) en binders (CMC, xanthan): textuur/stabiliteit.
• Buffers (fosfaatverbindingen), bewaarmiddelen, smaak/kleurstoffen.




3 Stralencariës.

,Ac<eve ingrediënten adhv indeling TP:
An<-cariës Werking F:
• - demineralisa\e en + remineralisa\e -> regressie beginnende laesies. Hoe? CaF2-ach\g
reservoir op glazuur -> F-afgike na poetsen (↑ bij dunne biofilm).
• Concentra\e & effect = lineaire rela\e. CAVE: nvt voor massa (meer TP ≠ meer effect).
Type F:
• Even effec\ef bij = ppm. Δ in effect door formulering (abrasief, surfactant, pH, stabilisa\e).
• NaF, NaMFP, AmF of SnF2.
Indicaties:
• Kleuter/laag risico: 1000-1500 ppm (erwt).
• Tiener met beugel/veel plaque: 1450-1500 ppm, overweeg SnF2-formule (AB).
• Volwassene met erosie/gevoeligheid: 1450-1500 ppm, SnF2 (tubuli-occlusie) of HAP/CPP-ACP4
adjunct (↑ remineralisa\e).
• ≥ 16j met ac\eve cariës / wortelcariësrisico 5: 5000 ppm (\jdelijk, opvolgen) en combina\e
met arginine (↑ remineralisa\e) / xylitol (↓ S. mutans dus ↓ melkzuur).

An<-biofilm en gingivi<s Werking:
• ↓ plaque door ingrijpen op vorming/samenstelling biofilm (bactericide/bacteriostatisch).
• ↓ bloeding/gingivitis door disruptie plaque (ev anti-inflammatoir).
Ingrediënten:
• SnF2: AB.
• Zinkzouten: ↓ plaque en VSC.
• AB agentia: CHX (↓ bewijs), triclosan (effectief maar ↓ beschikbaar).
• AmF (+ Sn-zouten = Meridol): AB.

An<-tandsteen Werking: (her)vorming van TS remmen/voorkomen.
Ingrediënten:
• Zinkchloride + zinkcitraat.
• Pyrofosfaat (+ copolymeer)

Gevoelige tanden (!) Werking & ingrediënten:
Cf hydrodynamische theorie. • Kaliumzouten: dempt zenuwprikkel.
CAVE ook placebo. 2x/d voor enkele weken.
• SnF2, arginine + CaCO3 (Pro-Argin), CSPS (Sensodyne -> glasdeeltjes -> vrijgave Ca/PO4 ->
apa\et-ach\ge laag), HAP, oxalaten: tubuli-occlusie.
Pro-Argin (Elmex sensi7ve professional): spot-applica7e en dagelijks gebruik.
Stappenplan:
1. Anamnese: zuur, erosie, poetsgewoonten, SLS-toleran\e.
2. Eerstelijn: zachte borstel, niet schrobben, keuze kalium/occlusiepasta.
3. Spot-applica\e voor acute zones (bv) + dagelijks gebruik (niet spoelen).
4. Herbeoordelen na 4-6w: indien nodig andere op\es (vernis/occlusie/laser).

Whitening = extrinsiek (bleken Werking & ingrediënten:
voor intrinsieke witheid -> H2O2). • Abrasieven (silica’s): verwijderen aanslag.
CAVE: gevoeligheid, irrita3e en • Polyfosfaten/pyrofosfaat/zink: stain-binding.
slijtage. • Op\sche agen\a: \jdelijk op\sche witheid.

An<-erosie Gedrag: ↓ zuren, naspoelen met water, zachte borstel, ↓ druk, min 30-60’ wachten met poetsen.

TP: ↓ RDA (geen whitening TP), Sn/AmF-formule, 1450 ppm F, neutrale pH, bij slijtage geen SLS.

Homeopathie Vermijden van sterke essen\ële oliën, SLS (WEL F!).

Kinderen al7jd 2x/d • 1e – 2j: 1000 ppm, 1 rijstkorrel.
• 2 – 6j: 1000+ ppm (als kind kan spuwen), 1 erwt.
• > 6j: 1450 ppm, 1-2 cm.

Xerostomie (kwetsbare pt) Ingrediënten:
• F > 1000-1450 ppm, ↑ bij hoog risico.
↓ cariësrisico en ↑ comfort. • Betaine (milde schuimer, geen SLS).
• Humectant (glycerol/sorbitol/xylitol) -> comfort.
Biotène/Bioxtra. • RDA < 250 (geen whitening TP), neutrale pH.
Advies: TP + gel (avond), speekselvervanger/suikervrije kauwgom.



4
RelevanEe MIH!
5
Wortelcariësrisico en ouderen: > 1500 ppm, bij hoog risico dan 5000 ppm. Sidenote: normale richtwaarde bij volwassenen: >= 1500 ppm.

, Remineraliserend Ingrediënten:
• CPP-ACP (Tooth Mousse) of CPP-ACFP (MI paste plus).
CAVE: inac\va\e F door Ca-fosfaat-> dus dual-compartment.
• β-TCP: vrijgave fosfaat.
Eerst poetsen (2x/d met gewone TP), dan gel (dikke laag, 3’). CAVE: koemelkallergie.

• CSPS (bioac\ef glas).
• (n)HAP.
• Zelfassemblerende pep\des (SAP P11-4): biomime\sche remineralisa\e esthe\sch storende
white spot laesies. Stappen: NaOCl -> etsen 35% H3PO4 -> Curodont Repair (3-5’) -> F-vernis.

Aeen (RAU). Gevoelig + NLS/SLS6 -> ↑ frequentie/ernst.
TP: SLS-vrij (betaïne), geen whitening TP.
MAAR: TP = zelden primaire oorzaak (wel: trauma, stress, zuren, droge mond).


Professionele biofilmcontrole: biofilm dun houden -> versterkt effect F-thuiszorg. Bij: ↑ cariës/parorisico, ↓ zelfzorg, ortho/resto, xerostomie.
Hoe vaak? Eerst kort (2-8w), dan verlengen o.b.v. gedrag & laesie activiteit.

1.5.2. Chemisch = aanvullend
• = inhibi\e/rem biofilmvorming, bij tekortschieten van mechanische (\jdelijk).
• Indica\es: jongeren, beperking, post-chirurgie, kwetsbare ouderen, ortho of ↓ zelfzorg.
• CAVE: verkleuring, Δ smaak, irrita\e mucosa (tgv alcohol7) en als langer ↑ TS.
• Klinische uitvoering:
1. Professionele reiniging + MHI (beter effect bij ↓ biofilm/TS/gingivitis).
2. Kies middel + vorm op maat
o Dagelijks: EO (Listerine) of CPC
o Acute fase / na ingreep: CHX 8 0.12-0.2% kort (1-2w) -> nadien afbouwen en overstap CPC/EO.
Contra-indica\e of nood breed spectrum? Povidon-jodium.

1.6. FLUORIDE Lokaal voordeel VS systemisch risico
1.6.1. Bronnen
• Milieu.
• Drinkwater: idealiter 0.7 mg/L (grenswaarde: 1.5 mg/L) -> endemisch.
• Dieet (vis) & dranken (thee, water, frisdrank, wijn, ev flesvoeding).
• Preven\eve producten: TP, spoelingen, gels/varnish -> topisch maar deel ingeslikt (zeker kids) telt mee in totale inname.

1.6.2. Tandfluorosis
• Tandkiemvorming (0-6j, vooral 1.5-3j). Risicozone: > 0.1 mg/kg/dag \jdens G vorming (prenataal tot 20j).
• Lineair verband tussen dagelijkse F-inname en fluorosescore.
• Hypomineralisa\e glazuur (geen hypoplasie) -> fragiel!
• Kliniek: (zie ook TF-index)
o Bij erup\e: dunne wife opake lijnen tot volledig krijtwit oppervlak.
o Post-erup\e: mild (slijtage buitenste poreuze laag) tot erns\g (pitng door kauwen/afri\e/abrasie).

1.6.3. Chronische en acute toxiciteit
• Chronisch -> skele~luorosis: na jarenlange cumula\eve blootstelling. CAVE: ↑ risico bij ondervoeding en Ca tekort.
• Acuut:
o Vooral kids -> probleemzone vanaf 5 mg/kg lichaamsgewicht.
o Symptomen: maagklachten en systemisch (hypocalcemie -> tetanie, HR…). A€ankelijk van vabsorp2e (CAVE: nuchter),
hydrata\e, botabsorp\e en nierexcre\e (CAVE: nierfunc\estoornis).
o R/ per dosis F:
§ < 25 mg: 24u ruim drinken calciumrijk (Ca kan F binden) zoals melk, observa\e.
§ 25-50 mg: ASAP melk + veel drinken, volg toxicologie-advies (bv braken).
§ > 50 mg: idem + urgente ZH opname!

1.6.4. Cariësremmend vermogen
• Verbetering glazuurweerstand: vorming fluorapa\et (sterker dan HAP) -> opbouw in oppervlaktelaag.9
• AB effect verstoring metabolisme -> ↓ biofilm.
• Interac\e met biofilm: ↓ kri\sche pH.



6
SLS-intoleranEe als pt aVen en branderig gevoel heeV na eten. Dan: SLS-vrij + 1450 ppm F voor 4w -> herevaluaEe.
7
Waarom soms alcohol? Oplosbaar maken van bepaalde ingrediënten (AB en smaakmaskerende), ↑ houdbaar en ↑ aangenaam. MAAR: alcoholvrij = effecEef
(want nadelen alcohol: ↓ kleurstabiliteit resto, adem, religie, mucosa).
8
Toediening: spoeling (0.05% = Perio-Aid - 0.12% = Perio-Aid - 0.2% = Corsodyl), spray (als moeilijk spoelen, 0.2-0.12%), gel (1% corsodyl, ↓diffusie), lak/vernis
(3x met telkens 1 week tussen). Lage concentraEe als langdurig gebruik.
9
Verklaart glanzende, harde oppervlaktes bij arrest.

, ↓ demineralisatie. Kri\sche pH: 5.5 -> 4.5. Nefo ↓ mineraalverlies. ↑ remineralisatie. F trekt Ca aan -> binding aan fosfaationen.
GEVOLG: ↓ progressiesnelheid van laesies.

1.6.5. Toepassing:
• Tandpasta: F-zouten -> na poetsen: piek F in speeksel -> reservoir -> trage vrijzetng -> ↓ concentra\e.
• Extra topische middelen: beperkte bijkomende winst 10
o Mondspoelmiddel.
o Varnish: NaF deeltjes -> traag oplossen in speeksel -> niet eten/poetsen direct erna.
o Gel/lak: CaF2 afzetng in laesies -> F-afgike bij ↓ pH. Om de 2-3 m.
o SDF: an\microbieel + mineralisa\e.

=> ADVIES: 3 F momenten waarvan minstens 1 poetsbeurt (liefst ‘s avonds). Combi: F in TP + drinkwater (systemisch)

1.7. VOEDINGSMAATREGELEN
• Voedingsdagboek: ↑ cariësactiviteit (zeker bij jonge kids) -> tellen suikeraanvallen per dag -> aandacht nacht en sipping. CAVE: bias.
• Sucrosevervangers:
o Suikeralcoholen (sorbitol/xylitol) = laag tot niet cariogeen -> kauwgom:
§ 4-10 g/d in 3-5 consump\es, na maal\jd.
§ Effect ook door kauwen en speeksels\mula\e.
§ Wie? Hoog risico pt.
§ CAVE: TMJ overbelas\ng.
• Protec\eve factoren:
o Zuivel:
§ Koemelk: lactose (minst acidogene suiker) + beschermende factoren (calcium, fosfaat…).
§ Borstvoeding: ↑ lactose en ↓ beschermende factoren dan koemelk -> meer cariogeen.
CAVE: > 1j (+ nacht + suiker) -> ECC (early childhood cariës = tot 6j en > 4 gaatjes). Severe: > 6 gaatjes.
§ Kaas (s\mula\e speeksel), caseïne en CPP-ACP -> ↑ calcium + fosfaat.
o Vezelrijke, kauwintensieve voeding (groenten + fruit): ↑ speekselstroom.

=> DOEL: evenwichtige voeding op vaste momenten (inclusief ontbijt).

1.8. OVERIGE MAATREGELEN
• Sealing
o Laagje composiet of GI in pits + fissuren -> \jdelijke controle occlusale cariës \jdens erup\e. 11
o Therapeu\sch (ac\ef -> stop) of preven\ef (intact -> voorkomen bij hoog-risico).
o Techniek (droog!) > materiaal. Niet droog: GI. Verlies sealant: niet al7jd vervangen.
• Kunstharsinfiltra<e
o Cariësinfiltra\e: approximaal + geen cavita\e + ac\ef. ALS: niet-opera\eve R/ niet werkt.
o Wegwerken verkleuringen tgv mineraalverlies.
• Vermijden tabak:
o Link met mondkanker, paro, slechtere wondheling, verkleuringen, halitose en cariës.
o Interven\e (5A’s): ask, advice, assess, assist & arrange.
• Mondbeschermer: voorkomen trauma! Custom-made > boil-and-bite.

1.9. INDIVIDUEEL AANGEPASTE STRATEGIE
1.
Beoordeling cariësrisico (↑ als 2 of meer nieuwe ac\eve laesies / j)
o Visueel-tac\el onderzoek -> huidige ac\viteit? Laatste 2-3j?
o Medische (droge mond!) & dentale anamnese.
2. Dental traffic light (ac\viteit > RF) -> individueel cariëscontroleplan
o Groen: cariës inac\ef, geen recente vullingen en RF onder controle
è Onderhoud & opvolging.
o Geel: cariës ac\ef en RF = beïnvloedbaar (F, dieet….).
è Modifica\e factoren & professionele steun (extra F).
o Rood: cariës ac\ef, ≥ 1 RF niet/moeilijk Δ (bv medicatie.
è Mogelijkheid remmen proces, intensieve aanpak (incl prof reiniging en extra F), stimulatie speekse (xylitol).
Non-operatieve R/ (compliance!): plaquecontrole (MIH), F en Δ dieet. Recall (kader): herevaluatie (interval BW meerdere jaren als inactief).



10
Combi zinvol bij slechte MH / hyposalivaEe en ortho (TP met F + regelmaEge spoeling of prof). ApplicaEe lak: in groeven, ID, fissuren, tandhalzen (at risk).
11
Occlusaal nog geen antagonisEsch contact -> veel biofilm (geen masEcaEereiniging) DUS: als reliëf vlakker -> makkelijker te reinigen. Bacteriën ook geen VS.

, 2. CARIOLOGIE vroeger: extension for prevention VS nu: minimaal invasief (RF -> preventie -> resto? min invasief)

TOOTH DEATH SPIRAL: cariës gr I -> verdere progressie -> vulling -> secundaire cariës (tgv slechte MH/vulling) -> endo -> verzwakt -> kroon ->
cariës -> extractie -> IP (deze evolutie als pt niet goed poets).

2.1. TANDSTRUCTUUR & ONTWIKKELING
• Bestaat uit: HAP (70%), organisch materiaal (collageen type I, 20%) en water (10%).
• Tandontwikkeling:
< Schede van Hertwig
Retziuslijnen = begrenzen afzettingslagen en
vormen oppervlakkig perikymata -> glazuur poreus:
infiltratie zuren / kleurstoffen / bleekmiddel. 12
GLAZUURORGAAN

Tomes’ uitsteeksel: Δ asrichting tussen AB en
DENTALE FOLLIKEL
glazuurprisma (bevat HAP). Secretie glazuur in
DENTALE
PAPIL
laagjes: ↑ mineralisatie in nacht -> slaap baby!


Cuticula = bescherming glazuur -> fusie met mondepitheel tijdens doorbraak -> sealing.
Dentine: ↑ permeabel > glazuur door tubuli (zeker naast pulpa).
o Peritubulair (↑ gemineraliseerd) en intertubulair.
o Primair: cariës als grote Δ (<-> glazuur want harder).
o Secundair: smalle band t.h.v. pulpa (na eruptie) -> ↓ pulpa met tijd.
o Tertiair: reactie op trauma pulpa.
§ Reactionair (mild).
§ Reparatief (ernstig): OB dood = sclerose.
Dentinegevoeligheid:
Hydrodynamische theorie: prikkels (koud/zoet/poetsen) -> vloeistofverplaatsing in tubuli -> activatie zenuwuiteinden pulpa -> pijn.
• Doorbraaktijden:




2.2. KLINISCHE ASPECTEN VAN CARIËSLAESIES les 3 slide 10-31 voor klinische beelden




• Metabole activiteit in biofilm: cumulatief mineraalverlies -> glazuurporositeit -> opake white spot laesies (mat/kalkachtig 13, CAVE:
geen sonde -> microcaviteit -> geen remineralisatie) -> binnendringen van voedingskleurstoffen -> bruine/donkere verkleuring.
• Lokalisaties: pits + fissuren, approximaal, cervicaal, vullingen met RA en ortho app.
• Terminologie:
o Residueel cariës = cariës dat we laten zitten.
o Secundaire cariës = nieuwe laesie vanuit resto randen (comp > AG = AB, ↓plaque, ↓vochtgevoelig).
§ Door: ↓pH rond resto (geen buffer) en microlekkage / plaqueretentie (ruw), typisch langs tv rand.
§ Moeilijke diagnose (DD: verkleuring AG of comp randen, residuele caries) + herstel.
o Actief (zuurproducerend) vs inactief (= arrested, geen cariësziekte meer).14
o Rampant cariës (= snelle evolutie, multipele tanden): bottle/nursing cariës, ECC, baker’s cariës, stralencariës & drug-
induced cariës (↓ speeksel).



12
Andere wegen: lamellae (scheuren), tuVs (glazuurdefecten), spindles (verlenging denEne tubuli) en ruimte tussen prisma’s.
13
Gezond G = licht doorlatend -> demineralisaEe? -> poreus -> gevuld met H2O -> drogen? lucht ipv H2O -> ↑ verstrooiing licht -> wit, opaak (white spot laesie).
14
AcEef: wit/geel, dof/mat enruw + ontstoken tv + veel plaque VS inacEef: wit/bruin/zwart, hard en glad + gezond tv.

, 2.2.1. Progressie
Proximale cariës Occlusale cariës




Zolang geen cavitatie: remineralisatie mogelijk. Morfologie fissuren: Y, IK en I meer vatbaar!
Cavitatie = niet reinigbaar, progressie -> herstellen.

2.2.2. Wortelcariës
• Cement ipv glazuur -> minder hard:
o Verwijderd bij abrasie: ↑ vatbaar voor cariës. Kritische pH van demineralisatie voor dentine is hoger (6.2) dan G!
o Bij plaque accumulatie: cariës snellere progressie
• Verspreiding breed en dan smaller naar binnen (<-> kroon) -> circumferentie van tandhals.

CAVE: als oververzadiging van calciumfosfaat en hydroxyl bij neutrale pH -> mineralisatie plaque -> TS (! OF want sublinguale SK -> wel ↓ risico
op cariës door grote speekselstroom en mechanische reiniging tong).

2.3. DIAGNOSE Risico vals + -> death spiral, vals - -> cariës progressie + pijn.
• Niet identiek voor alle pt:
o F in water: ↓ progressie cariës -> wait-and-see attitude
o Lage inkomstlanden: ↓ toegang kennis/preventie/TA -> sneller diagnose, R/ want komt niet snel! Preventie: ↓ zin.
o Hoge inkomstlanden: vroege diagnose.
o Redenen voor afspraak: controle vs pijn.
o Tiener: cariogene periode (lui, ↓ zelfzorg).
• Benadering:
o O->M->V->D->L/P.
o Licht, spiegel (rhodium > glas), propere (profylaxpasta, niet direct) + droge tanden (white spots!).
o CAVE: gebruik sonde -> beter: parosonde (zeker bij actieve laesie!).
o Voorkeursplaatsen: kleuters = D m1, M m2, kids = O M1+M2, tieners = D PM2, M M2, ouderen = wortel.
o Bij twijfel: wachten, preventie, controle en herevaluatie.
o Registratie niet-caviteerde laesies voor evolutie.

2.3.1. Technieken
• Visueel-tactiele inspectie:
o DMF-T: focus op cavitatie, niet activiteit.
o ICDAS (enkel visueel).




• BW-RX: diepte + progressie (vwd: min. 2 opeenvolgende RX)
o Nadelen:
§ Geen info over activiteit + onderschatting diepte.
§ Niet voor detectie vroege laesies.
§ Risico vals positief: bv. comp zonder contrast, cervicale burn-outs (veel dieper onder contactpunt), anatomische
variaties, ontwikkelingsdefecten, erosie/abrasie…
o Niet routinematig: evalueer + en -
§ Indicaties: > nieuwe actieve laesies, twijfel, vermoeden secundaire cariës en follow-up preventie R/.
• Additioneel:
o Separatie, DIFOTI (transilluminatie), laser fluorescence (DIAGNOdent15, Soprolife).




15
DIAGNOdent: occlusaal = beste. Wel eerst reinigen. Second opinion.

Infos sur le Document

Publié le
13 septembre 2026
Nombre de pages
123
Écrit en
2025/2026
Type
Resume
€125,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
2
Dernière vente
-




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions