DE MENSELIJKE NIEREN: MACROSCOPISCHE KENMERKEN
© Gelegen in retroperitoneale vet, subdiafragmatisch
© Rechter nier 1-1,5 cm lager dan linker nier (omdat lever rechts)
© Boonvorming, bindweefselkapsel
© Grootte: 11 X 5 X 2,5 cm
o Vergroting: DM, amyloidose
o Kleiner: chronische, vasculaire pathologie, …
© Gewicht: 120 – 170 g
© Zelden palpeerbaar
© Nier z opgedeeld in glomeruli
BEVLOEIING
© Elke nier heeft meestal 1 arterie en 1 vene (variaties zijn mogelijk)
o Rechter a. renalis is langer dan linker a. renalis
o Rechter v. renalis is korter dan linker v. renalis
© Nier ongeveer 25% vh hartdebiet = veel omwille v filterfunctie
o Bij systemische problemen: nieren z vrij snel betrokken + beschadigd
o Bv toxiciteit in bloed à nieren w hieraan veel blootgesteld
NIEROPBOUW
© Nierkapsel
© Schors (cortex): 1cm dik
© Niermerg (medulla)
© Onderscheid op echo
NEFRON
© Nefronen: kleinste functionele eenheid nier gelegen in de schors
© Bestaat uit: tubulus + glomerulus + juxtamedullair apparaat
© Normaal: 800.000 nefronen/nier (106 nefronen per nier)
o Sommige mensen zijn gevoeliger aan chronische NI op latere leeftijd à vinden we geen oorzaak à
vraag naar geboortegewicht (vaak lager)
§ Tijdens de embryogenese vd nier gebeurt er opdeling urterknoppen à gebeurt laattijdig à
gevolg: bij vroeggeboorte kan zijn dat je een deling mist*
§ *bij elke deling is er een verdubbeling vh aantal nefronen à dus deling missen = ineens veel
minder nefronen , bv. 600 000 à MAAR betekent opzich niet veel want nier heeft grote
functionele reserve (niertransplantatie: je kan perfect leven met 1 nier)
© Obv ligging:
o Corticale nefronen
o Midcorticale nefronen
o Juxtamedullaire nefronen
© Tubulus en glomerulus
o Glomerulus > capillaire kluwen (hierin ultrafiltraat gevormd) + mesangium (skelet) + kapsel v Bowman
§ = vaatkluwen omsloten door kapsel van Bowman
§ Vaatkluwen: vaatpool à 5 lobben à capillairen
§ Thv capillairen: filtratiebarrière (ultrafiltraat vorming) à opbouw glomerulaire capillaire wand:
• Aan de binnenzijde: vasculaire, gefenestreerd endotheellaag van capillairen
o De fenestraties zijn redelijk groot, relatief lek
o Rust op basaalmembraan
1
, • Glomerulaire basale membraan (GBM)
o Lamina interna, densa en externa
o Negatief geladen dus ook barrière voor negatief geladen eiwitten
• Aan de buitenzijde: viscerale epitheellaag
o Epitheelvoetjes, podocyten
o Podocyten (uitlopers) vervlochten en daartussen gebeurt de filtratie
o Slitmembraan met kleine poriën tss podocyten op viscerale epitheelcellen
§ Normaal: laten enkele eiwitten v kleiner formaat door maar ook
rekening houdend met de lading*
§ *Pathologische omstandigheden: eiw lekken doorheen poriën v
slitmembraan à proteinurie
• Totale opp glomerulaire capillaire wand = 1m2
o Mechanisme van filtratie:
§ Ongefilterd bloed komt binnen via afferent arteriool à in capillaire lumen (v glomerulus) voor
filterproces à afgewerkt product komt in efferent arteriool à terug in circulatie
o Tubulus
§ Buisvormige structuur waarin modulatie van UF (ultrafiltraat) plaatsvindt vnl door absorptie en
secretie
§ Je kan ook tubulaire aandoeningen hebben
© Nierbiopsie:
o Meestal nierprik doen, perpendiculair (doorheen huid)
o Niet in de richting vh bloedvat prikken, dus niet van opzij
o Goede biopsie: vooral cortex, glomerulair weefsel
VORMING VAN URINE
© Glomerulus: PRIMAIRE URINE
o Vorming van primaire urine < ultrafiltratie water, elektrolyten en andere kleine molecules doorheen de
glomerulaire filter
o Ultrafiltratie door hydrostatische drukverschil: P (lumen capillair) – P (ruimte van Bowman)
o Glomerulair filtraat bevat bijna geen eiwitten < afmetingsselectiviteit van filtratiebarrière:
§ Poriën à moleculen van max 900kD
§ Negatief geladen glycoproteïnen op poriën à doorlaatbaar voor positief geladen eiwitten
(bv. Bence Jones eiwt), en minder voor negatief geladen eiwitten (bv. albumine) =
LADINGSSELECTIVITEIT
§ Slitmembraantjes: fijnere poriën à moleculen van max 150kD
o Mesangium tussen glomerulaire capillairen (geen basale membraan à geen filtratiebarrière
o à grote moleculen en cellen diffunderen naar mesangium vanuit glomerulaire capillairen)
© Tubulus: UITEINDELIJKE URINE
o = buisvormige structuur waarin modulatie van primaire urine plaatsvindt, vnl door absorptie en secretie
à uiteindelijke urine
2
,o Tubuli onderverdeeld in:
§ Kronkelend + recht deel van prox tubulus (verbruikt meeste ATP*)
§ Afdalende en stijgende deel van lis van Henle
§ Rechte en kronkelende deel van de distale tubulus
§ verbindingsbuis
§ Afvoerbuisjes: tubuli colligentes
§ Verzamelbuizen: ductuli colligentes
o Tubuli zijn omgeven door interstitieel weefsel: peritubulaire capillairen, lymfevaten, zenuwvezels en institiële
cellen
o Tubuli hebben ook basaal membraan (niet idem als glomerulair membraan!)
o *dus bij hypoxie of doorbloedingsprobleem is de PT degene die het meest w aangetast
3
, DIAGNOSTIEK BIJ DE NEFROLOGISCHE PATIËNT
Er bestaan weinig diagnostische middelen bij nefrologie:
© Labo: immunologie + bloedonderzoek
© Urineonderzoek
© Beeldvorming (beperkt): CT en echo (niet zo nuttig in nefrologie, eerder bij urologie)
© Nierbiopsie: voor juiste DD
© à Daarom goede anamnese belangrijk om context te scherpen waarbinnen die diagnostische middelen dan
gebruikt kunnen w
1. Klinisch onderzoek
2. Laboratoriumonderzoek
a. Onderzoek vd urine
§ Erythrocyturie en/ of hematurie
§ Cylindrurie
§ Proteïnurie
b. Onderzoek nierfunctie
§ Glomerulaire functie
§ Tubulaire functie
3. Aanvullende diagnostische technieken
a. Radiologische beeldvorming
b. Nierbiopsie
1. LABORATORIUMDIAGNOSTIEK
Nieraandoeningen zijn vaak asymptomatisch tot ernstige nierfunctiebeperking aanwezig is à nierziekten vaak toevallig
gevonden via routine-onderzoek (bv dipstick: eiwitten, RBC)
ONDERZOEK VAN DE URINE
© Gebeurt standaard screening bij mensen met suggestieve klachten à want nierfalen zonder klachten blijft vaak
onopgemerkt
o Bij bv. proteinurie, eerste kenmerk dat er iets fout is
© Screeningsonderzoek: dipstick/teststrookonderzoek, bv. Combur-test
o Bij voorkeur 2e ochtendurine, midstream staal
§ 1e urine staat el hele nacht in blaas
o Onderzoek binnen 30-60 min na mictie
o Onderzoek met teststrook: vergelijking van kleur van teststrook met referentiekleur
§ à leukocyten, nitriet, eiwit, glucose, ketonen, hemoglobine (RBC) en pH
o Dipstick+ à verder onderzoek in klinisch labo adhv urinemicroscopie
© Onderzoek met teststrook
o Orthotolidine voor detectie van RBC
o Indoxylcarbonic ester voor detectie van WBC
o Nitriet voor detectie van gram- bacteriën
MICROSCOPISCH ONDERZOEK VD URINE
© Cellen: RBC en WBC
o WBC:
§ wijzen op infectie of tubulo interstitiele pathologie
§ bv bacteriele nierontsteking à logisch dat er WBC in urine zitten
o RBC: delen we op in 2 vormen: isomorf (normale biconcave vorm) en dismorf
4