moderne tijd (de mens op de
plaats van de waarheid)
Verandering met vorige hoofdstukken:
Antieke tijd & Middeleeuwen= fundament buiten de mens (Plato, transcendent en
Aristoteles immanent, Middeleeuwen)
Moderne Tijd= fundament dat samenvalt met de mens en moderne
natuurwetenschappen
Antieke Tijd & Middeleeuwen= God buiten de werkelijkheid
Moderne Tijd= Noodlot voor goed willen uitsluiten en mens centraal zetten
Antieke Tijd & Middeleeuwen= de mens kan alleen goed handelen door God
Moderne Tijd= de mens is een rationeel wezen die autonoom kan handelen
Antieke tijd= gesloten wereld & alles bevond zich in de laatste (hiërarchisch hoogste)
instantie, buiten die instantie bevond zich niks
Middeleeuwen= dat niets plaatste het ChristendomGod
Moderne Tijd= idee God als ‘hoogste zijn’ valt weg, nieuw idee over ‘de oneindige
ruimte’ (Newtoniaanse wereldbeeld 17de eeuw)
Christendom geseculariseerd (=wereldbeeld waar kerk invloed verliest) (menselijk)
Moderne Tijd= Een oneindige ruimte van het zijn (=alles wat is)
Waarom is de ruimte oneindig? =Omdat voor de oerknal al iets moest bestaan voor die
effectieve knal te kunnen realiseren.
16de eeuw= we gebruiken de wiskunde om de aarde te begrijpen, daardoor komen we met
de nieuwe redenering dat God nog transcendenter
Antropocentrische verandering:
1. Michelangelo’s fresco De schepping= Adam evenveel invloed bij schepping dan
God
2. Daniël Defoe, verhaal over Robinson Crusoë dat de man alleen op een eenzaam
eiland terechtkomt en alles zelfstandig in handen pakt.
De Verlichting
3: aspecten v/d verlichting
1. Kritisch denken
2. Antropologisch denken
3. Mensenrechten
1
, Religieuze motieven en het noodlot in de antieke tijd en de Middeleeuwen worden
radicaal opzijgezet voor een nieuwe rationele redenering tegen de strijd van het politiek
en levensbeschouwelijk despotisme (=alle macht bij één groep). De Moderne Tijd staat
ook bekend om zijn optimisme op basis van het feit dat de gewone burgers (=slaven)
hoop kregen en een ‘vooruitgangsgedachte’ creëerden.
Succes v/d wetenschap
De eerste wetenschappers waren allemaal christenen, waardoor er wel nog vanuit het
idee van God gedacht werd, maar we zetten hem hier transcendenter.
Hoe transcendent? We kijken niet meer vanuit het heelal op de werkelijkheid, maar we
zoeken antwoorden naar iets wat God zelf heeft geschapen, de natuur.
We gaan niet meer vanuit een essentie naar de werkelijkheid kijken, zoals in de antieke
tijd en de middeleeuwen (= essentie), maar vanuit een oppervlakte en daardoor
concluderen hoe de dingen werken. De focus gaat meer en meer beginnen liggen op de
mens zelf (verband vervolg met Aquino, mens als een autonoom gegeven)
Het gaat dus niet meer over de essentie in de dingen, maar over ervaringen die
waarneembaar zijn (= empirie) in de natuur. In de natuur gaat alles over zekerheid, niet
meer over waarheid. Waarheid ligt nog steeds bij God & heeft geen verband met de
natuurwetenschappen.
Natuurwetenschappen God Rede (=menselijk denken)
Inhoud veranderd maar het fundament* niet
*Hoe de mens naar de wereld kijkt op het vlak van religie, politiek, wetenschap (of
waarheidsdenken?)
Jan Matejko (19de eeuw), communiceerde met God over zijn eigen geniale wiskundige
beredenering en of deze wel niet tegenstrijdig is aan hem. (hylèrmorfismewiskunde)
Ontstaan nieuw soort weten: ‘moderne natuur’
We gaan zoeken naar wetmatigheden (= onvermijdelijke natuurverschijnsels) in de
natuur vanuit het wiskunde om zo tot waarheid te komen. (bv: uitvinding zwaartekracht)
(natuurwetten zoeken, nog steeds schepping-gericht, ‘God heeft de natuur gemaakt als
een raadsel’)
Gevolg op basis van die natuurwetenschappelijke inzichten gaat de mens bepaalde
technieken creëren
Eerste natuurwetenschap= mechanica (=krachtenleer)
Mens krijgt over zichzelf een heel ander idee; focus komt te liggen op het rationele
(=moderne subject). Dus: wanneer bepaalde zaken wetenschappelijk kunnen worden
getoetst op basis van onderzoeksresultaten, spreken we van iets dat zeker is. ( vanaf 16 de
eeuw)
Dit betekent in de 18de eeuw kritisch zijn, alles wat niet zeker uit de
natuurwetenschappen is NIET (verlichtingsdenker= Kant)
Middeleeuwen= 1 weten, ‘waarheid is de theologie’ (volgens Augustinus)
De wetenschap begint verschillende vormen van weten te verdelen opsplitsing
theologie, filosofie & het bewustzijn/ de rede
2