HOOFDSTUK 1: VEILIGHEIDSBEGEE RTE EN HET PROBLEEM VAN DE WESTERSE FILOSOFIE
Geschiedenis en kritische analyse van de hedendaagse veiligheidsbegeerte.
De hedendaagse veiligheidsbegeerte is een gevolg van de filosofie.
Westerse filosofie is te begrijpen als een waarheidsdenken.
Een van de gevolgen op dit waarheidsdenken is een verlengen naar een absoluut (ware) veilige
samenleving.
1.1 WAT IS VEILIGHEIDSBEGEERTE?
We willen onze hedendaagse blik op veiligheid begrijpen.
We schetsen dat we vandaag in een risicomaatschappij leven en dat we een constante drang tot
gevaarbeheersing hebben en dat hieruit een veiligheidsbegeerte ontstaat.
Smalle veiligheidsbegeerte:
Dwingt ons vragen te stellen over onze verworven moderne vrijheid.
Veiligheid is de core business van de politiek.
In onze moderne samenleving vandaag staat de wisselwerking centraal tussen gevaar en menselijke
controle.
We lijken ons wereldwijd in een constante crisissituatie te bevinden waardoor mensen zich gaan
ontwerpen aan een veiligheidsmachine die ons verdedigd of de situatie controleert
Laboratorium
Inlichtingendiensten
Voorspellende datasystemen
Enz…
De Westerse manier van denken over veiligheid gaat altijd over controle.
Gebonden aan iets dat we kunnen maken, doen of aanleren om het hoofd te bieden. (= onze
technische controleverwachting)
Smalle veiligheidsbegeerte:
= Het zoeken naar snelle (instant) oplossingen
Het appelleert op het menselijke verlangen (=begeerte) om steeds overal controle over te
hebben.
Het zegt dat de veiligheid snel en direct installeren, het beste is om te doen.
De mens heeft de neiging om schade en pijn te vermijden.
Bij gevaar: reflex om snel tot direct oplossingen te komen.
Hierdoor komt onze relatie met de wereld in het teken van angst te staan.
Ons politiek denkraam is verarmd tot risicomanagement.
=hedendaagse politiek zich voornamelijk richt op het beheersen van risico's, wat leidt tot een
onderkoelde relatie tussen de burger en de staat.
De burger moet de regels volgen om zo te tonen dat hij zich inzet om risico’s te beperken.
1
, Risicomaatschappij:
We leven onder een permanente dreiging van risico’s waarvan de moderne samenleving zelf de
oorzaak is.
We gaan er van uit dat er voor elk risico een wetenschappelijke, technische oplossing is.
ALBERT CAMUS (1947)
La peste
Het noodlot dat zo de inwoners treft staat hier centraal.
In dit boek dacht Camus, als existentieel (onafhankelijke/vrije) filosoof , na over de menselijke bestaansvrijheid.
Hoe kan de mens in angst en chaos toch betekenis vinden:
Er is namelijk altijd de vrijheid om zelf de koers te bepalen waar het met de samenleving heen kan
Moest hij het boek vandaag geschreven hebben:
In hoeverre kunnen mensen in de risicosamenleving daadwerkelijk verantwoordelijkheid nemen
voor hun vrijheid.
Het komt er niet op aan te leven voor de veiligheid maar voor betekenis.
Conclusie:
Leven in een cocon, maar berooft van onze vrijheid, vormt het schrikbeeld van het verlies aan
menselijkheid. (Werd aangehaald bij de coronacrisis)
H.G. WELLS (1895)
The Time Machine (dat als eerste science fiction roman wordt beschouwd)
Een kritiek op het wetenschapsoptimisme van zijn tijd dat de tragiek (treurige deel) van het
veiligheidsbegeerte laat zien.
Zijn boek gaat hem om een uitvinder die strand in de toekomst, op een aarde die bevolkt is door
vreemde wezens. Die enkel zorgeloos, gelukkig en vredelievend, maar ook volkomen infantiel
(kinderachtig).
Conclusie:
Leven in een cocon, maar berooft van onze vrijheid, vormt het schrikbeeld van het verlies aan
menselijkheid.
De nieuwe mens is onmachtig en willoos:
Het punt van Wells is dat wij onze menselijke waardigheid verliezen als we alleen maar bezig
zijn met ons terugtrekken in de veilige cocon van onze technologie.
De mens heeft het verleerd hoe zich in vrijheid en openheid tot de wereld te verhouden.
KAFKA (1923)
Het hol
De waanzin van het veiligheidsstreven.
Angst drijft de mensen tot het zoeken van een houvast, een direct veilige haven.
Op paranoïde wijze put het hoofdpersonage zich uit in beveiliging zodat uiteindelijk de enige plek waar
hij zich nog veilig meent te voelen buiten zijn eigen hol is.
Kafka laat zien dat de mens geen oog meer heeft voor het bovengrondse wanneer hij zich enkel
bezighoudt met het ondergrondse.
2