• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 178 pages
Resume

Samenvatting | Bestuursrecht | Steven Lierman

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 178 pages

Samenvatting Bestuursrecht – Lierman | KU Leuven | Bachelor 1 Rechten Uitgebreide en overzichtelijke samenvatting van Bestuursrecht van Lierman voor 1e bachelor Rechten aan de KU Leuven. De belangrijkste begrippen, rechtsregels, juridische principes en leerstukken zijn duidelijk en gestructureerd samengevat, zodat je de leerstof efficiënt kunt instuderen en herhalen. Ideaal als basis voor je examenvoorbereiding of als aanvulling op je eigen notities.

Aperçu du contenu

BESTUURSRECHT
LES1:13/2
Publiekrecht Privaatrecht
Organisatie en optreden van de OH Organisatie van relaties tussen leden van
de samenleving

Verhouding burgers en OH Onderlinge verhoudingen tussen alle
personen
Bestuursrecht, grondwettelijk recht, Contractenrecht,
fiscaal recht, strafrecht, gerechtelijk goederenrecht,
recht aansprakelijkheidsrecht


Slide: opbouw onderdeel bestuursrecht = p genoteerd zijn de verplichte leerstof

Intercommuntaire



DEEL I.I: publiekrecht in perspectief


H1: HET BESTUUR: Basisbegrippen en centrale thema’s
1. Begrippen en evolutie van her bestuur

Staatstructuur: Trias Ploitica (Montesquieu) = SDM (machtsmisbruik tegengaan, want
macht mag niet in 1 hand verenigd zijn, anders tirannie)
 WM (opstellen van algemene regels)
 UM (regels te doen naleven) geen absolute scheiding, maar checks and
balances
 RM (beslechten van geschillen)

= horizontale machtsverdeling = de verschillende taken en bevoegdheden van de OH
kunnen binnen één en hetzelfde OHsverband aan verschillende ambten of organen worden
toebedeeld


Bestuur = organen en instellingen van de

UM Maar deze omschrijving schiet te kort:
- Ook lokale besturen (met lokale autonomie) vallen ook onder bestuursbegrip
- Meer dan enkel ‘uitvoerende’ taken:
 Nemen ook beslissingen met een materiële wetgevende inhoud
materiële wet = algemeen bindende rechtsnormen die door bevoegde OH
uitgevaardigd worden
dus besturen nemen ook reglementen en
verordeningen aan bv. politiereglement, park
reglement

 bestuurlijke rechtscolleges oefenen een rechtsprekende functie uit en zijn
geen besturen bv. Raad van State, hoort bij UM toch is het wel een rechter in
eigenlijke zin van het woord

, Ook WM en RM nemen bestuurlijke beslissingen
bv. gunning OHsopdracht, aanwerving personeel, parlement besteld pc voor
personeel

,Bureaucratiemodel van Max Weber (1864-1920)

Gaf aan hoe een moderne bureaucratie zou moeten werken:

o primaat van de politiek: administratie ten dienste van de politiek
o niet ambtenaar maar minister moet zich in parlement verantwoorden
o administratie voert instructies uit als willoze machine
o onderworpen aan formele regels en procedures (geen vriendjespolitiek)
o gekenmerkt door een depersonalisering van onderlinge verhoudingen
o een strikte hiërarchie (ieder zijn eigen takenpakket)
MAAR kritiek: risico van bureaucratie: te stikt, te veel procedures, duur, niet
flexibel, gebruiksonvriendelijk, struisvogelpolitiek (verantwoordelijkheid
doorschuiven), …

Veelzijdige behoeftes van onze moderne samenleving
Ontwikkeling van onze OH

 vandaag verwachten we dat OH snel inspeelt op de noden van de dag +
gebruiksvriendelijkheid

Evolutie bestuur 20ste E : Overheidsapparaat vandaag is steeds verder
uitgebouwd, in meest uiteenlopende aangelegenheden/domeinen

= heeft veel opdrachten + we verwachten er ook veel van

bv. Openbaar vervoer, gezondheidszorg, burgerlijke stand, sociale zekerheid,
cultuur, radio en televisie, onderwijs,


Opkomst van nieuwe organisatievormen en werkmethodes:

o modernisering naar het beeld van het private ondernemerschap

o Verzelfstandiging door beroep te doen op gespecialiseerde diensten en
instellingen, want centrale niveau van OH kan niet alles zelf doen. (zie hierna:
functionele decentralisatie)

= Verzelfstandige besturen = experten in de materie die dan de bevoegdheden
en min of meer de autoriteit

bv. nmbs, proximus, bpost, … kerntakendebat en privatisering van
overheidstaken

o kerntakendebat (welke fundamentele dingen moet de OH nog zelf doen en
welke kunnen we afgeven) en privatisering van overheidstaken

evolueren naar een regulerende OH die stuurt in de richtingen en niet meer
alles zelf doet, maar dat zorgt dan weer voor meer regelgeving om er zorg
voor te dragen dat het algemeen belang gewaarborgd wordt


Resultaat ontwikkelingen: uiterste complexe organisatievorm met verschillende

, bestuursniveaus, waarbinnen telkens een centraal en hiërarchisch georganiseerde
administratie bestaat naast daarvan afhankelijke bestuursorganen en ondernemingen

Table des matières

  1. 01 Functionele decentralisatie 5
  2. 02 ° Administratieve rekenplichtigheid 9
  3. 03 Specialisatiebeginsel 12
  4. 04 Gevolg: beginselen van behoorlijk bestuur én behoorlijk burgerschap 15
  5. 05 Vervagende grens publiek-privaat 15
  6. 06 1. Internationaal en supranationaal recht 17
  7. 07 Internationaal 17
  8. 08 Supranationaal 17
  9. 09 2. Grondwet 17
  10. 10 Rechtsbescherming van de burger 19
  11. 11 3. Wet/ Decreten/ Ordonnanties 20
  12. 12 4. Verordeningen (of reglementen) en besluiten 20
  13. 13 Reglementaire besluiten/ Verordeningen 20
  14. 14 Organieke besluiten 20
  15. 15 Individuele besluiten 20
  16. 16 5. Gewoonterecht (en billijkheid) 21
  17. 17 6. Algemene rechtsbeginselen van behoorlijk bestuur 21
  18. 18 Beginselen van behoorlijk bestuur 22
  19. 19 Beginselen van behoorlijk burgerschap 22
  20. 20 1. Interpretatieve omzendbrieven 24
  21. 21 2. Indicatieve omzendbrieven 24
  22. 22 3. Verordende omzendbrieven 24
  23. 23 H1 – BESTUUR: BEGRIP, BEGINSELEN, VERSCHIJNINGSVROMEN & VORMEN VAN TOEZICHT 25
    1. overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een 27
    2. 1. Oprichting (erkenning) door de overheid 29
    3. 2. Controle of toezicht door de overheid 29
    4. 3. Vervullen van taak van algemeen belang/openbare dienst 29
  24. 24 CASUS1 34
  25. 25 CASUS2 34
  26. 26 CASUS3 36
  27. 27 CASUS4 36
  28. 28 CASUS5 36
  29. 29 BESLUIT 37
    1. Publiekrechtelijke rechtspersonen 38
    2. Privaatrechtelijke rechtspersonen 38
  30. 30 OEF 49
    1. 1. Gewone autonome overheidsbedrijven 50
    2. 2. Naamloze vennootschap (NV) van publiek recht 50
    3. Beheerscontract 51
    4. Hiërarchisch toezicht 52
    5. Administratief (bestuurlijk) toezicht 52
    6. 3) Voorafgaand advies 55
    7. Algemeen toezicht (repressief) 55
    8. Nietigverklaring 57
    9. Dwangtoezicht (vervangend optreden) 57
    10. Specifiek administratief toezicht 60
    11. Provinciaal belang 62
    12. Taken van gemengd belang 63
    13. Taken van medebewind 63
  31. 31 eenzijdige bestuurlijke rechtshandelingen 63
  32. 32 H1 – BESTUURSHANDELING 64
    1. Eenzijdige… 64
    2. …rechtshandeling… 65
    3. …van het bestuur 65
  33. 33 Rechtsfeit 65
  34. 34 Rechtshandeling 65
  35. 35 Objectief recht 65
  36. 36 Subjectief recht 65
  37. 37 verbindende kracht 66
  38. 38 Gebonden: 72
  39. 39 Discretionair: 72
  40. 40 Vervaltermijnen 75
  41. 41 Verjaringstermijnen 77
  42. 42 Reglement: 77
  43. 43 Individuele bestuurshandeling: 77
  44. 44 3) Opheffing 78
  45. 45 4) Intrekking 78
  46. 46 Beroepsmogelijkheid: 84
  47. 47 Onteigeningsvoorwaarden: 88
  48. 48 H1 – ALGEMENE RESCHTSBEGINSELEN EN BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR: ALGEMEEN KADER 89
  49. 49 2. Situering van de beginselen van behoorlijk bestuur tav de overige algemene rechtsbeginselen 89
  50. 50 3. Oorsprong 91
  51. 51 4. Indeling van de beginselen van behoorlijk bestuur 91
  52. 52 5. Kenmerken en toepassingsgebied 93
  53. 53 6. Plaats in de hiërarchie der normen 93
  54. 54 Beginselen met wettelijke waarde 93
  55. 55 7. Beginselen van behoorlijk burgerschap 96
  56. 56 8. Beginselen van behoorlijk bestuur in de gelaagde rechtsorde 96
  57. 57 H2 – OVERZICHT VAN ENEKELE BELANGRIJKE BEGINSELEN VAN BEHOORLIJK BESTUUR 97
  58. 58 2. Processuele beginselen 97
    1. = GWH arrest: JA: hoorplicht moet ook gelden tav contractueel tewerkgesteld OHspersoneel 99
  59. 59 Materiële motivering 101
  60. 60 Formele motivering 101
  61. 61 3. Inhoudelijke beginselen 105
  62. 62 Rechtszekerheid 105
  63. 63 Vertrouwensbeginsel 106
  64. 64 Materiële motivering 108
  65. 65 H3 – OPENBAARHEID VAN BESTUUR 111
    1. 0. Onderscheid actieve en passieve openbaarheid 112
    2. 1. Begrip en toepasselijke wetgeving 112
  66. 66 PERSONELE TOEPASSINGSGEBIED 114
  67. 67 MATERIËLE TOEPASSINGSGEBIED 115
  68. 68 2. ACTIEVE OPENBAARHEID 117
    1. Art. 2 WOB & art. II.2 Bestuursdecreet 117
  69. 69 3. PASSIEVE OPENBAARHEID 118
    1. art. 4 WOB & art. II.31 Bestuursdecreet 118
    2. Facultatieve uitzonderingsgronden 120
    3. Imperatieve uitzonderingsgronden 120
    4. relatieve uitzonderingsgronden 120
    5. absolute uitzonderingsgronden 120
  70. 70 1) Preventieve versus repressieve rechtsbescherming 126
  71. 71 preventieve rechtsbescherming 126
  72. 72 repressieve rechtsbescherming 126
  73. 73 2) Administratief versus jurisdictioneel beroep 126
  74. 74 3) Organisatie van rechterlijk toezicht vanuit rechtsvergelijkend perspectief 129
  75. 75 4) Rechtsmachtverdeling tussen de gewone en de administratieve rechter 133
  76. 76 Subjectief beroep: 133
  77. 77 Objectief beroep: 133
  78. 78 RECHTERLIJK TOEZICHT OP DE OH 138
  79. 79 Atributieconflicten 141
  80. 80 STAPPEN EXAMEN: 143
  81. 81 Afdeling 1 – toepasselijkheid vh burgerlijk recht op al de overeenkomsten met de OH? 145
  82. 82 2. Toepasselijk recht 145
  83. 83 2.2 DOMEINCONCESSIE 147
  84. 84 2.3 CONCESSIE VAN EEN OPENBARE DIENST 147
  85. 85 3. OHscontracten: Vrije keuze van de medecontractant? 149
  86. 86 Afdeling 2 - overheidsopdrachtenreglementering 149
  87. 87 1. Rechtskader 149
  88. 88 1.2 Belgische 150
  89. 89 2. Beginselen 150
  90. 90 2.2 mededinging 151
  91. 91 3. Toepassingsgebied 151
  92. 92 3.2 ratione materiae 151
  93. 93 4. Gunningswijzen 153
  94. 94 4.2 procedures met onderhandelingen 153
  95. 95 2) Vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking (art. 41 Wet) 153
  96. 96 3) Onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking 153
  97. 97 4.3 concurrentiegerichte dialoog 155
  98. 98 5. Verloop plaatsing – fasen 155
  99. 99 6. Schema verloop plaatsing OHOP 155
  100. 100 7. Oproep tot mededinging 156
  101. 101 8. Oproep tot mededinging – drempelbedragen 156
  102. 102 9. Opdrachtdocumenten/bestek 156
  103. 103 10. Beoordeling regelmatigheid van offertes 156
  104. 104 11. Gunningsbeslissing 157
  105. 105 12. Motivering en kennisgeving 157
  106. 106 13. Gunning en contractsluiting De “wachttermijn” – “standstill” 157
  107. 107 14. Uitvoering 157
  108. 108 H2 - LOKALE BESTUREN: organisatie werking en bevoegdheden 158
  109. 109 4. Wettelijke bepalingen 160
  110. 110 6. Organen en diensten van de gemeenten, hun werking en bevoegdheden 162
  111. 111 7. Organen en diensten van de provincies, hun werking en bevoegdheden 162
  112. 112 8. Verzelfstandiging 162
  113. 113 intern verzelfstandigde agentschappen (IVA) 162
  114. 114 Een autonoom gemeentebedrijf 164
  115. 115 9. Inspraakmogelijkheden voor de burger 164
  116. 116 10. Bestuurlijk toezicht 166
  117. 117 de toezichthoudende overheid 166
  118. 118 11. Aansprakelijkheid 166
  119. 119 H3 – RECHT VAN HET OVERHEIDSPERSONEEL 167
  120. 120 2. Belang van statutaire verhouding 167
  121. 121 3. Wie regelt het statuut van het OHspersoneel 169
  122. 122 4. Grondwettelijke vrijheden en statutaire rechten en plichten 171
  123. 123 5. Tuchtrecht 171
  124. 124 1) Non bis in idem beginsel 171
  125. 125 5) Termijn 171
  126. 126 6) Recht van evenredigheid 172
  127. 127 H4 – OPENBAAR DOMEIN 173
  128. 128 Privaat domein 173
  129. 129 Openbaar domein 173
  130. 130 2. Affectatie en desaffectatie 175
  131. 131 3. Bijzondere bescherming van goederen behorend tot het openbaar domein en relativering 175
  132. 132 4. Privaat gebruik van het openbaar domein 175
  133. 133 5. Statuut van de goederen van het privaat domein 177

Infos sur le Document

Publié le
10 septembre 2026
Nombre de pages
178
Écrit en
2026/2027
Type
Resume
€9,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions